Categorie archief: Italië

kunsthistorische ramp

The Basilica of St. Francis of Assisi: Glory and Destruction
door Ghigo Roli (fotografie) en Giorgio Bonsanti (tekst)

heilige Rufinus door GiottoDe Italiaanse fotograaf Ghigo Roli werkte in 1997 aan een complete inventarisering van de wereldberoemde fresco’s van Giotto in de dertiende eeuwse basiliek van de heilige Francisus in Assisi. Maandenlang was hij bezig geweest met detailopnamen die hij o.a. voor een boek zou gaan gebruiken. In de nacht van 26 september 1997 maakte hij de laatste opnamen. Toen hij even naar buiten was gegaan, begon de aarde te plotseling te schudden en kort daarop stortte een deel van het eeuwenoude gewelf met donderend geraas naar beneden. [ zie filmopname ] Na de grote schok rende Roli naar binnen om zijn camera te redden. De schade was enorm. Tweehonderd vierkante meter van het gewelf was beschadigd en na eindeloos gepuzzel zouden resterende fragmenten van de gewelfschilderingen precies vijf jaar later weer op hun oorspronkelijke plaats zijn gebracht. De Italiaanse kunsthistoricus Giorgio Bonsanti schreef de tekst bij de unieke foto’s vlak voor en na deze kunsthistorische ramp.

The Basilica of St. Francis of Assisi: Glory and Destruction

The Basilica of St. Francis of Assisi: Glory and DestructionAfter several seismic tremors in Umbria and the Marche in the preceding days, the strongest earthquake occurred on the morning of September 26, 1997. The earthquake not only tragically killed four people, but also caused severe damage and destruction in the upper church of San Francesco. Serious static damage was found in the walls and the vault. The morning earthquake destroyed around 200 square metres of vault frescoes. In the front bay arch above the entrance, four of the eight pairs of saints by Giotto were affected, and in the adjoining vault of the Doctors of the Church, the field containing St. Hieronymus, also a work by Giotto and his workers, collapsed and left a huge hole in the first bay. In contrast, the vault of the second bay and the vault of the third bay, containing the large deesis portraying Christ as the redeemer together with the advocates Mary and John on either side of St. Francis, remained intact. However, the western part of the fourth bay with a starry sky and the adjoining evangelists„ vault with frescoes by Cimabue above the cross-vault collapsed. The field containing St. Matthew was almost completely destroyed.

Bron: expo.khi.fi.it

virtuele rondleiding door de kapel in Assisi
met de fresco’s van Giotto

interview met Padre Ruf tien jaar na de aardbeving | de basilica van Assisi

Italiëgangers [ 3 ]

Thomas Cole (1801-1848) en de Hudson River School

De reis naar Italië was in de negentiende eeuw niet alleen voor veel Europese schilders een (bijna) verplicht nummer, ook in de Verenigde Staten maakten veel schilders de reis naar het oude Europa. Een van hen was de van origine Engelse Thomas Cole die tussen 1829 en 1831 o.a. in Italië verbleef. Bij zijn terugkeer in de Verenigde Staten zou hij aan het begin staan van de zgn. Hudson River School. De schilders van deze school keerden bewust Italië en het oude Europa de rug toe en verheerlijkten de imponerende Amerikaanse wildernis met schilderijen in even imponerende formaten.

The Oxbow
Thomas Cole
The Oxbow, 1836

Voor de identiteit van de jonge Verenigde Staten hadden deze majestueuze natuurtaferelen bijzondere betekenis. Zo wilde men graag geloven dat de ongerepte natuur die men aan de overzijde van de oceaan aantrof, zonder sporen van beschaving, laat staan van verwoestende industrialisering, een aards Paradijs was dat de Schepper persoonlijk aan de Amerikanen geschonken had. Het was voor de jonge Verenigde Staten de compensatie van het gebrek aan verleden en cultuur. God had de Amerikanen bevoorrecht door hen te laten delen in de ongereptheid van Zijn Schepping.

“The new world has something better than ruins and history,” it has natural beauty through which “God had writ the immensity of his plan right here in America.”

Arthur Danto

Thomas ColeThomas Cole was born in 1801 at Bolton, Lancashire in Northwestern England and emigrated with his family to the United States in 1818. During the early years Cole lived for short periods in Philadelphia, Ohio, and Pittsburgh where he worked as an itinerant portrait artist. Although primarily self-taught, Cole worked with members of the Philadelphia Academy, and his canvases were included in the Academy’s exhibitions. In 1825, Cole discovered the haunting beauty of the Catskill wilderness. His exhibition of small paintings of Catskill landscapes came to the attention of prominent figures on the New York City art scene including Asher B. Durand, who became a life-long friend, and his fame spread. While he was still in his twenties, Cole was made a fellow of the National Academy.

In 1829-1831, Cole returned to Britain for study and to attend to family business and to travel to France and Italy. These years were among the most happy and productive of his life. Cole met a large number of wealthy Americans traveling abroad and received numerous commissions from them, increasing his reputation and stature. Cole returned to New York City in November of 1832 and mounted an exhibition of his European paintings, which aroused considerable public interest. Shortly thereafter, Cole first established his rural studio in Catskill, New York, when he rented a small outbuilding at Cedar Grove.
( Bron: thomascole.org )

“The great cultural project of the 19th century was to explore the relations between man and nature, to learn to see nature as the fingerprint of God’s creation . . . No previous age had brought such passionate scrutiny to nature, from the highest Alp to the smallest pollen of grain . . .”

Robert Hughes

Niagara Falls
Frederick Edwin Church, Niagara Falls 1857

Na Cole’s vroegtijdige dood in 1848 had hij nog geen opvolger als leider van de Hudson River School gevonden. Maar in 1857 maakte Frederick Edwin Church (1826-1900) in Amerika én Europa verpletterende indruk met zijn panorama van de Niagara Falls en bracht hij de Hudson River School tot een nieuw hoogtepunt.

Robert Hughes: Well, the idea that you redeem yourself from the sins of Europe; that you can leave the past behind, while at the same time bringing elements of culture, its cultural baggage with you, is very important to Americans. I mean, the Puritans thought that they could do it by, you know, by means of the religious revolution. Then when it became apparent that the–there was this immense field outside of the coastal settlement into which Americans, into which new Americans could move, which they could conquer, dominate, appropriate, and displace the original inhabitants of, there was this almost religious search for the image of landscape, you know, for the discovery of the image of God in the landscape, and, as it were, the appropriation of divine will into human will.
fragment uit American Visions (1997)
van Robert Hughes, episode 3:
The Wilderness and the West
This echoes through and through the paintings of the 19th century, and, you know, you might say that landscape painting is the great religious art form of America. And it became so really as early as the 1820′s with Thomas Cole. The reason why the wilderness has always played such a vast part in the American imagination is not just because it was there. It’s because the constructions that European Americans made of it.
 
Bron: youtube.com

Hudson River School
Asher B. Durand (1796-1886)
Thomas Cole (1801-1848)
John F. Kensett (1816-1872)
Martin Johnson Heade (1819-1904)
George Inness (1825-1894)
Frederick Church (1826-1900)
Albert Bierstadt (1830-1902)

thomascole.org | Hudson River School [ artchive.com]

Italiëgangers [ 2 ]

Pierre-Henri de Valenciennes (1750-1819)
en de Prix de Rome voor het historische landschap (vanaf 1817)

Sinds de zestiende eeuw was de reis naar Italiëvoor de meeste kunstenaars een bijna verplicht nummer. Toch gaven niet alle kunstenaars gehoor aan de lokroep van het land van de antieken. Aan het einde van de zestiende eeuw was een levendige handel van prenten op gang gekomen, zodat de kunstenaars ten noorden van de Alpen hun voorbeelden konden bestuderen zonder de moeizame reis te ondernemen. Zo had Rembrandt bijvoorbeeld geen enkele behoefte om de reis naar Italiëte maken. Hij gebruikte zijn omvangrijke collectie prenten en rekwisieten, zoals wij nu het internet gebruiken om een virtuele reis te maken naar een ander land. Ook Delacroix, die bijna 200 jaar later leefde, wilde Italiënooit bezoeken; hij gaf de voorkeur aan Noord-Afrika. Maar de meeste schilders die in de gelegenheid waren om hun Italiëreis te maken, die gingen. Vanaf 1666 was door Lodewijk XIV de Prix de Rome ingesteld, die de reis naar Italiëen Rome in het bijzonder onder jonge kunstenaars stimuleerde.

Prix de Rome
Villa MediciDe Prix de Rome vindt zijn fundament bijna 350 jaar geleden in Frankrijk. Vanaf het begin van de zestiende eeuw geldt de klassieke oudheid als bakermat van de Europese kunst. Voor de meeste Noordeuropese kunstenaars ontbreken dan echter de mogelijkheden om het klassieke Rome te bezoeken. Een enkeling durft de (voet-)tocht over de Alpen wel te maken. En komt terug met verhalen, prenten en een enkele keer met een klein schilderij met een klassiek, mythologisch onderwerp of een landschap uit de omgeving van Rome. Koning Lodewijk XIV besluit dat Franse kunstenaars de klassieken met eigen ogen moeten kunnen bekijken en bestuderen. De door hem opgerichte „Académie Royale de Peinture et de Sculpture„ stelt daartoe in 1666 de Prix de Rome in. De prijs is een vorstelijk geldbedrag (stipendium) waarmee de winnaar maar liefst vier jaar in Rome kan werken: aan de „Académie de France„ die dan is gevestigd in de Villa Medici. Temidden van de klassieke omgeving van het Oude Rome.

Met Frankrijk als voorbeeld groeit in Nederland aan het einde van de achttiende eeuw de belangstelling voor een kunstreis naar Italië. Tijdens de Franse bezetting geeft Lodewijk Napoleon, de jongere broer van de keizer, opdracht tot oprichting van een Koninklijke Akademie. Ook voert hij, eveneens naar Frans voorbeeld, de Nederlandse Prix de Rome in. In 1817 is één en ander onder koning Willem I vastgelegd.
Bron: prixderome.nl

Ook de Franse schilders, die de grootste reputatie hadden op het gebied van landschapsschilderkunst, gaven vanaf de zeventiende eeuw steeds vaker gehoor aan de lokroep van Rome. Dat werd gestimuleerd door de oprichting aldaar, in 1666, van de Académie de France die de studie van de beste leerlingen van de Koninklijke School voor schilder- en beeldhouwkunst moest bevorderen. Al snel zwierven Franse kunstenaars uit over heel Italië. Zo werd Venetiëeerst een pelgrimsoord van de romantici en vervolgens van de symbolisten. In Florence leek het landschap volgens de neoclassicistische schilder Pierre Henri de Valenciennes “op de schilderijen van Poussin“. En ook het zuiden van het land, met al zijn archeologische schatten, maakte al vroeg deel uit van de grand tour. Het voornaamste doel van de Italië-reis bleef echter Rome. De beursstudenten van de Villa Medici, waar de Académie de France in de negentiende eeuw werd gevestigd, dienden daar hun opleiding tot de grand goût te vervolmaken.
 
Bron: gemeentemuseum.nl/

Pierre-Henri de Valenciennes, een van de leerlingen van Jacques-Louis David, verbleef lange tijd in Rome en propageerde de landschapsschilderkunst in Frankrijk. Hij schreef een theoretisch werk over het zgn. ‘historische landschap’ en ijverde voor een aparte Prix de Rome voor deze categorie. Pas in 1817, twee jaar voor zijn dood, werd voor het eerst een Prix de Rome voor het historische landschap uitgereikt. Het betekende een officiële herwaardering van de landschapsschilderkunst, die met de School van Barbizon en de impressionisten in de negentiende eeuw zo belangrijk zou worden.

Valenciennes
Pierre Henri de Valenciennes, 1790
klassiek Grieks landschap met meisjes die aan de rivier hun haar offeren aan de godin Diana

In Parijs had men al in 1791 voorgesteld om de leerlingen van de Académie des Beaux-Arts les te geven in landschapskunst en een aparte Prix de Rome in te stellen voor het ‘historische landschap’. Pas in 1817 werd de eerste prijs uitgereikt, vooral door toedoen van één van de docenten aan de Parijse Académie, Pierre Henri de Valenciennes, die een voorstander was van een herwaardering van de landschapskunst. Het ‘historische landschap’ was echter een landschap in de traditie van Poussin, dat wil zeggen een geïdealiseerd landschap in een Italiaanse sfeer, voorzien van tempels of ruïnes en bevolkt door figuren uit de Griekse of Romeinse mythologie.
Bron: digischool.nl

Valenciennes
Twee cypressen bij Villa Farnese
Dit Hopperiaanse schilderij uit 1785 van
Valenciennes was zijn tijd ver vooruit
Pierre-Henri de Valenciennes est né le 6 décembre 1750 dans la capitale languedocienne d’un père maître perruquier, Pierre Devalenciennes (1724-1754) et de Marguerite Abel, fille d’un maître tapissier. Son éducation artistique commence par l„apprentissage de la musique et du violon à la maîtrise de la cathédrale Saint-Étienne. Il étudie ensuite la peinture à  l’Académie royale de Toulouse en 1770-1771, ou Jean-Baptiste Despax (1710-1773) et Guillaume Bouton (1730-1782) sont ses professeurs. Il effectue des voyages dans le sud de la France et découvre l Italie en 1769, au cours d„une excursion en compagnie de son protecteur et mécène Mathias Dubourg (1746-1794), futur conseiller au parlement de Toulouse.
 
Entre 1777 et 1785, sans doute grâce à ses appuis financiers et à ses relations, Pierre-Henri de Valenciennes s’établit à  Rome. Le peintre entretient des contacts avec les pensionnaires du palais Mancini, mais également avec les autres artistes établis ou de passage dans la ville éternelle, comme les Parisiens Jacques-Louis David et Quatremère de Quincy, ou les Toulousains François Cammas et Joseph Roques. Au contact de ses pairs, en étudiant les ” antiques ” et les paysages romains, il affine son goût pour les représentations de la nature qui s éloignent de la manière traditionnelle et tendent vers un nouveau langage formel, épuré, choisissant des angles de vue insolites ou privilégiant le traitement atmosphérique des scènes. Il revient peu à Paris, ou l’on signale néanmoins sa présence vers 1781, date à laquelle il a probablement fréquenté le paysagiste Claude-Joseph Vernet (1714-1789).
 
Bron: pedagogie.ac-toulouse.fr

Pierre-Henri de Valenciennes [artcyclopedia.com]