Vorige maand was ik onder de indruk van La Meglio Gioventu, een Italiaanse familiekroniek die zich afspeelt tussen 1966 en de tegenwoordige tijd. Het riep bij mij de herinneringen op aan het epos Novecento dat ik een jaar of twintig geleden voor het laatst zag. Anders dan La Meglio Gioventu is Novecento typisch Italiaanse cinema met veel schilderachtige fotografie. De cinematografie is die van het brede gebaar, dus met veel pans. Ook al is de landstreek waar de film zich afspeelt van een indrukwekkende saaiheid (een dijk langs rijen aangeplante bomen), door de atmosferische opnamen krijgt het iets verhevens en tijdloos. Eigenlijk wel jammer dat de film in het engels is opgenomen.

Sommige beelden uit Novecento zouden bijna uit een communistische propagandafilm kunnen komen: close ups van getekende boerenkoppen en wapperende rode vlaggen. Bernardo Bertolucci heeft van zijn rotsvaste geloof in het socialisme dan ook nooit een geheim willen maken. De fascisten zijn in zijn film ondubbelzinnig de slechterikken. In de linkse jaren van polarisatie toen Novecento werd opgenomen (1976) had men met dit zwart-witbeeld dan ook helemaal geen moeite.
Bron: rug.nl
Una giornata particolare
Afgelopen weekend deed NRC Handelsblad Una giornata particolare (1977) van Ettore Scola aan zijn lezers cadeau. Net als in Novecento vormt het fascisme in deze film een decor. Maar terwijl Bertolucci met Novecento ook een politiek pamflet heeft gemaakt, is Scola’s film een indringend verhaal geworden over twee mensen die de gevangenen zijn van de omstandigheden en troost vinden bij elkaar.
Una giornata particolare
„La Meglio Gioventu„ vertelt het verhaal van twee broers, Nicola en Matteo Carati. We ontmoeten hen voor het eerst in de jaren zestig – Nicola studeert medicijnen, Matteo literatuur – en blijven hen volgen tot in 2002. In de tussentijd zien we hoe Matteo zijn emotionele problemen probeert te onvluchten door eerst het leger in te gaan en vervolgens een logische overstap naar de politie te maken. Hoe Nicola na de overstromingen in Firenze Giulia ontmoet, een vrouw die er gevaarlijke banden met de Rode Brigade (een communistische terroristische organisatie) op nahoudt. Belangrijke historische gebeurtenissen (de studentenopstand, de sluiting van Fiat, politieke corruptie, de macht van de maffia in Sicilië, de hervormingen in de medische sector enz.), dienen als achtergrond voor een kleiner, persoonlijk verhaal van geboortes, sterfgevallen, huwelijken en vriendschappen. Een persoonlijk verhaal dat onmogelijk samen te vatten is gezien de lengte ervan, maar dat zich in ieder geval genoeglijk uitstrekt over zes uur en ons gaandeweg meer dan genoeg gelegenheid biedt om de personages te leren kennen en betrokken te raken bij hun leven.
Veel minder bekend dan Huizinga’s Herfsttij der Middeleeuwen, maar wat mij betreft ook een klassieker is Duecento van Hélène Nolthenius. Het is een gepopulariseerde versie van het onderzoek waar ze in 1948 op promoveerde en het werd Nolthenius’ eerste grote publiekssucces. Duecento. Zwerftocht door Italië’s late middeleeuwen verscheen in 1951 als pocket bij Het Spectrum en ik heb daarvan een derde druk (zie afbeelding rechts) in mijn bezit. Wat mij zowel bij Huizinga als bij Nolthenius onmiddellijk opvalt, is het rijke beeldende taalgebruik.
Hélène Nolthenius werd grootgebracht met muziek – piano en zang – en met verhalen uit de Griekse mythologie. Haar vader was cellist in het Concertgebouworkest. Religie speelde thuis geen rol, al las de moeder haar enige kind wel eens voor uit de kinderbijbel. Hélènes ontvankelijkheid voor religiositeit werd gevoed door onder meer de lezing, op dertienjarige leeftijd, van De Heilige Franciscus van Assisi, een vertaling van de romantische biografie van de katholiek geworden Deen Johannes Jørgensen uit 1907. [ Bron: 












