



Michaela kocht drie weken geleden een CD-box met drie klassiekers van de legendarische Jazzpianist Bill Evans (1929-1980). Sharp Notes is een bundeling van zijn vroege albums New Jazz Conceptions (1956), Everybody Digs Bill Evans (1958) en Portrait in Jazz (1959). In de periode maakte Evans Miles Davis’s sextet en drukte daar een zwaar stempel op. In 1959 verscheen hun album Kind of Blue, het meest verkochte Jazzalbum aller tijden.
In het laatste deel van de documentaire A personal journey with Martin Scorsese through American movies liet Scorsese zien hoe regisseurs uit Hollywood omgingen met de Motion Picture Production Code (Hays Code), een fatsoenscode die tussen 1930 en 1968 de artistieke vrijheid van regisseurs inperkte. Films mochten alleen worden uitgebracht in Amerikaanse bioscopen als er geen verwijzingen waren naar seksualiteit, homoseksualiteit, rassenvermenging, abortus en drugs. Expliciet geweld was eveneens taboe.
De regisseurs die de grenzen van de Hays Code opzochten, verdeelt Scorcese in twee groepen: de smokkelaars en de beeldenstormers. De Smuggler probeert door de mazen van de code heen te glippen, de Iconoclast kiest voor de frontale aanval en daagt het systeem uit.
The Director as Smuggler
Silver Lode (Allan Dwan, 1954), All That Heaven Allows (Douglas Sirk, 1955), Bigger Than Life (Nicholas Ray, 1956), Forty Guns (Samuel Fuller, 1957), Pickup on South Street (Samuel Fuller, 1953), Shock Corridor (Samuel Fuller, 1963), Two Weeks in Another Town (Vincente Minnelli, 1962)

The Director as Iconoclast
Broken Blossoms (D.W.Griffith, 1919), The Wedding March (Erich von Stroheim, 1928), I Am a Fugitive from a Chain Gang (Mervyn LeRoy, 1932), Hell’s Highway (Rowland Brown, 1932), Wild Boys of the Road (William Wellman, 1933), Heroes for Sale (William Wellman, 1933), The Scarlet Empress ( Josef von Sternberg, 1934)

Citizen Kane (Orson Welles, 1941), The Magnificent Ambersons (Orson Welles, 1942), A Streetcar Named Desire (Elia Kazan, 1951), On the Waterfront (Elia Kazan, 1954), The Man with the Golden Arm (Otto Preminger, 1955), Sweet Smell of Success (Alexander Mackendrick, 1957), One, Two, Three (Billy Wilder, 1961)

openingszin uit Lolita van Nabokov
Na een strijd van bijna veertig jaar werd de Hays Code in 1967 eindelijk gebroken door regisseur Arthur Penn. In de beroemde sterfscene van Bonnie and Clyde wordt expliciet getoond hoe de twee gangsters met kogels doorzeefd worden. Het hek was van de dam. In het begin van de jaren zeventig volgden een reeks zeer geweldadige films, waaronder The Godfather en Dirty Harry films en natuurlijk Taxi Driver van Martin Scorcese zelf.
Bonnie and Clyde (Arthur Penn, 1967), Lolita (Stanley Kubrick, 1962), Barry Lyndon ( Stanley Kubrick, 1975), Faces (John Cassavetes, 1968), America America (Elia Kazan, 1963), The Grapes of Wrath (John Ford, 1940)
In de voetsporen van Heidegger
Voetnoten bij de 19e eeuw
Amerikaanse Burgeroorlog
Napoleon en zijn schilders
Landschapsschilders uit de Goethezeit
Schilders in Italië
De schilder en zijn broodheer
De waakzaamheid van het hart
Ovidius’ Metamorphosen
Dantes Divina Commedia
Wolkenkrabbers
Op zoek naar de atoomstijl
Een avontuur van luitenant Blueberry
My favourite things