Maandelijks archief: januari 2013

scherpe noten

luisteren naar de compilatie CD Sharp Notes van Bill Evans

Bill EvansMichaela kocht drie weken geleden een CD-box met drie klassiekers van de legendarische Jazzpianist Bill Evans (1929-1980). Sharp Notes is een bundeling van zijn vroege albums New Jazz Conceptions (1956), Everybody Digs Bill Evans (1958) en Portrait in Jazz (1959). In de periode maakte Evans Miles Davis’s sextet en drukte daar een zwaar stempel op. In 1959 verscheen hun album Kind of Blue, het meest verkochte Jazzalbum aller tijden.

Na een korte periode in het leger komt in 1956 zijn eerste plaat uit: New Jazz Conceptions, met Teddy Kotick op contrabas en Paul Motian op drums. Pas twee jaar later verschijnt er een nieuwe plaat, Everybody Digs Bill Evans, deze keer met bassist Sam Jones en drummer Philly Joe Jones. In hetzelfde jaar wordt hij gevraagd door Miles Davis om zich bij diens sextet te vervoegen. De groep bestaat uit Miles, John Coltrane, Cannonball Adderley, Bill, Paul Chambers en Jimmy Cobb. Evans blijft maar één jaar bij de groep en is al opgestapt om een eigen trio te beginnen, als Miles hem in maart 1959 vraagt voor de beroemde plaat Kind Of Blue. Voor een groot stuk bepaalt Bill Evans de kleur en het concept van deze plaat, getuige het door hem (en niet door Miles Davis) gecomponeerde Blue In Green. Blue In Green is al eens eerder opgenomen met als titel Some Other Time, dat later verscheen op de cd versie van Everybody Digs Bill Evans. In 1959 vormt Bill Evans zijn bekendste trio met op bas Scott LaFaro en op drums Paul Motian. Het trio heeft een heel eigen geluid en kenmerkend is de interactie tussen de drie muzikanten. Het trio heeft samen vier lp’s opgenomen: Portrait in Jazz (1959), Explorations (1961), Sunday at the Village Vanguard (1961) en Waltz for Debby (1961).
 
Bron: nl.wikipedia.org

volgens scorsese [ 3 ]

woensdagavond gezien op Holland Doc: A personal journey
with Martin Scorsese through American movies
Part III

ScorseseIn het laatste deel van de documentaire A personal journey with Martin Scorsese through American movies liet Scorsese zien hoe regisseurs uit Hollywood omgingen met de Motion Picture Production Code (Hays Code), een fatsoenscode die tussen 1930 en 1968 de artistieke vrijheid van regisseurs inperkte. Films mochten alleen worden uitgebracht in Amerikaanse bioscopen als er geen verwijzingen waren naar seksualiteit, homoseksualiteit, rassenvermenging, abortus en drugs. Expliciet geweld was eveneens taboe.

De regisseurs die de grenzen van de Hays Code opzochten, verdeelt Scorcese in twee groepen: de smokkelaars en de beeldenstormers. De Smuggler probeert door de mazen van de code heen te glippen, de Iconoclast kiest voor de frontale aanval en daagt het systeem uit.

The Director as Smuggler
Silver Lode (Allan Dwan, 1954), All That Heaven Allows (Douglas Sirk, 1955), Bigger Than Life (Nicholas Ray, 1956), Forty Guns (Samuel Fuller, 1957), Pickup on South Street (Samuel Fuller, 1953), Shock Corridor (Samuel Fuller, 1963), Two Weeks in Another Town (Vincente Minnelli, 1962)

Broken Blossoms
In Broken Blossoms or The Yellow Man and the Girl (1919) wordt een boeddhistische oosterling verliefd op een blank meisje (Lilian Gish), een taboe in die tijd.

The Director as Iconoclast
Broken Blossoms (D.W.Griffith, 1919), The Wedding March (Erich von Stroheim, 1928), I Am a Fugitive from a Chain Gang (Mervyn LeRoy, 1932), Hell’s Highway (Rowland Brown, 1932), Wild Boys of the Road (William Wellman, 1933), Heroes for Sale (William Wellman, 1933), The Scarlet Empress ( Josef von Sternberg, 1934)

Scarlett Empress
Marlene Dietrich als Catherina de Grote in Scarlett Empress (1934) van Joseph von Sternberg

Citizen Kane (Orson Welles, 1941), The Magnificent Ambersons (Orson Welles, 1942), A Streetcar Named Desire (Elia Kazan, 1951), On the Waterfront (Elia Kazan, 1954), The Man with the Golden Arm (Otto Preminger, 1955), Sweet Smell of Success (Alexander Mackendrick, 1957), One, Two, Three (Billy Wilder, 1961)

Lolita
Veel regisseurs die de Hays Code tartten, kozen controversiële onderwerpen. Zo verfilmde Stanley Kubrick in 1962 de verboden roman Lolita waarin een 40-jarige man valt voor een twaalfjarig meisje.
Lolita, light of my life,
fire of my loins.

openingszin uit Lolita van Nabokov

Na een strijd van bijna veertig jaar werd de Hays Code in 1967 eindelijk gebroken door regisseur Arthur Penn. In de beroemde sterfscene van Bonnie and Clyde wordt expliciet getoond hoe de twee gangsters met kogels doorzeefd worden. Het hek was van de dam. In het begin van de jaren zeventig volgden een reeks zeer geweldadige films, waaronder The Godfather en Dirty Harry films en natuurlijk Taxi Driver van Martin Scorcese zelf.

Bonnie and Clyde (Arthur Penn, 1967), Lolita (Stanley Kubrick, 1962), Barry Lyndon ( Stanley Kubrick, 1975), Faces (John Cassavetes, 1968), America America (Elia Kazan, 1963), The Grapes of Wrath (John Ford, 1940)

hollanddoc.nl | A personal journey with Martin Scorsese