Op 5 oktober a.s. is het driehonderd jaar geleden dat de Franse Verlichtingsfilosoof en encyclopédist Denis Diderot geboren werd. Hij was ook een van de eerste kunstcritici en bezocht negen maal de tweejaarlijkse salon in Parijs, om precies te zijn die van 1759, 1761, 1763, 1765, 1767, 1769, 1771, 1779 en 1781. Als man van het volk bekritiseerde hij de behaagzieke schilderkunst van François Boucher (1703-1770) en propageerde hij de moraliserende genretaferelen van Jean-Baptiste Greuze (1725-1805). Hij was met verschillende schilders bevriend waaronder Greuze en Fragonard die allebei een portret van hem schilderden.

geschilderd in Sint-Petersburg waar Diderot in 1773 voor enkele maanden verbleef aan het hof van Katharina de Grote
De Russisch-Oekraïense schilder Dmitry Grigoryevich Levitzky (1735-1822) werd geboren in Kiev als zoon van een geestelijke en graveur. Nadat hij eerst van zijn vader tekenonderwijs had gekregen, werd hij een leerling van Aleksey Antropov die naar Kiev was gekomen om de kathedraal van de heilige apostel Andreas te beschilderen. In 1770 brak Levitzky door als portretschilder nadat er zes portretten van zijn hand in de Keizerlijke Academie van Beeldende Kunsten in Sint-Petersburg tentoongesteld waren. Daarna werd hij leraar aan de Academie van Beeldende Kunsten en bleef tot 1788 in Sint Petersburg lesgeven. Levitzky had altijd veel opdrachten, maar liet zich slecht betalen. Hij stierf armoedig in 1822.
Diderot’s Salons: Art Criticism of Greuze, Chardin, Boucher and Fragonard

Na bijna twintig jaar las ik afgelopen week weer het verhaal van een Russische pelgrim. Het is een klein en eenvoudig boekje dat ergens tussen 1853 en 1863 geschreven moet zijn. Het manuscript werd jarenlang in een klooster bewaard voordat het in 1884 in Kazan gepubliceerd werd. Buiten Rusland bleef het onbekend. Pas in 1930 verscheen een Engelse vertaling. Na de oorlog kwam er ook een Nederlandse vertaling. 













