Maandelijks archief: januari 2021

Geschiedenis op de cm² [ 5 ]

De geschiedenisles op Duitse postzegels

De Duitsers hebben een sterk historisch bewustzijn. Ook Duitse postzegels getuigen daarvan. Sinds 1949 heeft de Deutsche Bundespost (na 1992 de Deutsche Post) bijna tweehonderd herdenkingspostzegels uitgegeven met historische plaatsen en gebeurtenissen en nog veel meer met historische figuren. Wie Duitse postzegels verzamelt, krijgt zo ook een geschiedenisles.
Deze keer: Katholiek Duitsland op de postzegel

Heiligen
Emissies uit 2004, 2007, 1993 en 1994: Hl. Bonifatius (672-754), Hl. Elisabeth von Thuringen (1207-1231), Hl. Hedwig (1174-1243) en Hl. Wolfgang (924-994)
Sankt Wolfgang von Regensburg 924-994
Der katholische Gedenktag (St. Wolfgangs Tag) des Heiligen ist der 31. Oktober. Es handelt sich dabei um einen nicht gebotenen Gedenktag im Allgemeinen Römischen Kalender. Sein Hochfest wird in Regensburg begangen, wo auch am 7. Oktober die Übertragung der Gebeine gefeiert wird.
 
Bron: de.wikipedia.org
Kardinalen
Emissies uit 1996, 1977, 1985 en 1965: Kardinaal Von Galen (1878-1946), Bischof von Ketteler (1811-1877), Romano Guardini (1885-1968) en Adolph Kolping (1813-1865)
Adolph Kolping 1813-1865
Kolping war ein deutscher katholischer Priester, der sich insbesondere mit der sozialen Frage auseinandersetzte, und der Begründer des Kolpingwerkes.
 
Bron: de.wikipedia.org
Pausen
Emissies uit 1969, 2005 en 2007: Paus Johannes XXIII (1881-1963), Paus Johannes Paulus II 1920-2005) en Paus Benediktus XVI (*1927)

Geschiedenis op de cm² [ 4 ]

De geschiedenisles op Duitse postzegels

De Duitsers hebben een sterk historisch bewustzijn. Ook Duitse postzegels getuigen daarvan. Sinds 1949 heeft de Deutsche Bundespost (na 1992 de Deutsche Post) bijna tweehonderd herdenkingspostzegels uitgegeven met historische plaatsen en gebeurtenissen en nog veel meer met historische figuren. Wie Duitse postzegels verzamelt, krijgt zo ook een geschiedenisles.
Deze keer: Goethe op het kleinste visitekaartje van Duitsland

goetheTussen 1950 en 1918 gaf de Deutsche Bundespost 425 herdenkingspostzegels uit met 372 unieke historische figuren. De zogenaamde “Dauerbriefmarken” zijn daarbij niet inbegrepen. Dat zijn vijf tot zes postzegels per jaar ter gelegenheid van de zoveelste geboorte- of sterfdag. Vergeleken met Nederland is dat veel, want hier worden nauwelijks postzegels uitgegeven met historische figuren. De enige Nederlanders die vaak op postzegels staan afgebeeld, zijn twee koningen, drie koninginnen én Rembrandt. Historische figuren blijven op de Nederlandse postzegel toch een ondergeschoven kindje.

Dat Rembrandt “onze” nationale held is en Goethe die van Duitsland wisten we al. Op afstand staan zij op nummer 1 als het gaat om het aantal postzegels waarop hun naam of portret staat. De twee bekendste portretten van Goethe, dat van Tischbein uit 1787 (Goethe in de Campania) en dat van Stieler uit 1828, zijn meerdere malen voor een postzegel gebruikt.

rechts: emissies ter gelegenheid van Goethes 150e sterfdag (1982), zijn 250e geboortedag (1999) en het beroemde schilderij Goethe in de Campania (2018) van Tischbein.
goethe
In 1949 werd de 200e geboortedag van Goethe gevierd. Er verschenen maar liefst elf postzegels van hem en werden uitgeven door de Deutsche Post, de voorloper van de Deutsche Bundespost.
goethe
In 1949 werd de 200e geboortedag van Goethe gevierd. Er verschenen maar liefst elf postzegels van hem en werden uitgeven door de Deutsche Post, de voorloper van de Deutsche Bundespost.
goethe
Goethes portret verscheen ook in twee series langlopende frankeerzegels.(links 1926 en rechts 1961)

Habsburg Revisited [ 2 ]

Gezien op Arte: Maria Theresa deel vier (2019)

maria theresaIn 2017 was het 300 jaar geleden dat Maria Theresa (1717-1780) geboren werd, de dochter van de Habsburgse keizer Karel VI die in 1740 haar vader zou opvolgen. Volgens de Salische wet moest de troonopvolger mannelijk zijn. Omdat Karel VI geen mannelijke opvolger had, kondigde hij in 1713 de Pragmatieke Sanctie af die het mogelijk maakte dat het Heilige Roomse Rijk een vrouwelijke troonopvolger kreeg. Maar Frankrijk erkende de pragmatieke sanctie niet waardoor met de dood van Karel VI in 1740 de Oostenrijkse Successieoorlog zou uitbreken. Oostenrijk zou ook in oorlog komen met Pruisen, want Frederik de Grote maakte in 1740 van de gelegenheid gebruik om in de Eerste Silezische Oorlog Silezië te annexeren.

Deze gebeurtenissen staan centraal in de miniserie Maria Theresa, waar in 2017 twee episoden van werden gemaakt en twee jaar later nog eens twee afleveringen. Het resultaat is een voortreffelijke kostuumfilm. Alleen al voor het eerste seizoen werden 2500 kostuums gemaakt en 700 pruiken! Ook zijn er schitterende locaties gekozen, met name in Tsjechië. In Praag, Valtice en Brno komt het Habsburgse Rijk weer helemaal tot leven.

Van SwietenDe art direction van Maria Theresa had echter een beter scenario verdiend. Het verhaal zit vol historische onjuistheden en dat is erg jammer, want bij het grote publiek ontbreekt de historische kennis om dat te kunnen zien. Het tweede seizoen van Maria Theresa (episodes 3 en 4) speelt zich af tussen juli 1740 en voorjaar 1743. Maar sommige personages waren in die tijd nog niet op het toneel verschenen. Zo speelt de Leidse arts Gerard van Swieten (1700/1772) een belangrijke rol in episode 4, maar deze zou in werkelijkheid pas in juni 1745 de lijfarts van Maria Theresa worden. En de zelfmoord van de Kroatische baron Franjo Trenk (Franz Freiherr von der Trenck) in zijn cel in Brno vindt pas in 1749 plaats.

Toch zijn dergelijke historische onnauwkeurigheden niet hinderlijk en een scenarist te vergeven. Maar wat echt stoort, is de verhaallijn in de vierde episode waarin de keizerin een affaire heeft tijdens een zomerverblijf in Olomouc (Olmütz) en daarna een buitenechtelijk kind krijgt. Dit is nooit het geval geweest. Van al haar zestien (!) kinderen staat het vast dat ze verwekt werden door haar man Franz I Stephan van wie ze veel hield. Overigens hield deze er zelf wel andere vrouwen op na, maar Maria Theresa is haar echtgenoot toch altijd trouw gebleven.

In dezelfde verhaallijn brengt de Tsjechische scenarist Miroslava Zlatníková ook een ongenuanceerd en ongeloofwaardig beeld van de Rooms-katholieke kerk naar voren en maakt op een goedkope manier gebruik van de negatieve sentimenten die er bij het grote publiek leven omtrent de Rooms-katholieke kerk als schijnheilig machtsinstituut. Vader Johannes, de persoonlijke biechtvader van de keizerin speelt in deze verhaallijn een rol van slechterik, die geen genade kent tegenover zondaars.

Ondanks het ondermaatse scenario is Maria Theresa het aankijken zeker waard. Er worden niet vaak kostuumfilms gemaakt die zich afspelen in de eerste helft van de achttiende eeuw. Rond 1740 kwam de allongepruik aan het hof nog steeds voor en ook de mode verwijst nog duidelijk naar het hof van Versailles onder Lodewijk XIV. Maria Theresa maakte na 1740 van Schloss Schönbrunn haar eigen Versailles.

Habsburg Revisited [ 1 ]

Erinnerungslandschaft [ 3 ]

vandaag is het precies 150 jaar geleden
dat in de spiegelzaal van Versailles het Duitse Keizerrijk werd uitgeroepen

In het Duitse Keizerrijk (18 januari 1871 – 9 november 1918) werd de overwinning op Frankrijk in de oorlog van 1870-1871 uitbundig gevierd. Tussen 1871 en 1898 verschenen er in Duitsland alleen al 7000 historische werken over de Frans-Duitse oorlog en ontwikkelde zich een heus “Erinnerungslandschaft” van nationale monumenten. Maar na 1945 wordt er nauwelijks nog teruggekeken op de Frans-Duitse Oorlog en geldt deze oorlog als een “vergeten conflict’. Hoe komt dat? En wat is er nog over van dat Erinnerungslandschaft bij onze oosterburen? Een drieluik over de Frans-Duitse Oorlog.

Met de proclamatie van het Duitse Keizerrijk op 18 januari 1871 was ook het proces van Duitse eenwording voltooid. Dat begon al in 1815 nadat Napoleon definitief verslagen werd en de Duitse Bond werd opgericht. Maar door de vijf grote mogendheden Engeland, Rusland, Oostenrijk, Pruisen en Frankrijk die na 1815 samen het Concert van Europa vormden, werden liberale bewegingen onderdrukt. Het is tegenwoordig nauwelijks voor te stellen, maar liberalisme stond tijdens de Restauratie (1815-1848) gelijk aan nationalisme. Het nationalisme leefde vooral in Duitsland en Italië waar ondanks de culturele en taalkundige eenheid een enorme versnippering bestond van koninkrijken, hertogdommen en kleine staten. Pas in 1848 zou het nationalisme de wind in de rug krijgen. Italië werd voorlopig verenigd in 1861 en het proces van Duitse eenwording begon pas goed in 1862 nadat Bismarck de eerste minister van Pruisen was geworden.

Eenwording heeft in eerste instantie een positieve betekenis, omdat het synoniem lijkt met verbroedering. De Ode an die Freude van Beethoven met de zin Alle Menschen werden Brüder werd niet voor niets verheven tot de Europese hymne. Toch heeft eenwording ook zijn schaduwkanten, in het bijzonder voor degenen die hun zelfstandigheid niet willen verliezen en zich verzetten tegen centralisatie. Zoals er nu verzet is tegen “meer Europa”, was er in de jaren zestig van de negentiende eeuw toen het proces van Duitse eenwording eenmaal op gang gekomen was, verzet tegen “meer Pruisen”.

Zoals er nu verzet is tegen “meer Europa”, was er in de jaren zestig van de negentiende eeuw toen het proces van Duitse eenwording eenmaal op gang gekomen was, verzet tegen “meer Pruisen”.

Vooral in het Koninkrijk Beieren voelde men in de jaren vóór de proclamatie van het Duitse Keizerrijk de bui al hangen. Koning Ludwig II zocht zelfs toenadering tot Napoleon III. Hij was niet vergeten dat de oom van de Franse Keizer, Napoleon in 1806 Beieren tot een koninkrijk had gemaakt. Maar Pruisen bleek te sterk. Dat bleek in 1866 toen in de Slag bij Königgrätz de Oostenrijkers door de Pruisen verslagen werden. Er kwam een einde aan de Duitse Bond die op het Congres van Wenen was opgericht en aan het dualisme tussen Berlijn en Wenen. Een jaar later werd de Noord-Duitse bond opgericht, de opmaat naar het Keizerrijk. Zes staten in het Zuiden van Duitsland, waaronder Beieren, Baden en Württemberg bleven uitdrukkelijk buiten de Noord-Duitse bond. Maar hun onafhankelijkheid was nu nog een kwestie van tijd. Vier jaar om precies te zijn.

Porta Westfalica
bombastisch nationalisme: het monument van keizer Wilhelm I bij Porta Westfalica (1892-1896)

In augustus 1870 lukte het Bismarck om een oorlog uit te lokken met Frankrijk. De Fransen verklaarden Pruisen de oorlog en de legers van Koning Wilhelm I trokken op naar Parijs. Op 1 en 2 september 1870 werd het Franse leger bij Sedan vernietigend verslagen. Keizer Napoleon III werd zelfs gevangen genomen. De Pruisen trokken onder het opperbevel van koning Wilhelm I, zijn zoon Friedrich Wilhelm en maarschalk Von Moltke op naar Parijs. Op 15 september begon de omsingeling van de Franse hoofdstad en vanaf 19 september was er sprake van een beleg.

Bismarck was een kille pragmaticus die niet niet alleen met bloed en ijzer de Duitse eenwording wilde smeden maar ook met ijzer en bloed de Fransen op hun knieën wilde krijgen. Hij wilde de Parijzenaars vermurwen met een langdurige artillerievuur maar veldmaarschalk Von Blumenthal die het bevel voerde over het beleg van Parijs, was daar op tegen. Een bombardement van de stad ging tegen het oorlogsrecht in. Bovendien en zou Bismarck daarmee de andere Europese mogendheden tegen Pruisen in het harnas jagen.

Omdat Pruisen niet de agressor was geweest van de Frans-Duitse Oorlog (maar deze wel opzettelijk had uitgelokt!) kon het met een conventioneel beleg van Parijs de Tweede Franse Republiek de vrede afdwingen. In de praktijk betekende dit een uithongering van de Parijse bevolking. Van 19 september 1870 tot 28 januari 1871 zouden er 47.000 Parijzenaars onder het beleg bezwijken. 24.000 duizend Franse soldaten werden gedood of verwond en 146.000 werden er krijgsgevangen genomen. Aan Pruisische zijde vielen slechts tweeduizend slachtoffers.

Tijdens het beleg waren er verschillende uitbraakpogingen maar niet één daarvan was succesvol. De laatste uitbraak was een dag na de proclamatie van het Duitse Keizerrijk in Versailles, op 19 januari 1871 bij Buzenval ten Westen van Parijs. De Pruisische kroonprins Friedrich Wilhelm wist de aanval met gemak af te slaan. Het was het begin van het einde. De Gouverneur van Parijs Louis Jules Trochu trad af en op 25 januari 1871 wilde Bismarck de stad alsnog laten bombarderen met zwaar geschut van Krupp . Drie dagen later gaf Parijs zich eindelijk over.

De vernedering van Frankrijk door Pruisen zou de verstandhouding tussen Frankrijk en Duitsland de komende 70 jaar gaan bepalen. In het laatste kwart van de negentiende eeuw verrezen overal in het Duitse Keizerrijk monumenten die de nationale trots van het Duitse volk moesten versterken én de Fransen moesten inpeperen dat zij nu degenen waren die onderop lagen. Het Duitse Keizerrijk eiste de hegemonie op, want de machtsverhoudingen op het Europese vasteland hadden zich nu omgekeerd.

We moeten niet vergeten dat Frankrijk tot de vernedering bij Sedan twee eeuwen het machtigste land op het continent was geweest en dat het vele oorlogen had uitgevochten op Duits grondgebied, niet alleen onder Napoleon, maar ook al tijdens de Dertigjarige Oorlog en de Negenjarige Oorlog. De Duitsers hadden toen zwaar onder de Franse militaire expedities geleden. En nu was dat eens zo machtige Frankrijk eens goed op zijn plaats gezet, nota bene in Versailles

De diplomatieke verhoudingen tussen Frankrijk en het Duitse Keizerrijk bevroren aanvankelijk. Het Franse ressentiment zat diep, maar Frankrijk kon niets doen. Pas in 1919 was er gelegenheid om revanche te nemen. Frankrijk liet de onderhandelingen op 18 januari 1919 beginnen en vernederde op hun beurt weer de Duitsers. Met de rampzalige gevolgen van deze vernedering zijn we bekend.

Na 1945 moesten Frankrijk en Duitsland, ook onder internationale druk, de noodzaak inzien van duurzame vrede door te streven naar economische samenwerking tussen Frankrijk en Duitsland. In 1951 werd de EGKS opgericht, de voorloper van de Europese Unie. Nationalisme werd vervangen door internationale samenwerking. De bombastische monumenten van nationale trots die tijdens het Duitse Keizerrijk waren opgericht, zouden na 1945 een belachelijke indruk maken. Spierballen-nationalisme dat per definitie provocerend was en ondermijnend voor de Frans-Duitse betrekkingen.

Het verenigde Europa kan het nationalisme missen als kiespijn. Toch heeft ook het verenigde Europa een eigen herdenkingscultuur gekregen, waarbij de nadruk steeds valt op “wat ons bindt en niet wat ons scheidt.” Bij Berus in het Saarland, werd in 1970 het Europäer Monument ingewijd.

Europäer Monument
Het Europäer Monument in het Saarland. Waar ooit de nationalistische monumenten van het Duitse keizerrijk verdeeldheid zaaiden, is er nu het bewustzijn gegroeid dat Duitsers en Fransen het samen zullen moeten doen.

Het verschil tussen dit monument en de monumenten van het Duitse Keizerrijk kan moeilijk groter zijn. In plaats van persoonsverheerlijking is er abstractie. In plaats van nationale trots internationale samenwerking. Of het een mooi monument is, is minder belangrijk als de oprechte intentie: dit monument wil de verbondenheid tussen Duitsland en Frankrijk tonen, zonder de oude wonden te verbergen. De twee landen worden zowel samen doorboord door dit leed als er samen door verbonden.

Erinnerungslandschaft [ 2 ]

morgen is het precies 150 jaar geleden
dat in de spiegelzaal van Versailles het Duitse Keizerrijk werd uitgeroepen

In het Duitse Keizerrijk (18 januari 1871 – 9 november 1918) werd de overwinning op Frankrijk in de oorlog van 1870-1871 uitbundig gevierd. Tussen 1871 en 1898 verschenen er in Duitsland alleen al 7000 historische werken over de Frans-Duitse oorlog en ontwikkelde zich een heus “Erinnerungslandschaft” van nationale monumenten. Maar na 1945 wordt er nauwelijks nog teruggekeken op de Frans-Duitse Oorlog en geldt deze oorlog als een “vergeten conflict’. Hoe komt dat? En wat is er nog over van dat Erinnerungslandschaft bij onze oosterburen? Een drieluik over de Frans-Duitse Oorlog.

Herdenken is een fenomeen dat bij uitstek tot het menselijke domein behoort. Bij onze menselijke conditie hoort de behoefte om te willen herinneren. Of om te willen vergeten. De herinnering wordt geritualiseerd in een collectieve, vaak nationale herdenking. Dat gebeurt in een jaar of op een dag wanneer de tijd “rond” is en we met elkaar kunnen zeggen: “vandaag is het precies zoveel jaar geleden dat…”

Herdenken kunnen we zelfs ook opvatten als een humanitaire plicht, zeker bij gebeurtenissen die zo ingrijpend waren voor de mensheid als geheel, dat we onszelf verplicht hebben deze nooit meer te vergeten. Zo wordt er in de Nationale Holocaust Herdenking jaarlijks in januari stilgestaan bij de holocaust. En op op 27 januari in het bijzonder, de dag dat in 1945 het concentratiekamp Auschwitz bevrijd werd. Herdenken geldt hier als imperatief. “Opdat we nooit mogen vergeten.”

Bij het fenomeen van het herdenken is het een interessante vraag waarom we de ene ingrijpende gebeurtenis wel herdenken en de andere juist niet. Deze vraag wierp zich bij mij op in de aanloop naar de 150e verjaring van de proklamatie van het Duitse Keizerrijk op 18 januari 1871 in het paleis van Versailles. Zeker geen onbelangrijke gebeurtenis en als je naar de gevolgen kijkt dan lag in dit momentum de kiem van twee wereldoorlogen die de twintigste eeuw tot de meest verschrikkelijke eeuw uit de wereldgeschiedenis hebben gemaakt.

SiegessauleToch lijkt het erop dat Duitsland en Frankrijk, nu gebroederlijk naast elkaar in de EU, samen de ferme wil hebben om deze historische gebeurtenis van formaat te willen vergeten. Nu het verenigde Europa de angel uit de vroegere vijandschap tussen Frankrijk en Duitsland heeft getrokken, lijkt er in de huidige politieke verhoudingen tussen Frankrijk en Duitsland geen enkele behoefte te zijn om 18 januari 1871 te herdenken.

Dit staat in schril contrast met de nationalistische herdenkingscultuur in het Duitse Keizerrijk, toen 2 september de nationale feestdag was, zoals 3 oktober dat sinds 1990 voor het huidige Duitsland is. Sedantag werd niet alleen gevierd als overwinning op de Franse erfvijand, maar vooral ook als Tag der Deutschen Einheit. In de herdenkingscultuur van het jonge Duitse Keizerrijk vormde zich een Erinnerungslandschaft van nationale monumenten. Deze waren vaak triomfantelijk, zoals de Siegessäule (1873) in Berlijn, maar waren soms ook opgericht als een waarschuwing naar Frankrijk. Zo was het Niederwalddenkmal (1883) bij Rüdesheim aan de Rijn vooral bedoeld als een Wacht am Rhein.

Het Niederwalddenkmal (1883) aan de Rijn.

De vernedering van Frankrijk door de Pruisen werd in de jaren na 1871 een nationaal trauma voor de Fransen. Het was uiterst pijnlijk dat ze het verlies van Elzas-Lotharingen moesten te accepteren, hoewel het in feite om een herovering ging, want in de Negenjarige Oorlog had Lodewijk XIV dit Duitse cultuurgebied aan Frankrijk toegevoegd. De Franse politicus Leon Gambetta zei in een toespraak in Saint-Quentin op 16 november 1871: “Pensons-y toujours, n’en parlons jamais.” (Denk er altijd aan, maar praat er nooit over.) De Fransman was zo in zijn trots zo gekrenkt, dat hij het eigenlijk niet wilde laten merken.

Versailles 1871 was een keerpunt in de Europese geschiedenis. Dieper had Bismarck de Fransen niet kunnen vernederen. Het zou de angel worden van de Frans-Duitse vijandschap, waar pas een einde aan zou komen met de Europese eenwording na de Tweede Wereldoorlog. Met de echo van Versailles zou Frankrijk op haar beurt in 1919 Duitsland vernederen. Want de verdragen die hier in 1919 en 1920 getekend werden, zouden de kiem leggen voor de Tweede Wereldoorlog.

Versailles 1871 zou de angel worden van de Frans-Duitse vijandschap, waar pas een einde aan zou komen met de Europese eenwording na de Tweede Wereldoorlog.

De historicus Albert Pignaud schreef in 1919 in La revue des deux mondes:“Les jours triomphants à Versailles cet été peuvent être considérés non seulement comme une rançon, mais aussi comme une conséquence lointaine des événements qui s’y sont déroulés en 1870, pendant les tristes mois de l’occupation prussienne.” (De triomfantelijke dagen in Versailles deze zomer [1919] kunnen niet alleen als losgeld worden gezien, maar ook als een verre consequentie van de gebeurtenissen die daar plaatsvonden in 1870, tijdens de droevige maanden van de Pruisische bezetting.)

Erinnerungslandschaft [ 1 ]

overmorgen is het precies 150 jaar geleden
dat in de spiegelzaal van Versailles het Duitse Keizerrijk werd uitgeroepen

In het Duitse Keizerrijk (18 januari 1871 – 9 november 1918) werd de overwinning op Frankrijk in de oorlog van 1870-1871 uitbundig gevierd. Tussen 1871 en 1898 verschenen er in Duitsland alleen al 7000 historische werken over de Frans-Duitse oorlog en ontwikkelde zich een heus “Erinnerungslandschaft” van nationale monumenten. Maar na 1945 wordt er nauwelijks nog teruggekeken op de Frans-Duitse Oorlog en geldt deze oorlog als een “vergeten conflict’. Hoe komt dat? En wat is er nog over van dat Erinnerungslandschaft bij onze oosterburen? Een drieluik over de Frans-Duitse Oorlog.

18 januari 1871 was niet zomaar een datum. Voor de proclamatie van het Duitse Keizerrijk had Bismarck zeer bewust voor deze dag gekozen omdat hij wilde verwijzen naar 18 januari 1701. Dat was namelijk de geboortedag van het Koninkrijk Pruisen en vooral ook het moment dat Pruisen in Europa mee begon te tellen als grote mogendheid. In feite was 18 januari voor Bismarck wat 2 december was voor Napoleon III. Op 2 december 1851 had de neef van Napoleon, Karel Lodewijk Napoleon met succes een staatsgreep gepleegd. Een jaar later zou hij op die dag het Tweede Franse Keizerrijk laten uitroepen met zichzelf als keizer Napoleon III van Frankrijk, precies 48 jaar nadat zijn oom Napoleon I zichzelf tot keizer had gekroond.

Proclamatie
De Proklamatie van het Duitse Keizerrijk in Versailles in 1871
een geschenk van keizer Wilhelm I aan Bismarck voor zijn 70e geboortedag in 1885

Ook de plek die Bismarck had uitgekozen, was niet zomaar een plek. De spiegelzaal van het Paleis van Versailles was voor de Fransen een soort heilige der heiligen. Versailles was het centrum geweest van het absolutisme waar Lodewijk XIV als zonnekoning geresideerd had. Door juist op deze plaats het Duitse Keizerrijk uit te roepen, werd Frankrijk tot op het bot vernederd.

Het Tweede Franse Keizerrijk was al vier maanden eerder ter ziele gegaan. Op 2 september 1870 behaalden de Pruisen een grote overwinning in de Slag bij Sedan waarbij zelfs de Franse keizer Napoleon III door de Pruisen gevangen werd genomen. Sedan werd zo het roemloze einde van het Tweede Franse Keizerrijk. Twee dagen later riep Leon Gambetta de Derde Republiek uit. Maar de strijd ging verder.

Uit diplomatieke redenen werd de proclamatie van het Duitse Keizerrijk op 18 januari niet het jaarlijkse hoogtepunt in de nationale herdenkingscultuur, maar 2 september. Op die dag vierden de Duitsers Sedantag. In Berlijn besefte men dat 18 januari te gevoelig lag voor de overige Duitse staten die zich bij de Reichsgründing hadden moeten neerleggen. De proclamatie in Versailles op 18 januari 1871 was toch vooral een Pruisisch feestje geweest, terwijl de overwinning bij Sedan een overwinning was voor alle soldaten die tegen de Fransen hadden gevochten en dat waren niet alleen de Pruisen. Op Sedantag konden dus alle Duitsers delen in de victorie en dat was voor het draagvlak voor de Duitse Eenwording van 1871 uiteraard van het grootste belang. Zo bleef 18 januari 1871 vanaf de Reichsgründing in de schaduw staan van 2 september 1870.

Boek & film [ 6 ]

Gisteren uitgelezen: de stille dood (2009) van Volker Kutscher
In oktober gezien op ARD: Babylon Berlin (derde seizoen)

De stille doodToen de scenaristen Tom Tykwer, Achim von Borries en Henk Handloegten aan Volker Kutscher vroegen hoeveel vrijheid hij hen gaf met de verfilming van zijn eerste roman Der nasse Fisch, had hij hen gezegd: “Ich will euere Kreativtät in keiner Weise einschränken, bleibt bitte den Kern meiner Geschichte und meiner Figuren treu und erzählt dann, wie ihr wollt.” Het resultaat was de tv-serie Babylon Berlin, meer naar de geest van Der nasse Fisch dan een verfilming.

Het derde seizoen van Babylon Berlin baseerde zich op Der Stumme Tod, de tweede roman met inspecteur Gereon Rath. De drie scenaristen hadden zich nu nog meer vrijheid veroorloofd dan met de eerste twee reeksen die gebaseerd waren op Der nasse Fisch. Eigenlijk heeft het derde seizoen van Babylon Berlin niets meer met de roman te doen en je vraagt je af of “naar een idee van Volker Kutscher” zijn thrillers niet meer recht doet.

naar een idee van Volker Kutscher
Ironisch gezien, schrijft Kutscher iets dergelijks in Der stumme Tod (2009), jaren voordat hij voor een kapitaal de filmrechten van zijn boeken zou verkopen. Gereon Rath is bevriend met een journalist, die een collega (Heyer) heeft die zich naast zijn journalistieke werk bezig houdt met het schrijven van filmscenario’s. zo hoopt deze stiekem op een doorbraak. Maar de filmproducent gaat met zijn scenario aan de haal en Rath vraagt aan Heyer: “en mag dat dan maar gewoon? Mag iemand een scenario nemen en er iets heel anders van maken?” Heyer antwoordt: “Oppenberg heeft mijn scenario gekocht en hij kan ermee doen wat hij wil. En het verhaal zelf heeft hij ook niet veranderd.” Maar producent Oppenberg vond dat Heyer geen goede dialogen kon schrijven en huurde daar iemand anders voor in. Heyer vervolgt: “En het ergste is nog dat zijn naam in de aftiteling komt te staan. Mijn creatieve zweet blijkt alleen uit de even fraaie als snode vermelding “naar een idee van Willy Heyer.”

Tykwer, Von Borries en Handloegten zijn volledig hun gang gegaan met Der stille Tod. Alleen de hoofdfiguren Gereon Rath en Charlotte Ritter, een paar historische personages als Karl Zörgiebel (1878-1961) en Ernst Gennat (1880-1939) en wat ingrediënten uit de plot (de moord op een filmactrice, insuline injecties, een Berlijnse onderwereldkoning) hebben ze van Kutscher overgenomen. En uiteraard ook zijn “idee”.

Het Berlijn van Tom Tykwer is een soort mix van Disneyland en Gotham City, waarbij we in een achtbaan langs alle cliché’s van die goldene Zwanziger razen, met een nadruk op seks, drugs, jazz, occultisme en travestie.

Maar wat is dat idee dan? is het iets vernieuwends binnen het genre van de Krimi? Inmiddels is het genre zo uitgemolken dat vernieuwingen alleen nog mogelijk lijken in de marges van het subgenre. De combinatie van thriller en historische roman is ook al niet bepaald iets nieuws. Zelfs thrillers die zich afspelen in de Weimarrepubliek waren er al. Philip Kerr schreef tussen 1988 en 2018 veertien thrillers met Bernie Gunther die gesitueerd zijn in de jaren dertig en veertig in Berlijn. Ook voerde Kerr de historische figuur Ernst Gennat, bijgenaamd “de Boeddha” al op in zijn romans. Ook hierin was hij Kutscher dus al voor.

Waar de thrillers rond inspecteur Gereon Rath in uitblinken is in ieder geval in de Duitse gründlichkeit van de reconstructie van het tijdsbeeld. De geest van Leopold von Ranke met zijn objectieve geschiedschrijving, blijft in de Duitse film sterk aanwezig. Met name bij producent Bernd Eichinger. Twee peperdure producties als Der Untergang en Der Baader Meinhof Komplex baseerden zich op boeken (resp. Van Joachim Fest en Stefan Aust) die nauwkeurig probeerden te reconstrueren “wie es eigentlich gewesen war”.

In tegenstelling tot bovengenoemde films staan in Babylon Berlin de historische feiten op de achtergrond en de fictie op de voorgrond. Maar dat historische decor, het modernistische en progressieve Berlijn van de late jaren twintig tegen de achtergrond van het opkomende fascisme, is wat Babylon Berlin zijn look and feel geeft. Als dat er niet was geweest, dan was Babylon Berlin er waarschijnlijk ook niet geweest. Althans, niet in deze vorm. Want het is de duurste niet Engelstalige tv-productie uit de geschiedenis. Krimi und Geschichte is immers een winnende combinatie in Duitsland.

Het succes van de thrillers rond Gereon Rath wordt uiteindelijk bepaald door de setting en de historische nauwkeurigheid waarin Kutscher zijn verhalen laat afspelen. Zou je dit decor verwijderen, dan zou der Stumme Tod een combinatie blijven van elementen uit Rebecca (1940), Sunset Boulevard (1950) en Psycho (1960). Je zou ook kunnen zeggen een combinatie van Hitchcock en Wilder. Niet bepaalde de minsten dus. En ja, Kutscher kan gewoon ook goed schrijven. Los van de deal met de producent, is Babylon Berlin natuurlijk ook goed voor de verkoop van zijn thrillers. Maar het is niet zijn geesteskind. In het eerder aangehaalde interview met de Frankfurter Allgemeine zegt hij: “Ich versuche sehr streng zu trennen zwischen meinen Romanen und Babylon Berlin. Es ist eine Adaption und ich bin sehr glücklich dass es gelungen ist.”

Babylon Berlin
website van Babylon Berlin bij de ARD

Wat Tykwer, Von Borries en Handloegten van Der Stumme Tod hebben gemaakt, is eigenlijk kitsch, een Neuschwannstein (mag het een torentje meer zijn?) met teveel subplots, cliffhangers en extreme beelden. In Babylon Berlin gaat het om het spectaculaire. Daarbij lijkt Tykwer een voorliefde te hebben voor David Lynch-achtige geheimzinnigheid waardoor de kluwens van intrige een mate van onbegrijpelijkheid krijgen. Een van de verhaallijnen die aan Babylon Berlin zijn toegevoegd, speelt rond de beurskrach van 24 oktober 1929. Daarvoor hebben ze het verhaal een halfjaar eerder laten afspelen, in het najaar van 1929 in plaats van het voorjaar van 1930. Het Berlijn van Tom Tykwer is een soort mix van Disneyland en Gotham City, waarbij we in een achtbaan langs alle cliché’s van die goldene Zwanziger razen, met een nadruk op seks, drugs, jazz, occultisme en travestie.

Boek en film [ 5 ]