Vorige week ontdekte ik de Engelstalige blog Peinture Française du 19ème Siècle die al vier jaar bijna dagelijks een schilderij van een Franse schilder uit de negentiende eeuw laat zien en bespreekt. Ruim duizend berichten geleden startte de blog in 2013 met het jaar 1800 en inmiddels zijn we beland in 1875. Meer dan driehonderd schilders zijn inmiddels voorbijgekomen. Impressionisten komen niet aan bod, zij zijn op het web en daarbuiten toch al oververtegenwoordigd.
de ogen van Yvonne
Je hebt romans die niet alleen een verhaal vertellen maar ook een theorie verkondigen. In de wetenschap van de achttiende eeuw was het gebruikelijk om een wetenschappelijke theorie te presenteren in een dialoogvorm. Zo schreef de Britse empirist George Berkeley in 1714 drie dialogen tussen Hylas en Philonous waarin hij zijn beroemde radicale kerngedachte Esse est percipi (zijn is waargenomen worden) door zijn alter ego Philonous tegenover de materialist Hylas uiteen laat zetten.
Sybold Deen is in zijn debuutroman Tijdloos niet minder radicaal dan Berkeley als hij Sybold tegenover zijn rationele wederhelft Yvonne laat zeggen dat tijd een illusie is en dat alles al gebeurd is. In de dialogen tussen Sybold en Yvonne lijkt ons een wetenschappelijke onderbouwing voor de predestinatie te worden aangereikt. Zo worden de breinmachine van Patrick Haggard, het holografische principe van Gerard ‘t Hooft en de simulatietheorie van Nick Bostrom erbij gehaald.
Hoe meer Sybold en Yvonne in Tijdloos het spoor van de predestinatie gaan volgen (“alles is al gebeurd”) hoe groter hun worsteling wordt. Het is niet alleen de worsteling met het vraagstuk van de (on)vrije wil, maar ook met het harde gelijk van de wetenschap. Het universum van Sybold en Yvonne ligt op het snijpunt tussen de abstracties van de natuurwetenschap en de nabijheid van de geliefde. “Mooie ogen. Ik moet er niet aan denken dat het allemaal niet echt is” zegt Sybold tegen Yvonne.
Als control freak is Sybold een man van de wetenschap. Hij weet dat de (neuro)wetenschap van de mens een l’homme machine maakt. Of een breinmachine (Haggard). En dat Dick Swaab beweert dat we ons brein zijn. Zou laatstgenoemde, die de ziel “een misvatting” noemt, ook de liefde tot “neuronenactiviteit” reduceren?
Hoewel Tijdloos een flirt maakt met predestinatie en reductionisme, lijkt de roman zich er ook juist tegen te verzetten. Het is namelijk meer dan een wetenschappelijke roman. Het is ook de verwerking van een verloren liefde en leest daarom ook als een heel persoonlijk verhaal. Sybold Deen lijkt op zoek naar de volmaakte synthese tussen verstand en gevoel. Hij probeert beide polen naar elkaar toe te buigen: de breinmachine van Haggard en de ogen van Yvonne.
Deze synthese leidt tot een manier van begrijpen waar de Duitse filosoof Wilhelm Dilthey op wees. Hij zocht naar een methode om de menselijke ervaring te begrijpen en stelde daarbij vast dat de natuurwetenschappen daarvoor niet geschikt zijn. Het kennen van de oorzaak van een ervaring, is iets anders dan het begrijpen van een ervaring. Bovendien veranderen we zelf in het proces van begrijpen. “De natuur verklaren we, het geestelijke leven begrijpen we.” Sybold zou het daar waarschijnlijk mee eens zijn.
Tijdloos is geen evenwichtige roman geworden. Het begint als een scifi verhaal, maar dit breekt met het tweede hoofdstuk af en het wordt eigenlijk niet goed duidelijk waarom. Ook is er weinig dynamiek tussen de karakters. Sybold en Yvonne zijn eerder vehikels voor de persoonlijke queeste van de auteur. En het doorbreken van de derde wand is een techniek die op het toneel of in een film soms werkt, maar die je in een roman beter kunt laten liggen. Toch is Tijdloos een overtuigend debuut. Sybold Deen, onthoud die naam.
zacht
Toen hij twaalf was, bekende Wim Helder tegenover het schoolhoofd dat hij predikant wilde worden. Zijn vriendjes wisten dat hij soms ook twijfelde en dat hij misschien liever zanger wilde worden. Het zou nog lang duren totdat beide roepingen bijeen zouden komen. Op 3 juli a.s. hoopt hij Blinde Vogel te presenteren, zijn debuutalbum dat zijn zangtalent en liefde voor het woord en de zielzorg verenigt.
Inmiddels heeft Wim het geloof van zijn vaderen verlaten. Maar net als die andere gereformeerde jongen die schuin tegenover zijn geboortehuis in de Veenendaalse hoofdstraat ter wereld kwam, heeft Wim een wijdere horizon in zijn bestaan ontdekt. Niet dat de Heer bij hem geen rol meer speelt. In navolging van de mystieke Beatle ziet Wim zijn Heer in feite overal. My sweet Lord!
Blinde Vogel luistert als de bemoediging en troost van een fijne dominee. Iemand die naast je komt staan en een arm om je heen slaat. Wim begrijpt niet alleen maar weet je ook te prikkelen, bijvoorbeeld in liedjes als Buiten Spelen en Hé ga je mee. Al gaat hij niet zo ver als de twee “vrouwenbegrijpers” Joost Nuissl en Joost Belinfante: “Kom naar buiten lieve Lina. Want vanavond is het feest. Iedereen zal van je houden, deze jongen nog het meest. Kom op, ga mee, ik zal je pakken, hey hey!”
De tekst van de troubadourachtige titelsong is geschreven door zijn in 2006 overleden vriend John Leusink. Een verstilde sfeer wordt bereikt met korte, mijmerende zinnen en overzichtelijke kwatrijnen. De zwaarte van het bestaan wordt beantwoord met resignatie: vliegen maar niet weten waar naartoe, als een blinde vogel.
Als er één nummer op Blinde Vogel in aanmerking komt voor een hitsingle, dan is het beslist Fantoompijn (eveneens met een tekst van John Leusink). Het is een energiek en pakkend nummer met een jankende elektrische gitaar van Seger Uyterlinde. De troubadour goes top of the pops.
In De voedster en Het komt eraan laat Wim zich van een heel andere kant horen en doen sterk vermoeden dat ook Wim er wel eens is geweest. Het zijn psychedelische verkenningen van het jenseitige. Het eerste nummer dompelt ons onder in de geheimzinnige levensbron die “de voedster” wordt genoemd. Nog duidelijker is het grensoverschrijdende aanwezig in “Het komt eraan”. Het is de annunciatie van een spirituele zwangerschap en geestelijke geboorte. Net als in een klassieke Indiase raga wordt het voorafgegaan door een soort alap. Turn on, tune in and drop out!
Spoel het vuil van je lijf
Aarzel niet om te geloven
Dat je vrij bent van de tijd
uit: De Voedster
Twee andere liedjes die verwantschap met elkaar tonen, zijn De Cirkel en 7 September: een intiem portret van een vrouw die niet kan stoppen met drinken en mijmeringen bij een bezoek aan een oude man.
Het meest persoonlijke lied is De Nacht dat met precies zes minuten gelijk tweemaal zo lang duurt als de gemiddelde track op Blinde Vogel. Zoals in alle teksten is de metafysische diepte (of hoogte?) nooit ver weg. In “De nacht”, Naar huis, “buiten spelen”, “reis”, Mist en “slaap zacht” hoor je na het triviale ook steeds de echo van het transcendente. Soms dreigen zijn teksten metafysisch topzwaar te worden. Zo geeft de kapitaal in “en Jij lacht zacht” te denken. Ziet Wim aan het einde van de Nacht met Martin Buber en Peter Maffay zijn Volmaakte Dubbel tegenover zich? “De Nacht” eindigt als een meezinger van het soort “Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder”. Geknipt voor Oud en Nieuw.
Voor de liefhebbers is er Ik maak een reis Het is een traag en zemelig nummer dat rotsvast in de traditie staat van de “vanveenzaamheid”, d.w.z. Herman van Veen op z’n allerergst.
Het kleinste liedje op Blinde Vogel is Liedje voor Gerda Het bestaat uit slechts negen woorden: “Gewoon omdat je lief bent zing ik dit liedje”. Het is een middeleeuws miniatuur dat zijn intimiteit en diepte bereikt met de kracht van de herhaling. Een klein bloempje waar je helemaal stil van wordt.
Tenslotte neemt Wim fluisterend afscheid van ons in Slaap zacht. Maar niet zonder zijn credo achter te laten: “Laten we zacht zijn voor elkander kind.” Blinde Vogel is te bestellen via wimhelder.com














