In de Napoleontijd (Empire bij de Fransen en Russen en Regency bij de Engelsen) was een portret per definitie geflatteerd, mooier gemaakt. Het klassieke schoonheidsideaal was in deze stijlperiode belangrijker dan de gelijkenis. Portretschilders kenden vele trucjes om hun model op het canvas stevig op te waarderen. Een roomblanke huid, zinnelijke lippen, een bevallig krulletje langs de hals, een smachtende blik, het hoofd een beetje scheef. Photoshoppen avant-la-lettre. Maar sommige schilders deden hier niet aan en schilderden gewoon wat ze zagen. Dat waren niet altijd schoonheden.

…een travestieact van Mont Python’s Terry Jones?

door Jérôme-Martin Langlois
…met en beetje fantasie steekt er borsthaar boven het decolleté uit

door François Gérard
…idealiseren, zo doe je dat …














