the world’s most famous cartoonist

Ten strijde met potlood en pen de prenten van Louis Raemaekers (1869-1956)
in het Limburgs Museum 29 november 2014 t/m 12 april 2015

Dit najaar openen allerlei tentoonstellingen rond de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Daarbij wordt niet alleen stilgestaan bij de strijd aan het front, maar ook bij de strijd achter het front. Vaak vanuit onverwachte invalshoeken. Zo is in het nationaal museum van de speelkaart in Turnhout tot 31 december de tentoonstelling Kartonnen wapens te zien over de rol van speelkaart aan het front. Het Limburgs Museum in Venlo opent op 29 november ook een tentoonstelling waarbij de rol van papier als wapen centraal staat. Ten strijde met potlood en pen laat een groot aantal politieke tekeningen van Louis Raemaekers (1869-1956) zien.

Raemaekers
Gisteren wees Peter Vandenmeersch in DWDD op de invloed van Louis Raemaekers in de Verenigde Staten. Het negatieve beeld dat de Amerikanen tijdens de Eerste Wereldoorlog van de Duitsers hadden, werd voor een groot deel bepaald door de prenten van Raemaekers die in de Amerikaanse media werden gepubliceerd.
De prenten van Raemaekers zijn gepubliceerd in meer dan tweeduizend kranten, enkele tientallen miljoenen exemplaren zijn iedere maand onder de lezers verspreid. De Amerikaanse pers noemde hem ‘the world’s most famous cartoonist’. Raemaekers maakte een rondreis door Amerika en hij werd ontvangen door president Woodrow Wilson en door oud-president Theodore Roosevelt, die grote bewondering had voor zijn tekeningen. Roosevelt noemde de prenten van Raemaekers de ‘meest krachtige van alle neutrale bijdragen aan de overwinning van de beschaving’. Dankzij zijn aanwezigheid groeide het aantal exposities en steeg de verkoop van albums en tekeningen met de dag.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Ten strijde met potlood en penIn Ten strijde met potlood en pen, Louis Raemaekers (1869-1956) herontdekt worden circa vijftig tekeningen in hun historische context gepresenteerd. Vanwege de kwetsbaarheid wordt een deel van de werken halverwege gewisseld. De expositie bestrijkt de hele nalatenschap van de politiek tekenaar, waarbij de Eerste Wereldoorlog extra wordt belicht.Bij de expositie verschijnt een publicatie die te koop zal zijn in de Museumwinkel. Ariane de Ranitz is de auteur van dit rijk geïllustreerde boek Louis Raemaekers met pen en potlood als wapen.
 
Bron: limburgsmuseum.nl

louisraemaekers.com

suikerzoete mondjes

gelezen: De wereld van Watteau (Life/Parool, 1967/1970)
portretten van Nattier, Boucher en Fragonard

WatteauToen Lodewijk XIV in 1715 stierf, veranderde in Frankrijk het culturele klimaat. De Académie Royale, de Franse staatsacademie, had tijdens de lange periode dat de zonnekoning aan de macht was geweest, allerlei strenge voorschriften gesteld aan Franse kunstenaars. Ze dienden zich te houden aan de stijlprincipes van het classicisme. Dit betekende o.a. dat vorm boven kleur stond, de antieken het ijkpunt waren en dat Vlaamse en Hollandse schilderkunst taboe was.

Toen de zonnekoning gestorven was, haalde heel Frankrijk opgelucht adem. Tijdens zijn strenge bewind had het land bijna drie generaties in een te strak korset gezeten. In 1715 ging er een frisse wind waaien. De grote culturele omslag wordt gemarkeerd door het jaar 1717 toen de 31-jarige schilder Antoine Watteau werd toegelaten tot de Académie Royale. Waarom was dit zo’n grote verandering?

Antoine Watteau (1684-1721) was een volgeling van Rubens en schilderde in een stijl die haaks op het classicisme stond. Terwijl de Franse schilder Nicolas Poussin gold als hét voorbeeld voor de volgelingen van het classicisme, was Rubens het voorbeeld voor schilders die hielden van kleur en levendigheid. Bij Poussin lijkt alles bevroren. De uitstraling is streng en statig. Bij Rubens wordt alles opgenomen in een golvende stroom. Zijn schilderijen maken een levendige indruk door de dynamiek en de pittige kleuraccenten. Watteau, die werd geboren in Valenciennes, stond als Vlaming dicht bij Rubens. Maar door naar Parijs te verhuizen en zich aan te passen, schiep hij een nieuwe, Parijse interpretatie van Rubens. Zijn uitvinding, het fête galante, zou je het geboorte uur van het rococo kunnen noemen. Na 1717 wordt alles lichter, kleurrijker en luchtiger.

Rococo is vaak een synoniem voor slechte smaak. Veel schilderijen lijken op de suikerzoete plaatjes uit poesiealbums, de portretten zijn meestal popperig en de poses behaagziek. Toch is er veel te genieten van portretten van schilders als Jean -Marc Nattier (1685-1766), François Boucher (1703-1770) en Jean-Honoré Fragonard (1832-1804). Technisch waren de twee laatste de begaafdste, maar Fragonard had de meest persoonlijke visie ontwikkeld. Dat hij veel naar Rubens had gekeken, bewijst onderstaand portret.

Fragonard
Jean-Honoré Fragonard had zo’n losse manier van schilderen en ging zo gedurfd met kleur om, dat de impressionisten in hem een voorloper zagen.

Nattier schilderde bijna uitsluitend portretten van vrouwen. Meestal beeldde hij ze af als een mythologische figuur, als de godin Diane of Venus. Als hij fotograaf zou zijn geweest, had hij vaseline op de lens gesmeerd. Zijn portretten hebben de zachtheid van een pastel.

Nattier
de portretten van Jean-Marc Nattier zien er poezelig uit doordat de verfstreken “weg gedast” zijn, onzichtbaar zijn gemaakt met een zachte kwast.

François Boucher was voor Madame de Pompadour wat Lebrun voor Lodewijk XIV was geweest. Hij was teveel lakei om als kunstenaar een persoonlijke stijl te ontwikkelen. Maar als vakman was hij fenomenaal. Dat is goed te zien in onderstaand portret.

Boucher
Het incarnaat is zo delicaat van kleur dat het breekbaar porselein lijkt, precies de uitstraling die François Boucher zijn model wilde geven: een teer, breekbaar popje.