geweld(ig) ?

gisteren gezien op Net 5: Kill Bill Vol.2 (2004)

KillHet fenomeen verbaast en beangstigt mij steeds meer: in films en games wordt geweld bijna altijd gerechtvaardigd met het argument dat het toch “niet echt” is. Wanneer in Kill Bill films wreedheid expliciet getoond wordt, is het popcornvermaak. Maar als we dezelfde wreedheid even later op het journaal zien, in de Syrische woestijn uitgevoerd door een zwarte strijder van IS, dan spreken we er terecht onze afschuw over uit.

Dat we ons “vermaken” met geweld in gewelddadige films en geschokt zijn over geweld op het journaal, zegt veel over onszelf. Blijkbaar hebben we ergens een knop die we om kunnen schakelen. Deze schakelaar is ons als kind bijgebracht, vanaf het moment dat een volwassene ons gerust stelde met de gedachte “Het is maar een film”. Het verschil tussen afgrijzen en vermaak is “echt” en “niet echt”. Omdat kinderen deze knop nog niet goed weten te bedienen, bestaat er filmkeuring. Zo is Kill Bill 2 goedgekeurd vanaf 16 jaar. Terecht. Maar deze leeftijdgrens betekent ook dat de film een enorme aantrekkingskracht heeft op kinderen tot 16 jaar. Zij vinden geweld meestal geweldig.

Toen ik 15 was, hield ik van James Bond films. Daarin zat ook geweld. Dat beperkte zich tot explosies en mensen die met een vertrokken gezicht zich op de grond lieten vallen wanneer ze “met kogels doorzeefd” werden. In combinatie met de opgetrokken wenkbrauw van Roger Moore en zijn ironische commentaar, drong het nauwelijks door dat het hier echt om geweld ging. Het kon net als het bloedeloze geweld uit westerns in de jaren vijftig door de beugel van de Hays code.

Expliciet geweld verscheen pas in de late jaren zestig op het witte doek en vooral in het begin van de jaren zeventig met de Godfather en Dirty Harry films. Ongetwijfeld had dit te maken met de oorlog in Vietnam. Het Amerikaanse publiek kreeg op televisie soms gruwelijke beelden te zien. Doordat de rauwe realiteit via de televisie in het bewustzijn doordrong en de verbeelding van de film had ingehaald, had de censuur van de Hays code geen bestaansrecht meer.

James Bond
het geweld bij James Bond in de jaren zestig beperkte zich meestal tot explosies. We raakten erop uitgekeken. Vanaf het begin van de jaren zeventig begon men in te zoomen: de bloederige gevolgen werden expliciet in beeld gebracht.

Nu ik 51 ben, heb ik een hekel gekregen aan gewelddadige films. Ik koester het kind in mijzelf en eigenlijk is dat kind nog steeds geschokt als het geweld ziet, ook al weet ik allang dat het “maar een film” is. Psychologisch gezien is er geen enkel verschil tussen een gespeelde en niet gespeelde werkelijkheid. We zien en horen hetzelfde, maar de schakelaar in ons hoofd bepaalt hoe we ons tegenover die beelden verhouden. Wie herinnert zich niet het moment van verbijstering bij de beelden van de brandende Twin Towers. Dit kwam zeer bekend voor, maar ditmaal was het geen rampenfilm.

Als ik niet van expliciet geweld hou, waarom kijk ik dan naar een film van Quentin Tarantino of de gebroeders Coen. Waarschijnlijk omdat ik mensen om mij heen heb, die deze films goed vinden. En omdat de filmcritici meestal lovend over deze regisseurs zijn. Ik wil ze graag begrijpen. Het gaat hen meestal niet primair om het geweld, dat zou hen immers degraderen tot primitieve mensen, maar om de intelligentie en humor van deze filmmakers.

Ik kan inderdaad niet ontkennen dat Pulp Fiction intelligent gemaakt is. Toch hou ik niet van Tarantino films. Zijn specialiteit is het stileren van haat, geweld, corruptie en kwaadaardigheid in sterke beelden en slimme dialogen. In het verhaal zit nauwelijks diepgang, of wordt er als ingrediënt aan toegevoegd in een poging om het niveau van de ordinaire actiefilm te ontstijgen. Tarantino‘s personages leven net als de superhelden uit stripverhalen in een zelfzuchtig en vijandig universum en houden elkaar op afstand met dodelijke blikken en plegen karaktermoord in gevatte dialogen. Het styling gel van Tarantino is zwarte humor, want alleen met geweld en boosaardigheid maak je geen verteerbare film.

Tarantino‘s personages leven net als de superhelden uit stripverhalen in een zelfzuchtig en vijandig universum en houden elkaar op afstand met dodelijke blikken en plegen karaktermoord in gevatte dialogen.

In Kill Bill 2 vertelt Bill (David Caradine) het verhaal van Pai Mei. Nu komt er toch wat diepgang in het verhaal, denk je. Het gaat over een Chinese priester, die duizend jaar geleden leefde. Hij wordt niet gegroet door een van zijn monniken. De priester is beledigd en wreekt zich op de monnik. Het ego is in zijn eer aangetast en neemt wraak. Het is de moraal van de mens die in zijn ego opgesloten zit, trots is en boos wordt als hij in zijn eer gekrenkt meent te worden. Je leert er helemaal niets nieuws van. Dat is waarschijnlijk ook niet de pretentie van Kill Bill 2. Of de les moet zich beperken tot dodelijke vechttechnieken.

Once upon a time in China, some believe, around the year one double-aught three, head priest of the White Lotus Clan, Pai Mei, was walking down the road, contemplating whatever it is that a man of Pai Mei’s infinite power contemplates – which is another way of saying “who knows?” – when a Shaolin monk appeared, traveling in the opposite direction. As the monk and the priest crossed paths, Pai Mei, in a practically unfathomable display of generosity, gave the monk the slightest of nods. The nod was not returned. Now was it the intention of the Shaolin monk to insult Pai Mei? Or did he just fail to see the generous social gesture? The motives of the monk remain unknown. What is known, are the consequences. The next morning Pai Mei appeared at the Shaolin Temple and demanded of the Temple’s head abbot that he offer Pai Mei his neck to repay the insult. The Abbot at first tried to console Pai Mei, only to find Pai Mei was inconsolable. So began the massacre of the Shaolin Temple and all sixty of the monks inside at the fists of the White Lotus.
 
Bron: imdb.com

Kill Bill 2 [ imdb.com ]

filmmuziek zonder film [ 1 ]

geluisterd naar schilderijen van een tentoonstelling (1874)
van Modest Moessorgski in de orchestratie (1922) van Maurice Ravel

Bij een historische spektakelfilms uit de jaren vijftig hoort natuurlijk kamerbrede muziek. De van origine Russische componist Dmitri Tiomkin (1894-1979) en de van origine Hongaarse componist Miklós Rózsa (1907-1995) componeerden in opdracht van grote filmmaatschappijen in Hollywood scores voor epic films. Beide componisten wonnen oscars.

Tiomkin
Dmitri Tiomkin op een Amerikaanse postzegel

Dmitri Tiomkin componeerde de score voor o.a. Land of the Pharaohs (1955), Rio Bravo (1959), The Alamo (1960), The Guns of Navarone (1961) en The Fall of the Roman Empire (1964). Rózsa schreef filmmuziek voor o.a. Quo Vadis (1951), Julius Caesar (1954), Ben-Hur (1959), King of Kings (1959), El Cid (1962) en Sodom and Gomorrha (1962).

Hollywood composers
In de serie legendarische componisten uit Hollywood mis ik Miklós Rózsa. Tot de selectie behoren: Erich Wolfgang Korngold, Max Steiner, Dmitri Tiomkin, Franz Waxman, Bernard Herrmann en Alfred Newman.

Tegenwoordig klinken de rijke orchestraties van Tiomkin en Rósza ouderwets. Dat komt omdat de epische filmmuziek halverwege de twintigste eeuw schatplichtig is aan de programmamuziek en symfonische gedichten uit de negentiende eeuw. Als je naar Tiomkin en Rózsa luistert, hoor je de invloed van Russische componisten als Rimsky-Korsakov, Alexander Borodin en Modest Moessorgski. Ze wisten de klankkleur van de instrumenten in te zetten voor een ongekende expressie en zeggingskracht. Hun composities zijn steeds doorspekt met thema’s uit de volksmuziek, die een scala aan gevoelens uitdrukken. De Russische programmamuziek is daarom erg geschikt als filmmuziek.

De afgelopen dagen luister ik naar schilderijen van een tentoonstelling (Картинки с выставки). Samen met een Nacht op de Kale Berg is dit het bekendste stuk van de Russische componist Modest Moessorgski. Het is ook het meest bewerkte pianostuk ter wereld. De orkestratie die Maurice Ravel in 1922 maakte, is de meest uitgevoerde bewerking van deze pianocyclus in 16 delen.

De orkestratie van de ‘Schilderijententoonstelling’ van Maurice Ravel is verreweg de bekendste. Het is enigszins vreemd dat Ravel aan deze opdracht begon want hij had een hartgrondige hekel aan het feit dat anderen aan zijn werken knutselden. Zo weigerde hij te luisteren naar een transcriptie van Ravels werk Tzigane door de violist Jacques Thibaud. Ravels orkestratie is uitermate Frans van klankkleur, bijvoorbeeld door het veelvuldig gebruik van de saxofoons, de soms dunne strijkersklank en de lichtheid van de orkestratie van het komische deeltje ballet van de kuikentjes in hun eierdopjes.
 
Ravels orkestratie is als volgt: 3 fluiten (waarvan 2 ook de piccolo spelen); 3 hobo’s (waarvan één ook Engelse hoorn speelt); 2 klarinetten; 1 basklarinet; 2 fagotten; 1 contrafagot; 1 altsaxofoon; 4 hoorns; 3 trompetten; 3 trombones; 1 tuba, 1 paar pauken, slagwerk (triangel, kleine trommel, zweep, bekkens, grote trom, klokkenspel, grote staafklokken); een xylofoon, een celesta, 2 harpen en strijkers.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Het zevende deel heet Bydło. Dat is de naam van een Poolse ossenwagen. Het beeld dat de componist hier voor ogen heeft, zijn de draaiende zware wielen. In het thema is een sterk geaccentueerde puls hoorbaar. Je hoort de wagen nabijkomen en tenslotte weer verdwijnen in de verte. In de orkestversie van Ravel wordt het thema door een tuba vertolkt.

“Pictures at an Exibition” (Moessorgsky-Ravel)
deel 7: Bydło – uitvoering door Filarmonica della Scala o.l.v. V.Gergiev. Tuba solo: Alessandro Fossi. Patrick Bouchard maakte in 2012 een animatiefilm bij Bydło.

Dit deel uit schilderijen van een tentoonstelling is bijzonder geschikt voor massascènes in epische films. In veel Bijbelse en historische spektakelfilms zitten scenes waar massa’s in beweging komen, bijvoorbeeld legers die ten strijde trekken. De klankkleuren die je hierbij hoort, doen vaak denken aan die uit Bydło van Modest Moessorgsky.

The Fall of the Roman Empire)
still uit The Fall of the Roman Empire (1964) Bij dergelijke massascenes past het thema uit Bydło erg goed. Dmitri Tiomkin componeerde de score voor deze film.

Modest Moessorgski [ nl.wikipedia.org ] | Remembering Dimitri Tiomkin [ in70mm.com ]

grof geschut [ 2 ]

6 oktober 1914: het beleg van Antwerpen gaat door…
tweet 1914
tweet van @Wereldoorlog1
Op 6 oktober hadden de Duitsers artilleriestukken opgesteld in het bruggenhoofd op schootsafstand van de stadskern. Op woensdag 7 oktober eisten ze de overgave van de stad, zoniet zou overgegaan worden tot bombarderen. De militaire autoriteit en de burgerautoriteit van de stad en vesting weigerden en om 11 uur ‘s avonds begon de beschieting van de stad. Meer dan 4000 obussen en 140 zeppelinbommen vielen op de stad.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Antwerpen 1914
uit De Legerbode 670/671, 5 & 12 oktober 1919, Bron: ablhistoryforum.be

twitter.com/Wereldoorlog1