In de afdeling Historic Moments van het Google Cultural Institute kun je eindeloos dolen door de geschiedenis. Rond historische gebeurtenissen zijn met foto’s, schilderijen, voorwerpen en documenten uit de collectie kleine virtuele tentoonstellingen gemaakt. Ik bekeek de tentoonstelling La nascita di una nazione (1849-1870) over de Risorgimento, de Italiaanse Eenwording. De expositie toont een deel van de collectie van het Museo Centrale del Risorgimento in Rome. Alle objecten zijn in high res te bekijken.
150 jaar moderne schilderkunst [3]
Dit jaar is een bijzonder jaar voor de schilderkunst. Het is honderd jaar geleden dat de traditionele illusionistische schilderkunst door Kazemir Malevich met zijn Zwart Vierkant werd afgemaakt. Figuurlijk en letterlijk. En het is 150 jaar geleden dat Edouard Manet tijdens de salon in Parijs een schandaal veroorzaakte met Le déjeuner sur l’herbe.

Le déjeuner sur l’herbe 1863
Le déjeuner sur l’herbe (1863) en Zwart Vierkant (1913) markeren voor mij het begin van de moderne respectievelijk abstracte schilderkunst. Bij Manet gebeurt er iets dat mij boeit, bij Malewich haak ik af omdat ik door zijn suprematisme heen prik. Het zijn de nieuwe kleren van de keizer. Manet is evenmin vernieuwend in de schilderkunst, maar is voor mij een interessante schilder omdat hij de aandacht op iets vestigt waar Velazquez een grote meester in is: zichtbaar maken door exacte waarneming te koppelen aan een los gebaar.

Velazquez zit steeds op het randje tussen verf en voorstelling. Hij laat de verf in zijn rauwheid zien, maar telkens blijkt dat hij ontzettend goed gekeken heeft. Het is niet alleen met bravoure geschilderd maar ook met een feilloos oog voor de illusie. En dat kom je in de zuiver abstracte schilderkunst niet tegen. Want waar Velazquez nog op het randje van verf en voorstelling zit, is de abstracte schilderkunst van dat randje in de verf gevallen. De verf is de voorstelling geworden die uitsluitend nog naar zichzelf verwijst of een bepaalde stemming oproept. De magie dat verf rauwe materie is en tegelijkertijd heel iets anders, is eruit verdwenen.

Wanneer we het bovenstaande detail uit het portret van Infanta Margarita Teresa als een op zichzelf staand schilderij beschouwen, lijkt het een modern abstract schilderij. Maar dit werd in 1659 geschilderd door de hofschilder van de Spaanse koning. Het is bijna onbegrijpelijk dat hij met dit (schijnbare!) klodderwerk weg kon komen.
Kort na de dood van Velazquez werd onder invloed van Lodewijk XIV de gladde Franse stijl toonaangevend. Een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Franse hofkunst was de van oorsprong Catalaanse schilder Hyacinthe Rigaud.

Zijn stofuitdrukking is ook verbluffend, maar in tegenstelling tot die van Velazquez tot in de puntjes beheerst en glad. Hij zit niet meer op het randje tussen verf en voorstelling. De penseelstreek heeft zijn zelfstandigheid verloren en is dienstbaar geworden aan de illusie.
Manet was net zo enthousiast over Velazquez als Joost Zwagerman over Mark Rothko. Voor hem was het de schilder der schilders. In een brief aan Henri Fantin-Latour uit 1865 schrijft hij:
Edouard Manet, in a letter to Henri Fantin-Latour (1865)

detail uit Le déjeuner sur l’herbe 1863
In Le déjeuner sur l’herbe is duidelijk te zien dat Manet zijn grote voorbeeld Velazquez wil volgen in het zichtbaar houden van de verfstreek. Droge streken, natte kloddertjes en onbedekt canvas. Het maakt allemaal deel uit van de illusie die een schilderij is. Manet zou zélf weer een voorbeeld zijn voor de impressionisten. Zij gingen nog verder in de verzelfstandiging van de verfstreek.

detail uit Le Chemin de Fer 1873
Manet… Velázquez… The French Taste for Spanish Painting [ musee-orsay.fr ]
Vlaamse Rafaël
Museum M in Leuven, tot 23 februari 2014
De schilder Cornelis Kruseman (1797-1854) wordt wel eens “de Rafaël van het Noorden” genoemd. Deze moeten we echter niet verwarren met “de Vlaamse Rafaël” Michiel Coxcie (1499-1592). Ik verbaas mij erover dat ik nog nooit van Coxcie gehoord had. Volgens de conservator van de tentoonstelling is hij onder het stof van de geschiedenis terecht gekomen. In Leuven probeert men hem deze winter weer onder dat stof vandaan te halen. Ik vind dat prima. Het hoort bij de geschiedenis dat schilders die eens gevierd waren in de vergetelheid raken. Dat sommigen na lange tijd weer boven water komen drijven, hoort er evengoed bij.
Dat realiseerde ik me ook bij de tentoonstelling Portretfabriek Van Mierevelt, twee jaar geleden in de Prinsenhof in Delft. Net als Van Mierevelt was Coxcie ook zeer succesvol in de allerhoogste kringen en een van de beste betaalde schilders van de Lage Landen, al was hij veelzijdiger dan de portretschilder uit Delft. Hofschilders zijn door hun technische perfectie en conformisme vaak een beetje zielloos. De stofuitdrukking van de kostuums, de verfbehandeling, en de modellering van het gelaat mogen allemaal voortreffelijk zijn, het blijft ook een beetje saai op het eerste gezicht. Waarschijnlijk is dat ook een van de redenen waarom we Coxcie vergeten zijn. Een geweldige ambachtsman, maar wat schilderkunstige ideeën betreft niet origineel.
Coxcie’s tijdgenoten inspireren zich op zijn vernieuwende stijl en composities en ook in de eeuwen na zijn dood kijken kunstenaars nog bewonderend naar zijn oeuvre. Onder andere Peter Paul Rubens laat zich door Coxcie inspireren. Vandaag de dag is de kunstenaar echter haast vergeten door het grote publiek. Hoog tijd om Michiel Coxcie in de kijker te zetten!
Bron: mleuven.be














