Denk aan mij… in 2020

herdenkingen van geboorte- en sterfdagen in het nieuwe jaar

Beethoven postzegel 2020250e geboortedag
14 januari Adam Jerzy Czartoryski (1770-1861)
11 maart William Huskisson (1770-1830)
20 maart Friedrich Hölderlin (1770-1843)
7 april William Wordsworth (1770-1850)
11 april George Canning (1770-1827)
27 augustus Georg W. Friedrich Hegel (1770-1831)
17 december Ludwig van Beethoven (1770-1827)

200e sterfdag
29 januari George III van Engeland (1738-1820)
27 maart Gerhard von Kügelgen, deutscher Maler (1772-1820)
9 juni Wilhelmina van Pruisen (1751-1820)

Engels postzegel 2020200e geboortedag
2 maart Eduard Douwes Dekker ‘Multatuli’(1820-1887)
28 november Friedrich Engels (1820-1895)

150e sterfdag
9 juni Charles Dickens (1812-1870)
5 december Alexandre Dumas (1802-1870)

150e geboortedag
22 april Vladimir Iljitsj Oeljanov ‘Lenin’ (1870-1924)
15 december Josef Hoffmann (1870-1956)

100e sterfdag
14 juni Max Weber (1864-1920)
31 augustus Wilhelm Wundt (1832-1920)
8 november Abraham Kuyper (1837-1920)

100e geboortedag
20 januari Federico Fellini (1920-1993)
15 april Richard von Weizsäcker (1920-2015)
29 augustus Charlie Parker (1920-1955)
6 december Dave Brubeck (1920-2012)

It was a very good year

Je kunt terugkijken op 2019, maar ook op 1979

Wanneer je bewust wilt leven hoort daar aan het einde van het jaar een terugblik bij. En als de klok op oudejaarsavond twaalf uur heeft geslagen, is het vervolgens tijd voor een vooruitblik. Tijdens Oud en Nieuw staan we even bewust stil op de drempel van verleden naar toekomst. Een tijd voor bezinning en een tijd voor goede voornemens. Meestal doen we dat op verschillende niveaus: persoonlijk, met onze dierbaren en op collectief niveau in de media. Ik deed het de afgelopen weken op een heel persoonlijk niveau: ik keek niet terug op het afgelopen jaar, maar op veertig jaar geleden, het jaar 1979.

Daar kan ik allerlei redenen voor bedenken. Het afgelopen jaar ligt nog te dichtbij om goed te kunnen overzien. Maar tussen nu en 1979 is er al zoveel afstand gekomen, dat we van “een andere tijd” kunnen spreken. Beelden uit 1979 doen gedateerd aan. Je ziet “het beeld van de (late) jaren zeventig” maar je ziet ook al iets van “het beeld van de (vroege)jaren tachtig”. Wat is dat precies voor een beeld? Eigenlijk is het een verzameling van beelden die je “typisch 1979″ kunt noemen. Iconische beelden. En je hoort er vaak ook geluiden bij “geluiden van de (late) jaren zeventig”.

BASF cassette 1979
Ook in 1979 keek ik al terug. Van 18 t/m 29 december 1979 werd het radioprogramma Poplijnen door de jaren zeventig uitgezonden. Op verschillende audiocassettes nam ik een paar afleveringen integraal op.

In 1979 werd ik zestien. Een belangrijke leeftijd. Sweet sixteen betekent voor mij dat je geen kind meer bent en al mag gaan deelnemen aan het volwassen leven. Terugkijken op 1979 betekent voor mij vooral ook: contact maken met de 16-jarige in mijzelf. Zou ik weer zestien willen zijn? Alsjeblieft niet! Maar het terugkijken stemt mij weemoedig en weemoed is een vorm van geluk die je na je veertigste komt opzoeken. Bovenop de onwetendheid en eigenwijsheid van de 16-jarige is veertig jaar levenservaring gekomen. Toen Frank Sinatra in 1965 tegen de vijftig liep, zong hij Seventeen, een van zijn meest persoonlijke liedjes. Het eindigt met: “But now the days are short, I’m in the autumn of my years, And I think of my life as vintage wine, From fine old kegs, From the brim to the dregs, It poured sweet and clear, It was a very good year.”

But now the days are short,
I’m in the autumn of my years,
And I think of my life as vintage wine

Tischbein

gezien op 17 december: Tischbein en de ontdekking van het gevoel
in het Rijksmuseum Twenthe – nog tot 19 januari 2020

catalogusHet Rijksmuseum Twenthe is in enkele jaren een van mijn favoriete musea voor schilderkunst geworden. Het museum verdient lof vanwege uitstekend verzorgde tentoonstellingen van schilders voor 1800. Precies drie jaar geleden zag ik Eindelijk, Lairesse! met een groots overzicht van deze schilder uit de late zeventiende eeuw. Door zijn classicistische glamour wordt er soms een beetje op hem neergekeken. Rembrandt ervaren we, als erfgenamen van Rousseau, als authentiek, maar de gepolijste schilderkunst in het laatste kwart van de zeventiende eeuw zijn we toch geneigd te beschouwen als kunstmatig en dus niet authentiek.

In het voorjaar van 2015 zag ik in het Rijksmuseum Twenthe Alexander Roslin. Portrettist van de aristocratie. Ook hier werd een schilder gepresenteerd die zich helemaal de gladde, Franse manier van schilderen had aangemeten. Alweer een schilder dus uit een periode in de schilderkunst die we vaak ten onrechte overslaan. Als een museum een tentoonstelling maakt over een schilder uit de achttiende eeuw, weet het al bij voorbaat dat het voor een select publiek is. Het is moedig dat het Rijksmuseum Twenthe telkens zijn neus durft uit te steken voor schilders uit de achttiende eeuw en vanwege mijn voorliefde voor de periode 1750-1850 heb ik veel waardering voor dit museum gekregen.

Op 17 december zag ik Tischbein en de ontdekking van het gevoel over de Hessische portretschilder Johann Friedrich August Tischbein (1750-1812). Tischbein liep vooruit op de romantiek. Je zou ook kunnen zeggen dat hij een van de eerste portretschilders was die onder invloed kwam van Jean-Jacques Rousseau. Zijn portretten tonen een groot verschil met die van de eerder genoemde Alexander Roslin (1718-1793). Roslin was van de generatie voor Tischbein en hoewel deze een tijdgenoot van Rousseau (1712-1778) was, zijn de opvattingen van Rousseau nooit bij Roslin doorgedrongen. Hij heeft ze in ieder geval nooit in de praktijk gebracht. Roslin was een schilder van het ancien regime, een van de schilderende lakeien van Versailles.

Tischbein brak met het formele portret zoals dat in de periode van het rococo gebruikelijk was. Rond 1780 begon hij grote opdrachten aan te nemen. In de jaren zeventig had hij veel gereisd, o.a. naar Parijs en Rome. In Rome ontmoette hij bijvoorbeeld de virtuoze schilder en zijn landgenoot Anton Raphael Mengs (1728-1779). Maar ook kwam hij in aanraking met Engelse portretschilders die in Rome waren neergestreken om er rijke Engelsen te portretteren op hun grand tour. Deze schilders werkten met een veel vrijere en lossere penseelstreek dan hofschilders als Alexander Roslin. Tischbein zal tijdens zijn verblijf in Rome zeker onder invloed zijn gekomen van de manier van schilderen van de Engelse portretschilders.

Deze grotere vrijheid hing samen met de nieuwe wind die er vanaf 1770 was gaan waaien. Europa was namelijk in de ban gekomen van Jean-Jacques Rousseau, de meest invloedrijke schrijver van de achttiende eeuw. Aan het begin van de jaren zestig had hij drie boeken geschreven, die bovenin de top tien staan van meest gelezen boeken van de achttiende eeuw: Julie, ou la nouvelle Héloïse (1761), Émile, ou De l’éducation (1762) en Du contrat social (1762). Rousseau stelde dat de mens van nature goed was maar dat de cultuur hem verdorven had gemaakt. Daarom zou de mens weer terug moeten keren naar de natuur. Natuur was het sleutelbegrip van Rousseau en werd dat ook van de Sturm und Drang en de Romantiek die daaruit voortkwam. Deze bewegingen waren, net als het sentimentalisme in de literatuur, een reactie op het rationalisme van de Verlichting.

Tischbein plaatste de geportretteerde graag buiten in de natuur, in gemakkelijke kleding en een ongedwongen houding. Dit informele portret was iets nieuws. Opdrachtgevers waren meestal mensen van aanzien die graag ook zo gezien wilden worden. Hun portretten zagen er altijd formeel en nogal plechtig uit. Maar op de portretten van Tischbein vanaf 1780 zien we ontspannen en vooral natuurlijke mensen. Rousseau bekritiseerde de cultuur en idealiseerde de natuur en zijn boodschap was ook bij de rijke burgerij aangekomen. Deze moest weinig hebben van de stijve etiquette van het ancien regime en wilde juist graag gezien worden als gewone, natuurlijke mensen. De ongedwongen portretten van Tischbein waren een groot succes, vooral onder de rijke burgers van Amsterdam waar hij aan het einde van de jaren tachtig was neergestreken.

echtpaarBoode1791
Johann Friedrich August Tischbein (1750-1812)
Jacob Hendrik Boode en zijn vrouw Catharina Antoinette Martin, 1791

Een van de mooiste portretten op de tentoonstelling is het dubbelportret van Jacob Hendrik Boode (1763-1826) en Catharina Antoinette Martin (1767-1848) uit 1791. Tischbein laat het jonge echtpaar zien alsof je ze met elkaar betrapt. Ze poseren niet, maar beleven eerder een intiem moment met elkaar. Dit dubbelportret demonstreert ook een ideaal uit de Verlichting, namelijk de gelijkheid tussen man en vrouw. Het echtpaar Boode is een modern echtpaar, ook al beleeft de Republiek in 1791 zijn laatste jaren onder Stadhouder Willem V (1751-1795) en de daarmee verbonden ouderwetse standenmaatschappij van de achttiende eeuw.

Dit dubbelportret deed mij onmiddellijk denken aan het beroemde dubbelportret van Monsieur et Madame Lavoisier in 1788 geschilderd door Jacques Louis David. Ook hier de ongedwongen, natuurlijke houding en het ideaal van gelijkheid tussen man en vrouw.

Echtpaar Lavoisier 1788
Jacques Louis David (1748-1825)
Monsieur et Madame Lavoisier, 1788
Echtpaar Boode 1791
Boode en zijn vrouw (detail)
Echtpaar 
 Lavoisier 1788
Monsieur et Madame Lavoisier (detail)

rijksmuseumtwenthe.nl