Door de bril van Bril

vrijdag in Rotterdam gekocht: De kleine keizer
verslag van een passie (2008) van Martin Bril

De kleine keizer - verslag van een passieDe stukjes die Martin Bril in 2004 voor de Vlaamse krant De Morgen over Napoleon schreef, aangevuld met enkele stukjes die tussen 2004-2007 in De Volkskrant gepubliceerd werden, zijn in 2008 gebundeld in het boekje De kleine keizer – verslag van een passie. Op 21 april 2009 ontving hij voor deze bundel de Bob den Uyl-prijs voor het beste literaire of journalistieke reisboek van 2008 een dag voordat hij kwam te overlijden. Door zijn columns en zijn optredens in DWDD was Bril een mediapersoonlijkheid geworden.

De schrijver staat met zijn fotogenieke hoofd op de foto op de achterkant van het boekje met een tinnen miniatuurtje van Napoleon voor zijn neus. Zijn kop lijkt tien meter hoog uit te torenen boven een van de meest invloedrijke historische figuren aller tijden. Ironie van de schrijver uiteraard. Maar of het van de uitgever ook ironie is dat op de voorkant en rug van het boekje in koeienletters Martin Bril staat? Ik denk dat dit eerder een uitvloeisel is van de Wet van het gewicht van een mediapersoonlijkheid in boekenland. De vormgever bij Uitgeverij Balans heeft het wat mij betreft beter gedaan. Adam Zamoyski is inmiddels een merknaam geworden, maar wordt met kleinere letters gepresenteerd dan Napoleon.

In het stukje ‘Wenen‘ beschrijft Martin Bril zijn bezoek aan het eiland Lobau in de Donau. Tijdens de Slag bij Aspern-Essling (21-22 mei 1809) en de Slag bij Wagram (5 en 6 juli 1809) hadden de Fransen hier hun kamp opgeslagen. Via noodbruggen deden de Fransen tweemaal een uitval. De eerste maal moesten ze zich terugtrekken omdat de Oostenrijkers een van de bruggen zo gesaboteerd hadden dat de Fransen de Donau dreigden te worden ingedreven. De tweede maal haalde Napoleon een strategische overwinning bij Wagram.

Bril beschrijft het eiland Lobau zoals het er tegenwoordig bij ligt. Het is een recreatiegebied waar Wenen vooral in de zomer naartoe trekt en het wemelt er van uitspanningen. De Napoleontoerist probeert zich een voorstelling te maken hoe het hier in de zomer van 1809 moet zijn geweest. De schrijver stelt vast dat dit ondoenlijk is. ‘Is het een troost dat we nooit werkelijk zullen weten hoe iets was?’

sublieme landschappen

vrijdag in Rotterdam gekocht: Groots en meeslepend
Sublieme landschappen uit de Nederlandse romantiek

Groots en meeslependTien jaar geleden was in het Frans Hals Museum in Haarlem de tentoonstelling Groots en meeslepend te zien. Ik heb deze tentoonstelling helaas niet gezien, maar als bij zoveel tentoonstellingen koop ik jaren later de catalogus in de ramsj. Antoon Erftemeijer heeft in samenwerking met vormgever Willem Morelis een schitterende catalogus gemaakt die uit twee delen bestaat. In het eerste deel worden zestien landschapsschilders uit de eerste helft van de negentiende eeuw besproken. De oudste is Gerard van Nijmegen (1735-1804) en de jongste Gerard Bilders (1838-1865). Daartussen de bekende namen uit de romantische school: Andreas Schelfhout (1787-1870) en Barend Cornelis Koekkoek (1803-1862) en iets minder bekende schilders als Hendrik Voogd, Abraham Teirlink, Jacob Cremer.

Van Gerard van Nijmegen
tot Gerard Bilders

In een lichtgroen katern worden in vijf intermezzo’s verkenningen gedaan rond de landschapsschilderkunst van de romantiek. De religieuze diepte van de landschapsschilderkunst wordt gepeild, het verhevene in de literatuur en filosofie in de eerste helft van de negentiende eeuw komt aan bod, er wordt gekeken naar de voorlopers van de romantische landschapsschilderkunst in de Hollandse schilderkunst van de zeventiende eeuw en tenslotte is er ook aandacht voor de werkwijze van de landschapsschilders. In het tweede deel worden thema’s behandeld die kenmerkend zijn voor het zogenaamde sublieme landschap: schipbreuk en stormzee, noodweer, watervallen, wouden, bergen, de nacht, enz…

De romantische landschapsschilderkunst was in de eerste helft van de negentiende eeuw een internationaal fenomeen. Het werd vooral in Duitsland beoefend, maar ook in Oostenrijk, Scandinavië en in de Verenigde Staten. Iedere lokale romantische school voegde een karakteristiek toe aan het sublieme landschap: Alpenreuzen (Thomas Ender), fjorden en watervallen (Johan Christian Dahl) en prairies (Hudson River School). De catalogus legt geen link naar de romantische landschapsschilderkunst buiten Nederland, maar dat ervaar ik niet als een gebrek.

In het najaar van 2015 draaide in het Museum de Fundatie in Zwolle en het Rijksmuseum Twenthe in Enschede: de dubbeltentoonstelling Gevaar & Schoonheid – Turner en de traditie van het sublieme. De catalogus van deze tentoonstelling vormt, zeker om de romantische landschapsschilderkunst in internationaal en eigentijds perspectief te plaatsen, een prima aanvulling op Groots en meeslepend.

swingende atoomstijl

gisteren gelezen: Het masker der stilte (1958)
door Franquin, Will en Rosy

Het masker der stilteDe atoomstijl blijft mij telkens weer aantrekken. 1958 was het jaar van de Wereldtentoonstelling in Brussel en het atomium dat aan deze stijl de naam gaf. 1958 is ook het jaar waarin Het masker der stilte, het tiende album van Robbedoes en Kwabbernoot, verscheen.

In 1947 had André Franquin (1924-1997) Robbedoes en Kwabbernoot overgenomen van Joseph Gillain (1914-1980), beter bekend als Jijé. In de jaren vijftig voegde hij diverse nieuwe personages toe zoals de graaf van Rommelgem, Wiebeling en Zwendel. De meest dierbare schepping van Franquin was ongetwijfeld de Marsupilami die voor het eerst verscheen in 1952 in het verhaal Robbedoes en de erfgenamen. Het diertje is geclassificeerd als de Marsupilami franquini en komt uit het regenwoud van Palombië. Sinds 1987 heeft de Marsupilami een eigen reeks die verschijnt bij een uitgever in Monaco.

Het masker der stilte
Robbedoes, Kwabbernoot en de Marsupilami op de cover van Het masker der stilte

Het masker der stilte is het eerste verhaal dat Franquin tekende samen met assistenten. Zijn collega Rosy schreef het scenario en Will tekende de decors. Wanneer we Het masker der stilte op de tekeningen beoordelen, is het dus goed te weten dat Will verantwoordelijk is geweest voor de achtergronden met modernistische architectuur. Deze geven het verhaal helemaal de sfeer van ’1958′, ook al tekenden Franquin en Will het al in 1955/56. Incognito City de stad waar Robbedoes en Kwabbernoot heen reizen, is al een voorafbeelding van het expoterrein in Brussel met zijn vele futuristische paviljoenen.

Het masker der stilte
…Quelle belle ville moderne, Spirou…
uit Het masker der stilte (1958)
[ credits ]

Robbedoes en Kwabbernoot getekend door Franquin
1. 4 avonturen van Robbedoes (…en Kwabbernoot) (1950/1966)
2. Er is een tovenaar in Rommelgem (1951)
3. De zwarte hoeden (en nog 3 avonturen) (1952)
4. Robbedoes en de erfgenamen (1953)
5. De roof van de Marsupilami (1954)
6. De hoorn van de neushoorn (1955)
7. De dictator en de paddestoel (1956)
8. Pas op, Kwabbernoot! (1956)
9. Het schuilhol van het zeemonster (1956)
10. Het masker der stilte (1958)
11. De gorilla heeft het gedaan (1959)
12. Het nest van de Marsupilami’s (1960)
13. De bezoeker uit de oertijd (1960)
14. De gevangene van Boeddha (1961)
15. “Z” van Zwendel (1961)
16. De schaduw van “Z” (1962)
17. Robbedoes en de bobbelmannen (1965)
18. QRN op Bretzelburg (1966)
19. Hommeles in Rommelgem (1969)
24. Tembo Taboe (1974)

Les Aventures de Spirou: les Pirates du Silence [ facel-vega.asso.fr ]
Robbedoes_en_Kwabbernoot [ nl.wikipedia.org ]
André Franquin [ nl.wikipedia.org ]