rauw en noodlottig

aan het lezen in: Doodvonnis per verzekeringspolis van James M. Cain

doodvonnis per verzekeringspolisThrillers of detectives lees ik nooit, behalve als ik een film zo goed vind dat ik daarna ook het boek wil lezen. Zoals bijvoorbeeld met Babylon Berlin (2017). Nadat ik in januari op de ARD deze indrukwekkende tv-serie zag, ben ik begonnen aan Schaduw over Berlijn (Der nasse Fisch) van Volker Kutscher waarop deze film gebaseerd is. Hetzelfde overkwam mij na het zien van Double Indemnity (1944). Zeven jaar geleden bestudeerde ik al het scenario van Billy Wilder en Raymond Chandler maar het origineel van James M.Cain kende ik nog niet. Afgelopen week kwam ik de zwarte beertjes pocket Doodvonnis per verzekeringspolis uit 1983 tegen en besloot deze te lezen.

In het boek en de film zitten een aantal verschillen. Walter Neff heet Walter Huff en Phyllis Dietrichson heet Phyllis Nirdlinger. De afloop van het boek is totaal anders dan het einde van de film. James M.Cain zou blij geweest zijn met het einde in het scenario van Wilder en Chandler. Walters voice over die tot kort voor het einde van de film de flash backs inleidt, is een idee van Billy Wilder. Hij zou deze verteltechniek herhalen in Sunset Boulevard (1950).

double indemnityCain‘s thriller uit 1936 heeft net als zijn voorganger The postman always rings twice (1934) eenzelfde thematiek: een man raakt verstrikt in het web van een femme fatale. In de eerste helft van de jaren veertig zouden de hard boiled meesterwerken van Cain en detectives met Sam Spade (Hammett) en Philip Marlowe (Chandler) filmsensaties worden (The Maltese Falcon, Double Indemity, The Postman always rings twice, Murder my sweet, The Big Sleep) die een nieuw genre introduceerden: film noir. In de oorlogsjaren drong de rauwe en noodlottige werkelijkheid ook in Hollywood door.

striptekenaar Hanco Kolk over Double Indemnity [ volkskrant.nl ]

1861 in 1941

maandag gezien op Arte: Western Union (1941)

Western UnionFritz Lang (1890-1976), de regisseur van Die Nibelungen (1924), Metropolis (1927) en M. Eine Stadt sucht einen Morder (1931), was al wereldberoemd voordat hij via Frankrijk naar de Verenigde Staten vertrok en daar in 1936 zijn eerste film maakte. In Hollywood zou hij van 1936 tot 1957 ieder jaar een film maken. Na 21 Amerikaanse films keerde hij eind jaren vijftig weer terug naar Duitsland waar hij tenslotte nog drie films afleverde. Zo vormt zijn leven een drieluik waarbij het middelste luik, zijn Amerikaanse periode, de grootste omvang heeft.

Western Union (1941) die Arte op maandag uitzond, is de vijfde film die Fritz Lang in Hollywood maakte. Het is na The Return of Frank James zijn tweede western in technicolor. Voor Joseph Goebels die Lang in 1933 had voorbestemd als “filmregisseur des vaderlands” moet het een gruwel zijn geweest: de regisseur van Siegfried die zijn Germaanse wortels verlaten heeft en zich inlaat met cowboys en indianen.

Voor Joseph Goebels die Fritz Lang had voorbestemd als “filmregisseur des vaderlands” moet het een gruwel zijn geweest: de regisseur van Siegfried die zijn Germaanse wortels verlaten heeft en zich inlaat met cowboys en indianen.

Natuurlijk doet Western Union bijna 80 jaar later gedateerd aan met zijn epische filmscore, antieke technicolor en jaren veertig cowboys. Het verhaal speelt zich af in 1861 en dat was toen dus tachtig jaar geleden. Van nu naar 1941 is bijna net zo’n grote sprong. Hoe het er in 1861 werkelijk heeft uitgezien kunnen we uit Western Union niet opmaken want de ‘tussenstop’ in 1941 springt zo in het oog dat de film vaak veel meer ’1941′ dan ’1861′ oogt.

Western Union
still uit Western Union – Technicolor in de studio

Western UnionDe film Western Union is gebaseerd op het gelijknamige boek van Zane Grey uit 1939. Het verhaal speelt ten tijde van de Burgeroorlog. Vance Shaw heeft het bandietenbestaan de rug toegekeerd, maar wordt toch achternagezeten. Hij helpt een gewonde man en ontdekt dat die de leiding heeft over de aanleg van een telegraafverbinding van Nebraska naar Utah. Shaw kan meteen bij hem in dienst treden en vecht voor de telegraafmaatschappij tegen de bende van Jack Slade die de werkzaamheden onmogelijk wil maken. De climax volgt als Shaw en Slade tegenover elkaar komen te staan.

Western Union
cast van Western Union [ credits annyas.com ]

Herhaling van Überfall der Ogalalla (Western Union) op donderdag 21 februari om 13:50 op Arte met Duitse of Franse nasynchronisatie of ondertiteling.

Another side of Fritz Lang [ chicagoreader.com ] | Western Union [ imdb.com ]

hard boiled meesterwerk

opnieuw gezien op Canvas: Double Indemnity (1944)

Double IndemnityZeven jaar geleden zag ik voor het eerst Double Indemnity van Billy Wilder (1906-2002), de beroemde film noir uit 1944 waar later alle film noirs aan zouden worden afgemeten. Double Indemnity heeft namelijk alles in zich waarmee het genre gedefinieerd kan worden, zowel inhoudelijk als stilistisch. De stijl, die de “oppervlakkige” kenmerken bundelt, is onmiddellijk te herkennen. De voornaamste stijlkenmerken van de film noir zijn: harde contrasten, schaduwen, diagonalen en vervreemdende effecten die door eerstgenoemde elementen of een combinatie daarvan worden opgeroepen.

De oorsprong van deze stijlmiddelen ligt in de Duitse expressionistische film. Vanuit Duitsland zijn ze, soms via Frankrijk, overgewaaid naar Hollywood. Dit ‘overwaaien’ was concreet meestal een Europese regisseur die na 1933 naar de Verenigde Staten vertrok. Zijn leertijd of succes had hij eerst in Europa en daarna introduceerde hij zijn stijl in Hollywood. Fritz Lang, Alfred Hitchcock, Otto Preminger en Billy Wilder behoren tot de meesters die samen met hun cinematografen de stijlkenmerken van de film noir ontwikkelden en naar Amerika brachten. Van oorsprong is film noir dus een Europees fenomeen en het genre draagt ook niet voor niets een Franse naam.

Phyllis Dietrichson
de scene waarin Phyllis Dietrichson (gespeeld door Barbara Stanwyck) alleen met een badhanddoek om bovenaan de trap verschijnt, was in 1944 grensverleggend.

Maar Double Indemnity is toch een volbloed Amerikaanse film. Dat komt niet alleen omdat het verhaal zich in Los Angeles afspeelt. Het Amerikaanse van deze film, zit vooral in de vruchtbare combinatie tussen film en het hard boiled detective genre. Wilder baseerde zijn film namelijk op de gelijknamige roman uit 1943 van James M. Cain. Samen met Dashiell Hammett en Raymond Chandler behoorde Cain tot de grote drie van de hard boiled.

De bewerking van de roman Double Indemnity voor de film is een verhaal apart. Oorspronkelijk wilde Billy Wilder met zijn vaste scenarist Charles Brackett het screenplay schrijven. Maar vanwege de controversiële thema’s in de roman haakte Brackett af. Hij wilde zijn goede naam in Hollywood niet bezoedelen. Wilder vroeg toen Cain zelf om zijn roman te bewerken voor film, maar Cain stond ergens anders onder contract. Ondertussen las Wilder de thriller The Big Sleep uit 1939 van Raymond Chandler. Toen wist hij dat hij Chandler moest vragen voor het filmscript. Chandler was een meester in dialogen.

Zo verenigde Wilder het beste dat de meesters van het hard boiled genre te bieden hadden: de plot van Cain en de dialogen van Chandler. En hij combineerde dit met zijn eigen gevoel voor humor en de cinematografie van John Seitz, een gelukkige keuze van zijn acteurs en de muziek van Miklós Rózsa. Het resultaat: de moeder van alle film noirs en samen met Citizen Kane een van de beste films uit de geschiedenis.

Double Indemnity [ en.wikipedia.org ]

Het sneeuwde

gelezen: Berezina (2018)
naar de roman Il neigeait van Patrick Rambaud

Na het succes van De Slag bewerkte scenarist Frédéric Richaud opnieuw een roman van Patrick Rambaud voor een beeldverhaal getekend door Ivan Gil. Il neigeait (2000) vormt samen met La Bataille (1997) en L’Absent (2003) het middendeel van een trilogie over Napoleon. Patrick Rambaud ontleende de titel van zijn roman aan de eerste regel van het gedicht L’expiation (1853) van Victor Hugo. Hierin beschrijft Hugo de terugtocht vanuit Moskou in oktober, november en december 1812.

Berezina
de drie delen van de graphic novel Berezina
Il neigeait. On était vaincu
par sa conquête.
Pour la première fois l’aigle
baissait la tête.

In het derde deel van Berezina worden de eerste regels uit L’expiation geciteerd bij getekende impressies van de tocht van Smolensk naar Krasnoi. Het is 25 graden onder nul: “Het sneeuwde. We waren overtuigd van de overwinning. Voor het eerst boog de adelaar het hoofd. Het sneeuwde. De harde winter sloeg genadeloos toe. De ene witte vlakte na de andere. Gisteren de Grande Armee, nu de rest. De officieren noch de vlag waren nog te herkennen. Het sneeuwde. het sneeuwde voortdurend.”

L’expiation [ Engelse vertaling ]

Klare Lijn Event

gelezen: De Vallei der Onsterfelijken (2018)

Blake en MortimerTelkens als er een nieuwe Blake en Mortimer uitkomt, is dat voor de vaste schare van fans in België, Frankrijk en Nederland een sensatie. Toen in 1996 plotseling een nieuw avontuur verscheen, wisten veel vijftigers die met de klassieke strip van Edgar P. Jacobs waren opgegroeid niet wat hun overkwam. De verbazing was misschien wel net zo groot als wanneer er een nieuw avontuur van Kuifje het licht had gezien. Immers Hergé, de founding father van de Klare Lijn en zijn collega Edgar P. Jacobs waren respectievelijk in 1983 en 1987 overleden. Voor de fans was het een uitgemaakte zaak dat er nooit meer een verhaal van Kuifje zou verschijnen want Hergé had dit in zijn testament zo bepaald. Maar bij Edgar P. Jacobs lag het anders. Weliswaar bewaakte de Stichting Jacob de nalatenschap van de meester, maar in 1996 kon ze toch niet voorkomen dat Dargaud een gloednieuw verhaal op de markt bracht, gemaakt door het duo Jean Van Hamme en Ted Benoit. Wel kreeg de Stichting Jacobs het voor elkaar dat op de omslag niet meer het misleidende ‘van Edgar P.Jacobs’ vermeld mocht worden. De uitgever veranderde dit handig in ‘naar de personages van Edgar P.Jacobs’. Sinds het eerste album van Blake en Mortimer 2.0 in 1996 zijn er alweer twaalf albums verschenen, telkens in enorme oplagen.

In november kwam het dertiende album in de tweede reeks uit: De Vallei der Onsterfelijken (deel 1: Dreiging op Hong Kong). Net als Het geheim van de zwaardvis, Het geheim van de grote piramide, De drie formules van professor Sato, De sarcofagen van het zesde continent en De vloek van de dertig zilverlingen is het een dubbelalbum. Het tweede deel (De duizendste arm van de Mekong) van de De Vallei der Onsterfelijken moet nog verschijnen, waarschijnlijk in 2020. Bijzonder is dat voor het eerst een Nederlandse duo een verhaal tekende (naar een scenario van Yves Sente). Voor Teun Berserik en Peter van Dongen was het een hele eer om de wereldberoemde klassieke striphelden te mogen tekenen. ‘Alsof je met de Beatles een nummertje mag meedrummen!’, citeert Van Dongen zijn collega Gerrit de Jager in een interview in De Volkskrant.

Met de Klare Lijn kun je niet schmieren. Je kunt je niet verschuilen, want je ziet alles!’

Peter van Dongen

De Vallei der Onsterfelijken speelt zich af in 1947 en valt dus tussen Het geheim van de zwaardvis en Het geheim van de grote piramide in. Net als in De staf van Plutarchus, een prequel van Het geheim van de zwaardvis wordt er veel verwezen naar het allereerste avontuur van Blake en Mortimer dat Jacobs tussen 1950 en 1953 tekende. Op pagina 10 en 11 krijgen we een aantal déjà vu’s voorgeschoteld: plaatjes die we al kenden van het einde van Het geheim van de zwaardvis maar vanuit een andere hoek getekend. Ook op pagina 16 en 19 vinden we plaatjes die ons zeer bekend voorkomen.

Het Geheim van de Grote Piramide, om precies te zijn de Nederlandse editie uit 1954, gebruiken de tekenaars als stijlvoorbeeld. Van Dongen legt uit: ‘Een kroontjespen geeft een strakke lijn, met penseel wordt het meer dik-dun. Het Gele Teken is bijvoorbeeld helemaal met penseel getekend, wat een vrij vette lijn geeft. De Grote Piramide gaat meer richting Kuifje. We kiezen ervoor om de achtergronden met kroontjespen te tekenen en de personages met penseel: zo creëer je diepte.’
 
Bron: volkskrant.nl

Blake en Mortimer [ nl.wikipedia.org ]

Licht existentialisme

gezien op TV5: Lola (1961) van Jacques Demy

Lola 1961De Franse regisseur Jacques Demy (1931-1990) heeft een klein maar hermetisch oeuvre nagelaten. “Mijn idee is vijftig films te maken die met elkaar verbonden zullen zijn waar wederzijdse zingeving verloopt via gemeenschappelijke personages” zei Demy in 1964. Tot zijn dood in 1990 zou hij slechts twaalf films maken. Ook als je er daar maar vier van gezien hebt, begrijp je wat Jacques Demy met zijn uitspraak uit 1964 bedoelde.

Met Lola vestigde Demy in 1961 zijn naam. En samen met Michel Legrand maakte hij twee muzikale meesterwerken: Les parapluies de Cherbourg (1964) en Les demoiselles de Rochefort (1967). Daartussen maakte hij nog de casinofilm La baie des anges (1963).

Zijn films doen van het leven houden. Ze geven vreugde en de kracht om te wachten. Maar ze hebben een dubbele persoonlijkheid: enerzijds zijn het ernstige gevoelsfilms met diepe wortels, anderzijds zulke lichte bloemen dat het zonnige sneeuwvlokjes lijken.

Agnes Varda, Frans regisseur
en weduwe van Jacques Demy

Het eerste dat opvalt, is dat Michel Legrand voor deze vier films de muziek schreef. Daarmee hebben Demy en Legrand voor altijd hun naam met elkaar verbonden. Ook Catherine Deneuve verbond zich al vroeg aan zijn oeuvre. Het universum van Demy kenmerkt zich door terugkerende thema’s als escapisme, ‘de toevallige ontmoeting’, ‘een Franse havenstad’, ‘het vaderloze gezin’, de ‘Amerikaan’ en ‘het wachten op de ware liefde’.

Lola begingeneriek
Twee jaar later zou La baie des anges openen met eenzelfde sobere begingeneriek, ook in combinatie met een verlaten boulevard. Lola is opgedragen aan Max Ophüls (1902-1957)

Maar er zijn natuurlijk ook veel verschillen. Lola en La baie des anges zijn speelfilms in zwart-wit, Les parapluies de Cherbourg en Les demoiselles de Rochefort zijn musicalfilms in kleur. De eerste twee films leunen tegen de nouvelle vague aan, vooral La baie des anges dat eenzelfde existentialistisch sfeertje heeft als À bout de souffle. In Lola zit veel meer joie de vivre en dat is voor een groot deel te danken aan de uitstraling en het spel van Anouk Aimée. Maar de meest levensblije film die Demy gemaakt heeft, is ongetwijfeld Les demoiselles de Rochefort. En toch, ook al is Lola gefilmd in zwart-wit, met de levenslust van Anouk Aimée kan het grauwe Nantes gemakkelijk op tegen het zonnige en kleurrijke Rochefort.

Vorige week overleed de Franse componist Michel Legrand (1932-2019). Dat TV5 nu een retrospectief toont van George Demy is puur toeval en heeft niets te maken met het overlijden van Michel Legrand.

Lola [ imdb.com ] | De zonnige sneeuwvlokjes van Jacques Demy

Petits faits vrais

gelezen: De Slag (2018) van Ivan Gil en Frédéric Richaud
naar de gelijknamige roman uit 1997 van Patrick Rambaud

Voor zijn roman La Bataille heeft Patrick Rambaud zich intensief gedocumenteerd. Hij maakte niet alleen gebruik van gedetailleerde verslagen van gevechtshandelingen maar vooral ook van talloze anekdotes van veteranen. Zo verwerkte hij het voorval van de infanterist die zijn hoofd werd afgerukt door een kanonskogel. De gouden Napoleons die hij in zijn halsdoek genaaid vlogen de andere infanteristen om de oren. Of het gegeven dat er bouillon getrokken werd van paardenvlees op smaak gebracht met buskruit. Naast deze ‘petits faits vrais’, zoals Stendhal ze noemde, zijn er ook de ‘grote’ feiten. Wanneer we in een standaardwerk over Napoleon lezen over de Slag bij Aspern-Eßling komen we deze tegen. Zowel Andrew Roberts als Adam Zamoyski maken melding van een aantal feiten tijdens of rondom deze veldslag. Deze komen we ook tegen in de roman van Patrick Rambaud en in de bewerking van Ivan Gil en Frédéric Richaud.

De Slag
de drie delen van de graphic novel De Slag (2018)

Allereerst de line up. Voordat een (militair) historicus verslag doet van een veldslag, moet hij eerst weten wie de hoofdrolspelers zijn. Zoals ik al eerder schreef, komen de Oostenrijkers niet in beeld. Alleen hun opperbevelhebber, aartshertog Karl, zien we heel even vanuit de verte. La Bataille wordt beschreven vanuit verschillende posities in het Franse kamp. Allereerst de hoofdpersoon Louis-François Lejeune, een kolonel van 34 die tevens kunstschilder is. Rambaud heeft zijn hoofdpersoon slim gekozen. Lejeune was tijdens de Slag bij Aspern-Eßling verbindingsofficier. Hij moest dus boodschappen doorgeven tussen Napoleon en zijn generaals.

Via Lejeune maken we dus kennis met alle hoofdrolspelers in deze veldslag. Allereerst Napoleon zelf en zijn chef-staf Louis Alexandre Berthier die steeds bezorgd is dat Napoleon zich op het slagveld te kwetsbaar opstelt. Vervolgens zijn belangrijkste generaal André Masséna met de koosnaam ‘L’Enfant chéri de la Victoire’ die de leiding heeft in het dorpje Eßling, het meest strategische punt in de veldslag. Drie maanden later zal hij op de veertigste verjaardag van Napoleon de titel Prins van Eßling ontvangen.

Dan is er nog een hele reeks generaals en officieren onder wie Lannes, Sainte-Croix, Lasalle, Espagne, Saint-Cyr, Molitor, Legrand, Carra, Perigord, Dorsenne, Boudet, Saint-Hilaire en Pouzet. Drie generaals zullen sneuvelen: Espagne, Saint-Hilaire en Lannes. Vooral het verlies van Jean Lannes viel Napoleon zwaar. Ze waren sinds het Beleg van Toulon (1793) met elkaar bevriend.

Boutigny 1894
Paul-Émile Boutigny (1853-1929) schilderde dit tafereel (detail van een schilderij uit 1894) waarin Napoleon zijn zwaargewonde vriend Jean Lannes bezoekt, nadat een kanonskogel zijn been verbrijzeld had. Lannes zou tien dagen na de veldslag aan zijn verwondingen overlijden.

Bij een historische roman is het altijd de vraag of hoe vrais de faits zijn. Klopt het of heeft de schrijver de geschiedenis naar zijn eigen hand gezet? In ieder geval vond ik twee feiten die niet helemaal waar zijn. In het verhaal wordt een 17-jarige Duitse jongen opgevoerd die Napoleon zo hartgrondig haat dat hij hem persoonlijk wil vermoorden. Deze jongen heeft werkelijk bestaan en heette Friedrich Stapß. Op 12 oktober, vlak voor de ondertekening van de Vrede van Schönbrunn zou hij in een mislukte aanslag Napoleon met een mes hebben willen aanvallen. Hij werd door Napoleon persoonlijk ondervraagd en kon gratie krijgen. Maar Friedrich Stapß toonde geen berouw en werd ter dood gebracht. Deze gebeurtenis is in La Bataille verwerkt, maar vindt plaats voor de Slag bij Wagram op 5 en 6 juli 1809. Dat klopt dus niet.

Ook de excommunicatie van Napoleon door paus Pius VII die beantwoord werd met zijn arrestatie valt in de roman net iets te vroeg. De excommunicatie was op 10 juni maar de gevangenneming van Pius VII kwam pas op 6 juli nadat Napoleon bij Wagram de Oostenrijkers verslagen had.

Meynier 1812
Charles Meynier schilderde een tafereel (detail van een schilderij uit 1812) na de terugtrekking van de Fransen op het eiland Lobau in de Donau. Napoleon bezoekt de gewonden van de Slag bij Aspern-Eßling en wordt voorgesteld als een messiaanse figuur.