annus horribilis [ 3 ]

deze week uitgelezen: 1793 van Victor Hugo

1793De meeste historici markeren de Franse Revolutie tussen twee dagen: 14 juli 1789 en 18 Brumaire van het jaar VIII ofwel 9 november 1799. Deze twee data staan voor de Bestorming van de Bastille en de Staatsgreep van Napoleon die een einde maakte aan het directoire. Victor Hugo werd geboren in 1802, twee jaar na het einde van de Franse Revolutie. Zijn hele leven heeft hij nagedacht over de betekenis van de Revolutie voor zijn land en voor de wereld. Pas aan het einde van zijn leven – in 1874 – schreef hij een roman waarin hij zijn gedachten over de Revolutie bundelde. Deze roman heet Quatrevingt-Treize (93) en Hugo’s tijdgenoten wisten precies waar dat getal op sloeg. Het was een getal zoals Nine Eleven. Quatrevingt-Treize gaat over 1793, het annus horibilis van de Franse Revolutie.

De koning van Frankrijk, Lodewijk XVI was op 21 januari 1793 onthoofd. Voor de revolutionairen was hij citoyen Capet (“meneer Capet”) geworden of men sprak triomfantelijk over Lodewijk de Laatste. Zijn terechtstelling had grote gevolgen voor het revolutionaire Frankrijk dat nu alle omringende monarchieën als vijand kreeg. Frankrijk werd ingesloten door vijanden. De dreiging kwam aanvankelijk uit het Oosten, van Oostenrijk en Pruisen. Maar na het onthoofden van de koning 1793 kwam er voor het revolutionaire Frankrijk een nieuwe vijand bij die zich binnen de landsgrenzen bevond. In de Vendée en Bretagne brak burgeroorlog uit doordat de royalisten in opstand kwamen.

marat
illustratie uit 1793

De royalisten waren voor de revolutionairen opstandelingen, maar ze zagen zichzelf juist als de getrouwen van de koning en het koningschap. Daarbij konden ze op sympathie van Engeland rekenen. De Franse Revolutie, waarin Parijs het centrum vormde, werd serieus bedreigd omdat de royalisten de Engelsen in Bretagne wilde laten landen om samen de revolutionairen te verslaan. Het werd hard tegen hard. Er volgde een verschrikkelijke, meedogenloze strijd en nog steeds loopt er in Frankrijk een debat of er tijdens de Opstand in de Vendée van genocide kan worden gesproken. Als dat het geval is, dan hebben beide partijen zich schuldig gemaakt aan genocide.

Dieu le RoiVictor Hugo koos bewust de Opstand in de Vendée als decor voor zijn roman over de Franse Revolutie. Het is een historisch decor maar tegelijkertijd een mythologisch decor. Twee partijen zijn geradicaliseerd en overschrijden de grenzen van menselijkheid. Bij de geradicaliseerde jakobijnen worden in naam van de Republiek en bij de geradicaliseerde royalisten worden in naam van God en de koning de meest smerige wreedheden begaan. De eerste kiezen voor de Rede, de laatsten voor het hart. 1793 is een verhaal over radicalisering. Hoe kunnen mensen in de overtuiging het goede te dienen in staat zijn tot zoveel kwaad?

En hoe is de spiraal van geweld te doorbreken?

Hugo laat zien dat geradicaliseerde partijen dat niet meer kunnen. Alleen een wonder, een goddelijk ingrijpen, kan de menselijkheid weer terugbrengen in de hel van een burgeroorlog. In de ingenieuze plot van Hugo zijn het drie kleine kinderen die het licht in de duisternis doen schijnen. 1793 leest soms als een sprookje vol metaforen en toch gaat het ook helemaal over de Franse Revolutie, een gebeurtenis die niet alleen achter ons ligt, maar nog dagelijks doorwerkt in onze gedachten over mens en samenleving. ‘Boven het revolutionaire absolute, bevindt zich het menselijke absolute.’ is het inzicht waarmee Hugo zichzelf en de lezer boven de strijdende partijen kan plaatsen.

guillotine
illustratie uit 1793

annus horribilis [ 1 ] | annus horribilis [ 2 ]

goede smaak

gisteren gezien op Arte: Der erotische Blick – Johann Winckelmann
documentaire van Christian Feyerabend over “de vader van de archeologie”

WinckelmannDe Frans-Duitse zender Arte legt vaak het Frans-Duitse cultuurverschil bloot. In de documentaire Der erotische Blick – Johann Winckelmann die gisterenavond te zien was, kwamen een Duitse en een Franse kunsthistorica aan het woord. In Duitsland wordt Winckelmann in de eerste plaats gezien als kunsttheoreticus en als de vader van de archeologie, maar in Frankrijk staat hij vooral bekend als een politiek denker.

Dit verschil heeft alles te maken met de invloed van de klassieke oudheid op de kunst en politiek in de tweede helft van de achttiende eeuw. Winckelmann propageerde de kunst van de antieken en zag deze als superieur. De geest van de klassieke kunst vatte hij krachtig samen in de oneliner edele eenvoud, stille grootsheid. Het rococo van zijn tijd was daar ver van afgedwaald en getuigde volgens Winckelmann niet van goede smaak. Om weer terug te keren naar de goede smaak moest de kunstenaar zich verdiepen in de klassieke kunst.

Gedanken über die Nachahmung der griechischen Werke in der Malerei und Bildhauerkunst uit 1755 was Winckelmann’s eerste geschrift over zijn esthetische opvattingen en vestigde zijn naam. Het werd een bestseller. Winckelmann had de juiste snaar weten te raken en zijn devies vond overal navolging. Tussen 1770 en 1780 vond er een stijlverandering plaats. De frivole rococo begon langzaam maar zeker plaats te maken voor een strenge en serieuze stijl, het neo-classicisme. In Frankrijk werden de esthetische opvattingen van Winckelmann gehoord door Jacques-Louis David en kregen ze een sterke politieke lading mee.

David 1774
Jacques-Louis David Erasistratos ontdekt welke ziekte Antiochius heeft (1774)
In dit vroege werk van David is duidelijk de overgang van het rococo naar het neo-classicisme te zien. De compositie is nog overvol, de kleuren gloeiend en de posen barok. In de jaren 1780′s zal David zijn sobere en koele stijl vinden.

Op de klassieke kunst van de Romeinen en de Grieken werd ook een vrijheidsideaal geprojecteerd. Toen Winckelmann zijn ideeën begon te verkondigen, was de Verlichting doorgebroken, maar was de staat nog allesbehalve verlicht. De meeste mensen zuchtten nog onder de onderdrukking door het ancien régime. De klassieke kunst fascineerde niet alleen door haar schoonheidsideaal, maar gaf ook hoop. Vergeleken bij het rococo, die de smaak van het hof vertegenwoordigde, leek de klassieke kunst zich niet te richten op aardse genoegens maar op deugden. Jacques-Louis David pakte dat op en zijn schilderijen zouden dit gaan laten zien. Ze zouden het volk gaan onderwijzen in burgerdeugden en het patriottisme aanwakkeren.

Johann Joachim Winckelmann
Geschichte der Kunst des Altertums 1776

Door de invloed van Winckelmann op David en het neoclassicisme, dat de officiële stijl van de Franse Revolutie zou worden, wordt Winckelmann in Frankrijk dus meer gezien als een politieke denker dan als een archeoloog.

Für Winckelmann war die Schönheit schlechthin das Maß aller Dinge, und so wurde er zu einem wahren Meister des guten Geschmacks. Sein wohl bekanntester Spruch lautet: „Edle Einfalt, stille Größe”, und er bewunderte die Kunst der stilsicheren Griechen, nicht zuletzt mit seinem Werk „Gedanken über die Nachahmung der griechischen Werke in der Malerei und Bildhauerkunst” (1755). So ebnete er den Weg für den Klassizismus – seiner Ansicht nach sollten sich die Menschen und die Kunst von Rokoko und Barock distanzieren und vielmehr die griechische und römische Antike neu entdecken.
 
Bron: schwaebische.de

born to be brave

de brave kunst van Moritz von Schwind (1804-1871)

Von SchwindIn juli 2010 maakte ik voor het eerst kennis met het werk van de Oostenrijkse illustrator en schilder Moritz von Schwind. In het kasteel Hohenschwangau, niet te verwarren met Schloss Neuschwannstein, zagen we fresco’s naar ontwerpen van Von Schwind. Een maand later kocht ik een dikke oeuvrecatalogus uit 1906. Waarschijnlijk het eerste en laatste volledige overzicht van zijn werk, want daarna raakte Von Schwind in de vergetelheid. Zijn geromantiseerde taferelen verdragen zich niet goed met de moderniteit en vinden waarschijnlijk alleen nog waardering bij liefhebbers van Victoriaanse koektrommelplaatjes.

Schwind
Der Handschuh der Heiligen Elisabeth (1856)

Er zijn zeker nog wel meer redenen om het werk van Moritz von Schwind te waarderen. In de eerste plaats zijn vakmanschap. In de tweede plaats zijn ijver. En in de derde plaats zijn braafheid. Want ook dat laatste is een kwaliteit. Von Schwind werd in 1804 in Wenen geboren. Zijn ouders hebben tweemaal een vernederende vrede met Napoleon meegemaakt, de Vrede van Pressburg in 1805 en de Vrede van Schönbrunn in 1809. Moritz was nog te klein om zich dat later te herinneren.

Maar het Congres van Wenen (1814-1815) waarbij de rollen omgedraaid werden, zal hij als elfjarig jongetje bewust hebben meegemaakt. Deze gebeurtenis bepaalde het politieke en artistieke klimaat in Europa tot 1848 en werkte ook daarna nog een poosje door. Wenen was het centrum van de Restauratie en gold als oerconservatief. Het grootste deel van zijn leven (Von Schwind overleed in 1871) werd bepaald door de conservatieve geest van de Restauratie. Hij was “born to be brave“.

Als brave ambachtsman volgde hij het Renaissancistische schoonheidsideaal waarbij Rafael het summum is. Alles is ten dienste gesteld aan de onderlinge harmonie. Compositie, vorm en kleur zijn helder. Er is geen picturaal vuurwerk. De verf is getemd door de tekening en zit keurig binnen de lijntjes. Dat is goed te zien in een detail van Sabina von Steinbach uit 1844. Von Schwind omhelst, net als zijn tijdgenoot Peter von Cornelius (1783-1867) en de Nazarener de reactionaire kunst.

Schwind
detail van Sabina von Steinbach (1844)

Moritz von Schwind [ de.wikipedia.org ]

messidor architectuur

gelezen in 1793 van Victor Hugo

Toen Victor Hugo de zeventig gepasseerd was, schreef hij zijn laatste roman 1793. Zijn hele leven had hij al een roman willen schrijven waarin hij zijn gedachten over de Franse Revolutie kon uitwerken. Hij koos voor het jaar 1793, het annus horribilis van de Franse Revolutie, waarin een verschrikkelijke burgeroorlog woedde in Bretagne en de Vendée en het jaar waarin de beruchte Loi des suspects van kracht werd, waardoor het schrikbewind op een dieptepunt kwam.

1793 is een roman én geschiedenisboek. Het tweede deel is een soort intermezzo met o.a. een uitgebreide beschrijving van de Convention Nationale. Hugo geeft een lange opsomming van namen die hij vaak van voetnoten heeft voorzien. Na 180 bladzijden zijn er al 375 voetnoten voorbijgekomen. Voor de romanlezer kan dat storend zijn, maar voor degene met interesse voor geschiedenis van de Franse Revolutie, is het een bonus.

Convention Nationale
het kale interieur van de Convention Nationale
c’était quelque chose comme Boucher guillotiné par David.
Het was alsof Boucher door David was geguillotineerd.

Hugo over het interieur

Vooral de beschrijving die Hugo geeft van het interieur van de Nationale Conventie vind ik boeiend. De sobere, uitgeklede variant van het classicisme, wordt in Frankrijk l’architecture messidor genoemd. Hugo schrijft: “Na de overweldigende orgiën van vorm en kleur in de achttiende eeuw, ging de kunst op dieet, en alleen nog de rechte lijn was toegestaan. Een dergelijke ontwikkeling mondt uit in lelijkheid. Je krijgt een kunst die gereduceerd is tot skelet. Dat is het nadeel van een dergelijke zedigheid en onthouding; de stijl is zo sober dat hij schraal wordt.”

Convention Nationale
Hugo geeft een beschrijving van het spreekgestoelte. Links de Déclaration des droits de l’homme uit 1789 en rechts de grondwet.
Tout cet ensemble était violent, sauvage, régulier. Le correct dans le farouche; c’est un peu toute la révolution. La salle de la Convention offrait le plus complet spécimen de ce que les artistes ont appelé depuis ‘l’architecture messidor’ c’était massif et grêle. Les bâtisseurs de ce temps-là prenaient le symétrique pour le beau. Le dernier’ mot de la Renaissance avait été dit sous Louis XV, et une réaction s’était faite. On avait poussé le noble jusqu’au fade, et la pureté jusqu’à l’ennui. La pruderie existe en architecture. Après les éblouissantes orgies de forme et de couleur du dix-huitième siècle, l’art s’était mis à la diète, et ne se permettait plus que la ligne droite. Ce genre de progrès aboutit à la laideur. L’art réduit au squelette, tel est le phénomène. C’est l’inconvénient de ces sortes de sagesses et d’abstinences; le style est si sobre qu’il devient maigre. En dehors de toute émotion politique, et à ne voir que l’architecture, un certain frisson se dégageait de cette salle. On se rappelait confusément l’ancien théâtre, les loges enguirlandées, le plaforid d’azur et dé pourpre, le lustre à facettes, les girandoles à reflets de diamants, les tentures gorge de pigeon, la profusion d’amours et de nymphes sur le rideau et sur les draperies,toute l’idylle royale et galante, peinte, sculptée et dorée, qui avait empli de son sourire ce lieu, sévère, et l’on regardait partout autour de soi ces durs angles rectilignes, froids et tranchants comme l’acier; c’était quelque chose comme Boucher guillotiné par David.
 
Bron: Quatre-vingt-treize, deuxième partie, livre troisième: la convention
Convention Nationale
een bladzijde met een illustratie van de Conventie uit de oorspronkelijke uitgave van Quarte-vingt-treize (1874)

Nationale Conventie [ nl.wikipedia.org ]

verlichte postzegels

Fransen uit de achttiende eeuw (1949)

Postzegels blijven mij fascineren. Je kunt de hele wereld ophangen aan dit kleine stukje waardepapier, een druppel uit de oceaan. Tegelijkertijd gaan postzegels ook over vormgeving en laten ze iets van de geschiedenis van de vormgeving zien. Als kind hield ik niet zo van Franse postzegels. Ze waren op ruw papier gedrukt en vaak maar in één of twee kleuren. Maar veel later ben ik juist gaan houden van gegraveerde éénkleurige voorstellingen in plaatdruk. Onderstaande serie uit 1949 van zes beroemde Fransen (Montesquieu, Turgot, Dupleix, Buffon, Watteau en Voltaire) uit de achttiende eeuw vind ik mooi. Het modernisme is hier ver te zoeken. De Victoriaanse ornamentiek die de postzegel sinds zijn geboorte vergezelt, is in 1949 nog springlevend.

Montesquieu
Montesquieu 1689-1755
Turgot
Turgot 1727-1781
Dupleix
Dupleix 1697-1763
Buffon
Buffon 1707-1788
Watteau
Watteau 1684-1721
Voltaire
Voltaire 1694-1778

outsider art

dit weekend gezien: Loving Vincent (2017)

Loving VincentHet verhaal van Vincent van Gogh blijft zijn kracht houden. Dat komt omdat het alle elementen van een groot verhaal in zich draagt, een universeel en tragisch verhaal dat ons allemaal raakt. De film Loving Vincent voegt daar nu weer een nieuwe dimensie aan toe. Het unieke van deze film is natuurlijk in de eerste plaats dat deze helemaal geschilderd is. Loving Vincent werd trots aangekondigd als The world’s first fully painted movie. Meer dan honderd kunstenaars schilderden de beelden, 1500 per minuut en 91 minuten in totaal. Dat levert een unieke ervaring op waarbij je ondergedompeld wordt in een geschilderde wereld, de wereld van Van Gogh. Een verademing vergeleken bij alle gelikte 3D-films die er tegenwoordig gemaakt worden. Even stug en weerbarstig als de kunstenaar zelf.

Maar Loving Vincent heeft ook een goed scenario. Dat was ook wel een beetje te verwachten. Want bij zo’n ambitieus project, waaraan meer dan honderd schilders meewerken om het simpele idee (een geschilderde film over Vincent Van Gogh) uit te voeren, moet het verhaal natuurlijk ook kwaliteiten hebben. Alleen dan krijg je een goede film. Het scenario van Loving Vincent is even eenvoudig als effectief. Het verhaal begint in Arles met Armand Roulin, de zoon van postbode Roulin . Doordat Van Gogh ze in 1888 geschilderd heeft, zijn ze beide iconische figuren geworden. De frontale postbode met zijn gevorkte baard en de jongeman met het hoedje en kanariegele jasje kent de hele wereld. Vóór Mickey Mouse en Donald Duck waren ze al wereldberoemd en nu verschijnen ze dus in een (geschilderde) animatiefilm.

Armand RoulinArmand Roulin reist na Vincents dood af naar Auvers om erachter te komen hoe en waarom Vincent aan zijn einde gekomen is. Hij spreekt een aantal mensen die allemaal hun eigen verhaal hebben. In flashbacks komen we te weten wat voor een man Vincent was en hoe zijn laatste weken in Auvers waren. Roulin heeft gesprekken met Père Tanguy, het meisje van het pension waar Van Gogh verbleef, de kamerdame van dr. Cachet, de bootverhuurder, een oude man op een ladder, een arts, de dochter van dr. Cachet en tenslotte met dr. Cachet zelf.

Het verhaal is via gesprekken met ooggetuigen in combinatie met flash backs goed opgebouwd. Het is een prachtige verteltechniek die in de jaren veertig veel werd toegepast, bijv. in Citizen Kane (1941) en The Killers (1946). De ooggetuigenverslagen leiden ons langs de rafelrand van feiten en verdichtsel. Heeft Van Gogh zichzelf van het leven beroofd of werd hij door iemand anders in zijn buik geschoten? Wat gebeurde er in de dagen vóór zijn dood? Hoe was zijn relatie met dr. Cachet en zijn jonge dochter? Keerden zijn depressies in Auvers terug? Leven, werk en dood van de geniale outsider die in zijn eentje een nieuwe standaard zette, blijven fascineren.

lovingvincent.com