de vrijheid van 1830

De julirevolutie van 1830 volgens Delacroix en Schnetz

De vrijheid die het volk leidt van Eugène Delacroix (1798-1863) is een icoon van de historieschilderkunst. Voordat de Euro kwam stond La Liberté met haar ontblote borsten samen met Delacroix afgebeeld op het biljet van honderd francs. In Frankrijk heeft dit schilderij een religieuze status en is een substituut geworden voor de herrezen Christus uit het graf. De moderne westerse wereld laat zich niet meer aanvoeren door de mensgeworden God maar door de godin van de vrijheid. Sinds de Franse Revolutie is La Liberté de christelijke God gaan vervangen.

100 francs
biljet van 100 francs

Toen in juli 1830 opnieuw na 41 jaar barricaden opgeworpen werden, waren alle ogen weer gericht op Parijs. Ditmaal was er geen bestorming van de Bastille, maar een bestorming van het stadhuis, het Hôtel de Ville. Hét beeld van de julirevolutie van 1830 is het beroemde schilderij van Delacroix. Er zijn talloze schilderijen gemaakt van deze historische gebeurtenis, maar geen van allen bereikten ze de status van het schilderij van Delacroix.

Delcaroix
Eugène Delacroix de vrijheid die het volk leidt
De moderne wereld laat zich niet meer aanvoeren door de mensgeworden God maar door de godin van de vrijheid. Sinds de Franse Revolutie is La Liberté de christelijke God steeds meer gaan vervangen.

Een schilderij dat erg lijkt op dat van Delacroix, is Combat devant l’hôtel de ville van Jean-Victor Schnetz (1787-1870). Het laat ongeveer hetzelfde beeld zien: de barricaden waarop de tricolore wappert. Zelfs de Notre Dame de Paris is in beide schilderijen door de rook heen op de achtergrond te zien. Er is één groot verschil: het schilderij van Schnetz is geen allegorie.

Schnetz
Jean-Victor Schnetz
Combat devant l’hôtel de ville
Delcaroix
Eugène Delacroix detail
Jean-Victor Schnetz detail
Delcaroix
Eugène Delacroix detail
Jean-Victor Schnetz
Jean-Victor Schnetz detail

July Revolution [ en.wikipedia.org ]

Peinture du 19ème Siècle

Franse schilderkunst uit de 19e eeuw op fr-peint.blogspot.nl

Vorige week ontdekte ik de Engelstalige blog Peinture Française du 19ème Siècle die al vier jaar bijna dagelijks een schilderij van een Franse schilder uit de negentiende eeuw laat zien en bespreekt. Ruim duizend berichten geleden startte de blog in 2013 met het jaar 1800 en inmiddels zijn we beland in 1875. Meer dan driehonderd schilders zijn inmiddels voorbijgekomen. Impressionisten komen niet aan bod, zij zijn op het web en daarbuiten toch al oververtegenwoordigd.

Peinture Française du 19ème Siècle
Peinture Française du 19ème Siècle

Peinture Française du 19ème Siècle

de ogen van Yvonne

gelezen: Tijdloos (2014) de debuutroman van Sybold Deen

tijdloosJe hebt romans die niet alleen een verhaal vertellen maar ook een theorie verkondigen. In de wetenschap van de achttiende eeuw was het gebruikelijk om een wetenschappelijke theorie te presenteren in een dialoogvorm. Zo schreef de Britse empirist George Berkeley in 1714 drie dialogen tussen Hylas en Philonous waarin hij zijn beroemde radicale kerngedachte Esse est percipi (zijn is waargenomen worden) door zijn alter ego Philonous tegenover de materialist Hylas uiteen laat zetten.

Sybold Deen is in zijn debuutroman Tijdloos niet minder radicaal dan Berkeley als hij Sybold tegenover zijn rationele wederhelft Yvonne laat zeggen dat tijd een illusie is en dat alles al gebeurd is. In de dialogen tussen Sybold en Yvonne lijkt ons een wetenschappelijke onderbouwing voor de predestinatie te worden aangereikt. Zo worden de breinmachine van Patrick Haggard, het holografische principe van Gerard ‘t Hooft en de simulatietheorie van Nick Bostrom erbij gehaald.

Hoe meer Sybold en Yvonne in Tijdloos het spoor van de predestinatie gaan volgen (“alles is al gebeurd”) hoe groter hun worsteling wordt. Het is niet alleen de worsteling met het vraagstuk van de (on)vrije wil, maar ook met het harde gelijk van de wetenschap. Het universum van Sybold en Yvonne ligt op het snijpunt tussen de abstracties van de natuurwetenschap en de nabijheid van de geliefde. “Mooie ogen. Ik moet er niet aan denken dat het allemaal niet echt is” zegt Sybold tegen Yvonne.

Het universum van Sybold en Yvonne ligt op het snijpunt tussen de abstracties van de natuurwetenschap en de nabijheid van de geliefde.

Als control freak is Sybold een man van de wetenschap. Hij weet dat de (neuro)wetenschap van de mens een l’homme machine maakt. Of een breinmachine (Haggard). En dat Dick Swaab beweert dat we ons brein zijn. Zou laatstgenoemde, die de ziel “een misvatting” noemt, ook de liefde tot “neuronenactiviteit” reduceren?

Hoewel Tijdloos een flirt maakt met predestinatie en reductionisme, lijkt de roman zich er ook juist tegen te verzetten. Het is namelijk meer dan een wetenschappelijke roman. Het is ook de verwerking van een verloren liefde en leest daarom ook als een heel persoonlijk verhaal. Sybold Deen lijkt op zoek naar de volmaakte synthese tussen verstand en gevoel. Hij probeert beide polen naar elkaar toe te buigen: de breinmachine van Haggard en de ogen van Yvonne.

Deze synthese leidt tot een manier van begrijpen waar de Duitse filosoof Wilhelm Dilthey op wees. Hij zocht naar een methode om de menselijke ervaring te begrijpen en stelde daarbij vast dat de natuurwetenschappen daarvoor niet geschikt zijn. Het kennen van de oorzaak van een ervaring, is iets anders dan het begrijpen van een ervaring. Bovendien veranderen we zelf in het proces van begrijpen. “De natuur verklaren we, het geestelijke leven begrijpen we.” Sybold zou het daar waarschijnlijk mee eens zijn.

Tijdloos is geen evenwichtige roman geworden. Het begint als een scifi verhaal, maar dit breekt met het tweede hoofdstuk af en het wordt eigenlijk niet goed duidelijk waarom. Ook is er weinig dynamiek tussen de karakters. Sybold en Yvonne zijn eerder vehikels voor de persoonlijke queeste van de auteur. En het doorbreken van de derde wand is een techniek die op het toneel of in een film soms werkt, maar die je in een roman beter kunt laten liggen. Toch is Tijdloos een overtuigend debuut. Sybold Deen, onthoud die naam.

sybolddeen.nl | Lycka Till Förlag [ lyckatill.nl ]

zacht

op 3 juli a.s. wordt Blinde Vogel van Wim Helder gepresenteerd

blinde vogelToen hij twaalf was, bekende Wim Helder tegenover het schoolhoofd dat hij predikant wilde worden. Zijn vriendjes wisten dat hij soms ook twijfelde en dat hij misschien liever zanger wilde worden. Het zou nog lang duren totdat beide roepingen bijeen zouden komen. Op 3 juli a.s. hoopt hij Blinde Vogel te presenteren, zijn debuutalbum dat zijn zangtalent en liefde voor het woord en de zielzorg verenigt.

Inmiddels heeft Wim het geloof van zijn vaderen verlaten. Maar net als die andere gereformeerde jongen die schuin tegenover zijn geboortehuis in de Veenendaalse hoofdstraat ter wereld kwam, heeft Wim een wijdere horizon in zijn bestaan ontdekt. Niet dat de Heer bij hem geen rol meer speelt. In navolging van de mystieke Beatle ziet Wim zijn Heer in feite overal. My sweet Lord!

Blinde Vogel luistert als de bemoediging en troost van een fijne dominee.  Iemand die naast je komt staan en een arm om je heen slaat. Wim begrijpt niet alleen maar weet je ook te prikkelen, bijvoorbeeld in liedjes als Buiten Spelen en Hé ga je mee. Al gaat hij niet zo ver als de twee “vrouwenbegrijpers” Joost Nuissl en Joost Belinfante: “Kom naar buiten lieve Lina. Want vanavond is het feest. Iedereen zal van je houden, deze jongen nog het meest. Kom op, ga mee, ik zal je pakken, hey hey!”

De tekst van de troubadourachtige titelsong is geschreven door zijn in 2006 overleden vriend John Leusink. Een verstilde sfeer wordt bereikt met korte, mijmerende zinnen en overzichtelijke kwatrijnen. De zwaarte van het bestaan wordt beantwoord met resignatie: vliegen maar niet weten waar naartoe, als een blinde vogel.

Als er één nummer op Blinde Vogel in aanmerking komt voor een hitsingle, dan is het beslist Fantoompijn (eveneens met een tekst van John Leusink). Het is een energiek en pakkend nummer met een jankende elektrische gitaar van Seger Uyterlinde. De troubadour goes top of the pops.

In De voedster en Het komt eraan laat Wim zich van een heel andere kant horen en doen sterk vermoeden dat ook Wim er wel eens is geweest. Het zijn psychedelische verkenningen van het jenseitige. Het eerste nummer dompelt ons onder in de geheimzinnige levensbron die “de voedster” wordt genoemd. Nog duidelijker is het grensoverschrijdende aanwezig in “Het komt eraan”. Het is de annunciatie  van een spirituele zwangerschap en geestelijke geboorte. Net als in een klassieke Indiase raga wordt het voorafgegaan door een soort alap. Turn on, tune in and drop out!

De clip van het psychedelische nummer De Voedster is opgenomen in Rishikesh (India) waar George Harrison zijn sitarlessen kreeg.
Wrijf de waas uit je ogen
Spoel het vuil van je lijf
Aarzel niet om te geloven
Dat je vrij bent van de tijd

uit: De Voedster

Twee andere liedjes die verwantschap met elkaar tonen, zijn De Cirkel en 7 September: een intiem portret van een vrouw die niet kan stoppen met drinken en mijmeringen bij een bezoek aan een oude man.

Het meest persoonlijke lied is De Nacht dat met precies zes minuten gelijk tweemaal zo lang duurt als de gemiddelde track op Blinde Vogel. Zoals in alle teksten is de metafysische diepte (of hoogte?) nooit ver weg. In “De nacht”, Naar huis, “buiten spelen”, “reis”, Mist en “slaap zacht” hoor je na het triviale ook steeds de echo van het transcendente. Soms dreigen zijn teksten metafysisch topzwaar te worden. Zo geeft de kapitaal in “en Jij lacht zacht” te denken. Ziet Wim aan het einde van de Nacht met Martin Buber en Peter Maffay zijn Volmaakte Dubbel tegenover zich? “De Nacht” eindigt als een meezinger van het soort “Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder”. Geknipt voor Oud en Nieuw.

Voor de liefhebbers is er Ik maak een reis Het is een traag en zemelig nummer dat rotsvast in de traditie staat van de “vanveenzaamheid”, d.w.z. Herman van Veen op z’n allerergst.

Het kleinste liedje op Blinde Vogel is Liedje voor Gerda Het bestaat uit slechts negen woorden: “Gewoon omdat je lief bent zing ik dit liedje”. Het is een middeleeuws miniatuur dat zijn intimiteit en diepte bereikt met de kracht van de herhaling. Een klein bloempje waar je helemaal stil van wordt.

Tenslotte neemt Wim fluisterend afscheid van ons in Slaap zacht. Maar niet zonder zijn credo achter te laten: “Laten we zacht zijn voor elkander kind.” Blinde Vogel is te bestellen via wimhelder.com

twee mythologische koppels

Telemachus en Eucharis (1818) van Jacques-Louis David
en Bacchus en Ariadne (1821) van Antoine-Jean Gros

Nadat Napoleon in 1815 definitief verslagen was, keerde overal in Europa de monarchie terug. Ook de kunst deed een stap terug. Het revolutionaire elan maakte plaats voor het sentimentalisme en de mythologische voorstellingen van vóór 1789. Goede voorbeelden daarvan zijn twee dubbelportretten van de meesters van het Franse neoclassicisme: Jacques-Louis David (1748-1825) en zijn leerling Antoine-Jean Gros (1771-1835).

Tijdens de Restauratie leefde Jacques-Louis David, de grootste Franse schilder van zijn tijd, in ballingschap in Brussel, toen nog in het Koninkrijk der Nederlanden. Daar schilderde hij Het afscheid van Telemachus and Eucharis in zijn beroemde neoclassicistische stijl. In 1987 werd het schilderij aangekocht door het J. Paul Getty Museum.

Telemachus en Eucharis
Jacques-Louis David 1818
Het afscheid van Telemachus en Eucharis
Fixing the viewer with a dreamy gaze, the fair-haired Telemachus grasps Eucharis’s thigh with his right hand while holding his sword upright with the other. The ill-fated lovers say farewell in a grotto on Calypso’s island. Facing towards us, Telemachus’s blue tunic falls open to reveal his naked torso. Eucharis, seen in profile, encircles Telemachus’s neck and gently rests her head upon his shoulder in resignation. In this way, David contrasts masculine rectitude with female emotion.
 
Bron: getty.edu
Telemachus en Eucharis
detail van Telemachus en Eucharis

Drie jaar later schilderde David’s beroemde leerling Antoine-Jean Gros een ander mythologisch koppel. Zijn Bacchus en Ariadne hangt sinds 1977 in de National Gallery of Canada. Gros werd in tegenstelling tot zijn leermeester niet verbannen en werd nadat in 1814 de monarchie hersteld was zelfs hofschilder van Lodewijk XVIII. Toch eindigde zijn leven tragisch met zijn zelfmoord in 1835.

Bacchus en Ariadne
Antoine-Jean Gros 1821
Bacchus en Ariadne
Pointing to the departure of Theseus, who has abandoned her on the island of Naxos, Ariadne is comforted by Bacchus. He is identified as the god of wine by the grapes and vine leaves in his hair, and the “thyrsus”, the staff topped with vine leaves. Ariadne holds the gold crown with stars which she will receive at the time of her marriage to Bacchus; it will later be set in the heavens as a constellation. Frame: running moulding with press-moulded composition ornament, gilded. France, early 19th century.
 
Bron: gallery.ca
Bacchus en Ariadne
detail van Bacchus en Ariadne

Grote Herinneraar

gelezen: Proloog en hoofdstuk 1 uit Burgers (1989) van Simon Schama

CitizensDe unieke eigen stijl van Simon Schama zuigt mij de eerste bladzijden van Burgers al het verhaal binnen. Schama‘s sappige geschiedschrijving kun je typisch joods noemen. Het is een vorm van verhalende geschiedenis waarbij het persoonlijke, het detail en vaak ook de humor centraal staan. In de Proloog (Herinneringsvermogen – veertig jaar later) neemt de schrijver ons eerst mee naar dat andere revolutiejaar, 1830. Hoe werd er toen teruggekeken op 1789? Schama gebruikt daarbij de persoon van Marquis de La Fayette (1757-1834). Hij noemt hem de Grote Herinneraar. La Fayette was iemand die het allemaal had meegemaakt.

La Fayette
Marquis de La Fayette (1757-1834) leefde in twee werelden. Hij groeide op in de late pruikentijd (links) en eindigde in de Biedermeiertijd (rechts)

Als jongeman van net twintig had La Fayette naast Washington gestaan tegen de Engelsen. In zijn persoon leken Frankrijk en Amerika geestelijk met elkaar verenigd te zijn. Hij werd een held bij het Amerikaanse volk en tientallen steden in de Verenigde Staten dragen nog altijd zijn naam. In 1830 was de Restauratie 15 jaar oud en deed zijn uiterste best om alles te vergeten wat aan 1789 herinnerde. Toen in 1824 de reactionair Karel X koning van Frankrijk werd, leek het ancien régime weer helemaal terug. Maar het was een anachronisme geworden in een tijd die al te modern en veel te nuchter was voor de pracht en praal van het absolutisme.

In 1830 was de Restauratie 15 jaar oud en deed zijn uiterste best om alles te vergeten wat aan 1789 herinnerde.

En zo kwam in 1830 het volk in Parijs opnieuw in opstand. Ditmaal werd de revolutie niet gedragen door de jeugd maar door oude mannen. Frankrijk werd een constitutionele monarchie onder burgerkoning Lodewijk-Filips I. La Fayette ontving hem bij het Hotel de Ville in Parijs en drapeerde de tricolore over hem heen. “Voor een koning die wilde overleven, was niets minder dan een grote driekleurige lijkwade nodig.” schrijft Schama scherp.

Amédée Bourgeois
Amédée Bourgeois Aanval op het Hotel de Ville en gevechten op de Pont d’Arcole op 28 juli 1830

Van La Fayette stapt Schama over op de drie jaar oudere Charles-Maurice Talleyrand (1754-1838). Ook Talleyrond leefde in 1830 nog, maar hij was niet een van de (oude) mannen die de Julirevolutie steunde. Als cynicus, pragmaticus en opportunist had hij genoeg zelfkennis om te weten dat een deel van de volkswoede zich op hem zou kunnen richten. Uit voorzorgsmaatregel liet hij daarom zijn naambord maar snel verwijderen. De laatste publieke functie die Talleyrand vervulde was die van ambassadeur in Londen onder Lodewijk-Philips I. Hij was inmiddels 75 en de realpolitiker in hem was nog springlevend. In Londen doofde hij de revolutionaire vuurtjes die Lafayette er had proberen te stoken. Zo verzekerde hij Wellington ervan dat het gevaarlijkste wapen van Lodewijk-Philips I zijn opgerolde paraplu was.

Van onderdaan naar burger [ W&V ]