de ijzeren eeuw

vanaf vrijdagavond 13 weken lang op NPO 2 om 21.15: de ijzeren eeuw

de ijzeren eeuwTussen november 2013 en juni 2015 wordt het 200 jarig bestaan van het Koninkrijk der Nederlanden gevierd. Dat betekent o.a. dat ons collectieve nationale bewustzijn wordt bijgeschoold. De overheid subsidieert evenementen, tentoonstellingen en documentaires rond de viering van 200 jaar Koninkrijk. Vanavond gaat de ijzeren eeuw van start, waarin teruggekeken wordt op de eerste eeuw van het Koninkrijk der Nederlanden, toen nog een koloniale macht. Voor scholen is er rond deze 13-delige serie over de 19e eeuw in Nederland lesmateriaal ontwikkeld waaronder een website. Daarnaast verschijnt er een boek van Hans Goedkoop en Kees Zandvliet.

De IJzeren Eeuw werpt in het voorjaar van 2015 een frisse blik op een tijd die al te lang is afgedaan als saai en burgerlijk. Een riant geïllustreerd publieksboek, aansluitend op twee televisieseries en een tentoonstelling, richt het oog juist op de indrukwekkende vernieuwingen van toen. De vaar- en spoorwegen die werden aangelegd. De opkomst van de industrie. De groei van wereldhaven Rotterdam. De uitbouw van de liberale vrijhandel – en van de staatsbemoeienis om die weer in te perken. De bloei van de wetenschap, die vijf Nobelprijzen opleverde. De komst van de monarchie en van een grondwet die nog steeds de basis vormt van de huidige. De IJzeren Eeuw laat het begin zien van een tijdperk van onophoudelijke innovatie en versnelling. Het begin van ons moderne Nederland.
Bron: walburgpers.nl

de ijzeren eeuw website
website over de ijzeren eeuw met een portret van Johannes van den Bosch door Cornelis Kruseman
Vanaf vrijdag 3 april is de tv-serie De IJzeren Eeuw om 21.05 te zien op NPO2. In 13 afleveringen van 45 minuten neemt presentator Hans Goedkoop je hierin mee naar de negentiende eeuw. De 19e eeuw: het begin van het moderne Nederland. Hier liggen de wortels van multinationals als Unilever en Heineken, massaproductie, massaconsumptie en massacultuur. Amsterdam wordt een dynamische hoofdstad waar buitenlandse toeristen naartoe komen om te genieten van Hollandse folklore. De tentoonstelling ‘De IJzeren Eeuw’, een samenwerking met de NTR/VPRO, laat zien dat de 19de eeuw modern en roerig was, vol tegenstrijdigheden.
 
Bron: amsterdammuseum.nl

de ijzeren eeuw [ npogeschiedenis.nl ] | Koninkrijk in wording [ koninkrijk1813.huygens.knaw.nl ]

belleza di Bellini

aan het lezen in Nicolosia (2004) van Joost Divendal
Giovanni Bellini en zijn Venetiaanse model

NicolosiaNicolosia is een aanstekelijk verslag van een obsessie. Joost Divendal beschrijft zijn jarenlange zoektocht naar het model dat Giovanni Bellini (1430-1516), de vader van de Venetiaanse School, gebruikt heeft voor zijn madonna op het altaarstuk in de San Giobbe in Venetië. Bij Bellini is de breuk tussen de traditionele typos van de Moeder Gods op de Byzantijnse icoon en de Italiaanse madonna van vlees en bloed definitief geworden. De heilige maagd Maria zit bij Bellini nog altijd op een troon, meestal geflankeerd door heiligen en eventueel opdrachtgevers, maar is zoveel aardser dan de Byzantijnse Theotokos.

De aardsheid komt bij Bellini overigens niet uit de lucht vallen, maar krijgt wel iets definitiefs. Verschillende factoren spelen daar een rol bij: Bellini is een Venetiaan, hij schildert als Italiaan voor het eerst met olieverf (Antonella da Messina had deze vanuit Vlaanderen geïmporteerd en in 1475 naar Venetië gebracht) én hij werkt naar levend model. Vooral dat laatste is van doorslaggevend belang. De moeder Gods wordt in de Italiaanse schilderkunst van de late 15e eeuw een vrouw van vlees en bloed. Karl Marx zou opmerken dat de Moeder Gods bij Rembrandt een Hollandse boerenmeid is. Maar 150 jaar vóór Rembrandt was zij al een Italiaans meisje.

Divendal is geobsedeerd door de blik van de heilige maagd Maria op het altaarstuk in de San Giobbe, waarin hij het goddelijke en het menselijke ziet samengaan. Rond de intimiteit van deze blik trekt hij concentrische cirkels die uitdijen over de lagunestad. Soms ziet hij bij serveersters op de terrasjes of meisjes op de boten het sublieme en het banale onverwacht samenkomen. Nicolosia is te lezen als een ode aan het vrouwelijke en een loflied op de schoonheid.

Ik weet door het kijken uit ervaring dat kunst die verleidt tot blijven kijken, vrouwelijk is. Zij nodigt mij uit om op haar in en in haar op te gaan.
Bellini
de heilige maagd Maria op het altaarstuk van de San Giobbe door Giovanni Bellini (detail) “Ave virginei flos intemerae pudoris” (uit het Magnificat)
Natuurlijk ben ik meer gericht op de schoonheid van vrouwen dan van mannen. Dit is zo niet genetisch bepaald dan toch een kwestie van smaak. Hun fysieke soepelheid bepaalt mijn waarneming eerder dan de hoekigheid die mannen eigen is. Ik weet door het kijken uit ervaring dat kunst die verleidt tot blijven kijken, vrouwelijk is. Zij nodigt mij uit om op haar in en in haar op te gaan. Mannelijke kunst stoot af door haar zelfverzekerdheid, die de toeschouwer geen ruimte laat. Wanneer la belleza mijn uitnodigt en ik voor haar opensta, laat ik mij ontwapenen. En ik kijk.
 
uit: Nicolosia, uitgeverij Meulenhoff Amsterdam, 2004, blz. 96
Bellini
detail van de heiligen op het altaarstuk van de San Giobbe: Franciscus, Johannes de Doper, Job, Dominicus, Sebastiaan en Lodewijk van Toulouse
het altaarstuk van San Giobbe door Giovanni Bellini (ca.1487)
 
Dit altaarstuk is een voorbeeld van een sacra conversazione: een voorstelling waarbij in een in perspectief geschilderde ruimte een gesprek lijkt plaats te vinden tussen een Madonna met kind en een aantal heiligen uit verschillende tijdsperiodes. In dit geval zijn dat van links naar rechts: Franciscus, Johannes de Doper, Job, Dominicus, Sebastiaan en Lodewijk van Toulouse. Zowel Job als Sebastiaan zijn pestheiligen. Aan de voet van de troon van de Madonna zijn drie musicerende engelen te zien, die Bellini met grote precisie heeft geschilderd. Franciscus, die gekleed gaat in zijn traditionele bruine habijt en wiens stigmata duidelijk te zien zijn, nodigt de toeschouwer uit deel te nemen. Aan de rechterzijde valt met name Sebastiaan op die vrijwel naakt en in contrapposto is weergegeven.
 
Bellini creëerde evenwicht door aan de andere kant van Maria ook de oude Job ontkleed te schilderen. Dergelijke gedetailleerde afbeeldingen van het menselijk lichaam zijn typerend voor de hoogrenaissance. Op de mantel van Lodewijk van Toulouse is Job in miniatuur nogmaals afgebeeld, een eerbewijs aan de naamgever van de kerk. De figuren zijn geplaatst in een kapel met een cassetteplafond. Deze ruimte wordt afgesloten door een apsis met een gouden mozaïek, dat fonkelt in het licht en herinneringen oproept aan de Basiliek van San Marco. Op het mozaïek zijn zes engelen en de inscriptie Ave virginei flos intemerae pudoris te zien.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Ephemera

Ephemera uit de jaren ’50 en ’60 op Pinterest

Tot een paar jaar geleden verzamelde ik plaatjes uit de jaren vijftig en zestig op de harde schijf van de computer. Tegenwoordig pin ik ze vast in de cloud van Pinterest, keurig geordend op prikborden. In het Engels worden fenomenen met een korte houdbaarheidsdatum “Ephemera” genoemd. In het Nederlands heeft dit woord niet onmiddellijk een positieve klank. Het zou zomaar een geslachtsziekte kunnen zijn. En biologen weten dat de naam verwijst naar het geslacht van de wantsen, een tamelijk onfris diertje. Tot die familie behoort ook de ephemera danica, beter bekend als de groene eendagsvlieg.

Ephemera 1960's
tien van mijn prikborden met ephemera uit de jaren zestig op pinterest.com
e·phem·er·a
things that exist or are used or enjoyed for only a short time. items of collectible memorabilia, typically written or printed ones, that were originally expected to have only short-term usefulness or popularity.

In het verzamelen van plaatjes op pinterest.com vat ik ephemera iets breder op. Alles wat kenmerkend is voor de stijlperiode van de jaren vijftig en zestig, is voor mij ephemera. Van de vinnen van de Cadillac tot de paviljoenen van de expo’s uit 1958, 1964 en 1967. De meeste expo-bauten bleken inderdaad zeer vergankelijk, maar het atomium in Brussel en ook de pink cadillac bleken juist onvergankelijke stijliconen.

Ephemera 1960 [ pinterest.com ]

The Islanders

Charles Avery – What’s the matter with Idealism?
GEM Museum voor actuele kunst, Den Haag tot 7 juni 2015
islanders
Charles Avery Westphalia
Charles Avery (1973, Oban, Schotland) is een ontdekkingsreiziger van het ‘ouderwetse’ soort. Al tien jaar werkt hij aan zijn project The Islanders, waarin hij met behulp van tekeningen, teksten, video, objecten en installaties een fictief eiland in kaart brengt. In Charles Avery – What’s the matter with Idealism? etaleert hij de resultaten van de afgelopen vijf jaar.
 
De tentoonstelling laat bezoekers reizen naar de bruisende hoofdstad Onomatopoeia met haar drukke haven, het stadspark en de toegangspoort tot de onherbergzame wildernis eromheen. Het is een diep uitgedachte fantasiewereld die Charles Avery op allerlei manieren vormgeeft en voedt met filosofische bespiegelingen. Daarbij laat hij zich inspireren door het gedachtegoed van bestaande filosofen en kunstenaars als William Blake en Joseph Beuys. Ook is in Onomatopoeia een discussie gaande over het bestaan van het mythische wezen Noumenon. Ondanks de inspanningen van jagers en avonturiers heeft niemand het beest ooit gezien. De tentoonstelling omvat karakterstudies, objecten en scènes die inzicht geven in de cultuur, de economie en de overtuigingen van de bewoners.
 
Avery’s interesse in literatuur, wiskunde en filosofie zien we op allerlei manieren terug. Zo ontwierp hij bomen voor zijn eiland die qua vorm gebaseerd zijn op wiskundige formules. Mooi, fantasierijk, uiterst gedetailleerd en humorvol zijn de verhalende tekeningen die de basis vormen van zijn project. In de loop der jaren heeft hij zijn ideeën en technieken verder uitgebreid, is het formaat van zijn tekeningen groter geworden en het kleurgebruik divers. Met veel aandacht voor details creëert Avery zo een meeslepend verhaal, als beschouwer ga je bijna op in zijn wereld.
 
Met The Islanders wil Charles Avery geen utopie neerzetten. Het eiland is een fictieve samenleving, die op verschillende manieren een spiegel vormt voor de onze. Zo is de eindeloze wijsgerige discussie die op het eiland gaande is een humoristische verwijzing naar de praktijk van de filosofie en is de relatie van het eiland met haar voormalige overheerser Triangland te lezen als een politieke metafoor. Door het eiland als overkoepelend thema van zijn kunstenaarschap te nemen, geeft Avery zichzelf bovendien de vrijheid om met uiteenlopende materialen te werken.
 
Bron: gem-online.nl
islanders
Charles Avery detail uit een tekening

Charles Avery – What’s the matter with Idealism? [ gem-online.nl ]