huilende hyena

opnieuw gezien: The good, the bad and the ugly (1966)

The good, the bad and the uglySpaghetti-westerns worden gemaakt door Italianen die Sergio heten. De vader van de Spaghetti-western is natuurlijk Sergio Leone (1929-1989). Minder bekend is Sergio Corbucci (1926-1990). Hij maakte in 1966 Django die bijna net zo legendarisch geworden is als zijn jaargenoot The good, the bad and the ugly. Drie weken geleden overleed de Sergio Sollima (1921-2015), de oudste van de drie Sergio‘s. Zijn spaghetti-westerns waren meestal politiek getint. Slechterik Lee van Cleef speelde in 1967 in The Big Gundown, maar deze film van Sollima is in Nederland nauwelijks bekend.

Gisterenavond zag ik voor de zoveelste keer The good, the bad and the ugly. Het is de afsluiting van de zogenaamde dollarstrilogie. Sergio Leone perfectioneert de stijl die twee jaar later in C’era una volta il West (1968) zijn hoogtepunt bereikt. Met name de beginscènes van beide films vatten Leone‘s klassieke stijl samen: het trage tempo, de montage met afwisseling van extreme close ups en totaalshots, de verlatenheid en stilte van het droge landschap, het sombere mensbeeld en de zwarte humor.

The good, the bad and the ugly
Clint Eastwood in Il buono, il brutto, il cattivo

De score van Ennio Morricone is een klassiek voorbeeld van de volmaakte filmmuziek: beeld en muziek versterken elkaar wederzijds.

This movie is the most famous of all of Leone’s work, largely because of the incredible Ennio Morricone score featuring the modulated screaming in the main theme that is the most instantly recognizable western theme of all time. There are only a few pieces of film scores that have risen beyond the films they are associated with to become part of our culture (the stabbing music in Psycho, for example), and this is one of a very select group. Morricone’s theme was the attempt to recreate a hyena’s cry, and while most people don’t recognize a hyena, the pure energy and aggressiveness of the scream is a powerful motif in the film that Leone uses to good advantage, punctuating scenes with them throughout his film.
 
Bron: fistful-of-leone.com

The good, the bad and the ugly [ imdb.com ]

metafysische navelstreng

de inleiding gelezen van : de esthetische revolutie
het ontstaan van het moderne autonome kunstbegrip (2015) van Arnold Heumakers

de esthetische revolutieBegin april plaatste ik de esthetische revolutie bovenaan op mijn verlanglijstje. Ik was toen vergeten dat ik bij het verschijnen van Goethe – Kunstwerk des Lebens van Rüdiger Safranski twee jaar geleden de Nederlandse vertaling prioriteit had gegeven. Dus ben ik nu nog aan het lezen in de vertaling van Mark Wildschut die eind mei verscheen. Maar het boek van Arnold Heumakers is al in huis en ik kon het niet laten de inleiding alvast te lezen. Overigens staan in de literatuurlijst van dit boek vier titels van Safranski vermeld, waaronder zijn biografie over Goethe en Romantik. Eine Deutsche Affaire.

In de inleiding van de esthetische revolutie las ik een zin die mij op het lijf geschreven is: “Sinds we de metafysische navelstreng met de eeuwigheid hebben doorgeknipt, vinden we onze diepte nog alleen in de geschiedenis.” In de negentiende eeuw werd de geschiedenis een substituut voor de religie. Het historiseren leidde niet alleen tot een objectiveringskoorts (“wie es eigentlich gewesen ist”) en het verwetenschappelijken van het verleden, maar ook tot de evolutietheorie van Darwin. In plaats van een schepsel van een persoonlijke God, werd de mens het product van natuurlijke selectie, voor de een “een schitterend ongeluk” en voor de ander “een bedrijfsongeval van de natuur”. Dat is de consequentie wanneer we onze “metafysische navelstreng met de eeuwigheid” doorknippen en onze longen zich volzuigen met objectieve wetenschap.

Sinds we de metafysische navelstreng met de eeuwigheid hebben doorgeknipt, vinden we onze diepte nog alleen in de geschiedenis.
Michaud
Hippolyte Michaud La Mansarde, 1865
Via sprankelende en diepgaande analyses van dichters en denkers als Shaftesbury, Baumgarten, Rousseau, Kant, Hamann, Hemsterhuis, Herder, Moritz, Schiller, Goethe, Schlegel, Novalis en vele anderen beschrijft Arnold Heumakers het ontstaan en de ontwikkeling van het romantisch-moderne kunstbegrip. Op magnifieke wijze laat hij in De esthetische revolutie zien hoe autonomie en engagement, deze schijnbare tegenpolen, tot op de dag van vandaag bepalen hoe wij kunst en literatuur ervaren.
 
Bron: boomfilosofie.nl

meer is meer !

rococo in OberBayern

Tijdens onze vakantie door OberBayern bezochten we weer een aantal kerken. In Zuid-Duitsland en Tirol vind je de meest uitbundige kerkinterieurs ter wereld. De meeste zijn gebouwd tussen 1740 en 1770 in de periode dat het rococo in de mode was. Ik ben deze stijl de laatste jaren pas gaan waarderen, nadat ik lang tegengehouden ben door beeldvorming: krullen staan nu eenmaal onder de zware verdenking van kitsch, terwijl eenvoudig en minimalistisch daarentegen meestal geassocieerd worden met kunst.

Deze beeldvorming is alomtegenwoordig. Bijna alle klanten voor wie ik de afgelopen vijftien jaar websites maakte, verklaarden met klem geen “toeters en bellen” te willen en met de mantra “minder is meer” was er meestal volmaakte consensus. Eenvoud is nu eenmaal het kenmerk van het ware. En van de goede smaak.

Ettal
rocaille in de abdijkerk van Ettal

Complexe structuren en “drukke” kunstwerken diskwalificeren zich in deze beeldvorming. Toch is dat onzin. We zijn geconformeerd aan het moderne smaakoordeel waarin “minder is meer” per definitie beter is dan “alle registers open”. In het midden van de achttiende eeuw was het smaakoordeel precies omgekeerd. Minder was gewoon minder en meer was gewoon meer! Versieringen waren chique en sober was kaal en armoedig. Het conformisme in die tijd volgde juist de tegengestelde richting.

We zijn geconformeerd aan het moderne smaakoordeel waarin “minder is meer” per definitie beter is dan “alle registers open”.

De barokke visie gaf ruimte voor overvloedig versierde interieurs. Maar vaak zijn deze zwaar en drukkend. In het rococo dat zich na 1730 van de barok begint te onderscheiden, wordt alles lichter. In de eerste plaats de kleuren. De pastelkleuren uit het rococo geven het interieur de lichtheid van een Italiaanse ijssalon. De ornamentiek verandert ook. In plaats van zware vergulde lijsten en cartouches, druipt en slingert er een zwierig rocaille langs de muren. De vormen zijn asymmetrisch geworden zodat ze meer ademen als de symmetrische barokvormen en vrijer bewegen.

preekstoelen
de preekstoelen in de kerk in Steingaden (links)
en in de Wieskirche (rechts)

Het interieur van het kleine kerkje in de Wies (bij Steingaden) wordt beschouwd als het mooiste rococokerkje ter wereld. We bezochten het in juni voor de derde keer. Elke keer ga ik het meer waarderen. Een van de bijzondere dingen van de Wieskirche is de balans tussen ornamentiek en kale witte muren. Pas halverwege de witgepleisterde muren en het plafond begint het rocaille te bewegen. Het lijkt wel een branding. Het plafond is een betoverende onderwaterwereld met “koraalriffen” van rocaille. Die associatie is overigens niet vreemd, want het rocaille is oorspronkelijk een schelpmotief.

Salzburg
fresco (detail) in de St Peter in Salzburg. Typerend voor het rococo zijn de pastelkleuren.

Franklin & Canada

aan het lezen in Het jaar 1759 – Een doorsnede van de Verlichting
van Paul Frentrop (2014)

1759In mijn vorige stukje over Het jaar 1759 – Een doorsnede van de Verlichting merkte ik op dat Paul Frentrop in het hoofdstuk over de French and Indian War (Oost en West) de Slag om Quebec op 13 september 1759 onvermeld laat. Maar in het hoofdstuk over Benjamin Franklin brengt hij dit keerpunt in de geschiedenis van de strijd om Noord-Amerika tussen de Engelsen en de Fransen gelukkig wel ter sprake. En meer nog. Hij schrijft ook over de nasleep van deze veldslag die nog geen kwartier duurde maar het leven kostte van beide bevelhebbers, de generaals James Wolfe en Louis-Joseph de Montcalm.

Benjamin Franklin die op dat moment in Londen verbleef, speelde een belangrijke rol in de onderhandelingen tussen de Engelsen en de Fransen. Als geboren Amerikaan maakte hij zich sterk van de positie van de Amerikaanse kolonisten, op dat moment nog onderdanen van George II, de koning van Engeland. Franklin wilde per se dat de Fransen uit Noord-Amerika zouden verdwijnen en dat Canada moest worden opgegeven.

Engeland had weinig belang bij Canada en veel Engelsen hadden liever het suikereiland Guadeloupe in plaats van de koude en vochtige wouden van Canada. Maar de Fransen waren voor de Amerikaanse kolonisten gevaarlijk omdat ze nog altijd de plaatselijke indianenstammen tegen hen konden opzetten. Canada moest dus onder de Engelse kroon.

Canada 2013
Canadese postzegel uit 2013 eert Benjamin Franklin die er voor pleitte dat Canada onder de Engelse kroon moest komen.

In 1760 publiceerde Franklin het pamflet The Interest of Great Britain Considered, With Regard to Her Colonies. Hierin pleit hij ervoor dat heel Canada bij Engeland moet komen. Het argument dat het land te groot is en te noordelijk gelegen om optimaal gekoloniseerd te kunnen worden, ontkracht hij:

The objection I have often heard, that if we had Canada, we could not people it, without draining Britain of its inhabitants, is founded on ignorance of the nature of population in new countries. When we first began to colonize in America, it was necessary to send people, and to send seed-corn; but it is not now necessary that we should furnish, for a new colony, either one or the other. The annual increment alone of our present colonies, without diminishing their numbers, or requiring a man from hence, is sufficient in ten years to fill Canada with double the number of English that it now has of French inhabitants.
 
Bron: The Interest of Great Britain Considered, With Regard to Her Colonies
kaart van Amerika in 1763
kaart van Noord-Amerika in 1763 (detail): de westelijke grenzen van de Britse kolonies worden voorlopig doorgetrokken tot aan de Mississippi.

Franklin had succes want op 10 februari 1763 werd het Verdrag van Parijs ondertekend waarmee Frankrijk afstand deed van alle gebieden in Noord-Amerika. Canada viel voortaan onder Engeland, maar tot op de dag van vandaag wordt in Quebec Frans gesproken.

kunstwerk van het leven

aangekomen op blz. 400 van Goethe – kunstwerk van het leven (2015)
van Rüdiger Safranski (vertaald door Mark Wildschut)

Goethe - kunstwerk van het levenEen nieuwe gezaghebbende biografie over het natuurverschijnsel Goethe, welke biograaf durft zich daar nog aan te wagen? Biograaf én filosoof Rüdiger Safranski deed het. En hoe. Bij het verschijnen in augustus 2013, werd de biografie door de Frankfurter Allgemeine gelijk gecanoniseerd: “Het boek van Safranski zal voor lange tijd het standaardwerk over Goethe blijken te zijn.” lezen we op de flap van de Nederlandse vertaling, die twee maanden terug verscheen. FAZ- criticus Lorenz Jäger schreef:
Er hat ein Buch geschrieben, das, in seinen Vorzügen wie in seinen Schwächen, wohl auf einige Zeit das Hausbuch der Goethe-Liebhaber bleiben wird.

Safaranski‘s palmares zijn indrukwekkend: de afgelopen deritg jaar schreef hij lijvige biografieën over E.T.A. Hoffmann (1984), Schopenhauer (1988), Heidegger (1994), Nietzsche (2000) en Schiller (2004). Daarna schreef hij in 2007 een prachtig boek over de Duitse Romantiek. Sinds 2003 koop ik elk boek van hem, meestal in een voortreffelijke vertaling van Mark Wildschut.

Johann Wolfgang Goethe (1749-1832) wordt alom beschouwd als een van de grootste Duitse literaire personen: dichter, roman- en toneelschrijver, criticus, jurist, wetenschapper en politicus. Misschien wel de laatste homo universalis, even klassiek als Shakespeare en Dante. Goethe. Kunstwerk van het leven is niet de eerste biografie van Goethe maar het is zeker de meest gezaghebbende. Rüdiger Safranski is een van de grootste biografen van onze tijd en zijn ongeëvenaarde kennis van en fascinatie met zijn onderwerp zijn al gebleken uit zijn beroemde biografie van Schiller en zijn portret van de vriendschap tussen Schiller en Goethe. Hij baseert zich zo veel mogelijk op de primaire bronnen: het werk zelf, brieven en dagboeken, getuigenissen van tijdgenoten. Het uitzonderlijk rijke leven van Goethe wordt door Safranski op magistrale wijze verbeeld.
 
Bron: athenaeum.nl

Goethe, der urbanisierte Olympier [ faz.net ]

licht en duisternis in 1759

aan het lezen in Het jaar 1759 – Een doorsnede van de Verlichting
van Paul Frentrop (2014)

1759In het vierde hoofdstuk (Oost en West) van 1759 staan de Russische Petr Ivanovich Rychkov (1712-1777) en de Ierse George Croghan (1718-1782) centraal en daarmee de gebeurtenissen aan de periferie van de Westerse wereld. Rychkov zat helemaal op het randje in het oosten (Orenburg in de Oeral) en Croghan op het randje in het westen (Pittsburgh aan “forks” van de Ohio). “Het was tussen Orenburg in het oosten en Pittsburg in het westen dat de Verlichting zich in 1759 voltrok”, schrijft Paul Frentrop. Want de Verlichting is de rode draad in het jaar 1759 dat als ondertitel Een doorsnede van de Verlichting heeft.

Dat betekende niet dat 1759 een verlicht jaar was. De Zevenjarige Oorlog ging op 18 mei 1759 het vierde jaar in en de conflicten strekten zich over drie werelddelen uit. Niet alleen in Europa, maar ook in de Europese kolonies in Noord-Amerika en India stonden de Engelsen en Fransen tegenover elkaar. Sommige historici wijzen daarom de Zevenjarige Oorlog aan als de eerste wereldoorlog in de geschiedenis.

In het hart van Rusland werd trouwens ook stevig gevochten. Het reusachtige gebied tussen de Oeral en de Wolga behoorde al honderden jaren tot de Basjkieren. Maar in de achttiende eeuw begon Rusland zijn vleugels naar het oosten toe uit te slaan en lonkten de natuurlijke rijkdommen in en achter de Oeral. Vanuit Orenburg, gesticht in 1735, begon de kolonisatie van Siberië. De Basjkieren werden bloedig onderworpen.

Amerika omstreeks 1759
Na meer dan honderd jaar vreedzame coëxistentie botsten rond het midden van de achttiende eeuw de handelsbelangen van de Engelsen en de Fransen, zodat er een lange reeks conflicten uitbrak in de vallei van de Ohio (gele gebied). De omcirkelde locatie is Fort Duquesne, het huidige Pittsburgh.

De Verlichting ging van Oost naar West dus gepaard met bruut geweld dat we sindsdien “middeleeuws” zijn gaan noemen. In Noord-Amerika brak in de jaren vijftig definitief de pleuris uit, na een reeks conflicten tussen Franse bonthandelaren en Engelse kolonisten. De handelsbelangen van Engeland en Frankrijk stonden op het spel. Tijdens de conflicten tussen 1749 en 1755, die de opmaat vormden van de French and Indian War had Engeland op Nova Scotia de Franse forten Fort Beauséjour en Louisbourg ingenomen en daarmee de toevoer van de St Lawrence afgesloten. Zo kwam het conflict tussen de Engelsen en de Fransen in de Nieuwe Wereld op scherp te staan want de Franse kolonisten waren nu van het moederland afgesneden.

De Verlichting ging van Oost naar West gepaard met bruut geweld dat we sindsdien “middeleeuws” zijn gaan noemen.

Frentrop beschrijft de vreselijke gevolgen: de Fransen verschansen zich in de Ohio vallei, laten Fort Duquesne (het huidige Pittsburg, op de “forks van de Ohio) bouwen en stoken de plaatselijke indianenstammen op tegen de Engelsen. Kolonisten worden op gruwelijke wijze afgeslacht. En dan zijn de rapen gaar: Engeland stuurt generaal Edward Braddock (1695-1755) erop af, die de Fransen mores moet leren. Maar zijn troepen blijken helemaal niet opgewassen tegen de verrassingsaanvallen van de indianen in de dichte wouden van Pennsylavania.

Braddock
The Wounding of General Braddock
schilderij van Robert Griffing

Het loopt allemaal vreselijk uit de hand. Op 18 mei 1756 zijn Engeland en Frankrijk officieel met elkaar in oorlog. Het keerpunt van de oorlog in Amerika komt in oktober 1758 nabij met het Verdrag van Easton waarmee de Engelsen de plaatselijke indianen aan hun zijde weten te verenigingen tegen de Fransen. George Croghan speelt een sleutelrol in de lange onderhandelingen met de stamhoofden van de indianen.

Croghan
gedenkplaat in Cooperstown (NY) waar George Croghan zich in 1769 vestigde

Dan moeten de Fransen zich terugtrekken uit de Ohio vallei en komt het tenslotte in september 1759 tijdens de Slag bij Quebec tot een Engelse overwinning. In 1763 moet Frankrijk zijn gebieden in Noord-Amerika opgeven. Frentrop laat de gebeurtenissen van september 1759 onvermeld en dat is jammer, want in zijn boek over 1759 mag dit keerpunt in de Amerikaanse geschiedenis juist niet ontbreken.

het jaar 1759 [ uitgeverijprometheus.nl ]

historisme in München

de Historische Galerij in het Maximilianeum in München

Na de Belgische onafhankelijkheid lieten schilders als Eduard De Biefve (1808-1882) en Louis Gallait (1810-1887) zien dat je met imponerende historische voorstellingen het nationaal zelfbewustzijn kon aanwakkeren. Historisch bewustzijn en nationaal zelfbewustzijn bleken hand in hand te gaan en zo werd de historieschilderkunst na 1840 een vorm van staatspropaganda.

Naast Brussel werd München rond het midden van de negentiende eeuw een centrum van historieschilderkunst. In de Neue Pinakothek hangen een paar kolossale doeken van de twee grootste historieschilders die in München school gemaakt hebben: Carl Theodor von Piloty (1826-1886) en Wilhelm von Kaulbach (1805-1874).

In 1857 werd door koning Maximiliaan II in München de eerste steen gelegd voor het Maximilianeum. In 1874 werd het gebouw op de oostelijke Isaroever eindelijk voltooid.

Maximilianeum
Het Maximilianeum in München, sinds 1949 zetelt hier het Beierse parlement

De koning had aan verschillende kunstenaars de opdracht gegeven om dertig belangrijke historische momenten op groot formaat te schilderen. Deze waren bestemd voor de Historische Galerie. Ook Carl von Piloty en Wilhelm von Kaulbach kregen opdracht voor een historische voorstelling. Piloty schilderde een gebeurtenis uit het jaar 1609: de oprichting van de katholieke Liga door hertog Maximilian I van Beieren en Kaulbach schilderde de Slag bij Salamis in 480 vóór Christus. Een voorstudie in olieverf hangt in de Neue Pinakothek.

Kaulbach
het ontwerp in olieverf voor het fresco De Slag bij Salamis door Wilhelm von Kaulbach

De politieke betekenis van Piloty‘s voorstelling mag duidelijk zijn. Maar welke politieke betekenis zou de Slag van Salamis voor Beieren als binnenland nu gehad hebben? Wellicht was de Historische Galerie zonder nationalistisch oogmerk en moest het in de eerste plaats een soort geschiedenisboek voor alle volkeren zijn. Want ook de stichting van Sint Petersburg in 1703 en de overwinningen van Frederik de Grote bij Zorndorf in 1758 en die van Washington bij Yorktown in 1781 hebben een plekje gekregen.

Ook Nederland presenteerde in de 19e eeuw een historische galerij. In 1850 gaf Jacob de Vos aan dertig schilders de opdracht om voorstellingen te maken bij de Nederlandse geschiedenis van 40 na Christus tot en met 1861. Zijn historische galerij was tussen 1897 en 1935 in het Stedelijk Museum in Amsterdam te zien.

Kaulbach
De Slag bij Salamis door Wilhelm von Kaulbach in de senaat van de Beierse Landdag
König Maximilian II. war geprägt von der Idee, aus der Geschichte für die Zukunft lernen zu können. Auch das Volk sollte sich daher mit der Geschichte beschäftigen. Zur Veranschaulichung diente unter anderem die Historienmalerei. So plante Maximilian zur Bildung des Volkes eine öffentliche Galerie in dem ab 1857 errichteten Gebäude der Studienstiftung Maximilianeum. Der König gab 30 Gemälde in Auftrag, welche die Höhepunkte (Hauptmomente) der Geschichte vor Augen führen sollten. Der so entstandene Zyklus stellte in chronologischer Reihenfolge historisch bezeugte Ereignisse wie Krönungen oder Schlachten, aber auch sagenhafte und biblische Szenen dar.
 
16 der 17 erhaltenen Gemälde der Historischen Galerie befinden sich bis heute im Maximilianeum, zwölf von ihnen in den nicht öffentlich zugänglichen Räumen der Stiftung. 13 Gemälde wurden im Zweiten Weltkrieg zerstört. Rechts sehen Sie den im Zweiten Weltkrieg verbrannten Zyklus: Geburt – Kreuzigung – Auferstehung Christi. Darunter sind der nördliche und südliche Galeriesaal zu sehen, festlich eingedeckt anlässlich der Grundsteinlegung für den Studienbau des Deutschen Museums am 04. September 1928.
 
Bron: bayern.landtag.de
Friedrich Gunkel
Van de 30 historieschilderijen zijn er in de Tweede Wereldoorlog 13 verloren gegaan, waaronder Die Hermannsschlacht (1864) van Friedrich Gunkel. Deze voorstelling geldt als het schoolvoorbeeld van Duits nationalisme in de 19e eeuw: Hermann der Cherusker werd net als Asterix en Obelix een nationale held die de Romeinen de baas bleef.

de 17 bewaard gebleven werken in de Historische Galerij
 
Wilhelm von Kaulbach Die Seeschlacht bei Salamis im Jahr 480 v. Chr. (1868)
Julius Köckert Der Kalif Harun al Raschid empfängt die Gesandten Karls des Großen in Bagdad im Jahr 786 (1864)
Friedrich Kaulbach Die Kaiserkrönung Karls des Großen zu Rom durch Papst Leo III. im Jahr 800 (1861)
Michael Echter König Otto I. siegt in der Schlacht auf dem Lechfeld bei Augsburg über die Ungarn im Jahr. 955 (1860)
Eduard Schwoiser König Heinrich IV. als Büßer zu Canossa im Jahr 1077 (1869)
Karl von Piloty Eroberung Jerusalems durch Gottfried von Bouillon und Verehrung der heiligen Stätten durch die Kreuzfahrer im Jahr 1099 (1862)
Philipp von Foltz Demütigung Kaiser Friedrich Barbarossas durch Heinrich den Löwen in Chiavenna im Jahr 1176 (1855)
Arthur Georg von Ramberg Der Hof Kaiser Friedrichs II. zu Palermo empfängt eine arabische Gesandtschaft im Jahr 1230 (1865)
August von Kreling Kaiserkrönung Ludwigs des Bayern in Rom im Jahr 1328 (1859)
Julius Schnorr von Carolsfeld Luther auf dem Reichstag zu Worms im Jahr 1521 (1869)
Ferdinand Piloty Die Heerschau der Königin Elisabeth I. von England im Angesicht der spanischen Armada im Jahr 1588 (1861)
Karl von Piloty Gründung der Katholischen Liga durch Herzog Maximilian I. von Bayern im Jahr 1609 (1854)
Ferdinand Pauwels Ludwig XIV. empfängt in Versailles eine genuesische Gesandtschaft im Jahr (1864)
Alexander von Kotzebue Zar Peter der Große gründet Petersburg im Jahr 1703 (1862)
Albrecht Adam Sieg Friedrichs des Großen in der Schlacht von Zorndorf im Jahr 1758 (1862)
Eugen Heß General George Washington zwingt den englischen General Cornwallis zur Übergabe der Festung Yorktown im Jahr 1781 (1861)
Peter von Heß Völkerschlacht bei Leipzig im Jahr 1813 (1853)

Of de Historische Galerij nu een monument ter meerdere glorie van het Koninkrijk Beieren was, het Maximalianeum moest dat in ieder geval wél zijn. Op een schilderij in de Conferentiezaal staan de beroemde mannen die door de koningen van Beieren in de 19e eeuw waren aangetrokken, om het Koninkrijk en zijn hoofdstad München allure te geven.

beroemde 19e eeuwse personen uit Beieren
beroemde 19e eeuwse figuren in München (op de achtergrond het Maximilianeum) 1 Ignaz von Döllinger, 2 Friedrich von Hermann, 3 Leo von Klenze, 4 Joseph von Fraunhofer, 5 Lorenz von Westenrieder, 6 Johann Georg von Lori, 7 Friedrich von Thiersch, 8 Friedrich Wilhelm von Schelling, 9 Justus von Liebig, 10 Alexander von Humboldt, 11 Carl Ritter, 12 Wilhelm von Kaulbach, 13 Wilhelm von Doenniges, 14 Leopold von Ranke, 15 Emanuel von Geibel, 16 Ludwig von Schwanthaler, 17 August Graf von Platen, 18 Franz Lachner, 19 Franz Xaver von Baader, 20 Franz von Kobel

Kunstführer Maximilianeum [ PDF ] | Historische Galerie [ bayern.landtag.de ]