pronkschilder [ 3 ]

De neo-rococo van Franz Xaver Winterhalter (1805-1873)

Na de Parijse salon van 1837 zou de ster van 32-jarige Franz Xaver Winterhalter snel gaan stijgen. Dat hij zo in de belangstelling van de Europese vorstenhuizen kwam, was te danken aan een aantal factoren. In de eerste plaats kon hij in de jaren veertig koningin Victoria van Engeland en in de jaren vijftig keizerin Eugènie van Frankrijk tot zijn vaste klanten rekenen. Betere referenties waren er voor een hofschilder niet.

Franz Xaver Winterhalter
Keizerin Eugènie en haar hofdames (1855) is een van de bekendste schilderijen van Winterhalter

In de tweede plaats leken zijn portretten altijd goed, geen onbelangrijke kwaliteit voor een portretschilder. In de derde plaats wist hij met name vrouwen, en dat waren toch zijn voornaamste klanten, het gevoel geven te behagen. Want in het midden van de negentiende eeuw was dit, na het zorgen voor een erfopvolger en nakomelingen, nog altijd het eerste wat er van een vrouw aan het hof verwacht werd.

En in de vierde en laatste plaats was Winterhalter erg goed in het schilderen van dure stoffen. Voor de glamourportretten waarin hij zich had gespecialiseerd, was de kleding het visitekaartje van de geportretteerde. Winterhalter had zich in zijn Italiaanse jaren (1833-34) een gedetailleerde stijl eigen gemaakt. Hij schilderde volgens de norm van het Biedermeier: nauwgezet en geïdealiseerd. Het realisme was in de jaren dertig nog niet doorgebroken en de portretschilderkunst was nog doortrokken van de geest van het classicisme.

Franz Xaver Winterhalter
Voor dit portret van Keizerin Eugènie van Frankrijk in een jurk uit de achttiende eeuw viel Winterhalter terug op Francois Boucher, die 100 jaar voor hem de voornaamste schilder aan het Franse hof was

Na 1850 zou Winterhalter zich aanpassen aan de Franse mode en ging hij ook losser schilderen. Omdat hij stoffen ook heel precies kon schilderen, kon hij ze ook overtuigend “samenvatten” in vrije penseelstreken die aan Velasquez herinneren. De suggestie van gedetailleerdheid is zo groot dat zijn losjes geschilderde portretten ook aan het hof gewaardeerd werden.

Franz Xaver Winterhalter
detail van de crinoline van keizerin Eugènie

Tijdens het Tweede Franse Keizerrijk kon Winterhalter teruggrijpen naar het rococo, omdat keizer Napoleon III en keizerin Eugènie een voorliefde hadden voor deze stijl. Deze was na 1789 niet alleen hopeloos ouderwets geworden; men vond het rococo ook verwerpelijk omdat het de stijl was geweest van het ancien régime.

Franz Xaver Winterhalter
Prinses Elizabeth Esperovna Troubetskoi 1859

Zowel tijdens het Eerste als in het Tweede Keizerrijk lieten de Bonapartes de achttiende eeuw aan hun hof herleven. Halverwege de negentiende eeuw was dat een anachronisme geworden. Want de industriële revolutie en spoorwegen hadden de wereld een ander, functioneel aanzien gegeven. Toch liepen de vrouwen in de hogere klasse in een pijnlijk korset en met een onhandige hoepelrok. De emancipatie van de vrouw liet nog decennia op zich wachten en de vrouw was nog altijd het attribuut van de man.

Franz Xaver Winterhalter
detail van de crinoline van Elizabeth Esperovna Troubetskoi (zie boven)
Franz Xaver Winterhalter
Een plooistudie

franzxaverwinterhalter.wordpress.com

Spierballen-nationalisme

op 6 juli bezochten Michaela en ik het Niederwalddenkmal

150 jaar na de Frans-Duitse Oorlog is het Niederwalddenkmal bij Rüdesheim nog altijd een plek waar je iets kan voelen van het spierballen-nationalisme uit de negentiende eeuw. Dit opgeblazen nationalisme kwam rond 1900 op haar hoogtepunt en ging gelijk op met Europese imperialisme. Deze trotse bombast moest onvermijdelijk een keer tot uitbarsting komen, al duurde het na 1900 toch nog 14 jaar voordat het werkelijk zover was.

Niederwald Denkmal
Michaela bij het Niederwalddenkmal

Het reusachtige monument staat op een heuvel, vlak bij een scherpe bocht die de Rijn bij Bingen maakt en kijkt uit naar het Zuid-Westen. Het wordt bekroond door een 12,5 meter hoog beeld van Germania, een personificatie van het Duitse volk, die in haar rechterhand de keizerskroon in de hoogte steekt en met haar linkerhand dreigend een zwaard vasthoudt. Het is een duidelijk signaal naar de Erbfeind Frankrijk.

Niederwald Denkmal
uitzicht vanaf het Niederwalddenkmal Linksonder Rüdesheim en daarachter de linker Rijnoever.

Het monument werd tussen 1871 en 1883 opgericht, in de euforie na de victorie op het Franse Keizerrijk. Dat was nu gedegradeerd tot Republiek terwijl Pruisen zich met de andere staten uit de Noord-Duitse Bond verenigd had tot het Duitse Keizerrijk. Dit was niet alleen symbolisch, het was vooral de uitkomst van de Pruisische Realpolitik onder leiding van Otto von Bismarck (1815-1898).

Niederwald Denkmal
Germania met een personificatie van “vadertje Rijn” op de sokkel van het Niederwalddenkmal

De Rijn had voor Frankrijk en Duitsland niet alleen een economische betekenis, maar speelde vooral in de geopolitiek een grote rol. Frankrijk had er nooit een geheim van gemaakt dat het de Rijn beschouwde als haar natuurlijke grens. De Fransen meenden dus dat ze recht hadden op de linker (westelijke) Rijnoever. Lodewijk XIV had de Elzas veroverd en tussen 1794 en 1814 hoorde de linker Rijnoever (en de stad Koblenz) bij Frankrijk.

Op de sokkel van de Germania vinden we een groot bas-reliëf met in het midden de Pruisische koning Wilhelm I die als keizer Wilhelm I van Duitsland Parijs binnentrekt. Rechts van hem staat Bismarck. Dit is vooral bedoeld om de Fransen in te peperen dat nu hun oosterburen superieur zijn.

Niederwald Denkmal
Een demonstratie van keizerlijke macht op de sokkel van het Niederwalddenkmal

Onder dit machtsvertoon staan de coupletten van het nationalistische gedicht Die Wacht am Rhein uit 1840. In het eerste couplet wordt de vraag gesteld “zum Rhein, zum Rhein zum deutschen Rhein – Wer will des Stromes Hüter sein?” Het laatste couplet besluit met “am Rhein, am Rhein, am deutschen Rhein, wir alle wollen Hüter sein.” Zo wordt het Duitse volk opgeroepen om samen met Germania de Rijn te beschermen tegen Franse agressie. Duitsland bestond tot 1871 nog niet als grootmacht en de Duitse staatjes, met name in de Pfalz, hadden altijd invallen van Frankrijk moeten verduren.

Niederwald Denkmal
De sokkel van het Niederwalddenkmal

Het Niederwalddenkmal is een prima illustratie van het spierballen-nationalisme uit de negentiende eeuw. In de jaren twintig wilden separatisten het monument opblazen, maar gelukkig heeft men dat weten te voorkomen. Zo kunnen we nog altijd zien hoe in de tijd van het nationalisme de onderbuik van het Duitse volk door de politieke elite uit Berlijn bespeeld werd. In de eenentwintigste eeuw zien we (Duits) nationalisme als de voornaamste aanstichter van twee wereldoorlogen en zien we een verenigd Europa als een medicijn tegen oorlog. Zolang we blijven zien dat het Verenigde Europa evengoed een constructie is als het Verenigde Duitsland van Bismarck, kunnen we wakker blijven. Aan de Rijn bijvoorbeeld.

Niederwald Denkmal
De Grundstein van het Niederwalddenkmal werd “gelegd” door keizer Wilhelm I op 16 september 1877

niederwalddenkmal.de

vlek op vlek

150 jaar Frans-Duitse Oorlog (1870-1871)

Alle oorlogen in West-Europa liggen nu al 75 jaar in de schaduw van de Tweede Wereldoorlog. Ze komen daar ook moeilijk uit. Zeker in Nederland. Vóór de Tweede Wereldoorlog kende ons land 127 jaar lang geen bezetting of oorlog. Vanuit Europees perspectief is dat anders. Omdat we steeds meer vanuit dit perspectief naar de geschiedenis kijken, is er gelukkig ook in Nederland tussen 2014 en 2018 de nodige aandacht besteed aan de Eerste Wereldoorlog. In Frankrijk en België waren er grote herdenkingen en het bewustzijn dat de Eerste en Tweede Wereldoorlog onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, is groter dan ooit. Iedereen weet nu dat met de vernedering van Duitsland in 1919 door het Verdrag van Versailles 21 jaar later een revanche is uitgelokt.

Dat het vernederende Verdrag van Versailles in 1919 ook een revanche was, is minder bekend. Want 48 jaar eerder was Frankrijk in Versailles op de knieën gegaan voor Duitsland. En zo kun je vanuit de Tweede Wereldoorlog een lijn trekken via de Eerste Wereldoorlog naar de Frans-Duitse Oorlog. Op 19 juli 2020 was het precies 150 jaar geleden dat het Tweede Franse Keizerrijk de oorlog verklaarde aan Pruisen. Deze oorlog was in de eerste plaats een gewapend conflict tussen Frankrijk en het nieuwe Duitsland (het Duitse Keizerrijk zou in Versailles worden uitgeroepen). Toch heeft deze oorlog voor de geschiedenis van Europa rampzalige gevolgen gehad omdat de Eerste en Tweede Wereldoorlog hieruit voort kwamen.

Fransch-Duitsche Oorlog
In het Beknopt Leerboek der Algemeene Geschiedenis van Jos Kleijntjes (Malmberg, Nijmegen) uit ca. 1910 wordt de Fransch-Duitsche Oorlog nog uitvoerig behandeld. Het lag nog ‘maar’ 40 jaar in het verleden en de wereld had nog geen twee wereldoorlogen gezien.

Om de Frans-Duitse Oorlog te kunnen begrijpen, moet je nog eens 56 jaar dieper het verleden induiken. Na het Congres van Wenen (1814-1815) was er in Europa een nieuwe orde ontstaan. Frankrijk was door de geallieerde mogendheden Engeland, Rusland, Oostenrijk en Pruisen teruggedreven achter zijn grenzen van 1789. Engeland wilde uiteindelijk geen vernedering van Frankrijk omdat het gebaat was bij een machtsevenwicht tussen de continentale mogendheden. En daarom was Frankrijk als agressor gewoon aanwezig tijdens de onderhandelingen in Wenen. De nieuwe politieke orde die ontstond, nadat Napoleon bij Waterloo definitief verslagen was, staat bekend als het Concert van Europa en de Oostenrijkse staatsman Metternich gold daarbij als de dirigent. De vrede in Europa werd gewaarborgd door een machtsevenwicht tussen de vijf grootmachten.

Het Concert van Europa zou standhouden tot 1854. In de Krimoorlog zouden Engeland en Frankrijk de oorlog verklaren aan Rusland, terwijl Oostenrijk en Pruisen het lieten gebeuren. Maar tussen de vier andere grootmachten zouden er ook spanningen groeien, met name tussen Oostenrijk en Pruisen. Beiden zaten in de Duitse Bond (1815-1866) en Oostenrijk had hier de eerste plaats. Maar na 1850 kwam er steeds meer rivaliteit al bleef Oostenrijk dominant. Maar door het diplomatieke talent van Bismarck, de architect van het Duitse Keizerrijk (1871-1918), zou Oostenrijk tenslotte onderop komen te liggen. Dat gebeurde in de korte Oostenrijks-Pruisische Oorlog (1866). Pruisen had Oostenrijk verslagen en richtte nu de Noord-Duitse Bond (1867-1870) op, de opmaat naar het Duitse Keizerrijk.

Voor Frankrijk was de Pruisische dominantie in het Oosten erg bedreigend. Frankrijk was op 2 december 1852 voor de tweede maal een Keizerrijk geworden en Napoleon III had zich laten kronen als de opvolger van Napoleon I. De Fransen kregen daarmee weer hun oude zelfvertrouwen terug. In de achttiende eeuw waren ze cultureel superieur in Europa en tijdens het Eerste Keizerrijk (1804-1814) waren ze ook militair superieur geworden. Charles-Louis-Napoléon (1808-1873), de neef van Napoleon Bonaparte maakte van Frankrijk weer het machtigste land op het Europese continent. Rond 1860 was Frankrijk weer bijna net zo machtig als een halve eeuw daarvoor.

Maar in de jaren na 1866, toen Pruisen Oostenrijk verslagen had, werd de dreiging voor Frankrijk zo groot dat Napoleon III zich door Bismarck liet uitlokken tot een preventieve oorlog. Op 19 juli verklaarde Frankrijk Pruisen de oorlog. Dit zou het einde betekenen van het Tweede Franse Keizerrijk (1852-1870) en het begin van het Duitse Keizerrijk (1871-1918).

Bismarck_NapoleonIII
Op 2 september 1870 werd Frankrijk bij Sedan verpletterend verslagen door Pruisen. Keizer Napoleon III werd zelfs de gevangene van Bismarck.

Vandaag precies 150 jaar geleden, op 4 augustus 1870, vond bij Wissembourg de Slag bij Weißenburg plaats. Dit stadje was de poort naar de Elzas. De Elzas hoorde oorspronkelijk bij het Duitse taal- en cultuurgebied. Lodewijk XIV veroverde het tijdens de Negenjarige Oorlog en in 1697 verwierf Frankrijk tijdens de Vrede van Rijswijk de Elzas definitief. Toen de Pruisen in 1870 de Elzas binnenvielen, werd er nog altijd Duits gesproken. Voor Pruisen was de verovering van de Elzas een herovering. Tussen 1871 en 1918 zou de Elzas bij het Duitse Keizerrijk horen.

Anton von Werner
Kroonprins Friedrich bij het lijk van de Franse generaal Abel Douay die tijdens de Slag bij Weißenburg gesneuveld was.(geschilderd door Anton von Werner)

Frans-Duitse_Oorlog [ nl.wikipedia.org ]

Volmaakte Liefde

gelezen: Christus wordt weer gekruisigd
van Niko Kazantzakis

Christus wordt weer gekruisigdNadat Christus wordt weer gekruisigd in 1952 voor het eerst in een Nederlandse vertaling was verschenen, beleefde het tot 1965 herdruk op herdruk. Maar in de tweede helft van de jaren zestig verdween de belangstelling een beetje. Door de toenemende secularisatie en opkomende “eigentijdse spiritualiteit” was de signatuur van deze roman waarschijnlijk te expliciet christelijk. Maar in 2016 verscheen er ineens weer een nieuwe vertaling. De hernieuwde belangstelling voor Kazantzakis‘ roman heeft veel te maken met de huidige problematiek rond asielzoekers. Trouw kopte in een recensie zelfs “Dorpsnotabelen tegen vluchtelingen”.

In de vertelling van Kazantzakis staan namelijk twee groepen Grieken tegenover elkaar: de bewoners van het welvarende dorp Lykovryssi in Anatolië en een groep op drift geraakte Grieken die konden ontsnappen aan gewelddadige etnische zuiveringen van de Turken. Het verhaal speelt zich af tijdens de Grieks-Turkse Oorlog (1921-1922).

Kazantzakis
Griekenland en Cyprus gaven in 1983 een postzegel uit ter gelegenheid van het honderdste geboortejaar van Niko Kazantzakis

De focus ligt op de vraag hoe we met onze naasten moeten omgaan. Wie is bereid om vluchtelingen onderdak te bieden en alles met hen te delen? In onze post-christelijke cultuur is dit een humanistische vraag geworden, die een beroep doet op onze medemenselijkheid. Maar Kazantzakis benadert deze vraag expliciet vanuit het Evangelie en de navolging van Christus in het bijzonder. Tegelijkertijd schemert het socialisme door. Kazantzakis buigt de geest van het socialisme en de geest van het Evangelie dicht naar elkaar toe.

Maar dat is niet altijd geloofwaardig omdat de geweldloze weg van Christus en de klassenstrijd van het socialisme elkaar uiteindelijk wederzijds uitsluiten. Christus is geen vrijheidsstrijder in politieke zin want Hij is met een heel ander doel in de wereld verschenen. Zijn boodschap -liefde tot de vijand- is juist voor de onderdrukten zwaar. Maar als deze hun onderdrukkers en verachters met Gods hulp leren liefhebben, kan juist bij de onderdrukten de geest van volmaakte Liefde opbloeien.

Over deze geest van volmaakte Liefde gaat het in Christus wordt weer gekruisigd. Kazantzakis brengt deze geest in een originele vorm naar voren. In de Griekse gemeenschappen in Turkije was het gebruikelijk om de zeven jaar in de Goede Week een passiespel op te voeren. De priester en de notabelen van het dorp kozen een jaar eerder een aantal dorpelingen voor de hoofdrollen: Petrus, Jakobus, Johannes, Maria Magdalena, Judas en Jezus. Een jaar lang moesten ze zich voorbereiden op het passiespel en zich inleven in het personage dat ze moesten spelen.

Dit had voornamelijk een geestelijk doel, want door identificatie met het personage uit het passiespel ga je je eigen leven anders ervaren. Het is alsof de zon doorbreekt en je de eigen tekortkomingen genadeloos duidelijk gaat zien. In het bijzonder geldt dat voor degene die Jezus moet vertolken. In de roman is dat de jonge herder Manolios. Hij wordt voor deze rol gekozen omdat hij eigenschappen heeft die aan Jezus herinneren: hij is zachtmoedig, rustig, bescheiden en vreedzaam.

De priester en de notabelen kiezen ook een dorpeling die Judas moet spelen. Dat is de cynische en opvliegende Panayotaris. We weten natuurlijk bij voorbaat al dat Jezus door Judas verraden wordt, door het volk wordt uitgeleverd aan de bezetter en dat hij gedood wordt. Maar Kazantzakis beschrijft de innerlijke transformatie die de personages doormaken zo indringend, dat we de passie opnieuw beleven, niet als spektakelstuk, maar als ernstig spel van binnenuit.

Kazantzakis beschrijft de innerlijke transformatie die de personages doormaken zo indringend, dat we de passie opnieuw beleven, niet als spektakelstuk, maar als ernstig spel van binnenuit.

De vergelijking met de huidige situatie rond asielzoekers en die van 1922 gaat overigens nauwelijks op. De asielzoekers die nu aan de poorten van Europa staan, verschillen vaak als dag en nacht met de Griekse vluchtelingen die Kazantzakis beschrijft. In 1922 waren het voornamelijk vrouwen, kinderen en grijsaards die uit hun dorp zijn verdreven. De strijdbare mannen waren door de Turken vermoord. Bovendien kloppen de vluchtelingen in het boek bij andere Grieken aan, hun christelijke broeders en zusters. In Christus wordt weer gekruisigd zijn de moslims nu juist niet de asielzoekers maar de onderdrukkers. De Turkse agha is de baas in het Griekse dorp en bezit, net als de Romeinse bezetter in de tijd van Jezus, het geweldsmonopolie. Dat demonstreert hij door uitdrukkelijk een pistool en een vlijmscherp zwaard op zijn buik te dragen.

De slechteriken in Christus wordt weer gekruisigd zijn echter geen Turken maar Grieken: de vrek Ladas, de grootgrondbezitter Patriarcheas en Panayotaris die de rol van Judas moet spelen. De hogepriester Kajafas wordt in het passiespel niet vertegenwoordigd, maar de initiatiefnemer van het passiespel, pope Grigoris van Lykovryssi, zal Manolios tenslotte uitleveren aan de Turkse agha (Pilatus). Dat doet hij met de volgende woorden: “Zolang hij (Manolios) in leven blijft, Heer, zullen godsdienst en eer in gevaar zijn; zolang hij in leven is, worden het christendom en het Griekse ras, de twee grote krachten waarop de hoop van de wereld gevestigd is, bedreigd.” Ik las het boek in de wat oudere vertaling van André Noordbeek en vraag mij af of in de jongste vertaling van Hero Hokwerda “het Griekse ras” is blijven staan.

Christus wordt weer gekruisigd [ pknluttelgeest.nl ] | Christ Recrucified [ en.wikipedia.org ]

Her name was Lola, she was a showgirl

gelezen: Lola Montez van Angelika Jordan

Lola MontezIn de kringloop kocht ik voor twee kwartjes het niemendalletje Lola Montez van Angelika Jordan, in 1972 uitgegeven door de Nederlandse Boekenclub. Gewoon omdat ik het verhaal over de relatie tussen Lola Montez en Ludwig I van Beieren (1786-1868) eens wilde lezen. Ik wist niet veel meer dan het schandaal dat deze affaire in 1847/49 veroorzaakte en dat de koning van Beieren, mede door deze affaire in het revolutiejaar 1848 troonsafstand deed en plaats maakte voor zijn zoon Maximiliaan II. En ik wist dat Joseph Karl Stieler haar portret had geschilderd voor Ludwigs Schönheitengalerie in Slot Nymphenburg. Dat beroemde portret staat overigens ook op de voorkant van het boek.

Ludwig I
Ludwig I koning van Beieren (1825-1848) met de schoenen van Hugo de Jonge. (Portret van Joseph Karl Stieler)

Ludwig I van Beieren drukte tijdens zijn regeerperiode (1825-1848) zijn stempel op München en maakte van de Beierse hoofdstad het Isar-Athen. Hij voelde zichzelf veel meer kunstenaar dan een militair, tamelijk uitzonderlijk voor een koning. Aan hem en zijn belangrijkste architecten Leo von Klenze (1784-1864) en Friedrich von Gaertner (1791-1847) heeft München zijn belangrijkste bouwwerken uit het tweede kwart van de negentiende eeuw te danken: de Ludwigstrasse (1816-27), nog altijd Münchens Prachtmeile , de Glyptothek (1816–30) en de Propyleeën (1846–62) aan de Königsplatz, de Alte Pinakothek (1826-36), de Feldherrnhalle (1841-1844) en grote delen van de Münchner Residenz (koninklijk paleis), de Allerheiligen-Hofkirche (1826–1842) en de Monopteros (1836) in de Englischer Garten. Ondanks de zware bombardementen in de Tweede Wereldoorlog zijn deze bouwwerken voor de totale vernietiging gespaard gebleven zodat we ons in het huidige München nog altijd een beeld kunnen vormen van 1846, het jaar waarin Lola Montez in München arriveerde en een affaire met de koning kreeg.

Gustave Moreau : SaloméDoor deze couleur locale en de historische achtergrond bleef het lezen van deze romantische geschiedenis, die bij Angelika Jordan niet boven het niveau van een kasteelroman uitkomt, voor mij toch enigszins verteerbaar. De koning krijgt weinig meer profiel dan dat van de gepassioneerde vrouwenliefhebber met slappe knieën. De vergelijking tussen koning Herodes en Salomé ligt dan ook voor de hand in deze zoveelste variatie van The King and I (of Beauty and the King). Het “hoofd van Johannes de Doper” dat Ludwig van Beieren zijn danseres geeft is een paleis aan de Barerstrasse. Plus de titel Gravin van Landsfeld zodat Lola ook aan het Beierse hof mag verschijnen.Zoveel passie, dat kan niet goed gaan. De bom zal onvermijdelijk barsten.

De afloop is overbekend: de zestigjarige koning is verliefd op en verslaafd aan de ruim dertig jaar jongere danseres en kan niet van haar loskomen. Er vallen binnen anderhalf jaar twee regeringen omdat de koning gewoon een nieuwe regering laat vormen als de oppositie hem te sterk wordt. De Beierse politiek staat onder hoogspanning en wordt door twee partijen bepaald: de conservatieven die “de Spaanse hoer” liever kwijt dan rijk zijn en de liberalen die in de vrijgevochten Lola juist de toekomst zien. In het voorjaar van 1848 loopt het uiteindelijk uit de hand. Door de ontwikkelingen elders in Europa (overal breekt de revolutie uit en Frankrijk wordt voor de tweede keer in haar geschiedenis een republiek), moet ook de koning een moeilijke keuze maken. Onder druk tekent hij voor de uitwijzing van Lola Montez en enkele dagen later doet hij troonsafstand.

Lola Montes in Bavaria
Het toneelstuk Lola Montes in Bavaria (uiteraard met veel dans) van C.P. Ward vierde in 1851 grote successen in New York

Angelika Jordan heeft geen biografie geschreven, maar een geromantiseerd verhaal over de relatie tussen de “Spaanse” danseres en de Beierse koning. Ze besluit met een epiloog nadat Lola Montez in 1848 naar Genève is gevlucht en naïef wacht op “haar koning” nadat deze op 11 maart is afgestreden. Deze zal haar echter nooit volgen en gedesillusioneerd vertrekt ze naar Engeland en trouwt binnen korte tijd met een man die tien jaar jonger is. Deze relatie houdt geen stand en ze vertrekt naar Amerika, dat voor haar het land van de vrijheid vertegenwoordigt. In de Verenigde Staten wordt ze een beroemdheid door het toneelstuk “Lola in Bavaria”. De Amerikanen zijn gek op het verhaal van de koning die valt voor zijn danseres. Na New York komt ze rond 1853 in Sacramento terecht waar de goudkoorts woedt. Ook daar kan ze niet aarden en ze stapt op de boot naar Australië. Overal wordt ze achtervolgd door schandalen. Zo moet ze weer naar Engeland vluchten. Uiteindelijk komt ze weer in New York terecht waar ze in begin 1861 overlijdt aan de gevolgen van een hersenbloeding, een maand voor haar veertigste verjaardag. Ze had meer meegemaakt en van de wereld gezien als tien vrouwen van tachtig bij elkaar.

Lola Montez [ nl.wikipedia.org ]

meesterlijke adaptie

opnieuw gezien: The Magnicficent Ambersons (1942) van Orson Welles

The Magnicficent AmbersonsNadat ik The Magnicficent Ambersons weer eens gezien had en nog voordat ik het boek ging lezen, las ik het essay van Molly Haskell ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de roman in 2018. Velen zullen net als ik eerst het tweede meesterwerk van Orson Welles (op rij!) gezien hebben en daarna pas het boek hebben gelezen.

De roman uit 1918 sluit tegenwoordig de lijst 100 best novels van Modern Library af. Toch wordt het boek in bekendheid overtroffen door de verfilming van Orson Welles uit 1942. Als de filmmaatschappij de oorspronkelijke film niet zo rigoureus had ingekort (François Truffaut noemde dit het ‘mutilated masterpiece‘) dan voerde deze film wellicht samen met Citizen Kane de lijst 100 Greatest American Movies of All Time aan van the American Film Institute. Nu komt de film niet hoger dan een 242e plaats.

Nog altijd is er onder de liefhebbers van het werk van Orson Welles een soort rouw over de 43 minuten die verloren zijn gegaan doordat RKO-pictures de oorspronkelijke film “met een grasmaaier” had bewerkt, zoals Welles zelf ooit zei. Nooit meer zullen we een director’s cut van The Magnicficent Ambersons te zien krijgen, want de filmmaatschappij vernietigde het materiaal. Gelukkig is het oorspronkelijke scenario van Orson Welles bewaard gebleven. Dit final shooting script geldt nog altijd als een van de beste adapties van een roman naar en filmscenario ooit gemaakt.

Het geheim van het script van Orson Welles is dat hij zo dicht mogelijk bij Booth Tarkington gebleven is. Welles zei er zelf over: “If the film of Ambersons”has any quality, a great part of it is due to Tarkington. What doesn’t come from the book is a careful imitation of his style. I can’t pay enough tribute to Tarkington.” Veel beschrijvingen uit de roman worden overgenomen in de voice over (net als in Citizen Kane uitgesproken door Welles zelf). Ook dialogen uit het boek worden in de film letterlijk overgenomen. Martin Scorcese zou Orson Welles hierin volgen door in het filmscenario van The Age of Innocence (1993) de roman van Edith Wharton vaak letterlijk te volgen, zowel in de voice over als in de dialogen.

The Magnificent Ambersons
George Minafer (Tim Holt) laat de vriend van zijn moeder Eugene Morgan (Jospeh Cotton) niet binnen.

Toch is de verfilming van The Magnificent Ambersons een zelfstandig kunstwerk en geen filmische kopie van het boek. Filmcriticus Joseph Egan schrijft: “The film version of The Magnificent Ambersons is Booth Tarkington but — and this but is what makes all the difference — it is Tarkington filtered through the cinematic sensibilities of Orson Welles and in the process becomes an Orson Welles film.”

Nu is een film natuurlijk nooit alleen het werk van de regisseur. Voor de cinematografie is vooral de cameraman verantwoordelijk. Gregg Toland, de meesterlijke cameraman van Citizen Kane, was voor het draaien van The Magnificent Ambersons niet beschikbaar. Welles bracht toen Stanley Cortez binnen, maar doordat deze te langzaam werkte, werd hij vervangen door Harry J. Wild. Deze was dus verantwoordelijk voor de fotografie van deze stijlvolle film.

Daarnaast verdienen production designer/art director Albert S. D’Agostino en set decorator Darrell Silvera het om genoemd te worden. Alleen al het gigantische trappenhuis van de Victoriaanse mansion van de Ambersons dat telkens terugkeert, is een technische prestatie. Hier is de invloed van het Duitse expressionisme evident. Welles geeft zijn cameraman de vrijheid met cinematografische acrobatiek in en om het trappenhuis.

Net als in Citzen Kane of de openingsshot van Touch of evil (1958) zoekt Welles graag het uiterste van een camerabeweging op en maakt hij er soms een sport van om een take zo lang mogelijk te maken. Maar hij stelt het kunst-en-vliegwerk altijd in dienst van het doel en dat is in dit geval de ‘nauwgezette’ verfilming van de roman. Sommige scenes hebben overigens geen cinematografische vertaling meer nodig, omdat Tarkington ze zelf al visualiseert. Een mooi voorbeeld is de onderstaande scene, als George Minafer de deur voor Eugene Morgan heeft dichtgeslagen.

The Magnificent Ambersons
Nadat George Minafer de deur gesloten heeft, blijft Eugene Morgan voor de deur staan alsof hij nog een keer wil aanbellen. Hij vervaagt achter het matglas. Deze visualisering van het verdwijnen van een ongewenste persoon uit iemands leven is een cinematografische vondst. Maar wél bedacht door Booth Tarkington die dit moment letterlijk beschrijft!

themagnificentambersons.com

Hij die alles vertrapt

gelezen: The Magnificent Ambersons (1918) van Booth Tarkington

The Magnificent AmbersonsBooth Tarkington schreef met The Magnificent Ambersons een elegie op de Gilded Age in de Midwest, om preciezer te zijn, in zijn geliefde Indy, zoals de inwoners van Indianapolis hun stad liefkozend noemen. Als hij zijn verhaal begint, is de oude glorie van de stad al aan het tanen.

Maar in de eerste plaats is zijn roman de ondergang van de Ambersons, een vooraanstaande familie uit Indianapolis in de Gilded Age. De zwanenzang begint met een zin die door de magnifieke verfilming van Orson Welles in 1942 legendarisch is geworden: “The magnificence of the Ambersons began in 1873. Their splendor lasted throughout all the years that saw their Midland town spread and darken into a city.”

The magnificence of the Ambersons began in 1873. Their splendor lasted throughout all the years that saw their Midland town spread and darken into a city.

De hoofdrolspelers verschijnen op een toneel dat al donker begint te worden. Ze bevinden zich in een verdwijnende wereld zodat de weemoed als een rode draad door het boek blijft lopen. Maar Tarkington mijmert niet alleen over een verdwijnende wereld, hij beschrijft ook het doorbreken van een nieuwe wereld. Omdat de gebeurtenissen zich afspelen aan de vooravond en aan het begin van de twintigste eeuw, gebruikt hij de ‘paardloze wagen’, ofwel het automobiel, als hét symbool van de nieuwe tijd. Het is een veel snellere wereld, individualistischer maar ook massaler en dus anoniemer. Kortom, het gezellige is eraf.

De Ambersons worden vertegenwoordigd door drie generaties: 1. de oude major Amberson die aan de familie na de Amerikaanse Burgeroorlog rijkdom en aanzien heeft gegeven. 2. Zijn dochter Isabel en zijn zoon George en 3. George Amberson Minafer, het verwende zoontje van Isabel en Wilbur Minafer. Zijn ongetrouwde zuster Fanny Minafer woont bij Isabel, Wilbur en hun zoontje als huishoudster in.

In contrast met de familie Amberson staan Eugène Morgan en zijn dochter Lucy. Eugène vertegenwoordigt als automagnaat de nieuwe tijd, terwijl George Amberson Minafer zit vastgeklonken aan de oude tijd. George is als enig kind de oogappel van zijn moeder en is vreselijk door haar verwend. In een terugblik zien we zijn jeugd voorbij komen, waarin het verwende prinsje nooit door zijn moeder gecorrigeerd wordt en mede daardoor kan uitgroeien tot een onhebbelijke en arrogante jongeman. George heeft zich helemaal met de familie van zijn moeder geïdentificeerd en niet met die van zijn vader.

George leeft als de verwende telg van een dynastie en het is voor hem vanzelfsprekend dat hij niet voor een beroep hoeft te kiezen. De adel werkt immers niet, maar teert op het familiekapitaal. Dat de tijden inmiddels veranderd zijn, wil niet tot hem doordringen. Hij heeft een vreselijke hekel aan het automobiel, die de nieuwe, snellere wereld aankondigt waarin voor de Ambersons geen plaats meer is. Hij weigert zich aan te passen aan het tempo van deze nieuwe wereld vanuit de vaste overtuiging dat adeldom het privilege heeft zijn pas niet te hoeven versnellen. Dat zal zijn ondergang worden en dus van de familie Amberson.

mansion
De nieuwe rijken van de Gilded Age bouwden Victoriaanse mansions, vaak ‘cottages’ genoemd. In de twintigste eeuw raakten de meeste mansions in verval, werden uiteindelijk afgebroken en maakten soms plaats voor eindeloze parkeerplaatsen. het automobiel had overwonnen. Tarkington gebruikt de Indiaanse naam Vendonah die betekent: “hij die alles vertrapt”

The Magnificent Ambersons verscheen in 1918 en won het jaar daarop de Pulitzer Price. In 1919 rolden er, alleen al van het Ford model T, een half miljoen exemplaren van de lopende band. Voor slechts 300 dollar kon je een Ford Model T kopen en door deze lage prijs raakte de auto in de Verenigde Staten helemaal ingeburgerd.

De roman speelt zich ongeveer 15 jaar eerder af, als Henry Ford zijn beroemde Model T nog niet in productie heeft genomen en er nog volop ruimte is voor pioniers als Eugène Morgan. Door zijn personage George Amberson Minafer, kan Tarkington zijn eigen twijfels kwijt over de komst van het automobiel. En zelfs Eugène Morgan is als pionier in de automobielindustrie niet onverdeeld positief en is het tot op zekere hoogte met George eens. Beiden voorzien in 1904 al de negatieve gevolgen van de massaproductie van de auto in de twintigste eeuw : de snelheid, de drukte, het asfalt, de aardolie en de uitlaatgassen.

But automobiles have come, and they bring a greater change in our life than most of us suspect. They are here, and almost all things are going to be different because of what they bring.

De lezers van The Magnificent Ambersons leven rond 1920 al in de nieuwe en snelle tijd. De ondergang van the Gilded Age en zijn tycoons wordt door hen niet meer betreurd, want de welvaart is nu ook toegankelijk geworden voor de massa. Natuurlijk zijn er telgen van puissant rijke families die nog tot ver in de twintigste eeuw kunnen teren op familiekapitaal. Maar veel meer families uit die tijd zagen net als George Amberson Minafer hun oud geld verdampen en moesten gaan werken om de kost te verdienen.

themagnificentambersons.com