
door Sir Joshua Reynolds


door Sir Henry Raeburn

Prachtig melodramatisch verhaal van en met Charles Chaplin als de kleine vagebond. Het tijdperk van de talkie was net begonnen, maar Charley Chaplin bleef met zijn achtergrond als varieté-artiest het sterkst in de gestyleerde werkelijkheid van de stomme film. Tachtig jaar na de opnamen blijft de film amuseren en ontroeren. City Lights was de favouriete film van Orson Welles die zelf de beste Amerikaanse film van de twintigste eeuw maakte.

Bron: uk.imdb.com
Andrei Tarkovsky
Chaplin was exceptionally nervous about the reception of the film just prior to its release in 1931. Silent films were a total anachronism by this time, with Hollywood having completely switched to sound films by the end of 1929. However, the film was enthusiastically received by Great Depression era audiences, and was one of Chaplin’s most financially successful and critically acclaimed releases. At the gala Hollywood premiere, Chaplin’s special guests were Albert Einstein and his wife Elsa. Chaplin wrote in his autobiography that he knew the film would be a success after watching the Einsteins‘ reactions. The film was theatrically re-released in 1950. Bron: en.wikipedia.org
Vorig jaar overleed de Amerikaanse schilder Andrew Wyeth. Hij was de zoon van de legendarische illustrator Newell Convers Wyeth (1882-1945). In 1945 kwam deze met een tragisch ongeval om het leven samen met zijn kleinzoon op de spoorwegovergang vlakbij huis in Chadds Ford, Pennsylvania. Zijn zoon Andrew maakte de opdracht af waaraan zijn vader vlak voor zijn dood aan werkte. Dat was een serie muurschilderingen voor de Metropolitan Life Insurance Company met als thema de pelgrims van de Plymouth kolonie. De voorstellingen doen denken aan oude schoolplaten, zoals die van Johan Herman Isings (1884-1977). Een paar jaar later, in 1948 schilderde Andrew Wyeth zijn bekendste schilderij, Christina’s World dat een van de iconen van de twintigste eeuwse Amerikaanse schilderkunst is geworden en in het Museum of Modern Arts in New York hangt.

The Museum of Modern Art, New York
Newell Convers Wyeth stierf in oktober 1945, wat een grote invloed op zijn zoon had. Hierna werd zijn werk emotioneler. Hoewel hij in zijn eerdere werk ook af en toe een menselijke figuur geschilderd had, bijvoorbeeld in Rum Runner (1944), begon hij pas na zijn vaders dood serieus mensen te schilderen. In 1966 trok een belangrijke overzichtstentoonstelling van Wyeth’s werk in de Pennsylvania Academy of Fine Arts in Philadelphia en het Baltimore Museum of Art in 1966-67 honderdduizenden bezoekers en brak bezoekersrecords in 1967 in het Whitney Museum voordat het naar het Art Institute of Chicago ging. In de periode 1971-1985 schilderde Andrew Wyeth een reeks portretten, getiteld de Helga Pictures. Hij maakte hiervoor 247 studies van hun buurvrouw, de Pruisische Helga Testorf, die onder meer muzikante was. In 1977 maakte Wyeth zijn eerste reis naar Europa, om geïnstalleerd te worden in de Franse Academie van de Schone Kunsten, de enige Amerikaanse kunstenaar sinds Singer Sargent die werd toegelaten tot de Academie. In 1978 werd hij door de Sovjet Academie van de Kunsten gekozen tot erelid. Recentelijk ontving Wyeth de 2007 National Medal of Arts.Bron: nl.wikipedia.org
Newell Convers Wyeth [ ncwyeth.org ]
Andrew Newell Wyeth [ andrewwyeth.com ]

Bron: pietervn.blogspot.com


Bij de tentoonstelling Vergangene Welten (2006) in het Von der Heydt Museum in Wuppertal verscheen een dikke en fraai uitgevoerde catalogus. Gisteren kocht ik deze voor maar € 19,95 bij restseller Jokers in Düsseldorf. Het echtpaar Lohmann verzamelde ruim een halve eeuw prenten en bouwde een indrukwekkende collectie op met grafisch werk van 1500 tot de vroege twintigste eeuw. Daartoe behoren kopergravures van Albrecht Dürer (1471-1528), Lucas van Leyden (ca.1494-1533), Heinrich Aldegrever (1502-ca.1551/1561), Philipp Galle (1537-1612), Jacques Callot (1592-1635) en een puntgave serie kopergravures van Hendrick Goltzius (1554-1616) uit 1592, de negen muzen.

Pegasus (detail) ca. 1510
Deze Pegasus van Jacopo de’ Brabari behoort wel niet tot de Lohman Collectie, maar ze staat in duidelijk contrast met de kopergravures van Hendrick Goltzius. Wat ik aan de gravures van Goltzius zo bewonder, is de onberispelijke lijnvoering. Net als Ingres is hij een tekenaar die de perfecte vloeiende lijn beheerst. Nog meer dan de tekenaar moet de graveur kalligrafische kwaliteiten bezitten. De vloeiende lijn moet hij namelijk kunnen laten echoën in de arcering die nodig is om grijswaarden te scheppen. Wanneer ik Goltzius probeer te volgen, dan lijkt mijn lijnenspel meer op dat van Jacopo de’ Brabari: expressief misschien, maar ook onregelmatig.

Bij Goltzius lijkt het alsof hij over alles een grofmazige nylonkous trekt. Met zijn gevoelige naald fabriceert hij een soort 3D-wireframe met een bijna machinale consistentie en perfectie. Toch blijft zijn handschrift persoonlijk. Dat vind ik fascinerend om te zien.







