Boek & film [ 2 ]

gezien: The Age of Innocence (1993) van Martin Scorsese
aan het lezen in: De jaren van onschuld (1920) van Edith Wharton

The Age of InnocenceNadat ik The Age of Innocence drie of vier keer gezien heb, is het eerste dat mij opvalt tijdens het lezen van de roman, dat het filmscript vaak letterlijk de woorden van Edith Wharton heeft overgenomen. Martin Scorsese en Jay Cocks die samen het scenario schreven, hebben de sublieme stijl van Wharton in de film zoveel mogelijk overeind proberen te houden. Niet alleen in dialogen maar ook in de fraaie beschrijvingen van interieurs, rijke families en etiquette. De voice over laat de roman hier en daar letterlijk door de film heen schemeren.

Ook visueel wordt het boek nauwgezet gevolgd. Het verhaal speelt zich voornamelijk af in de Victoriaanse interieurs van de beau monde in New York, maar we zien een enkele keer ook straatbeelden. In historische films, waarin het verleden tot leven geroepen moet worden, stelt het straatbeeld de production designer meestal voor technische problemen. Tot het einde van de vorige eeuw werden historische stadsbeelden vaak met matte painting afgedekt en ingevuld. Sinds 25 jaar wordt bijna alles opgelost met digitale animatie. Voor The Age of Innocence maakte art director Dante Ferretti vooral gebruik van matte painting. Persoonlijk zie ik dat liever als Computer Generated Imagery, die het over het totaal een zweem van onechtheid achterlaat.

Op movie-locations.com zien we een overzicht van locaties uit The Age of Innocence. De film begint in de opera, de natuurlijke biotoop waar de upperclass zichzelf met toneelkijkers in de gaten hield. Scorsese en zijn art director Ferretti weken uit naar Philadelphia om te filmen in de Academy of Music die gebouwd werd tussen 1855-1857 en dus uitstekend de Academy of Music in New York die in 1926 werd afgebroken, kan vervangen.

The Age of Innocence begint in de opera waar de wereldberoemde Zweedse sopraan Christine Nilsson (1843-1924) een aria in Faust zingt.

Een andere locatie in New York die niet meer bestaat, is het mansion van Mrs. Mingott op de hoek van Fifth Avenue en de 57th street. In werkelijkheid stond hier vroeger een rij huizen van Mrs. Jones, een tante van Edith Wharton. Ook deze werden in de jaren twintig afgebroken voor hoogbouw. Voor deze locatie liet Ferretti door een production designer een matte painting schilderen, waarbij hij de beschrijving uit het boek volgde. In 1869 toen Wharton’s tante hier haar mansion liet bouwen, was Fifth Avenue boven de 40th street nog een modderige weg die over een braakliggend deel van Manhattan liep.

Een derde locatie is het historische Van Alen House uit 1731 die in de film moet staan voor Skuytercliff, een buitenhuis aan de Hudson van de Van Luydens. Niet alleen de familie Van Luyden maar ook het Van Alen House benadrukken de Nederlandse wortels van de happy few in New York in de 1870′s. Wharton schrijft dat de Van Luydens directe afstammelingen waren van de eerste gouverneur van Manhattan (Nieuw-Amsterdam) en dat was Cornelius Jacobsz May.

Martin Scorsese werkte veel samen met art director Dante Ferretti. Tweemaal werd deze genomineerd voor een oscar voor de art direction voor een Scorsese film (The Age of Innocence, 1994 en The Gangs of New York, 2003) en tweemaal wist hij zijn nominatie ook te verzilveren (The Aviator, 2005 en Hugo, 2012). Ferretti is niet half zo bekend als Scorsese terwijl deze laatste zeker half zoveel te danken heeft aan zijn vaste art director.

Hoofdpersoon Newland Archer is een jonge advocaat met een passie voor schilderkunst. Dit laatste gegeven weten Scorsese en Ferretti uit te buiten, door Newland Archer met de blik van een connaisseur over de schilderijen te laten gaan. De camera neemt het daarna van hem over en voor het oog van de camera passeren schilderijen van William-Adolphe Bouguereau, Alexandre Cabanel en Jean Baptiste Isabey die in de roman genoemd worden.

the age of innocence
Newland Archer interesseert zich voor schilderkunst. De New Yorkse elite heeft een voorkeur voor Franse salonschilders met een fabelachtige techniek, zoals William Bouguereau. Maar in het huis van gravin Olenska wordt hij geconfronteerd met de allernieuwste, rauwe schilderkunst uit Europa, die het verlangen naar vrijheid benadrukt.

Ook laat ze ons weten dat haar hoofdpersoon helemaal op de hoogte is van de kunsthistorische literatuur van zijn tijd. Zo heeft hij The Renaissance van Walter Pater uit 1873 en Renaissance in Italy uit 1875 van John Addington Symonds gelezen en is hij thuis in de esthetische geschriften van John Ruskin, Vernon Lee en Philip Gilbert Hamerton.

Boek & film [1] : Schaduw over Berlijn van Volker Kutscher

roze wolk vol groen

gezien op 12 juli 2018: Les Panoramas de 2100 van Luc Schuiten

Vorig jaar bezochten we in La Saline Royale in Arc-et-Senans de tentoonstelling Les Panoramas de 2100 met werk van de Brusselse architect Luc Schuiten. Het maakte veel indruk op ons. Luc is de twaalf jaar oudere broer van de striptekenaar François Schuiten die beroemd is geworden door zijn reeks De duistere steden. Beide broers kregen architectuur met de paplepel ingegoten want hun ouders waren allebei architect. Bovendien groeiden ze op in het wonderlijke Brussel: een stad waar de architectuur in de jaren zestig vermoord werd maar ondertussen nog altijd een schatkamer van Art Nouveau architectuur.

Les panoramas de 2100
Les panoramas de 2100 was van 7 april tot 21 oktober 2018 te zien in La Saline Royale (Arc-et-Senans)

In Les panoramas de 2100 geeft Luc Schuiten letterlijk zijn visie op het stadsbeeld over 80 jaar. Wanneer je geen production designer bent die beelden voor een rampenfilm ontwerpt, ben je als futuristisch tekenaar of visionair architect veroordeeld tot utopieën. De laatste vijftig jaar is daar een interessante verschuiving in gekomen. In de jaren vijftig en zestig waren technologische utopieën het meest gangbaar. Nu is daar de ecologische utopie voor in de plaats gekomen. Sinds het rapport De grenzen aan de groei (1972) van de Club van Rome, zure regen en global warming is er een omslag gekomen in ons denken: niet de natuur maar de cultuur bedreigt ons. En de natuur zal zich tenslotte op die cultuur wreken met de apocalyps van de stijgende zeespiegel en andere rampen die voortkomen uit de opwarming van de aarde.

Elk architectenbureau is zich ervan bewust dat de toekomst aan duurzaam bouwen is. Wil je als architect overleven, dan zul je ecologisch verantwoord moeten ontwerpen. Dat is niet altijd aan de buitenkant te zien. Maar sommige architecten hechten zo aan duurzaamheid en natuurlijke materialen dat hun futuristische en vaak utopische ontwerpen reclamezuilen voor duurzaam bouwen worden. Luc Schuiten is zo’n architect. Hij tekende een aantal grote steden (Strasbourg, Metz, Shanghai) zoals deze er rond 2100 in zijn visie uit zouden kunnen zien: wolkenkrabbers vol groen en organische hoogbouw hebben de Internationale Stijl als planten weggedrukt. Het is mooi om naar te kijken. Je zou bijna de nucleaire vernietigingskracht vergeten die de mens vanuit zijn niet duurzame visie op technologie heeft opgebouwd.

Les panoramas de 2100
Vorig jaar kocht ik in Arc-et-Senans de verzamelbox Les panoramas de 2100 met ruim twintig verschillende ontwerpen van Luc Schuiten. Hierboven een deel van La Cité vegetale.

vegetalcity.net

monument voor een monument

gelezen: De laatste farao (2019)

De Laatste FaraoEind juni liep ik in een boekhandel in het Franse stadje Avallon voor het eerst tegen een exemplaar van le dernier pharaon aan en ik was zeer verbaasd een Blake en Mortimer getekend te zien in een a-typische stijl, namelijk die van François Schuiten, bekend van de cyclus De duistere steden.

Vanuit de stripwereld werd er al lange tijd uitgekeken naar dit album en dat verklaart ook waarom ik begin juli in Franse boekhandels er telkens stapels van zag liggen. Ook in Nederland is het raak. In een doodgewoon Bruna-filiaal ergens in een winkelcentrum in een buitenwijk ligt een stapeltje. Het verschijnen van een nieuwe Blake en Mortimer is een happening die zelfs tot in de supermarkt doordringt. Toen een half jaar geleden De vallei der onsterfelijken verscheen, werden er in de eerste week al grote aantallen van verkocht. Meestal door grijze heren als ik die het inwendige jongetje weer willen opgraven en terugverlangen naar de rode oortjes.

Dat François Schuiten (samen met Jaco van Dormael, Thomas Gunzig en Laurent Durieux) zich ooit zou voegen in het rijtje “Blake en Mortimer tribute tekenaars” had ik nooit kunnen bedenken. De stijl die hij in de loop der decennia is gaan hanteren, met zijn vele arceringen, staat haaks op de klare lijn van de Brussels meesters Hergé en Jacobs. Het doet eerder negentiende eeuws aan. Schuiten heeft dan ook een voorliefde voor het einde van de negentiende eeuw, de periode waarin de Brusselse architect Victor Horta (1861-1947) zijn belangrijkste werk schiep.

De laatste farao is niet alleen een verhaal van Blake en Mortimer maar dompelt ons ook onder in een Schuiten-universum. Daaronder verstaan we een wereld waarin de stad Brussel een belangrijke rol speelt waarbij vooral de architectuur uit de negentiende eeuw naar voren komt. Vaak in combinaties met luchtschepen en steampunk. In De Laatste Farao lichten Schuiten en zijn scenaristen Van Dormael en Guzig er één gebouw letterlijk uit: het Justitiepaleis (1866-1883), een monsterlijk groot gebouw dat als een berg het centrum van Brussel beheerst.

Justitiepaleis Brussel
Het Justitiepaleis in Brussel aan het begin van de twintigste eeuw was een ontwerp van Henri Poelaerts

Schuiten, zoon van twee architecten, is al zijn hele leven gefascineerd door deze kolos, waarover Victor Horta ooit zei: “Cyclopische architectuur ontsproten aan de verbeelding van een dwerg, zonder kennis van de menselijke schaal.” Toen Schuiten in de nagelaten notities van Edgar P.Jacobs ontdekte dat deze ook een verhaal rond dit gebouw wilde maken, stond het voor hem vast: hij zou dat verhaal maken. Het kostte hem bijna vier jaar.

MortimerDe Brusselse striptekenaar Edgar P. Jacobs publiceert zijn eerste avontuur van Blake en Mortimer in 1946, in het weekblad Kuifje. Het Mysterie van de Grote Piramide volgt in 1950. De uitgeverijen Blake en Mortimer en Dargaud Benelux, eigenaars van de beroemde Britse helden, dachten al lang aan een apart deel in de rand van de traditionele reeks. Dit album zou geënt worden op de persoonlijke kijk van een auteur met een grote bewondering voor het werk van Jacobs. De keuze van de uitgever ging als vanzelf naar een andere Brusselaar, François Schuiten. Dat is ook de man die, samen met Benoît Peeters, nieuw leven blies in het Autrique Huis. Onze vereniging moest dus wel de originele platen van De Laatste Farao huisvesten. François Schuiten werkte niet alleen. Hij omringde zich met cineast Jaco Van Dormael en romanschrijver Thomas Gunzig om het scenario van dit uitzonderlijk avontuur van Blake en Mortimer uit te werken en fijn te stellen. Laurent Durieux zorgde voor de prachtige inkleuring. Het is geen eerbetoon, geen nostalgische terugblik, ergens tussen de Gizeh-vlakte en de heuvels van Brussel, maar De Laatste Farao geeft wel een andere zienswijze op de mythe die Edgar P. Jacobs creëerde. (Bron: autrique.be)

De Laatste Farao – persbericht [ PDF ]
interview met Francois Schuiten door Thijs Demeulemeester [ tijd.be ]
Poelaerts, de Schieven Architek [ W&V ]

beau monde

gezien op DVD: The Age of Innocence (1993)

The Age of InnocenceDertien jaar geleden zag ik voor het eerst het meesterlijke kostuumdrama The Age of Innocence van Martin Scorcese. De film was toen dertien jaar oud. Weer dertien jaar later kijk ik de film voor een derde of vierde keer en bezwijk opnieuw voor Edith Wharton‘s beroemde zedenschets uit 1920 van de New Yorkse elite in de Gilded Age. Ik kijk overigens al een paar jaar uit naar de tv-serie The Gilded Age die waarschijnlijk dit najaar door HBO uitgezonden gaat worden. Dit langverwachte period piece is geschreven door Julian Fellowes, de bedenker en scenarist van Downtown Abbey.

De zogenaamde Gilded Age (1870′s tot 1893) was de periode na de Amerikaanse Burgeroorlog waarin de Verenigde Staten zich onder leiding van de Noordelijke Staten opwerkten tot supermacht. De Verenigde Staten werden door hun uitgestrektheid het land van de onbegrensde mogelijkheden. Het Noord-Oosten industrialiseerde razendsnel in een periode die we de Tweede Industriële Revolutie (1870-1910) zijn gaan noemen. Door de ontwikkeling van het spoorwegennet, scheepsbouw en nieuwe bouwtechnieken kwam er een enorme vraag naar ijzer en staal. De zware industrie werd de motor van de Amerikaanse economie en op Wallstreet ontwikkelde zich het nieuwe financiële hart van de wereld.

Het was de periode van de beroemde Amerikaanse tycoons zoals William Kissam Vanderbilt (1849-1920), Andrew Carnegie (1835-1919), J.P. Morgan (1837-1913), William Rockefeller (1841-1920) en Henry Clay Frick (1849-1919). De Amerikaanse miljardairs van de Gilded Age deden hetzelfde als de aristocraten van het oude Europa: ze lieten hun rijkdom zien en bouwden paleizen die ze volpropten met kunst.

De Amerikaanse miljardairs van de Gilded Age deden hetzelfde als de aristocraten van het oude Europa: ze lieten hun rijkdom zien en bouwden paleizen die ze volpropten met kunst.

De Amerikaanse magnaat werd exemplarisch voor de nieuwe rijke: hij imiteerde het oude Europa en het eigene dat hij eraan toevoegde, was het principe big is beautiful. Dit wordt bijvoorbeeld prachtig op de hak genomen in Citizen Kane met Kane’s landgoed Xanadu. Alles eraan is groot: in de enorme haard met indrukwekkende schouw kan een kleine vrachtauto parkeren. De kamers zijn er zo groot, dat je je er verloren in voelt.

the age of innocence
diner in the Age of Innocence (1993)

Het is deze haast lachwekkende exorbitante rijkdom die Scorcese in zijn verfilming van The Age of Innocence uit 1993 ons tot in de kleinste details laat zien. Dat doet hij op een effectieve manier: de vrouwelijke voice over leest beschrijvingen van Edith Wharton voor als de camera de weelderige interieurs aftast. De muren van de salons zijn van onder tot boven zijn volgehangen met schilderijen. Bij voice over die een zin uit de roman uitspreekt “Dining with the van der Luydens was at best no light matter, and dining there with a Duke who was their cousin was almost a religious solemnity.” zien we hoe de hand van een bediende met een witte handschoen een moot zalm opdient alsof het een kerkelijk ritueel betreft.

diner in the Age of Innocence (1993)

Wharton‘s roman is het tragische verhaal van Newland Archer, een jonge advocaat uit een rijke familie in New York. Hij hoort bij de happy few, maar dat betekent dat hij ook gevangen zit in hun systeem. De Amerikaanse upper class is een kopie van de upper class uit Europa maar in New York knelt het korset waarschijnlijk nog meer dan in Londen. Dat heeft onder anderen te maken met een puriteinse moraal die vaak Hollands aandoet. Dit calvinistische karakter van de upper class in New York wordt gerepresenteerd door de schatrijke New Yorkse familie Van der Luyden, waarmee Wharton verwijst naar de Vanderbilts.

The van der Luydens had done their best to emphasise the importance of the occasion. The du Lac Sevres and the Trevenna George II plate were out; so was the van der Luyden “Lowestoft” (East India Company) and the Dagonet Crown Derby. Mrs. van der Luyden looked more than ever like a Cabanel, and Mrs. Archer, in her grandmother’s seed-pearls and emeralds, reminded her son of an Isabey miniature.
 
Bron: literaturepage.com
the age of innocence
diner in the Age of Innocence (1993)

De superrijken in Amerika mochten zwelgen in hun rijkdom maar moesten zich wel houden aan strenge regels die de moraal van de upper class voorschreef. De vrijgevochten gravin Olenska gaat hier haaks op in. Ze beweegt zich vrij door het bekrompen milieu van de New Yorkse elite. Als geboren Amerikaanse gelooft ze in de vrijheid en aanvankelijk meent ze dit te kunnen delen met haar landgenoten. Ze gaat ervan uit dat men in New York moderner denkt dan in Londen en verwacht steun in haar beslissing om te scheiden van haar man, graaf Olenska, die ergens in Europa een liederlijk leven leidt. Maar voor de upper class in New York in de 1870′s is het een absolute no go wanneer een vrouw uit eigen beweging wil scheiden. Haar eigen familie is weliswaar liberaal, maar blijkt toch gevangen in het web van rijke Amerikaanse families die haar gedrag absoluut afkeuren.

Haar nichtje May Welland is verloofd met Newland Archer. Ze is een van de weinigen die nog niet ziet hoe verdorven de wereld is waarin zij leeft en niet merkt dat ze in een gouden kooi leeft. Newland zou het liefst willen ontsnappen, maar zit te veel verkleefd in het sociale netwerk. De tegenwerkende krachten zijn te sterk.

Bernardo Bertolucci baseerde de hoofdfiguren uit Prima della rivoluzzione (1964) op de romanpersonages Fabrizio en Gina uit De kartuize van Parma van Stendhal. Maar qua thematiek lijkt zijn film sterk op The Age of Innocence: Jongeman probeert tevergeefs te ontsnappen uit zijn ouderlijke milieu.

Romaans in Bourgondië [ 5 ]

Romaanse abdijen en kerken in Bourgondië (1000-1200)
aflevering 5: het exterieur [1] (Anzy-le-Duc, Avallon, Semur-en-Brionnais)

RomaansBij Bourgondië denken we in de eerste plaats meestal aan het goede leven. Of aan de 15e eeuw toen een groot deel van de Lage Landen onderdeel waren van het Rijk van Philips de Goede (1396-1467). Bart de Loo heeft hier onlangs een boek over geschreven. Het Hertogdom Bourgondië gaat echter veel verder terug dan de vijftiende eeuw. Het ontstond in de vroege tiende eeuw en was de geboortegrond van de twee belangrijkste kloosterorden in de Middeleeuwen: de Benedictijnse Orde van Cluny (sinds 910) en de Orde van de Cisterciënzers (sinds 1098). In juni en juli bezochten we in Bourgondië 5 abdijen en 20 kerken die allemaal gebouwd zijn tijdens de bloeitijd van het Romaans (1000-1200).

Routekaartje Romaans Bourgondië
Onze route door Romaans Bourgondië
[klik op afbeelding voor vergroting]

Notre Dame de l’Assomption in Anzy le Duc [bourgogneromane.com]
Deze kerk hoort een Benedictijnse abdij die teruggaat tot de negende eeuw. Het koor en het transept zijn na de crypte het oudste deel van de kerk en werden begonnen in 1080. De apsis wordt omringd door vijf apsidiolen of straalkapellen.

grondplan
grondplan Notre Dame de l’Assomption

Het schip werd gebouwd na 1110 en zowel het middenschip als de zijbeuken zijn overspannen met een kruisgewelf. Het exterieur wordt gedomineerd door de hoge achthoekige vieringtoren, verdeeld in meerdere verdiepingen die naar Lombardisch voorbeeld is gebouwd en uniek is in Bourgondië.

Anzy-le-Duc
De Notre Dame de l’Assomption in Anzy le Duc

Saint Lazare in Avallon [bourgogneromane.com]
De Saint-Lazare heeft een eenvoudig grondplan: een schip met zes traveeën, een transept en een koor met kooromgang waaraan drie kapellen liggen. De bouw van het koor en het transept begon aan het einde van de 11e eeuw. Het schip dateert rond het midden van de twaalfde eeuw en voltooid.

grondplan
grondplan Saint Lazare

Tussen 1160-1170 werden de portalen in de westgevel voltooid. Opmerkelijk is dat het schip 2,5 meter lager ligt, zodat je eerst langs 17 treden in de kerk moet afdalen. Aan de zuidkant wordt de kerk begrensd door de kerk van Saint-Pierre, een gewelfde gotische ruimte met nog enkele romaanse elementen.

Saint Lazare Avallon
westgevel van de Saint Lazare

Saint Hillaire in Semur-en-Brionnais [bourgogneromane.com]
Ook deze kerk heeft een eenvoudig grondplan. Het schip bestaat slechts uit vier traveeën en is dus kort. Het transept heeft net als het middenschip een tongewelf, de zijbeuken zijn overspannen met een kruisgewelf. De apsis wordt geflankeerd door twee oostelijke kapellen op gelijke hoogte.

grondplan
grondplan van de Saint Hilaire

Opvallend is de imposante achthoekige vieringtoren van de Saint Hilaire. Deze is lager dan die van de Notre Dame de l’Assomption in het nabijgelegen Anzy le Duc, maar heeft in de tweede verdieping inspringende vensters met vierdubbele archivolten waardoor de brede toren toch een heel verfijnde indruk maakt.

Saint Hillaire
Oostzijde van de Saint Hilaire

[alle foto's werden eind juni/begin juli gemaakt.]

Volgende aflevering: torens

Romaanse kunst in Bourgondië op internet
Pierres Romanes biedt een schat aan beeldmateriaal. Maar inhoudelijk en wat aantal locaties betreft is deze site veel beperkter dan L’art roman en Bourgogne. Deze website bestaat al 16 jaar en wordt nog altijd goed bijgehouden. Maar helaas zijn de vormgeving en functionaliteit sinds 2003 niet meer veranderd.

Anzy-le-Duc [bourgogneromane.com]
Avallon [bourgogneromane.com]
Semu-en-Brionnais [bourgogneromane.com]

Romaans in Bourgondië [ 4 ]

Romaanse abdijen en kerken in Bourgondië (1000-1200)
aflevering 4: interieur (Anzy-le-Duc, Autun, Chapaize, Cluny,
Paray-le-Monial, Semur-en-Brionnais

RomaansBij Bourgondië denken we in de eerste plaats meestal aan het goede leven. Of aan de 15e eeuw toen een groot deel van de Lage Landen onderdeel waren van het Rijk van Philips de Goede (1396-1467). Bart de Loo heeft hier onlangs een boek over geschreven. Het Hertogdom Bourgondië gaat echter veel verder terug dan de vijftiende eeuw. Het ontstond in de vroege tiende eeuw en was de geboortegrond van de twee belangrijkste kloosterorden in de Middeleeuwen: de Benedictijnse Orde van Cluny (sinds 910) en de Orde van de Cisterciënzers (sinds 1098). In juni en juli bezochten we in Bourgondië 5 abdijen en 20 kerken die allemaal gebouwd zijn tijdens de bloeitijd van het Romaans (1000-1200).

Routekaartje Romaans Bourgondië
Onze route door Romaans Bourgondië
[klik op afbeelding voor vergroting]

Het interieur van de romaanse kerk wordt gekenmerkt door een stenen gewelf, zware pijlers, dikke muren en kleine vensters waardoor de kerken van binnen veel minder licht zijn dan kerken die in gotische stijl gebouwd zijn. Het stenen tongewelf verving het houten zadeldak van de basilica. Een houten dak was niet alleen brandgevaarlijk maar was architectonisch ook een minder fraaie oplossing dan een stenengewelf.

Het eenvoudigste gewelf is het tongewelf, eigenlijk een aaneenschakeling van rondbogen. Een tongewelf is verdeeld in traveeën (of gewelfjukken) die rusten op zware pijlers. Het krachtenverloop van een tongewelf is sterk zijwaarts gericht. Daarom moet een tongewelf altijd gestut zijn met steunberen en zware muren. Door de zuivere rondboog van boven een knik te geven, worden de spatkrachten van het tongewelf meer naar beneden geleid dan zijwaarts. Dat is ook het grote voordeel van de spitsboog. De muren die het gewelf ondersteunen kunnen daardoor letterlijk en figuurlijk lichter worden, het gewicht neemt af en de vensters kunnen groter worden.

In de elfde eeuw zijn er nog geen spitsbogen en in de twaalfde eeuw zit de spitsboog in een experimenteel stadium. Zo zagen we in de Romaanse kerken die na 1100 gebouwd zijn vaak een tongewelf met een lichte knik. De traveeen en pilaren waren in het Romaans meestal polychroom, met andere woorden, ze waren beschilderd. Dat is bijvoorbeeld te zien in het schip van de Sainte Madeleine in Vezelay of in het koor van de Notre Dame de l’Assomption in Anzy-le-Duc. Het verleent aan het interieur iets ridderlijks.

Notre Dame de l’Assomption in Anzy-le-Duc [bourgogneromane]

Anzy-le-Duc
Het schip van de Notre Dame de l’Assomption gezien vanuit het koor. Deze kerk heeft een zuiver tongewelf dat verdeeld is door zware traveeën. De lichtbeuk boven de arcaden ontbreekt. het licht stroomt via de zijbeuken de kerk binnen.
Anzy-le-Duc
Het koor van de Notre Dame de l’Assomption met gereconstrueerde Romaanse fresco’s.
Anzy-le-Duc
De beschilderde pijlers in de Notre Dame de l’Assomption geven deze kerk iets ridderlijks.

Saint Lazare in Autun [bourgogneromane]
Tijdens ons bezoek aan de Sainte Lazare in Autun werden de narthex en het schip gerestaureerd, maar ik kon wel een foto maken van het tongewelf van het middenschip. Het verschil met de Notre Dame de l’Assomption in Anzy-le-Duc is duidelijk en we zien hier al een beweging naar de gotiek. Er zit een lichte knik in het tongewelf en de wandopstand is in drie delen: onder de arcaden, in het midden een galerij, het zogenaamde triforium en boven de lichtbeuk.

Autun
De driedelige wandopstand van de Saint Lazare en het tongewelf met een lichte knik.

Saint Martin in Chapaize [bourgogneromane]
De Saint Martin in Chapaize is een van de oudste Romaanse kerkjes die we in Bourgondië bezochten. Het ligt iets ten Westen van Tournus en vertoont verwantschap met de Saint Philibert. De arcaden van het middenschip hebben zeer zware pijlers die zware muren dragen. Bovenin zijn kleine vensters maar het meeste licht stroomt de kerk binnen door de zijbeuken. De travee die het schip verbindt met het dwarsschip is een zuivere rondboog terwijl de traveeën in het middenschip zelf een lichte knik vertonen.

Chapaize
Het middenschip van de Saint Martin

Zuidtransept van Cluny III [bourgogneromane]
De moeder van alle Romaanse kerken in Bourgondië stond ooit in Cluny. Daar is alleen het zuidelijke transept van overgebleven. Maar in het resterende deel van het dwarsschip kunnen we goed zien hoe immens groot deze kerk ooit geweest is. Tot de bouw van de nieuwe Sint-Pieter in Rome was het de grootste kerk ter wereld met het hoogste tongewelf in de romaanse bouwkunst.

Cluny
De binnenzijde van het resterende deel van Cluny III met de koepel van de toren van het zuidelijke transept

Sacre Coeur in Paray-le-Monial [bourgogneromane]
Om een indruk te krijgen van hoe de oorspronkelijke abdijkerk Cluny III eruit moet hebben gezien, kun je het beste een bezoek brengen aan de basiliek van de Sacre Coeur in Paray-le-Monial, zo’n 60 km ten Westen van Cluny. Het zuidelijke transept van deze kerk met zijn zeer hoge wandopstand is bijna een kopie van het resterende zuidelijke transept in Cluny. Het tongewelf en de traveeën hebben een lichte knik gekregen. Boven de arcade bevindt zich een blinde galerij of triforium.

Paray-le-Monial
Het transept (dwarsschip) van de Basilique de Sacre Coeur naar het Noorden en Zuiden toe gezien.

Ook aan de apsis van de basiliek de Sacre Coeur kunnen we zien hoe de apsis van de oorspronkelijk abdijkerk Cluny III er waarschijnlijk uit heeft gezien. Om de apsis lag een kooromloop. Deze was van de apsis gescheiden door een arcade van bijzonder elegante dunne pijlers. Aan de kooromloop lagen vijf straalkapellen.

Paray-le-Monial
De apsis van de Basilique de Sacre Coeur met de kooromloop.
Paray-le-Monial
In de kooromgang zien we een van de vroegste toepassingen van het kruisgewelf.

Saint Hilaire in Semur-en-Brionnais [bourgogneromane]
De Saint Hilaire werd gebouwd in het begin van de twaalfde eeuw maar is veel kleiner dan de basiliek in Paray-le-Monial. We zien hier ook de combinatie van een tongewelf (met een lichte knik) voor het middenschip en een kruisgewelf voor de zijbeuken. Ondanks de geringe hoogte heeft deze kerk een driedelige wandopstand.

Semur-en-Brionnais
Middenschip en apsis van de Saint Hilaire
Semur-en-Brionnais
De noordelijke zijbeuk van de Saint Hilaire heeft een kruisgewelf

[Alle foto's werden eind juni/begin juli genomen.]

Volgende aflevering: het exterieur

Romaanse kunst in Bourgondië op internet
Pierres Romanes biedt een schat aan beeldmateriaal. Maar inhoudelijk en wat aantal locaties betreft is deze site veel beperkter dan L’art roman en Bourgogne. Deze website bestaat al 16 jaar en wordt nog altijd goed bijgehouden. Maar helaas zijn de vormgeving en functionaliteit sinds 2003 niet meer veranderd.

Anzy-le-Duc [bourgogneromane]
Autun [bourgogneromane]
Chapaize [bourgogneromane]
Cluny [bourgogneromane]
Paray-le-Monial [bourgogneromane]
Semur-en-Brionnais [bourgogneromane]

Romaans in Bourgondië [ 3 ]

Romaanse abdijen en kerken in Bourgondië (1000-1200)
aflevering 3: crypten (Flavigny sur Ozerain, Anzy-le-Duc, Dijon, Vezelay)

RomaansBij Bourgondië denken we in de eerste plaats meestal aan het goede leven. Of aan de 15e eeuw toen een groot deel van de Lage Landen onderdeel waren van het Rijk van Philips de Goede (1396-1467). Bart de Loo heeft hier onlangs een boek over geschreven. Het Hertogdom Bourgondië gaat echter veel verder terug dan de vijftiende eeuw. Het ontstond in de vroege tiende eeuw en was de geboortegrond van de twee belangrijkste kloosterorden in de Middeleeuwen: de Benedictijnse Orde van Cluny (sinds 910) en de Orde van de Cisterciënzers (sinds 1098). In juni en juli bezochten we in Bourgondië 5 abdijen en 20 kerken die allemaal gebouwd zijn tijdens de bloeitijd van het Romaans (1000-1200).

Routekaartje Romaans Bourgondië
Onze route door Romaans Bourgondië
[klik op afbeelding voor vergroting]

De crypte is het verborgen hart van de Romaanse kerk. Vrijwel altijd is de crypte het oudste deel van een kerk die zich bevindt onder het priesterkoor onder de vieringtoren. Soms is deze verder naar achteren geschoven. Een enkele keer komen we crypten tegen in het Westelijk deel. Zelfs crypten die zich onder de hele kerk uitstrekken, komen voor. Men spreekt dan eerder van een onderkerk. De oudste crypten die wij bezochten (Flavigny-sur-Ozerain en Anzy-le-Duc) dateerden uit de 9e eeuw.

Saint Pierre in Flavigny-sur-Ozerain [bourgogneromane.com]
De abdij van Flavigny-sur-Ozerain is vooral bekend door de productie van de bekende anijsbonbons. Deze worden nog altijd gemaakt in een fabriek die gevestigd is in de abdij uit de 18e eeuw. In de 20e eeuw werd onder de restanten van de voormalige Saint Pierre een Karolingische crypte (9e eeuw) blootgelegd. Het is een van de oudste crypten van Frankrijk.

crypte Flavigny
crypte van de Saint Pierre in Flavigny

Notre Dame de l’Assomption in Anzy-le-Duc [bourgogneromane.com]

Ook onder het koor van de priorijkerk in Anzy-le-Duc vinden we een crypte uit de 10e eeuw. Hier rusten de relieken van Hugo van Anzy-le-Duc (ook wel Hugo van Potiers), die hier in 930 stierf.

Anzy-le-Duc
crypte in de Notre Dame de l’Assomption
Anzy-le-Duc
Graftombe van Hugo van Anzy-le-Duc de eerste abt van de priorij (9e/10e eeuw)

Saint Begnine in Dijon [bourgogneromane.com]
Bij crypten van voor het jaar 1100 is de oorspronkelijke kerk meestal vervangen door een nieuwere kerk in romaanse of gotische stijl. Dat is ook het geval bij de Saint Begnine in Dijon. De crypte dateert uit het eerste kwart van de elfde eeuw en is een van de meest indrukwekkende crypten van Frankrijk. Het is een rotonde die bestaat uit drie concentrische ringen van pilaren (resp. 8, 16, 24). Oorspronkelijk werd deze rotonde boven de grond voortgezet. Deze werd in de eerste helft van de elfde eeuw gebouwd onder Willem Volpiano (962-1031).

Saint Begnine
De onderaardse rotonde in de Saint Begnine

Tijdens de Franse Revolutie werd de romaanse rotonde afgebroken en al het puin werd in de crypte gestort. Dat heeft de crypte kunnen redden, want na 1860 begon men deze werd bloot te leggen. Archeologen hebben ontdekt dat de crypte zich oorspronkelijk voortzette onder het hele grondplan van de kerk. Maar sinds hier de huidige gotische kerk staat, kan men hier geen opgravingen meer doen. Het ondergrondse deel van de rotonde, moet ongetwijfeld het indrukwekkendste deel geweest zijn en is gelukkig weer toegankelijk.

Saint Begnine
De onderaardse rotonde in de Saint Begnine

Sainte Madeleine in Vezelay [bourgogneromane.com]
In de crypte van deze kerk bevinden zich de relieken van de heilige Maria Magdalena. Voor de pelgrims in de Middeleeuwen die op weg waren naar Santiago de Compostella was Vezelay een heel belangrijke plek. De crypte was toegankelijk via de zuidzijde van het koor en werd weer verlaten via de noordzijde. Zo konden de ontelbare pelgrims aan de relieken voorbijtrekken. Vooral op hoogtijdagen, zoals 22 juli (de feestdag van de heilige Maria Magdalena), was er een massale toeloop.

Sainte Madeleine
crypte in Sainte Madeleine in Vezelay
Sainte Madeleine
relieken van de heilige Maria Magdelena

[alle foto's, behalve de derde inzet in de eerste foto, werden genomen eind juni/begin juli]

Volgende aflevering: het schip en dwarsschip.

Romaanse kunst in Bourgondië op internet
Pierres Romanes biedt een schat aan beeldmateriaal. Maar inhoudelijk en wat aantal locaties betreft is deze site veel beperkter dan L’art roman en Bourgogne. Deze website bestaat al 16 jaar en wordt nog altijd goed bijgehouden. Maar helaas zijn de vormgeving en functionaliteit sinds 2003 niet meer veranderd.

Flavigny-sur-Ozerain [ bourgogneromane.com ]
Anzy-le-Duc [ bourgogneromane.com ]
Dijon [ bourgogneromane.com ]
Vezelay [ bourgogneromane.com ]