Napoleon volgens Zamoyski

aan het lezen in: Napoleon – de man achter de mythe (2018)
van de Engels-Poolse historicus Adam Zamoyski

Napoleon - de man achter de mytheZaterdag kocht ik de nieuwe Napoleonbiografie van Adam Zamoyski. Het verbaasde mij: alweer een biografie over Napoleon? Na 2015, tweehonderd jaar na Waterloo, zou je toch verwachten dat de aandacht voor Napoleon weer verslapt en uitgevers even geen brood meer zien in nieuwe publicaties over hem, laat staan in een biografie. Toch is het ook weer niet vreemd want Napoleon is na Jezus de meest gezochte persoon op Google. Dan de schrijver. Adam Zamoyski is beslist een fenomeen. Er staan al drie dikke boeken van hem gelezen in de kast: 1812 – Napoleons fatale veldtocht naar Rusland (2005), De ondergang van Napoleon en het Congres van Wenen (2008) en De fantoomterreur (2014). Zijn uitgever Harper Collins zag daarom beslist brood in een Napoleon biografie van Mr. Zamoyski. Uitgeverij Balans die iedere nieuwe Zamoyski (bij voorbaat een bestseller!) onmiddellijk in het Nederlands laat vertalen, zal niet ontevreden zijn.

Napoleon de GroteOngetwijfeld zal Zamoyski’s biografie vaak vergeleken worden met die van Andrew Roberts. Deze Britse historicus schreef in 2014 de biografie Napoleon de Grote. Niet alleen de titel maar ook de omslag laat zien dat Roberts een heel andere visie op ‘de kleine korporaal’ heeft dan Zamoyski. Roberts sluit zich bewust aan bij het heroïsche imago dat de schilder Jacques-Louis David aan Napoleon gaf: Napoleon de Grote dus. Zamoyski wil juist de man achter de mythe zichtbaar maken. De uitgever heeft gekozen voor een onvoltooid schilderij van David. Het beeld bestaat voor het grootste deel uit onbeschilderd canvas met een lichte schets van de contouren. Alleen de kop van Napoleon is voltooid. De persoon ontdaan van het decorum.

In 2015 was er op intelligencesquared.com een debat over Napoleon tussen Adam Zamoyski en Andrew Roberts, geleid door Jeremy Paxman.

Napoleon, de peer die snel rijpte, maar zijn eigen rot niet zag [trouw.nl]
Zamoyski schetst een interessant ander perspectief over Napoleon [volkskrant.nl]

Jongens waren we

zondag gezien op BBC 2: they shall not grow old (2018)

they shall not grow oldZondagavond zond de BBC2 de veelgeprezen film they shall not grow old van Peter Jackson uit. Het is een indrukwekkend document geworden. Neem alleen het begin: we zien een historische opname van opgewekte, vrolijke Engelse soldaten die voorbij de camera marcheren. Er lijkt geen einde aan te komen. Honderden zijn het er, jongens van 19, 20 jaar oud. Alsof ze op weg zijn naar een feestje. Ze hebben er duidelijk zin in. Een groter contrast met wat hen aan de overkant van het Kanaal te wachten staat, is nauwelijks denkbaar.

De beelden zijn flakkerend als de schaduwen in Plato’s grot. Naarmate het beeld dichterbij komt vervaagt het ook. Alsof de onvermijdelijke werking van het geheugen wordt gedemonstreerd: hoe we ook ons best doen om herinneringen uit een ver verleden dichterbij te halen en scherp te stellen, telkens vervaagt het beeld weer en ontglipt ons het verleden. Deze jongens zijn allemaal voorbijgangers, laten hun lach even aan de camera zien en verdwijnen weer uit beeld. Maar het blijven allemaal jongens die nooit oud zullen worden.

they shall not grow old trailer

They shall not grow old [imdb.com]
They Shall Not Grow Old ‘brought the war to life for us’ [bbc.com]

dwepen met Mercury

zaterdag met Michaela gezien in Cinemec: Bohemian Rhapsody (2018)

Bohemian RhapsodyMichaela nodigde mij gisteren uit voor Bohemian Rhapsody, de biopic over Queen. Nu heb ik nooit zoveel met Queen gehad, al kan ik natuurlijk niet heen om de Bohemian Rhapsody (daarom heet deze biopic natuurlijk ook zo.) Jeugdsentiment is het ongetwijfeld, ook voor de honderden anderen, onvermijdelijk veel veertigplussers, in de enorme zaal van Cinemec Ede. Een 45-jarige (de leeftijd van Freddy Mercury toen hij in 1991 stierf) was twaalf toen Queen tijdens Live Aid in 1985 optrad in het Wembley Stadium. Zelf was ik twaalf toen Bohemian Rhapsody in de hitparade van 20 december 1975 binnenkwam. Zes jaar geleden schreef ik hier iets over. Mijn ouders hadden met Sinterklaas hun allereerste kleurentelevisie gekocht. Het was een openbaring: alles ineens in kleur! En toen kwam de befaamde videoclip van Queen met de psychedelische tunnel. Mama mia!

De film die we gisterenavond zagen, is goed gemaakt. Het tijdsbeeld is fraai gereconstrueerd en de look-a-likes van de vier bandleden zijn verbluffend, vooral de acteurs die Brian May en John Deacon spelen, lijken als twee druppels water op hun originelen. De 37-jarige Egyptisch-Amerikaanse acteur Rami Malek lijkt zeker niet sprekend maar is als Freddy Mercury toch geloofwaardig. Het is ook erg leuk om te zien hoe de bekende nummers (Killer queen, Bohemian rhapsody, We will rock you, anotherone bites the dust) ontstaan zijn. De jaren zeventig zijn daarbij, waarschijnlijk ook voor de band zelf, de leukste tijd.

De dominantie van Freddy Mercury heeft mij altijd al gestoord en in deze film is dat al niet anders. Waar het bij veel Britse bands in die tijd fout ging, bijvoorbeeld bij de egotripperij van Peter Gabriel in Genesis of de dominantie van Roger Waters in Pink Floyd, daar liep het ook bij Queen mis. Het grote geld lokte Freddy Mercury weg bij zijn ‘family’ en hij liet zich rond 1984 door een vet contract (vier miljoen dollar) verleiden tot een solo-carriere. Het was in de jaren van Michael Jackson, Madonna en de megaconcerten, kortom van de hyper-vercommercialisering van de popmuziek.

Bohemian Rhapsody laat eerlijk zien dat onze Freddy soms niet zo’n fijne jongen was, maar stevent op het einde wel af op een soort heiligverklaring. Er zit weinig gelaagdheid in het verhaal dat uiteindelijk net als Mercury zelf het stadion (in dit geval de bioscoopzaal) plat legt. De climax van de film is het optreden van Queen tijdens het Live Aid concert op 13 juli 1985. Dit loopt uit op een soort Triumph des Willens (Mercury wist toen al dat hij aids had), maar dan verplaatst van 1935 naar 1985. De massa wordt opgezweept. Freddy Mercury was een performer die het volk een “stukje van de hemel” wilde laten zien, en geen dictator die een ideologie verkondigde. Zijn optredens waren naar de inhoud onschuldig, maar naar de vorm was hij een demagoog pur sang.

Bohemian Rhapsody [ imdb.com ]

Adams, Jefferson en de Revolutie

gelezen in: John Adams (2001) door David McCullough
deel 3: John Adams als eerste vice-president van de VS

John Adams biografieIn 2001 won de Amerikaanse historicus David McCullough voor de tweede maal de Pulitzer Prize met zijn biografie over de tweede president van de Verenigde Staten: John Adams. Het is mooi vertelde geschiedenis vanuit een warm, menselijk hart. McCullough heeft er zelfs een beetje een dubbelbiografie van gemaakt, want de band tussen John Adams en zijn vrouw Abigail Smith Adams loopt als een rode draad door het boek. In 1797 werd ze de tweede First Lady van de VS en haar zoon John Quincy Adams zou na haar dood tussen 1825 en 1829 de zesde president van de Verenigde Staten zijn.

Het derde deel van de biografie begint in 1788. John Adams is dan 53 jaar. Na jarenlange diplomatieke bedrijvigheid in Europa keert hij in het voorjaar van 1788 terug naar zijn geliefde Braintree, een plaatsje dat ooit in de buurt van Boston lag, maar tegenwoordig is opgeslokt door de metropool van New England. Adams is door zijn lange verblijf in Parijs, Amsterdam en Londen een beetje vervreemd van Amerika. Of anders gezegd, Amerika is bij zijn terugkeer na 1788 erg veranderd. De voormalige dertien koloniën hebben zich losgemaakt van het moederland na een lange vrijheidsstrijd (1776-1783), de Vrede van Parijs en de betrekkingen met Engeland zijn enigszins genormaliseerd al zijn de wonden nog niet allemaal geheeld en heerst er in Engeland wantrouwen. Zullen de piepjonge Verenigde Staten alle verplichtingen nakomen die in het Verdrag van Parijs zijn vastgelegd? Van scheiden komt lijden. En de USxit was natuurlijk heel andere koek dan de Brexit.

John Adams postzegelWat ik boeiend vind is de parallelle ontwikkeling van de Verlichtingsideeën aan weerszijden van de oceaan. In Philadelphia werden ze eerder in de praktijk gebracht dan in Parijs, maar de context was totaal anders. In Amerika kon het zonder guillotine omdat het een vrijheidsstrijd was, gericht tegen het moederland. De Amerikanen hadden al genoeg zelfbewustzijn ontwikkeld om zich Amerikanen te voelen en geen Engelsen, al waren vrijwel al hun voorouders dat. Het Amerikaanse patriottisme maakte het mogelijk om de Engelsen als bezetters te zien, als vreemde mogendheid waartegen de Amerikaanse kolonisten in opstand kwamen. Dat was alleen mogelijk met steun van Frankrijk, het land dat met Engeland nog een appeltje te schillen had nadat het al zijn koloniën in Noord-Amerika verloren had zien gaan. Ook de Republiek (Noordelijke Nederlanden) schoten te hulp met leningen die voor de Amerikanen essentieel waren om de oorlog te kunnen winnen.

De Franse Revolutie kwam net als de Amerikaanse Revolutie voort uit de Verlichting maar had een heel ander karakter. De Amerikanen konden bijna op een onbeschreven blad hun democratie vestigen, maar de Fransen moesten eerst hun tradities tot op de grond afbreken. De fundamenten van vrijheid, gelijkheid en broederschap konden pas gelegd worden, als eerst het koningschap en de complete maatschappelijke structuur gesloopt werden. De meeste Amerikanen juichten de Franse Revolutie toe, maar realiseerden zich waarschijnlijk niet genoeg wat een omverwerping van de maatschappij in de praktijk betekende. Adams vanaf het begin grote twijfels over de revolutie in Frankrijk en stond op dezelfde lijn als de Ierse filosoof en politicus Edmund Burke, de grondlegger van het conservatisme.

Door zijn meer conservatieve opvattingen kwam Adams steeds meer tegenover Thomas Jefferson te staan, zijn ‘collega founding father’, die zijn politieke rivaal zou worden. Jefferson was een groot voorstander van de Franse Revolutie. Het nieuws van de bestorming van de Bastille op 14 juli 1789 bereikte Amerika pas in september. Jefferson was tijdens het uitbreken van de revolutie in Parijs maar maakte er niet zoveel van mee. Toen hij in het najaar van 1789 in Amerika terugkeerde, keurde hij de Franse Revolutie goed. Hij was ervan overtuigd dat het geweld snel zou stoppen en dat er voor Frankrijk een prachtige nieuwe dag was aangebroken. John Adams was daar veel minder hoopvol over, positiever gezegd: hij was veel minder naïef dan Jefferson en voorzag de duisternis waarin Frankrijk tijdens de Terreur in terecht zou komen. Met zijn houding stond hij overigens in goed gezelschap. Burke en Goethe dachten er precies zo over.

beleefdheidsacrobatiek

vandaag uitgelezen: De schele hertogin (2000) van Frederic Bastet
Gedenkschriften van Marie-Caroline de Berry

De schele hertoginIemand die een roman schrijft die zich afspeelt aan het hof tijdens de Restauratie (1815-1848), moet niet alleen thuis zijn in de geschiedenis maar ook in het uitvoerige protocol. Voor een tijdgenoot stond de etiquette aan het hof minder ver van zich af dan voor ons. Stendhal (1783-1842) dicteerde in 1839 De kartuize van Parma , een verhaal dat zich voor een groot deel afspeelt in het hertogdom Parma en Piacenza in de jaren 1815-1830. Hij stond nog met één been in de achttiende eeuw en was helemaal vertrouwd met de beleefdheidsacrobatiek in de hogere kringen. Het keurslijf van de vormelijkheid ging overigens verder dan het hof. De hele maatschappij was nog doordrenkt van gezagsverhoudingen en daarbij hoorde dus klassenbewustzijn en allerlei gedragsvoorschriften. In onze liberale maatschappij waarin iedereen zich mag en kan beroepen op gelijkheid, leven de ongelijkheid en de etiquette van vroeger nog enigszins voort in de titulatuur.

Voor Frédéric Bastet (1926-2008), de P.C.Hooft-prijswinnaar van 2005, stond de Restauratie even ver van hem af als voor ons. Toch weet hij deze tijd bijna net zo dicht te benaderen als Stendhal. Zijn roman is het pseudo-gedenkschrift van Maria Carolina van Sicilië- hertogin van Berry die leefde van 1798 tot 1870. De memoires bestrijken vooral de periode 1816, toen ze in het huwelijk trad met de Franse troonopvolger, de hertog van Berry, en 1836, de dood van koning Karel X.

Ook op de Brunnsee leefden wij in stijl en zetten de klok gewoon terug naar de achttiende eeuw. Dat is nu eenmaal de beste tijd die er is geweest.

Marie-Caroline de Berry in
“De schele hertogin” van Frédéric Bastet

Tijdens de Restauratie probeerde men de klok terug te zetten naar de achttiende eeuw en te doen alsof er nooit een Revolutie was geweest. In Europa lukte dat een poosje. Maar in Zuid-Amerika wilde men geen afstand doen van de vrijheid die was opgesnoven. Tussen 1810 (Colombia) en 1828 (Uruguay) maakten zich alle huidige soevereine staten in Zuid-Amerika (op de drie Guyana’s na) los van Spanje. Brazilië riep in 1822 de onafhankelijkheid uit en drie jaar later werd dit door Portugal erkend. In Frankrijk, nog altijd het kernland van de revolutie, duurde de Restauratie tot 1830.

Na de Julirevolutie moest de laatste Bourbon, Karel X, vluchten naar Engeland. De ‘schele hertogin’ vergezelt de koninklijke familie tijdens de vlucht en verblijft met hen in ballingschap. Daarna gaat ze de Franse troon opeisen voor haar zoon Henri V van Frankrijk, de legitieme troonopvolger. Maar na 1830 zal er nooit meer een Bourbon en na de troonsafstand van burgerkoning Louis Philippe II in 1848 zal er zelfs nooit meer een koning Frankrijk regeren.

Karel X
Karel X, koning van Frankrijk van 1824 tot 1830, liet zich in 1825 portretteren in de traditie van Lodewijk XIV. Karel X was een man uit het verleden. In 1830 werd hij door het Franse volk afgedankt. De toekomst was aan het liberalisme en aan de constitutionele monarchie. In 1848 zou Frankrijk voor de tweede keer een Republiek worden en vier jaar later voor de tweede maal een Keizerrijk. Na 1871 zouden er nog drie Republieken volgen.

Frédéric Bastet, die wat naam betreft zo zou kunnen figureren in zijn roman, legt zijn hoofdpersonage rake beweringen over het protocol in de mond: “Gelukkig hebben wij aan het hof niet voor niets geleerd frases te debiteren zonder inhoud en beleefdheden uit te wisselen zonder hart. Dat is het vet in de machinerie. Zo draaien de raderen toch wel door. Maar als het vet verhardt of ranzig wordt! Dat was wat gebeurde.” En: “Als het moet, trekken beschaafde mensen uit ons milieu op het gewenste ogenblik hun gezicht weer helemaal in de plooi. De bekende stijve bovenlip. Negatieve en positieve gevoelens worden samen te slapen gelegd en toegedekt met een goed gestevend laken.”

bespreking van het boek door Arnold Heumakers [ arnoldheumakers.nl ]

frisse blik

gezien: America in Color – deel 1: de jaren twintig

De actualiteit zien we altijd rechtstreeks, het verleden altijd indirect: als een herinnering die we tussen onze oren bewaren of via een of ander medium: film, fotografie of schilderkunst. Bij het kijken naar het verleden, treedt er altijd een vervorming op. Deze wordt veroorzaakt door het medium (onze voorouders van honderd jaar geleden liepen met heel rappe pasjes) of door de tand des tijds (foto’s uit de jaren zeventig met een zweem van magenta).

Ons beeld van de eerste helft van de twintigste eeuw is vooral ‘ingekleurd’ door zwart-witbeelden. Kleurenfotografie en zelfs kleurenfilm bestond honderd jaar geleden al, maar werd nog te weinig toegepast. Pas na 1960 (met name in de Verenigde Staten) komt er kleur in de fotografie en film door de brede toepassing van vierkleurendruk en technicolor. Het verleden komt dichterbij wanneer het medium steeds meer de objectieve werkelijkheid gaat weerspiegelen die we overal om ons heen kunnen zien. Dat onze voorouders niet zwart-wit waren, wisten we natuurlijk, maar het is toch een ervaring als ineens al die figuren die we in zwart-wit in ons geheugen hadden opgeslagen, plotseling een kleur krijgen en meer tot leven lijken te komen.

America in Color Smithsonian Channel
In de jaren ’20 ondergaat de VS de periode van de grootste verandering in de geschiedenis van het land. Over een periode van tien jaar verandert het land van koetsen met paarden, bescheiden kleding en saloons in een natie van auto’s, geëmancipeerde vrouwen en een alcoholverbod.
 
Bron: canvas.be

America in Color op Canvas (iedere woensdag om 23.00)
De jaren 1920 woensdag 26 september
De jaren 1930 woensdag 3 oktober
De jaren 1940 woensdag 10 oktober
De jaren 1950 woensdag 17 oktober
De jaren 1960 woensdag 24 oktober

America in Color [ canvas.be ]