Natasja’s Dans [ 2 ]

gelezen in Natasja’s Dans (2003) van Orlando Figes
hoofdstuk 2: Kinderen van 1812

Natasja's dansDoor omstandigheden werd mijn aanvankelijke enthousiaste start in Natasja’s Dans van Orlando Figes voor twee maanden onderbroken. Maar nu kan ik gelukkig weer door met het boek. Ik begon eerst met hoofdstuk 2 waarin Figes de gevolgen van 1812 beschrijft voor het verloop van de Russische geschiedenis. Centrale figuur in dit hoofdstuk is Sergej Volkonski (1788-1865) een van de boeiendste persoonlijkheden waar ik de laatste tijd over gelezen heb. Hij stamde uit een van de belangrijkste adellijke families uit Sint-Petersburg en mocht zich Vorst Volkonski noemen. Zoals de meeste jongens uit aristocratische milieus was hij voorbestemd tot het leger. Op 24-jarige leeftijd was hij hij al generaal en vocht hij mee in de oorlog van 1812 tegen Napoleon. In deze strijd werd hij diep getroffen door het lot van de boeren. Vele lijfeigenen vochten mee als gewone soldaten en toonden een grote opofferingsbereidheid. Na de oorlog zette hij zich in voor hervormingen waarbij de lijfeigenen meer rechten zouden krijgen, maar tsaar Alexander I zette deze niet door.

Toen Alexander I op 1 december 1825 stierf en er verwarring ontstond rond zijn opvolging, zagen de Russische liberalen kans om hervormingen te forceren en kwamen in opstand. Dat gebeurde op 26 december 1825. Deze liberale opstand is bekend geworden onder de naam Decembristenopstand. Onder de dekabristen bevonden zich veel officieren die in 1812 gevochten hadden, waaronder Sergej Volkonski. Maar de nieuwe tsaar Nicolaas I wist de opstand hardhandig neer te slaan. De leiders van de opstand werden opgehangen en de overige opstandelingen werden ook terechtgesteld of verbannen naar Siberië. Volkonski werd verbannen en kwam terecht in de omgeving van Irkoetsk . Daar leefde hij bijna dertig jaar in ballingschap, samen met zijn vrouw Maria die hem vrijwillig volgde. Het is ontroerend om hun verhaal te lezen, dat zeker verwantschap toont met het verhaal van Rasklonikov en Sonja uit Schuld en Boete.

Op 2 maart 1855 overleed tsaar Nicolaas I en werd opgevolgd door tsaar Alexander II. Vijftig decabristen die in 1855 nog in leven waren, werd gratie verleend. Volkonski mocht terugkeren al werd het hem verboden zich in Sint-Petersburg of Moskou te vestigen. De geest van de dekabristen zou het tsaristische Rusland tot in 1917 blijven achtervolgen en de opvolgers van Nicolaas I waren op hun hoede voor liberale opvattingen. In 1861 zou Alexander II weliswaar het lijfeigenschap afschaffen en Rusland bevrijden uit het feodalisme dat in de negentiende eeuw een anachronisme, maar vooral ook contraproductief was geworden.

Volkonski, die vasthield aan zijn boerenlevensstijl, was aan het einde van zijn leven niettemin een veelgeziene gast in de salons van Moskou, waar hij als een soort christusfiguur werd geadoreerd door jonge studenten. Eén van die jongemannen was zijn verre neef Lev Tolstoj. Volkonski had grote invloed op Tolstoj, met name op diens latere christelijke ideeën en uiteindelijke keuze om ook als boer te gaan leven. Volkonski stond model voor de figuur van Andrej Bolskonski in zijn roman Oorlog en Vrede.
 
Toen Volkonski in 1861 het nieuws vernam over de afschaffing van het lijfeigenschap, noemde hij dat “het gelukkigste moment in mijn leven”. Volkonski overleed in 1865, twee jaar na Maria. Zijn gezondheid, die zoveel te lijden had gehad van zijn ballingsjaren, was door haar dood nog zwakker geworden. In de laatste maanden van zijn leven schreef hij nog zijn memoires, overigens pas gepubliceerd in 1903. Een laatste zin uit zijn memoires is: “De weg die ik koos voerde mij naar Siberië, naar dertig jaar verbanning uit mijn thuisland, maar mijn overtuiging is nooit veranderd en als ik het opnieuw moest doen, zou ik het precies zo doen”.
 
Bron: Sergej Volkonski
Sergej Volkonski
Toen George Dawe in 1828 dit portret van Sergej Volkonski maakte, zat de decabrist Volkonski al twee jaar in Siberië, maar generaal Volkonski werd als vaderlandse held geëerd in de militaire galerie in het Hermitage in Sint-Petersburg.

Volkonski is voor het brede publiek onsterfelijk geworden door de romanfiguur Andrei Bolkonski uit Tolstois grote roman Oorlog en Vrede. Tolstoi was in de verte familie van Sergej Volkonski en wilde hem eren met een boek dat De Decabristen zou moeten heten. Hij documenteerde zich goed en hoe meer hij zich in de geschiedenis van de decabristen verdiepte, hoe duidelijker het voor Tolstoi werd dat hun geboorteuur de Oorlog van 1812 was. En zo ontstond Oorlog en Vrede waarin Tolstoi duidelijk verwantschap toont met zijn personage Pierre Bechoezov, de edelman die zich het lot van de boeren aantrekt en de eenvoud van het boerenleven gelijkstelt met eerlijkheid en authenticiteit terwijl voor hem zijn eigen aristocratische leven vals en onecht is geworden.

Natasja’s Dans [ 1 ]

volg de meester [ 128 ]

kopie van portret van Benjamin Franklin door J.S. Duplessis

Franklin 1778In zijn biografie over John Adams schrijft de Amerikaanse historicus David McCullough iets over het portret van Benjamin Franklin. In 1778 gaf Le Ray de Chaumond, Franklins gastheer in het Hôtel de Valentinois, aan de schilder Joseph-Siffred Duplessis de opdracht een portret van zijn beroemde gast te schilderen. In het Fur Collar Portrait draagt Franklin zijn gebruikelijke grove roodbruine jasje met bontkraag. Hij lijkt volkomen tevreden met zichzelf en de wereld. McCullough heeft het over de “onwrikbare sereniteit van het flauwe glimlachje” en de “sardonische uitdrukking van de opgetrokken wenkbrauwen”.

Er volgden vele replica’s van dit portret. Het portret dat ik volg is een versie uit 1785. Franklin draagt hier een net grijs jasje, zodat het portret een officiëler karakter krijgt. Op het honderd dollar biljet staat dan ook niet het informele Fur Collar Portrait uit 1778 maar de deftige replica uit 1785.

Duplessis
alla prima op een toonschildering in rauwe omber
The “Fur Collar Portrait,” or “VIR Portrait,” by Duplessis was commissioned by the entrepreneur Jacques Donatien Le Ray de Chaumont. The oval canvas, exhibited in the frame in which it is still displayed, became the object of extravagant praise. Versions from the artist’s workshop and by other hands were in demand and the portrait was replicated dozens of times. A fine replica by or after Duplessis, also belonging to The Met, is so close in design that the contours must have been transferred from the 1778 picture.
 
Bron: metmuseum.org

volg de meester [ 1-127 ] | van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan

volg de meester [ 127 ]

kopie van portret van Benjamin Franklin door J.S. Duplessis

Franklin 1778Joseph Duplessis (1725-1802) was een van de meest getalenteerde portretschilders van de achttiende eeuw. Hij schilderde Lodewijk XVI (1775), zijn minister van financiën Jacques Necker (1781), de componist Christoph Willibald Gluck (1775) en zijn collega Joseph Marie Vien (1784). Maar zijn bekendste werk is het portret van Benjamin Franklin (1706-1790) uit 1778. Het is ook een van de meest gereproduceerde portretten ter wereld omdat het sinds 1914 op het biljet van honderd dollar staat afgebeeld.

Zaterdag begon ik een paar onderschilderingen volgens de vertrouwde werkwijze: Een imprematuur van rauwe omber met dunne witte tempera om te hogen en dunne rauwe omber om te diepen. Hierna volgde een uniform glacis van rauwe sienna en zinkwit.

Duplessis
toonschildering in rauwe omber en zinkwit (tempera) als basis voor een olieverfportret. rechts met een uniform glacis van rauwe siena en zinkwit.

Tijdens de eerste “close watching” van Franklins kop viel mij op hoe duidelijk de schilderkunst van de zeventiende eeuw doorschemert. Hoewel Duplessis als kind van het galante tijdperk thuis was in poezelige pastelplaatjes, zit er Franklins kop een rauwheid van een Cromwell of Hollandse zeeheld. Nu was Franklin ook wel de man die daartoe uitnodigde. Hij wist dat de Fransen hem als native “Americain” graag zagen als de bon sauvage van Rousseau.

Dus koketteerde hij daarmee. In Versailles had hij het lef zonder pruik te verschijnen. Hij kon zich dat veroorloven omdat hij in 1776, toen hij voor het eerst in Frankrijk was om steun te vragen voor de Amerikaanse onafhankelijkheid, al een beroemd man was. Zijn landgenoot John Adams was ook een geboren Amerikaan, maar deze haalde het niet in zijn hoofd om zonder pruik aan het Franse hof te verschijnen. Franklin ging nog een stapje verder. Hij droeg een berenmuts om te onderstrepen dat hij een “wilde” was. De overbeschaafde Fransen vonden het prachtig.

volg de meester [ 1-126 ] | van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan

Pasen 2018

Vandaag viert de Orthodoxe Kerk het Paasfeest
Pasen 2018
U die gevast hebt en u die dat niet hebt gedaan, verheug u vandaag. De tafel is zwaar van de spijzen, treed toe en doe u te goed, het gemeste kalf is bereid.
Ga daarom binnen in de vreugde van onze Heer, u allen.
U, eersten en laatsten: uw loon ligt gereed.
U, rijken en armen: verheug u te saam.
Nauwgezetten en achtelozen, vier deze dag!
U die gevast hebt en u die dat niet hebt gedaan, verheug u vandaag.
De tafel is zwaar van de spijzen,
treed toe en doe u te goed, het gemeste kalf is bereid.
Laat niemand hongerig van hier gaan.
Verzadig u allen aan het feestmaal van het geloof.
Verzadig u allen aan de rijkdom van zijn goedheid.
Pasen 2018
Laat niemand klagen over zijn armoede;
want het Koninkrijk is verschenen, voor allen.
Laat niemand jammeren over zijn zonden;
want vergeving is opgegaan uit het graf.
Laat niemand bang zijn voor de dood;
want de dood van de Verlosser heeft ons vrijgemaakt.
Pasen 2018
Hij heeft de dood vernietigd, toen die hem in zijn greep had.
Hij heeft het dodenrijk zijn prooi ontnomen, toen hij daarin afdaalde.
Het dodenrijk is vol bitterheid, nu het van zijn vlees heeft geproefd.

Paaspreek van de heilige Johannes Chrysostomos [ raadvankerken.nl ]

Het is de aanblik waard

vandaag is het 224 jaar geleden dat Georges Danton
en Camille Desmoulins terechtgesteld werden
guillotine
na de onthoofding toonde de beul het hoofd van de terechtgestelde aan het volk
N’oublie pas surtout, n’oublie pas de montrer ma tête au peuple : elle est bonne à voir

Georges Danton tegen de beul, 5 april 1794

DantonHalf maart verloor het Comité de Salut Public zijn geduld en Jacques-René Hébert en zijn buitenlandse vrienden werden op 24 maart onthoofd, na beschuldigingen van een complot. Op 30 maart was er een bespreking over wie er vervolgens gearresteerd zouden worden: Desmoulins, Delacroix, Danton of Philippeaux. Robespierre schijnt te hebben getwijfeld, maar werd overgehaald. Het hele viertal werd op 31 maart 1794 gearresteerd als vijanden van het vaderland. De slager Legendre stelde voor de gevangenen voor de Conventie te dagvaarden en niet voor het Revolutionaire tribunaal. Saint-Just had een belangrijk aandeel in de ondergang van Danton. Hij verkondigde dat Danton een tegenstander van de revolutie was geworden vanwege zijn medelijden met gevangenen en zijn verzet tegen het schrikbewind. Hij las een verklaring voor in de Conventie en karakteriseerde Danton als verrader, knecht van de graaf de Mirabeau en handlanger van Dumouriez. Danton werd overgebracht naar het Palais du Luxembourg, de gevangenis van de aristocraten.
 
DesmoulinsDe rechtbank in de conciergerie bestond uit zeven juryleden: een vioolbouwer, een klompenfabrikant, een musicus, een vroegere markies, een pruikenmaker, een meubelmaker en een chirurgijn. Danton werd beschuldigd van corruptie omdat hij niet alle uitgaven en inkomsten had kunnen verantwoorden, zoals het bedrag dat bestemd was voor vredesonderhandelingen met Zweden. Danton vroeg om getuigen à decharge, hetgeen hem niet werd toegestaan. De rechter antwoordde op de derde dag van het proces dat de schriftelijke bewijzen voldoende waren. Het publiek werd onrustig en begon Dantons partij te trekken. De beschuldiging luidde: een samenzwering om de monarchie in ere te herstellen. Danton schreeuwde: “Gerechtelijke moord, tirannenwillekeur, moordenaars!” De aangeklaagden werden uit de zaal verwijderd nog voor het vonnis was uitgesproken. Danton en Desmoulins, een oude schoolkameraad van Robespierre, werden tot de guillotine veroordeeld en ‘s middags waren zij al op weg naar het schavot.
 
Toen de kar langs het huis van Robespierre reed, richtte Danton zich plotseling op en schreeuwde: “Je zult ons spoedig volgen: je huis zal gesloopt worden, men zal er zout strooien.” Tegen de beul zei Danton: “Jij bent nog wreder dan de dood; maar je zult onze hoofden niet kunnen beletten, elkaar onder in de zak te kussen.” Zijn laatste woorden waren: “Je moet mijn hoofd aan het volk laten zien; het is de aanblik waard.” De dood van Danton schiep een machtsvacuüm. Het gevaar bestond dat Robespierre zich nog meer zou isoleren en zich tot een Nero zou ontwikkelen.
 
Bron: nl.wikipedia.org

The Execution of Georges Danton and Camille Desmoulins [ madamegilflurt.com ]