hyperbool

geluisterd naar: Sémiramis (1802) van Charles-Simon Catel
uitgevoerd door Le Concert Spirituel o.l.v. Hervé Niquet

Opera’s verdraag ik slecht. Vooral de sopraan werkt op mijn zenuwen. Maar om de zoveel jaar waag ik een poging om mijn natuurlijke weerzin tegen de opera te overwinnen. Helaas blijk ik telkens weer de onderliggende partij; na een tweede aria hoor ik mijzelf denkbeeldig alweer om “genade!” schreeuwen. Voor Sémiramis hoefde ik mij niet op mijn stoel vast te binden, maar toch was het een beproeving om deze opera in drie akten tot het einde toe te beluisteren. Waarom kwel ik mijzelf zo? Waarom deze zelfkastijding? Omdat ik vind dat ik het verdien. Want ik meen dat de opera een fantastische kunstvorm is die het niet verdient om door mij genegeerd te worden.

CabiriaDe zwijgende films uit de pionierstijd (tot 1920) ademen nog de geest van de negentiende eeuw en hebben veel te danken aan de opera. De Hollywoodfilm Intolerance (1916) van de Amerikaanse filmpionier D.W. Griffith werd beïnvloed door Cabiria (1914) van Giovanni Pastrone. Deze Italiaanse film laat zien hoe duidelijk de opera honderd jaar geleden aanwezig was in het toen nog nieuwe medium film. Manlio Mazza werkte voor deze film muziek om van de Italiaanse operacomponisten Gaspare Spontini (1774-1851)en Gaetano Donizetti (1797-1848) die in de eerste helft van de negentiende eeuw hun successen vierden.

Cabiria speelt zich af in de derde eeuw voor Christus. Heidense rituelen en mensenoffers spelen er een belangrijke rol in. Dit dionysische element was bijzonder geschikt voor de opera en dus ook voor de vroege film. De negentiende-eeuwer was er immers helemaal vertrouwd mee. Een diva was vaak verguld als de librettist en componist special voor haar “een fijne waanzinscène” hadden geschreven. Natuurlijk moesten er aan het eind een of meer figuren dramatisch doodgaan, waarna het koor mocht becommentariëren hoe verschrikkelijk het menselijk lot is. De gezwollen muziek ging voorop in het collectieve zwelgen in deze virtuele ellende.

SémiramisDe opera Sémiramis (1802) van de Franse componist Charles Simon Catel (1773-1830) speelt zich net als Cabiria in de Oudheid af. Het toneel is Babylon in de achtste eeuw voor Christus. Er zijn meer componisten geweest die een opera hebben geschreven rond de legendarische figuur Sémiramis. De bekendste is Semiramide (1823) van Gioachino Rossini (1792-1868). De librettisten van Rossini en Catel baseerden zich allebei op het gelijknamige toneelstuk van Voltaire uit 1748.

Net als een Griekse Tragedie, bevat het verhaal van Sémiramis dionysische elementen. Het draait om moord, in dit geval een moedermoord. Daarmee scoor je nu eenmaal hoog op de schaal van menselijk drama. De Romantiek, niet vies van verheerlijking van menselijk lijden, wist er natuurlijk ook goed raad mee. Delacroix serveerde in de dood van Sardanapalus (1828) de ellende per strekkende meter. De opera en het muziektheater van de negentiende eeuw zijn hyperbolen: de bombast, de eindeloze klaagzang en het overdadige lijden… Het wordt mij gewoon teveel!

de dood van Sardanapalus
De dood van Sardanapalus (1827/1828)
door Eugène Delacroix

Vermoedelijk is het een wetmatigheid van de geschiedenis dat de smaak in de twintigste eeuw volledig omsloeg. De verschrikkelijke ernst van onze voorouders komt nu enigszins belachelijk op ons over.

de stem van een dode

aan het lezen in: Memoires van over het graf (1848)
van François-René de Chateaubriand vertaald door Frans van Woerden (2000)

Memoires van over het grafWaarom ik meestal boeken van dode schrijvers lees, weet ik niet precies. Waarschijnlijk heeft het alles te maken met het mysterie van de dood. Een schrijver die mij over zijn graf heen aanspreekt, lijkt te hebben bewezen dat het leven niet ophoudt met de dood. Dat geldt zeker voor François-René de Chateaubriand (1768-1848). Zijn autobiografie Les Mémoires d’outre-tombe is indrukwekkend persoonlijk. Je leert een vriend kennen. Chateaubriand begon in het najaar van 1811 aan zijn memoires. Hij was toen 43 jaar oud en had net een huisje gekocht in La Vallée-auc-Loups bij Aulnay waar hij rustig kon schrijven. Pas na zijn dood in 1848 werd zijn autobiografie gepubliceerd.

Het bestaat uit 44 boeken die werden geschreven tussen oktober 1811 en november 1841. Er is steeds een mooie afwisseling tussen de “tegenwoordige tijd” (tussen 1811 van 1841) en de tijd waar hij op terugkijkt. Doordat het verleden voor hem steeds dichterbij komt, schakelt hij met steeds kortere tussenpozen terug. Uiteindelijk bevindt hij zich net als een dagboekschrijver in de tegenwoordige tijd.

Chateaubriand had een zeer avontuurlijk leven. Maar wat zijn autobiografie voor mij zo boeiend maakt, is de combinatie van zijn eerlijkheid en meesterlijke stijl. Openhartig vertelt hij over een zelfmoordpoging op jeugdige leeftijd. Hij had zich met een oud jachtgeweer teruggetrokken op een afgelegen plek. Daar stak hij de loop van het geweer in zijn mond en probeerde de trekker over te halen. Toen er een boswachter naderde, stelde hij zijn suïcide uit. “Had ik me toen van het leven beroofd”, schrijft hij “dan was alles wat ik nu ben geweest in het graf verdwenen.”

En dan spreekt hij zijn lezer over het graf heen expliciet aan: “Wie nu echter door deze scènes van de wijs raakt en wellicht in de verleiding komt ook zelf van dat soort dwaasheden te begaan, wie, mij gedenkend, ook mijn hersenschimmen zou willen gedenken, moet goed beseffen dat hier slechts de stem van een dode te horen is. Lezer, ik zal u nimmer kennen, maar vergeet één ding niet: niets is er overgebleven; het enige dat er van mij rest is datgene wat ik nu ben in handen van de levende God die mij geoordeeld heeft.”

Chateaubriand
François-René de Chateaubriand schrijver en staatsman op een Franse postzegel uit 1948
Lezer, ik zal u nimmer kennen, maar vergeet één ding niet: niets is er overgebleven; het enige dat er van mij rest is datgene wat ik nu ben in handen van de levende God die mij geoordeeld heeft.

François-René de Chateaubriand

Chateaubriand was de laatstgeborene van een Bretonse landedelman en kende een vrij onrustige jeugd die zich afspeelde tussen de Bretonse colleges (hij studeerde onder andere te Dol en te Rennes) en zijn ouderlijk kasteel te Combourg. Hij aarzelde lang tussen zijn priesterroeping en een carrière op zee (die in de lijn van de familie lag). Uiteindelijk gaf hij toe aan de eerste en ging hij studeren aan het college van Dinan. Toch besefte hij al vlug dat dit niet zijn ware roeping was en keerde hij terug naar het familiedomein. Het was op het ouderlijk kasteel dat hij de eerste aanroepingen van de muze voelde. Hij fantaseerde vaak met zijn zus Lucile over geëxalteerde dromen in een verlaten landschap.
Bron: nl.wikipedia.org

Les Mémoires d’outre-tombe [ bibliotheek.nl ]

rauw

opnieuw gezien: The Revenant (2015)

The RevenantDe natuur is wreed, meedogenloos en onverschillig. De natuur is onze vijand. Toch denkt de verstedelijkte mens vaak dat de natuur mooi, zacht en rustgevend is. De vijand van vroeger lijkt nu een hulpeloze baby die onze bescherming nodig heeft. The Revenant laat het vijandige gezicht van de natuur opnieuw zien door ons te laten kijken door de ogen van pelsjagers tweehonderd jaar geleden in het gebied rond de bovenloop van de Missouri, het huidige South Dakota.

Rond 1820 maakte South Dakota deel uit van de Lousiana Purchase. In 1803 hadden de jonge Verenigde Staten hun grondgebied verdubbeld met de aankoop van het zogenaamde Louisiana Territorium van Frankrijk. Ruim twee miljoen vierkante kilometer ten oosten van de Mississippi werden aan de Verenigde Staten toegevoegd. Dit gebied bestond uit eindeloze prairies en wildernis en werd bevolkt door honderden inheemse indianenstammen.

Al in de achttiende eeuw trokken pelsjagers, trappers en mountainmen door de eindeloze wildernis van Noord-Amerika. Hun werk was levensgevaarlijk omdat ze altijd omringd waren door vijanden: wilde dieren, vijandige indianenstammen en niet zelden: elkaar. Maar de grootste vijand was meestal de natuur zelf. De ongerepte natuur van de Amerikaanse wildernis, die door de schilders van de Hudson River School verheerlijkt werd, was in de eerste plaats de natuurlijke vijand van deze pioniers. Wat voor de stadsmens ‘pittoreske landschappen’ zijn, zijn voor de pelsjagers een wrede arena waarin mens en dier een bikkelharde strijd om het bestaan moeten leveren. Het natuurschoon blijft passief, volmaakt onverschillig tegenover alles dat leeft, overleeft, gedood of vermoordt wordt.

Albert Bierstadt
In de schilderijen van Albert Bierstadt is de (Amerikaanse) wildernis een soort mystieke vriend(in). In The Revenant is de wildernis onze natuurlijke vijand nummer één.

The Revenant is een verhaal over wilskracht en drang tot overleven. Het is eigenlijk een ongeloofwaardig verhaal maar ondanks deze ongeloofwaardigheid, spreekt het de ziel toch diep aan. Net als de heldenmythe. De drijvende kracht bij hoofdpersoon Phil Glass is de wil tot wraak. Zijn zoon is gedood door een onbetrouwbare bondgenoot. Phil Glass lijkt vanuit zijn voornemen zijn zoon te wreken bovenmenselijke kracht te ontvangen om te overleven. Nadat hij door een grizzlybeer is aangevallen, overleeft hij de verwondingen, de honger, de koorts, een verdrinkingsdood, een ontmoeting met een wilde, de koude, een val met zijn paard in de afgrond en nog wel meer. Kortom: hij is een kat met negen levens. Maar de wil tot wraak houdt hem in leven.

Nadat hij door een grizzlybeer is aangevallen, overleeft hij de verwondingen, de honger, de koorts, een verdrinkingsdood, een ontmoeting met een wilde, de koude, een val met zijn paard in de afgrond en nog wel meer. Kortom: hij is een kat met negen levens.

Tenslotte, de film duurt 156 minuten, komt de confrontatie met de moordenaar van zijn zoon. Wrok zuigt de mens in een geweldsspiraal die alleen te doorbreken is door af te zien van wraak. Maar Phil Glass doet dit niet en vindt dezelfde lotsbestemming als zijn vijand. Voor de a-morele natuur lijkt het allemaal niet uit te maken. De dood als grote gelijkmaker. De indianenwijsheid dat wraak voorbehouden is aan het Opperwezen, stijgt boven de fysieke natuur uit en verbindt ons met de geestelijke natuur, die juist niet de schouders ophaalt voor goed en kwaad. Indianen blijken ongeneeslijk religieus. Maar zijn bleekgezichten dat ook?

The Revenant [ imdb.com ]

Reine Diesseitigkeit

gisteren gezien: Rocco e i suoi fratelli (1960)

Rocco e i suoi fratelliVoor het eerst in mijn leven zag ik dan Rocco e i suoi fratelli van Luchino Visconti, een van de klassiekers van de Italiaanse cinema. Deze film markeert een overgang in het werk van Visconti, die toen al 53 was. Het zou zijn laatste werk zijn in neorealistische stijl. De volgende film die hij maakte, alweer een meesterwerk, droeg een heel ander karakter.

Tijdens het kijken naar Rocco e i suoi fratelli werd ik steeds herinnerd aan beelden uit een andere klassieker van het Italiaanse neorealisme: Ladri di biciclette van Vittorio de Sica. Ook hier wordt de rauwe realiteit in het gezicht gesmeten. Voor mij komt dat niet meer hard aan, omdat het naoorlogse Italië inmiddels het verzachtende aura van de geschiedenis gekregen heeft; je mag het nostalgie noemen. Als je de arbeiders naar de fabriek ziet lopen (zowel in Ladri de biciclette als in Rocco e i suoi fratelli komt dat enkele keren in beeld) wordt dit toch boven de prozaïsche alledaagsheid uitgetild. Natuurlijk helpen de zwart-witbeelden daarbij. Zo komt er afstand tussen beeld en werkelijkheid waarin de poëzie zich kan nestelen.

Rocco
still uit Rocco e i suoi fratelli

De cinematografie in Rocco e i suoi fratelli was in handen van Giuseppe Rotunno (inmiddels 95 jaar oud). In de openingsscène zit een mooi beeld van het perron op het station van Milaan. We zien niets anders dan brute realiteit, maar Rotunno weet ons oog daar zo op te vestigen dat er een transfiguratie lijkt plaats te vinden. Hij vindt de poëzie op plaatsen waar je het niet verwacht: op een perron. Of in een grauwe buitenwijk van Milaan.

Rocco
Het Italiaanse neorealisme heeft een voorliefde voor de moderne buitenwijken van Rome of Milaan
We zien niets anders dan brute realiteit, maar Giuseppe Rotunno weet ons oog daar zo op te vestigen dat er een transfiguratie lijkt plaats te vinden.

Maar Rocco e i suoi fratelli is in de eerste plaats natuurlijk een indrukwekkend familiedrama. De eindscene is een van de meest gedenkwaardige eindscènes die ik ooit zag. De grootsheid van Dostojevsky is overgebracht naar een Siciliaanse migrantenfamilie in Milaan anno 1960. Visconti moet ook veel geleerd hebben van Jean Renoir (1894-1979) met wie hij in de jaren dertig samenwerkte want de levendigheid van zijn acteurs is ongeëvenaard. Vooral Renato Salvatori en Annie Girardot spelen de sterren van de hemel. In de film loopt hun relatie uit op een drama, maar in werkelijkheid vonden ze elkaar en trouwden kort na de opnamen.

Rocco
het laatste beeld uit Rocco e i suoi fratelli waarin het verhaal weer door de werkelijkheid wordt opgeslokt. Ook in Ladri dei biciclette wordt deze neorealistische afsluiting toegepast.

Rocco e i suoi fratelli [ imdb.com ]

Op de barricaden

gelezen in Les Misérables (1862) van Victor Hugo

Place Charles de GaulleDe revoluties van 1789, 1830 en 1848 in Parijs gingen steeds gepaard met gevechten op de barricaden. Het Tweede Keizerrijk (1852-1870) wilde daar voortaan een einde aan maken. Dus werd besloten tot een grootschalige verbouwing, waarbij de oude infrastructuur van Parijs met smalle bochtige straten die nog uit de late Middeleeuwen dateerde, plaats moest maken voor een stervormig netwerk van brede avenues die allemaal samenkwamen op de Place de l’Etoile (sinds 1970 Place Charles de Gaulle) met de Arc de Triomph als stralend middelpunt.

Dit ambitieuze stedenbouwkundige plan had twee doelen: prestige en veiligheid. Onder baron de Hausmann (1809-1891), de perfect van het departement van de Seine ging Parijs in de jaren vijftig van de negentiende eeuw op de schop. Parijs heeft sindsdien een belangrijk deel van haar allure te danken aan deze stadsvernieuwing. La plus belle avenue du monde, de Avenue des Champs Elysées, werd oorspronkelijk dus niet aangelegd voor de jaarlijkse finale van de Tour de France of voor de jaarlijkse militaire parade op 14 juli. Samen met de andere boulevards heeft ze als doel om Parijs overzichtelijk te houden, waarbij de Place de l’Etoile het oog in een stedenbouwkundig panopticum vormt.

Les MisérablesVoor de rigoureuze stadsvernieuwingen tijdens het Tweede Keizerrijk had de Rive Droite (met name het achtste arrondissement) een heel ander karakter. Het was een labyrint van straatjes, een ideale biotoop voor revolutionairen. In het vierde deel van Les Misérables beschrijft Victor Hugo (naar hem is overigens een avenue in het 16e arrondissement genoemd) de junirevolutie van 1832. Hij was daar zelf getuige van (zie helemaal onder) en beschrijft tot in de details hoe het “in de barricade” was (zie onder). De revolutie van 1832 was een volksopstand en in feite een (mini)burgeroorlog.

“Franse revolutie!”
“Vuur!” werd er gecommandeerd.
Een rosse flits verlichtte de gevels aan de straat, alsof de deur van een oven werd geopend en snel weer gesloten. Het salvo daverde over de barricade. De rode vlag stortte neer. De kogels waren in een zo dichte regen neergekomen dat de stok was stuk geschoten. De eerste charge maakte diepe indruk in de barricade. De aanval was fel genoeg om de moedigsten tot nadenken te stemmen. Er leek minstens een regiment voor de barricade te staan.

uit het vierde deel van Les Misérables

Schnetz
Het schilderij van Jean-Victor Schnetz (Combat devant l’hôtel de ville) is veel minder bekend dan de beroemde allegorie ‘de vrijheid die het volk leidt’ van Eugène Delacroix maar geeft wel een realistischer beeld van de julirevolutie van 1830

Victor Hugo, who was thirty years old at the time, was in Tuileries Gardens writing a play on June 5, 1832. He heard the sounds of gunfire coming from the area of Les Halles and had to have the park-keeper let him out so he could leave the gardens. Hugo decided not to hurry back to his home and instead followed the sounds of the rebellion through Paris’s empty streets. He stumbled upon the barricades near Les Halles, unaware that much of his city had fallen into the control of the rebels for the short period of time. Hugo kept going north to rue Montmartre then towards Passage du Saumon. He ended up near rue du Bout du Monde, where he saw grilles on either side of the alleyway slammed shut. Surrounded by the many barricades, he hid himself between columns in the street where he stayed for about a quarter of an hour as the rebels and the French troops shot at each other.
Bron: historythings.com

De vrijheid van 1830 [ Woest & Vredig ]

Boekenwijsheid

gelezen in Les Misérables (1862) van Victor Hugo

Les MisérablesIn de twintigste eeuw begint het woord God uit de literatuur te verdwijnen. Een zin als “God had gewild, dat Cossette een liefde leren kennen, die haar redde.” zul je in de literatuur na 1945 niet meer zo snel tegenkomen. Of het moet in een streekroman zijn. Maar streekromans worden niet tot de literatuur gerekend en dus ook niet zo serieus genomen.

Bij de literaire reuzen uit de negentiende eeuw, zoals Dostojewsky, Tolstoi en Hugo, hoort God er nog helemaal bij. Ik hou van romans met levensbeschouwelijke overdenkingen en uitspraken die mijn leven verdiepen en die niet met een wijde boog om God heenlopen. Natuurlijk kunnen schrijvers die met aforismen strooien zoals standup comedians met harde grappen, pedant overkomen. Maar bij Hugo heb ik dat niet, ook al is hij een van de kampioenen van het aforisme in de Franse literatuur van de negentiende eeuw. Google maar eens op ‘Victor Hugo quotes’

La pensée est le labeur de l’intelligence, la rêverie
en est la volupté.

uit: Les Misérables

Voor mij zijn Hugo‘s aforismen vaak snoepjes die je onderweg van hem krijgt en waar je lang mee kunt doen. Gisteren las ik in het vierde deel van Les Misérables deze: “De gedachte is het werk van het brein, de droom is het genot ervan. Wie het denken nalaat ter wille van het dromen, neemt een vergif in plaats van voedsel.”(La pensée est le labeur de l’intelligence, la rêverie en est la volupté. Remplacer la pensée par la rêverie, c’est confondre un poison avec une nourriture)

Daar kan ik dan heerlijk over mijmeren. “De fijne uurtjes van de geest” noemde Schopenhauer dat en hij verkoos het in zijn jonge jaren boven de leut in de kroeg. Natuurlijk moet je er wel voor waken dat het mijmeren en reflecteren weer geen dromen wordt. De ‘aformismejunk‘ die in wijsheden vlucht maar de praktijk schuwt, mist uiteindelijk het belangrijkste: de levende ervaring. Het inzicht dat het aforisme of de wijsheid voortbrengt, is als een flits, een heldere ervaring ondanks onszelf. Hugo zal deze ogenblikken vaak beleefd hebben.

Aimer une autre personne,
c’est voir le visage de Dieu.

uit: Les Misérables

Het beeld van het Wilde Westen [5]

gisteren gezien: The Revenant (2015)

Voor mij is de western een erfgenaam van The Hudson River School en van de Amerikaanse romantiek, het transcendentalisme. Het gaat daarbij om de grootsheid van de natuur met haar eindeloze vergezichten en de nietigheid van de mens. Ik ben vaak meer geboeid door het decor, de Amerikaanse wildernis, dan door het verhaal. De mens staat op de achtergrond en de natuur op de voorgrond. De western als voortzetting van de landschapsschilderkunst.

Albert Bierstadt
Go West!Albert Bierstadt, een van de schilders van de Hudson River School geeft een romantisch beeld van het Westen Dit is ook het beeld dat ons in How the West was won (1962) wordt opgedrongen. Het beeld dat The Revenant (2015) van de Amerikaanse wildernis geeft, staat hier haaks op.

De western heeft vele gezichten. Je hebt de zwijgende westerns van Edwin S.Porter (The Great Train Robbery, 1903), de klassieke westerns van John Ford (Wagon Master, 1950) en William Wyler (The Big Country, 1958) en de spaghettiwesterns van Sergio Leone (Dollar Trilogie (1964-1966).

Op het witte doek heeft de western zich vaak vermengd met andere genres: er zijn komische westerns (Blazing Saddles, 1974 ), horrorwesterns (Devil Rider, 1988), scifiwesterns (Westworld, 1973), patriottische westerns (How the West was won, 1962) en psychedelische westerns (The Hired Hand, 1971). En je zou het niet verwachten, maar ook de feministische western (True Grit, 2010) bestaat. De western heeft zijn eigen iconen: John Wayne, de iconische cowboy. Monument Valley, het iconische landschap. Deadwood, het iconische westernstadje. De 4-4-0 ‘American’ , de iconische stoomlocomotief.

Misschien is de western wel het Amerikaanse genre bij uitstek. In How the West was won geeft een heroïsche voice over ons geschiedenisles en vertelt hoe de verovering van het wilde Westen, Amerika groot maakte. De film besluit met een patriottisch lied: “The promised land, the land of plenty rich with gold. Here came dreamers with Bible, fist and gun. Bound for land, across the plains their wagons rolled. Hell bent for leather – that’s how the West was won.”

The RevenantEen groter contrast met The Revenant is nauwelijks denkbaar. Deze western van Gonzalez Iñáritu uit 2015 is een ontluisterende film. Van de trots uit 1962, toen The American Dream misschien wel op zijn hoogtepunt was, is niets meer over. In The Revenant is de Amerikaanse kolonisator in het Westen een beest geworden onder inheemse beesten (grizzlyberen en indianen) die vecht om te overleven in een wildernis die volmaakt onverschillig staat tegenover de mens. Geen fraai mensbeeld en ook al geen romantische opvatting over de natuur.

De 37-jarige avonturier Hugh Glass sluit zich in 1823 aan bij de Rocky Mountain Fur Company, een onderneming pelsjagers die de bovenloop van de Missouri afspeurt op zoek naar pelsdieren. Wanneer Glass zich op een dag van de groep afscheidt en op verkenning gaat, wordt hij aangevallen door een grizzlybeer. Zijn collega’s vinden zijn bewusteloze lichaam. Ondanks zijn hevige verwondingen is Glass nog steeds in leven. Omdat ze zich op gevaarlijk terrein begeven en de winter op komst is, betaalt de kapitein van de expeditie John Fitzgerald en de jonge Jim Bridger om bij Glass te blijven en hem te begraven zodra hij overleden is.
Bron: nl.wikipedia.org

The Revenant rekent niet alleen genadeloos af met een optimistisch mensbeeld (dat deden de spaghettiwesterns natuurlijk ook al), maar ook met de illusie dat de natuur onze bescherming nodig heeft (of door de mens geknuffeld zou moeten worden). De witte, vijandige wildernis in The Revenant is een wrede arena waarin wrede wezens proberen te overleven. Ieder voor zich. Een zwarte film, al is het landschap steeds wit. De wildernis als metafoor van het universum in zijn kale existentie.

The Revenant is een zwarte film, al is het landschap steeds wit. De wildernis als metafoor van het universum in zijn kale existentie.

En toch, wat kan het het zwijgen van de natuur mooi zijn! Deze esthetische ervaring van de vijandige natuur zou Nietzsche tot de gedachte brengen “dat alleen als esthetisch fenomeen het bestaan en de wereld voor eeuwig gerechtvaardigd zijn”. Het camerawerk van Emmanuel Lubezki werd niet voor niets beloond met een oscar. De regisseur en de hoofdrolspeler kregen er ook een.

The Revenant [ nl.wikipedia.org ] | voorgaande stukjes in deze reeks