“paranoia strikes deep”

gelezen: de eerste vier hoofdstukken van fantoomterreur (2015)
en the kafirophage op de blog gatesofvienna.net

fantoomterreurTweehonderd jaar geleden werd tijdens het Congres van Wenen de klok teruggedraaid, alsof er nooit een Franse Revolutie geweest was. In Frankrijk keerde de verbannen koning Lodewijk XVIII terug en besteeg de troon. Overal kwamen de monarchen weer stevig in het zadel te zitten. Zelfs ons land, dat tweehonderd jaar een republiek geweest was, werd tot een koninkrijk omgevormd.

Men wilde terugkeren naar de situatie van vóór 1789, maar de geest van de revolutie was uit de fles. Overal in Europa waren onder Napoleon liberale en nationalistische bewegingen opgekomen die na 1815 weer de kop ingedrukt werden. Tijdens de Restauratie (1815-1848) waren de meeste monarchieën in Europa een politiestaat. Het wemelde van de spionnen en veel landen hadden een strenge censuur ingesteld. Het Habsburgse Rijk, waar de angst voor de revolutie altijd het grootst was geweest, liep op dit punt voorop.

Ik las met Pinksteren de eerste vier hoofdstukken van fantoomterreur van de Engels-Poolse historicus Adam Zamoyski, die getiteld zijn: Geestenbeswering, Angst, Besmettelijkheid en De oorlog tegen terreur. Tegelijkertijd las ik The kafirophage dat zondag op de blog gatesofvienna.net werd gepubliceerd. De parallel tussen de periode 1789-1848 die in fantoomterreur beschreven wordt, en onze tijd met haar angst voor het jihadisme is groot. Het is een van de redenen waarom Zamoyski dit boek geschreven heeft.

kafirophage
op de blog gatesofvienna.net wordt de islam voorgesteld als bacteriofaag die de westerse wereld besmet heeft.
At the siege of Vienna in 1683 Islam seemed poison to overrun Christian Europe. We are in a new phase of a very old war.

gatesofvienna.net statement

Nadat op 14 juli 1789 in Parijs de revolutie was uitgebroken, verspreidde zich in heel Europa tot in Rusland toe de angst dat de revolutie in Parijs besmettelijk zou zijn en zich zou uitbreiden. Overal verschenen geschriften die deze angst rechtvaardigden. Een van de meest invloedrijke boeken was Mémoires pour servir à l’histoire du Jacobinism van de jezuïet Augustin Barruel (1741-1820). Achter de revolutie zag hij een grote internationale samenzwering die door de Vrijmetselarij geleid werd. Vrijmetselaars zouden geheime genootschappen opgericht hebben, waaronder de Jacobijnen, die de stuwende kracht achter de Franse Revolutie zouden worden.

De chriselijke Barruel zag niet alleen de Franse Revolutie maar ook de Verlichting als een vorm van “geestelijke kanker”. Atheïstische filosofen als Voltaire, Diderot, De laMettrie en d’Alembert waren immers de wegbereiders geweest naar de revolutie. Hun doel was volgens Barruel de omverwerping van de toenmalige christelijke orde in Europa. Mémoires pour servir à l’histoire du Jacobinism uit 1797 had enorme invloed, ook in Engeland waar het nog vóór het einde van de eeuw verscheen in een Engelse vertaling.

Het verleidelijke van complotdenken is altijd dat het de complexe en chaotische werkelijkheid terugbrengt tot een duidelijke orde, al is het dan een duistere orde waarbij geheime genootschappen de werkelijke macht achter de geschiedenis vormen. Zamoyski lijkt ons met zijn boek te willen waarschuwen tegen complotdenken en dat is natuurlijk prima. We kunnen beter het hoofd koel te houden en ons niet mee te laten slepen door wilde angstvisioenen over het grote gevaar dat ons bedreigt.

Paranoia leidt niet zelden tot selffulfilling prophecies. Bovendien is het fanatisme waarmee het gevaar bestreden wordt meestal meer te vrezen dan het reëele gevaar. Het betekent echter niet dat het enige gevaar juist door de handelaren in angst wordt voortgebracht en dat er eigenlijk weinig te vrezen valt. Onderschatting van het gevaar kan net als overschatting van het gevaar erg gevaarlijk zijn!

Paranoia strikes deep.
Into your life it will creep.
It starts when you’re always afraid.
You step out of line, the man come and take you away.
 
from: For what it’s worth – Buffalo Springfield

In The kafirophage wordt de islam voorgesteld als bacteriofaag die de westerse wereld besmet heeft. Het doet sterk denken aan Barruel die de revolutie als een geestelijke kanker zag, die zich vanuit Frankrijk sinds 1789 aan het uitzaaien was en heel Europa bedreigde.

Volgens Zamoyski is de paranoia in het Habsburgse Rijk altijd het sterkste geweest. De blog gatesofvienna.net staat dus in een lange traditie. In haar titel wijst ze daar ook op: in het jaar 1683 stond Wenen op het punt veroverd te worden door de islam.

gatesofvienna.net
header van de blog gatesofvienna.net
Onderschatting van het gevaar kan net als overschatting van het gevaar erg gevaarlijk zijn!
De auto-immune eigenschappen van de “Islamitische ziekte” werden versterkt door de verzwakte culturele immuniteit van het Westen, die in de loop van tientallen jaren aanzienlijk was afgenomen toen de islam eenmaal arriveerde. De krachten achter de opzettelijke culturele vernietiging – het neo-marxisme, het cultureel marxisme, de politieke correctheid, noem ze hoe je wilt, hadden de traditionele westerse instituties al verzwakt en uitgehold toen de eerste imams hun preken tijdens het vrijdaggebed van de kansels van gloednieuwe door Saoedi-Arabië gefinancierde moskeeën begonnen te verkondigen.
 
Bron: gatesofvienna.net

een geschiedenis van de complottheorie [ atheneum.nl ]

nationalisme in Brussel

In zijn colleges vaderlandsliefde – nationalisme en nationaal gevoel wijst Joep Leerssen erop dat de meeste standbeelden van historische figuren in West-Europa gebouwd zijn ergens tussen 1815 en 1914, de eeuw van het nationalisme. Toen we vorige week in Brussel waren, viel mij op hoe uitbundig het nationalisme in de negentiende eeuw bij onze Zuiderburen gevierd is. De grandeur van het negentiende eeuwse Brussel heeft alles met Parijs en niets met Amsterdam. Voor een deel komt dit door het cultuurverschil tussen katholieke Zuiden en protestantse Noorden van de Nederlanden.

Maar het is ook een gevolg van de afscheiding van 1830, toen België zich van Nederland afkeerde. De profilering van België als onafhankelijke staat is het duidelijkst zichtbaar op en rond het Koningsplein. Dit plein wordt gedomineerd door een enorm ruiterstandbeeld uit 1848. Het stelt de kruisvaarder Godried van Bouillon (1060-1100) voor, de eerste koning van Jeruzalem. (Zijn broer Boudewijn I (1068 1118) volgde hem in 1100 op.) Met deze katholieke koning zette België zich als onafhankelijke staat op de kaart met een duidelijk signaal naar Nederland: België was een katholieke natie.

Koningsplein
het ruiterstandbeeld van Godried van Bouillon op het Koningsplein in Brussel
Na de onafhankelijkheid van België in 1830 besliste de jonge regering om overal in het land standbeelden te plaatsen van grote figuren uit het “nationale” verleden. Centraal op het Koningsplein staat sindsdien het ruiterstandbeeld van Godfried van Bouillon, gemaakt door Eugène Simonis in 1848. Deze kruisvaarder was aanvoerder van de Eerste Kruistocht (1096–1099). Hij was hertog van Neder-Lotharingen, waartoe ook Brabant behoorde, en werd na zijn kruistocht uitgeroepen tot koning van Jeruzalem en beschermer van het Heilig Graf. Beneden op het voetstuk staan twee reliëfs: Koning Godfried beraadslaagt (links) en De inname van Jeruzalem (rechts). Deze beide reliëfs werden er later bijgeplaatst.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Koningsplein
het classicistische Koningsplein in Brussel wordt gedomineerd door de Sint Jacobskerk en het Grondwettelijk Hof die in het laatste kwart van de achttiende eeuw gebouwd werden.

How I became orthodox

Jonathan Jackson How I became orthodox

Na het zien van de documentaire Going Clear vorige week dinsdagavond bij de VPRO, waarin Tom Cruise te horen was als ambassadeur van de Scientology Church, hoorde ik een andere Hollywood acteur, Jonathan Jackson, die het geestelijke onderscheidingsvermogen gekregen heeft om het verschil tussen een sekte en het ware geloof te maken.

In 2012, Jackson and his family were baptized into the Orthodox Church. Jackson cited a trip to Romania and Rome that first brought his attention to learning more about the religion. In his acceptance speech for his 2012 Daytime Emmy Award, he thanked the Holy Trinity as well as the monks on Orthodox monastic enclave Mount Athos. Jackson later explained in an interview, “These people (are) dedicating their lives to prayer, and not just praying for themselves, but truly praying for all of us. And then the thought kind of crossed my mind: with all the destruction, chaos and insanity that goes on in this world, if their prayers weren’t happening, what would this world be like? I felt personally like I just wanted to thank them because I really believe that their prayers mean a lot.”
 
Bron: en.wikipedia.org
How I became orthodox
In his acceptance speech for his 2012 Daytime Emmy Award, he thanked the Holy Trinity as well as the monks on Orthodox monastic enclave Mount Athos.

23 mei 1915

honderd jaar geleden verklaarde Italië de oorlog aan Oostenrijk-Hongarije

Isonzo 1915Toen in de zomer van 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak, stelde Italië zichzelf neutraal op in het conflict, terwijl het zich sinds 1882 in een Triple Alliance met Duitsland en Oostenrijk-Hongarije verbonden had. In de herfst van 1914 en het voorjaar van 1915 overwogen de Italiaanse regeringsleiders hoe hun land het grootste voordeel kon halen uit deelname aan de oorlog. Italië werd door beide strijdende partijen verleid om zich bij hen aan te sluiten.

Tenslotte werd gekozen voor de zijde van de geallieerden, want deze beloofden Italië zijn nationale droom te vervullen: een vergroting van haar grondgebied in het noordoosten met Trentino, Zuid-Tirol en Triëst, die tot Oostenrijk-Hongarije behoorden. Bovendien beloofden de geallieerden de Italianen delen van Dalmatië en eilanden langs de Adriatische kust. In april 1915 werd het Verdrag van Londen ondertekend waarin deze deal gesloten werd.

Een maand later, op 23 mei 1915, verklaarde Italië de oorlog aan Oostenrijk-Hongarije. Na Gallipoli werd er een nieuw front geopend. Dit strekte zich uit over een lengte van zeshonderd kilometer en liep door de Dolomieten, Karnische Alpen en Julische Alpen. Daarmee werd dit de hoogstgelegen frontlinie van de Eerste Wereldoorlog.

Italië was absoluut niet voorbereid op een grootschalige oorlog. Er werden in het voorjaar van 1915 weliswaar 1,2 miljoen soldaten gemobiliseerd, maar er was uitrusting voor niet meer dan 732.000 manschappen. Na de oorlogsverklaring rukte het Italiaanse leger onmiddellijk op naar Zuid-Tirol en de Isonzo rivier, waar ze op de hardnekkige tegenstand van de Oostenrijks-Hongaarse troepen stuitten. De rotsen en de sneeuw maakten het terrein verraderlijk. Na een paar snelle Italiaanse successen, kwam er een patstelling.

Isonzo 1915-1917
Isonzo herdenkingspostzegel uit 2011
Na de oorlogsverklaring rukte het Italiaanse leger onmiddellijk op naar Zuid-Tirol en de Isonzo

De strijd zou in de loop van 1916 en 1917 aan beide kanten tot zware verliezen leiden en net als aan het westfront zou de frontlinie ook hier nauwelijks verschuiven. Eind oktober 1917 kwam er tenslotte een Duitse interventie. In de Slag van Caporetto (ook bekend als de Twaalfde Slag aan de Isonzo) verloren de Italianen 300.000 manschappen (90 procent werd krijgsgevangenen gemaakt) en werd het Italiaanse leger gedwongen zich terug te trekken. De 25-jarige Erwin Rommel werd na deze overwinning tot kapitein bevorderd en onderscheiden met het Pour le Mérite. In Rome zou de nederlaag aan de Isonzo leidden tot een regeringscrisis.

Ondanks de hopeloze strijd had Italië bij het verwezenlijken van de nationale droom toch op het juiste paard gewed. Na de Eerste Wereldoorlog verkreeg het uiteindelijk het felbegeerde Zuid-Tirol en Triëst van het uiteengevallen Habsburgse Rijk. Maar het offer was groot. De oorlog kostte ruim een half miljoen Italianen het leven en nog eens anderhalf miljoen raakte gewond of werd krijgsgevangen gemaakt.

Italy declares war on austria hungary [ history.com ]

volg de meester [ 77 ]

portret van Maria Kochubey door François Gérard

Vorige week liet ik hier de eerste drie fasen zien van een kopie naar het portret van prinses Maria Kochubey in 1809 geschilderd door de Franse classicistische schilder François Gérard (1770–1837). Gisteren werden de lokale kleuren in dunne glaceringen opgebracht.

Gerard
vierde fase in olieverf: lokale kleuren
… in het classicisme gaat het om de ideale vorm die binnen een vloeiende en gesloten contour gedefinieerd wordt …
Edle Einfalt und stille Grösse

het classicistische schoonheidsideaal
volgens Johann Winckelmann (1717-1768)

volg de meester [ 1-77 ] | van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan

Copley

het 200e sterfjaar van John Singleton Copley (1738-1815)

John Singleton CopleyJohn Singleton Copley is samen met zijn land- en leeftijdgenoot Benjamin West (1738-1820) de grootste Amerikaanse schilder van de achttiende eeuw. In de jaren vlak voor de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten, portretteerde Copley de aanzienlijke burgers van Boston. Iedereen in New England kende hem. Hij schilderde bekende portretten van twee voorname Amerikaanse patriotten: de politiek filosoof Samuel Adams (1722-1803) en de zilversmid, graveur en politiek activist Paul Revere (1834-1818).

John Adams (1735-1826), de achterneef van Samuel Adams, eveneens Founding Father en de tweede president van de Verenigde Staten, kende de schilder uit Boston ook. David McCullough schrijft in zijn biografie over John Adams dat deze tijdens zijn verblijf in Philadelphia uitstekend contact had met de schilder Charles Wilson Peale (1741-1827), maar dat hij de schilderijen van John Singleton Copley uit Boston toch beter vond.

Dat was niet alleen omdat Adams zelf ook uit New England kwam, want Copley had ook meer talent dan Peale. Echter, wat patriottisme aangaat, overtrof de laatste de eerste. Peale werd in het revolutiejaar 1776 kapitein in het leger van Pennsylvania en nam deel van verschillende veldslagen, terwijl Copley in 1774, toen een burgeroorlog dreigde, naar Engeland vertrok om nooit meer naar zijn vaderland terug te keren.

Copley - Adams
John Singleton Copley portretteerde twee stadsgenoten die later tot de Founding Fathers zouden worden gerekend: Samuel Adams (ca. 1772) in Boston en John Adams (ca. 1784) als minister van buitenlandse zaken in Londen.

Copley stierf tweehonderd jaar geleden in Londen. Het is begrijpelijk dat Amerikaanse patriotten hem altijd lafheid hebben verweten. Toch wordt hij in Amerika algemeen aanvaard als een van de grootste Amerikaanse schilders uit de geschiedenis.

Copley had another extraordinary skill: he achieved his position as portraitist to the merchant elite of Boston and New York because he thought and behaved like a gentleman. In an era of accelerating class divisions and political upheaval, Copley flourished. He closely identified with his patrons and, until their world collapsed on the eve of the American Revolution, captured and confirmed their values and hopes. And then, like a phoenix up from the ashes, rose to equal if not greater prominence in London by the deployment of the same remarkable artistic and social skills. Following a brief respite in Rome during the summer of 1774, where Copley studied the old masters and drew as he had rarely done before, he landed in London and remained for the rest of his life.
 
Bron: metmuseum.org
Copley - Boy with Squirrell
Boy with Squirrell 1765
Copley stuurde dit schilderij naar Londen ter beoordeling. Zowel Joshua Reynolds als Benjamin West, de twee grote mannen van de Royal Academy, moedigden hem aan naar Engeland te komen. Toch zou het nog negen jaar duren voordat Copley de grote oversteek waagde.

John Singleton Copley [ en.wikipedia.org ]

het oude en het nieuwe Europa

vrijdag en zaterdag voor de vijfde maal een stadswandeling door Brussel gemaakt

Afgelopen weekend bezochten Michaela en ik voor de vijfde maal Brussel. Ditmaal niet voor de Art Nouveau maar voor een stadswandeling langs architectuur van de 20e eeuw.

onze Art Nouveau wandelingen “doorheen Brussel”
Sint Gilles en Vorst (3 april 2009)
Louizawijk en vijvers van Elsene (25 juli 2009)
Schaarbeek (16 mei 2013)
Squareswijk en Jubelpark (31 maart 2014)

We begonnen vrijdagmiddag in Sint Gilles met het gemeentehuis (1900-1904), dat geheel in neorenaissance stijl gebouwd is, en eindigden zaterdag bij het postmoderne gebouwencomplex van de Leopoldruimte (1987-1995). Een groter contrast in de bouwkunst is nauwelijks denkbaar. De twintigste eeuw is dan ook een eeuw van grote contrasten, die weerspiegeld worden in de bouwkunst.

Sint Gilles en Leopoldruimte
het neorenaissancistische Hotel de Ville de Saint Gilles en het Paul-Henri Spaakgebouw in Brussel zijn gebouwd respectievelijk aan het begin en einde van de twintigste eeuw.

Het verschil tussen het gemeentehuis en het gebouwencomplex van de Leopoldruimte is niet alleen het verschil tussen historisme en postmodernisme, maar ook het verschil tussen het oude en nieuwe Europa. Het Avondland was in de twintigste eeuw bijna ten onder gegaan, maar herrees na 1945 door het Marshallplan en de EGKS. Zo ontstond er een nieuw Europa dat zich ervan verzekerd had dat economische samenwerking het tegengif moest zijn voor nationalisme.

De architectuur die net als andere kunstvormen een uitdrukking van de geschiedenis is, weerspiegelt de omslag van nationalisme naar internationale samenwerking. Misschien is de bouwkunst meer als andere kunstvormen ook de uitdrukking van een politiek programma. De overheid zal in grote bouwprojecten altijd proberen iets van haar visie uit te dragen, of het nu om prestigeobjecten gaat of overheidsgebouwen die de band met de burger moeten versterken.

Vaak waren grote bouwprojecten niet alleen een architecturaal manifest maar ook de uitdrukking van een politiek programma.

Zo heeft het stadsdeel Schaarbeek, net als Sint Gilles, een eigen gemeentehuis met een omringende markt, die helemaal is opgetrokken in historische stijlen. Aan het einde van de negentiende eeuw tot aan de Eerste Wereldoorlog, wilde de overheid de relatie met het nationale verleden versterken. Burgerzin werd gekoppeld aan historisch besef. De Belg, en de Brusselaar in het bijzonder, mocht terugkijken op een roemrijk verleden, dat door het historisme werd doorgetrokken naar het heden.

Het historisme in de bouwkunst was dus gekoppeld aan collectief zelfbewustzijn. Vaak waren grote bouwprojecten, zoals het Paleis van Justitie in Brussel, niet alleen een architecturaal manifest maar ook de uitdrukking van een politiek programma. Na de oorlog veranderde er aan de buitenkant veel, maar aan de binnenkant weinig. Dat werd mij duidelijk bewust toen we het reusachtige complex van de Leopoldruimte betraden waar het Europees Parlement een tweede vestiging heeft.

Leopoldruimte
het Paul-Henri Spaakgebouw (1988-1992)
in de zgn. Leopoldruimte.

De Leopoldruimte is gebouwd tussen 1987 en 1995, maar in 2008 vond nog een uitbreiding plaats. Het is in postmoderne stijl gebouwd. Michaela merkte op dat de stijl herinnert aan art deco. Natuurlijk blijven het allemaal labels. Postmoderne architectuur is goed vergelijkbaar met het eclecticisme uit de tweede helft van de negentiende eeuw waarin architecten teruggrepen naar stijlen uit het verleden. Maar het postmodernisme heeft een nóg groter bereik omdat het historisme combineert met modernisme.

Aan de binnenkant is er eigenlijk weinig veranderd. Natuurlijk zijn ook de gebouwen van de Europese Unie de uitdrukking van een politieke visie, net als de paleisachtige gebouwen uit de tijd van het nationalisme dat waren. De vormentaal is veranderd. In de historische bouwkunst werd net als op de timpaan van een romaanse of gotische kerk nog een verhaal verteld. De nationale helden uit het verleden kregen hun plekje aan de gevel. Maar de EU gebruikt abstracte symbolen omdat nationalisme niet te verenigen is met de geest van het nieuwe Europa. We zien op de Eurobiljetten dan ook geen historische personen meer, maar architectuur: bruggen en ramen, als symbolen van verbinding en openheid.

Leopoldruimte
centrale deel van de Leopoldruimte

Als je goed kijkt, tref je dergelijke symbolen ook aan in het complex van de Leopoldruimte. Er is veel glas, dat staat voor de transparantie van Europa. Ook zijn er veel traversen die gebouwen met elkaar verbinden. Nationale helden hebben plaatsgemaakt voor abstractie.

Maar dan, heel onverwacht, grijpt ons toch nog de heroïek en bombast van de negentiende eeuw naar de strot, in de vorm van een beeld bij de ingang van het Paul-Henri Spaakgebouw. Een vrouwenfiguur die Europa moet verbeelden, rijst op uit een draaikolk en houdt een € omhoog als een overwinningsteken. De boodschap van het beeld lijkt duidelijk: het kruis van het oude Europa is vervangen door “de verlossende en overwinning schenkende Euro” van het nieuwe Europa.

Brussel beelden
het oude en nieuwe Europa
links het beeld van Bonifatius in Fulda
rechts het beeld van Europa
naast het Paul-Henri Spaakgebouw in Brussel
De boodschap van het beeld lijkt duidelijk: het kruis van het oude Europa is vervangen door “de verlossende en overwinning schenkende Euro” van het nieuwe Europa.