socialistische messias

uitgelezen: Les mysteres de Paris (1842) van Eugene Sue

Les mysteres de Paris verscheen als feuilleton tussen 19 juni 1842 en 15 oktober 1843 in le journal des débats, een zeer invloedrijke krant in Frankrijk die in 1789 was opgericht en die tot 1944 zou bestaan. Veel Nederlandse vertalingen van lijvige Franse romans uit de negentiende eeuw zijn verkorte versies. Ik las de vertaling van Richard ten Berge en die is aanzienlijk korter dan het origineel dat in zes flinke delen werd uitgegeven. Misschien is deze vertaling ook meer een bloemlezing maar dat kan ik niet beoordeling omdat ik de oorspronkelijke Franse versie niet ken. Psychologische verfijning is bij Eugene Sue ver te zoeken. Het is melodrama voor het volk waarin de personages uit karton lijken gesneden. Literair beslist geen hoogstandje.

Maar waarom was Les mysteres de Paris dan zo’n groot succes? Ik denk om dezelfde reden waarom in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw soaps op televisie een succes waren. Je volgde met elkaar dagelijks het wel en wee van de vele hoofdpersonen en je kon er met elkaar over praten. Amusement dus. Omdat Les mysteres de Paris ook in de Parijse onderwereld duikt, zit er een flinke dosis misdaad in. Sue vermengt dat met allerlei onderwerpen waar het grote publiek van smult. Veel list en bedrog uiteraard en verder: sociale uitbuiting, kindermoord, waanzin, vervalsing, speculaties, hoeren en complotten.

Eigenlijk zijn Rodolphe en Jean Valjean een soort messiasfiguren die afdalen in de sociale ellende van de grote stad en laten daar het licht der gerechtigheid schijnen.

RodolpheDit feuilleton beïnvloedde Alexandre Dumas in 1844 voor zijn Graaf de Monte Cristo en in 1862 Victor Hugo voor Les Miserables. Vooral de sociale dimensie van Les mysteres de Paris werd door Dumas en Hugo nagevolgd en Hugo gebruikte Les Miserables als een politiek pamflet tegen de misstanden van zijn tijd. In de romans van Dumas en Hugo horen we duidelijk de echo van Rodolphe, de filantropische prins uit Les mysteres de Paris. Want zowel de graaf van Monte Cristo als Jean Valjean lijken gemodelleerd naar Rodolphe. Ze zijn niet alleen fysiek sterk maar ook kapitaalkrachtig. Met hun geld weten ze onrecht te corrigeren.

Eugene Sue was beïnvloed door het socialisme en populariseerde in zijn romans de opvattingen van Charles Fourier en Pierre-Joseph Proudhon. Victor Hugo volgde hem na en maakte van Les Miserables een bittere aanklacht tegen de sociale misstanden van zijn tijd. Eigenlijk zijn Rodolphe en Jean Valjean een soort messiasfiguren die afdalen in de sociale ellende van de grote stad en laten daar het licht der gerechtigheid schijnen.

soap uit 1842

Dramatis Personae van Les Mystères de Paris van Eugène Sue

Breedvoerigheid is vaak een kenmerk van de roman uit de negentiende eeuw. De lezer van vroeger had geen televisie of internet maar wel lange avonden tot zijn beschikking. Een roman van meer dan duizend bladzijden was vanwege zijn omvang nog niet afschrikkend. Hetzelfde gold voor het aantal personages. De romanschrijver verwerkte graag verhalen in verhalen en voerde daarbij telkens nieuwe personages op. In de roman-feuilleton speelden meestal tientallen personages mee. Het was de voorloper van de soap, waarbij de lezer dagelijks het wel en wee kon volgen van de hoofdpersonen. Voor het zeer succesvolle vervolgverhaal Les Mystères de Paris van Eugène Sue dat in 1842-1843 in een Franse krant werd gepubliceerd, maakte ik een Dramatis Personae. Dat deed ik niet in de gebruikelijke vorm, met een lijst in de volgorde van opkomst, maar met een visueel overzicht waarin de relaties van de verschillende personages naar voren komen.

Les Mysteres de Paris
Dramatis Personae van Les Mystères de Paris
[ klik op afbeelding voor een PDF ]

In het bovenstaande overzicht zijn bijna 60 personages uit Les Mystères de Paris opgenomen. De hoofdpersonages staan in grotere letters. De kleuren wijzen op de karakters, die bij Eugène Sue vaak eendimensionaal (goed of slecht) zijn. De groene staan voor de nobele karakters, de rode voor de corrupte personen, degenen die tot inkeer komen in oranje. De min of meer neutrale karakters en figuranten staan in geel. De hoofdpersoon Rodolphe staat in paars.

De neven

gisteren gezien op TV5: Les cousins (1959) van Claude Chabrol

les cousins 1959Les cousins (1959) was de tweede film van Claude Chabrol. Ook hier speelt het thema van twee jongemannen die elkaar weer tegenkomen en een tijdje met elkaar optrekken. Ditmaal zijn het geen oude vrienden, zoals in Le beau Serge, maar twee neven, zoals de filmtitel aangeeft. De hoofdrollen in Les cousins worden, net als in Le beau Serge, gespeeld door Gérard Blain en Jean-Claude Brialy.

Het verhaal is even eenvoudig als de filmtitel. Wat de sociale interactie boeiend maakt, zijn de tegenstrijdige karakters van de twee neven Paul en Charles. Paul is een doorgewinterde bohemien die leeft in een appartement in Parijs en meer geniet van de meisjes dan van zijn studie. Zijn neef Charles is vanuit de provincie naar Parijs gekomen voor zijn rechtenstudie en mag bij Paul zijn intrek nemen. Paul’s vriend Clovis, een dertiger met een drankprobleem, komt vaak over de vloer. Net als Paul leidt deze een dandy-achtig bestaan. Als Charles verliefd wordt op Florence, verwijderen de neven zich steeds verder van elkaar en worden de verschillen nog groter.

les cousins 1959
Waar ik erg van genoten heb, is de scene waarin Paul en Charles in een open sportwagen over de Champs-Élysées rijden. Prachtig om het Parijs van 1959 in zwart-wit te zien. Je mag mij daarvoor wakker maken.

Het verhaal van deze nouvelle vague film kon mij niet echt boeien. Ik kijk liever naar de beelden en in het bijzonder naar het tijdsbeeld. Dat is iets dat er automatisch insluipt en dus geen verdienste van Chabrol. Het existentialistische sfeertje van de nouvelle vague voelt na zestig jaar nogal gedateerd aan. De lichtheid en de levendigheid van Les cousins, die mij herinnert aan de films van Jean Renoir, wordt afgewisseld met existentiële zwaarte, maar de verbinding tussen beide polen voel ik niet, waardoor het eerder ingrediënten van de film worden, dan dat ze de film dragen.

Les cousins [ imdb.com ]

De mooie Serge

gezien op TV5: Le beau Serge (1958) van Claude Chabrol

le beau Serge 1958Samen met de vorig jaar overleden Frans filmregisseuse Agnes Varda (1928-2019) en Jean-Luc Godard (1930) stond Claude Chabrol (1930-2010) aan de wieg van de nouvelle vague in Frankrijk. Chabrol wordt vaak als de theoretische grondlegger van deze beweging gezien. Hij was oorspronkelijk filmcriticus en voordat hij op zijn 27e zelf begon te filmen, schreef hij samen met Eric Rohmer (1920-2010) in 1957 een studie over de films van Hitchcock. Chabrol onderging zo sterk de invloed van deze grote filmregisseur dat hij vaak “de Franse Hitchcock” genoemd wordt.

le beau Serge
stills uit Le beau Serge 1958

De Franse zender zendt deze maand zijn eerste films uit. Vrijdag keek ik naar zijn debuutfilm Le beau Serge (1958) en vanavond is Les cousins (1959) aan de beurt, opnieuw met Gérard Blain en Jean-Claude Brialy in de hoofdrollen. In Le beau Serge viel mij de fraaie zwart-wit cinematografie op, met veel oog voor licht-donkerverhoudingen en close ups. Net als Hitchcock was Chabrol duidelijk beïnvloed door de Duitse film uit de jaren twintig met zijn sterke visuele expressies.

Le beau Serge [ imdb.com ]

Urban gothic [ 3 ]

verfilmingen van Les mystères de Paris

les mysteres de Paris 1962De beroemde roman-feuilleton Les mystères de Paris van Eugene Sue werd in de pionierstijd van de film in Frankrijk maar liefst driemaal verfilmd. Een korte verfilming in 1909, een langere in 1912 en in 1922 volgde een derde verfilming in 12 episoden. De roman paste goed in het melodrama dat in die jaren zo populair was. In 1935 verscheen de eerste verfilming met geluid en in 1957 een Italiaanse verfilming. Daarna volgden nog twee bewerkingen: een Franse film in 1962 en tenslotte in 1980 nog een miniserie op de Franse televisie.

Les mystères de Paris verscheen oorspronkelijk als een vervolgverhaal in le journal des débats. Tussen 19 juni 1842 en 15 oktober 1843 hield het de lezers van deze krant zestien maanden lang bezig. Het was de voorloper van de televisieserie waar “iedereen” naar kijkt, een verschijnsel dat inmiddels tot het verleden behoort. Het publiek in de jaren veertig van de negentiende eeuw was gek op misdaadverhalen en het genre van de urban gothic was daardoor erg populair.

les mysteres de Paris 1922
Les mystères de Paris 1922

Ik lees Les mystères de Paris als een Krimi uit de negentiende eeuw. De Parijse onderwereld en de wereld van de aristocratie worden door Eugene Sue spannend met elkaar vermengd. De geheimen van de aristocratie blijken verstrengeld met die van criminelen. De hoofdpersoon (Rodolphe) is een aristocraat die incognito durft af te dalen in de onderwereld van Parijs. Daarbij vertrouwt hij op zijn fysieke kracht. De Nederlandse titel van de verfilming uit 1962 heette dan ook De markies met de ijzeren vuist.

Urban gothic [ 2 ]

aan het lezen in: Les Mystères de Paris (1842) van Eugene Sue

Les Mystères de ParisTelevisieseries uit de vorige eeuw zoals Peyton Place (1964-1969), Dallas (1978-1991) en Dynasty (1981-1989) hadden hun voorloper in het vervolgverhaal van de 19e eeuw. In het Frans wordt dat een feuilleton genoemd omdat het vervolgverhaal oorspronkelijk verscheen in dag- en weekbladen (feuilles).

Doordat een vervolgverhaal periodiek verschijnt in massamedia kan de massa van dag tot dag of van week tot week de belevenissen van de fictieve personages volgen. De bekendste Nederlandse feuilleton uit de 19e eeuw is Eline Vere van Louis Couperus die in 1888 in het dagblad Het Vaderland verscheen. Op straat of in de tram spraken mensen met elkaar over Eline Vere alsof het een werkelijke bekende van hen was. Dit bijzondere verschijnsel, het volk dat wekelijks meeleeft met de belevenissen van fictieve personages, begon in Frankrijk met de feuilletons vanaf 1836. Een van de meest succesvolle was Les Mystères de Paris van Eugene Sue dat tussen 19 juni 1842 en 15 oktober 1843 verscheen in le journal des débats. Het was zo’n groot publiekssucces, dat de oplage van deze krant omhoog schoot. Daarna volgden vrijwel alle kranten deze succesformule en kwamen ze met hun eigen feuilleton.

journal des débats 1842
de banner van le journal des débats (1842)

Les Mystères de Paris initieerde een nieuw (sub)genre, de zogenaamde stadsmysteries, een subgenre van de urban gothic. Er volgden na Les Mystères de Paris nu feuilletons die de geheimen van een grote stad onthulden zoals The Mysteries of London (1844) van George WM Reynolds. En het genre stak zelfs de oceaan over want in 1849 verscheen City Crimes or Life in New York & Boston van George Thompson. Een jaar geleden schreef ik iets over Os Misterios de Lisboa (1854) van Camilo Castilo Branco, een roman-feuilleton die in 2010 meesterlijk verfilmd werd door Raul Ruiz.

mysteriesofparis
Engelse uitgave van les Mystères de Paris

Maar nu naar de moeder van alle stadsmysteries, les Mystères de Paris van Eugène Sue. Ik lees het in de Nederlandse vertaling van Richard ten Berge die sterk ingekort is en 53 episodes telt. Zoals in elk feuilleton (of soapserie) is de lijst met personages lang en wordt er steeds geschakeld tussen de verschillende personages. In de eerste episodes wordt er daarom een groot beroep op het geheugen van de lezer gedaan die al deze personages uit elkaar moet houden. Dat zijn er in de eerste vijftig bladzijden al minstens twintig. Ook wordt, zoals in de roman van de negentiende eeuw gebruikelijk is, vaak een en ander verteld over het verleden van de personages, soms in een flashback van de verteller, soms in de vorm van een bekentenis, en soms aan de hand van een verslag of een brief van een ander personage.

les mysteres 1842De geheimen in Les Mystères de Paris worden beetje bij beetje onthuld. De hoofdpersoon heet Rodolphe. In werkelijkheid is hij de groothertog van Gerolstein (een fictief groothertogdom) die incognito in Parijs is neergestreken en op zoek is naar de werkelijke ouders van het meisje Fleur-de-Marie bijgenaamd la Goualeuse. Rodolphe doet zich voor als als handarbeider. Hij is fysiek ontzettend sterk en komt op voor de zwakkeren in de samenleving. Zijn secretaris ontvangt in de elfde episode een zekere Baron Von Graun, die van zijn informant Monsieur Badinot veel over de geschiedenis van verschillende personages te weten is gekomen. Zo wordt de lezer steeds meer onthuld.

Les Mystères de Paris daalt onmiddellijk aan het begin van de eerste episode al af in de krochten van de Parijse onderwereld anno 1842 waar figuren als de Schoolmeester, het Skelet en Bras-Rouge de dienst uitmaken. Bij Eugène Sue liggen de karakters vaak vast. Rodolphe en la Goualeuse vertegenwoordigen het goede terwijl De Schoolmeester, La Chouette, Polidori en gravin Sarah MacGregor het kwade vertegenwoordigen. Maar iemand als Le Chourineur valt er tussenin en doet veel denken aan Jean Valjean uit Les Misérables. Hij is een ontslagen galeiboef uit de bagno van Rochefort die door de onschuld van la Goualeuse tot inkeer komt. Victor Hugo heeft er dan ook nooit een geheim van gemaakt dat hij zich voor Les Misérables (1862) heeft laten inspireren door Les Mystères de Paris (1842) van Eugène Sue. Maar ook le Comte de Monte Cristo (1844) lijkt geïnspireerd door Les Mystères de Paris. Een graaf die incognito in Parijs verblijft, doet mij toch wel denken aan de groothertog van Gerolstein (Rodolphe) uit Les Mystères de Paris.

Urban gothic [ 1 ]

Rik Ringers

Opnieuw gelezen: 22 avonturen van Rik Ringers (1961-1975)

PEP 1972 #51Als negenjarige maakte ik voor het eerst kennis met Rik Ringers in december 1972. In PEP nummer 51 begon het verhaal Spoken in de nacht uit 1969. Het is een sfeervol verhaal dat zich helemaal afspeelt in de sneeuw in een Frans dorpje in de Pyreneeën. Scenarist A.P.Duchateau houdt van mystery en laat zijn whodunnits vaak op het randje van het bovennatuurlijke balanceren. Spoken in de nacht hield mij wekenlang bezig en vaak uit mijn slaap. De naam Rik Ringers stond in mijn zieltje gegrift. De jaren daarop bleef ik Rik Ringers volgen in Pep en in 1974 kocht ik mijn eerste album Onderzoek in het verleden dat ik nog steeds bewaar. Inmiddels heb ik de eerste 24 albums verzameld plus nog eens zo’n 19 verhalen in Pep (1970-1975) en Kuifje (1977-1981). Afgelopen weken herlas ik 22 avonturen uit de periode 1963-1977.

Rik Ringers 1955
Rik Ringers – Wie van de drie?
Het allereerste verhaal van Rik Ringers verscheen in Kuifje 13 van 1955

Tibet (pseudoniem van Gilbert Gascard) is een groot talent. Voordat hij in 1955 samen met A.P.Duchateau zijn eerste korte verhaal (Wie van de drie?) van Rik Ringers maakte, was hij al bekend als de tekenaar van Chick Bill. Deze reeks begon hij in 1954 en tekende hij tot aan zijn dood in januari 2010. Er verschenen zeventig albums. Rik Ringers begon als reeks in 1963, liep ook tot aan 2010 en hier verschenen 78 albums van. Dus Tibet tekende in zijn lange leven (1931-2010) twee lange reeksen van in totaal bijna 150 albums. Ik ken geen andere striptekenaar die zo productief is geweest.

Rik Ringers
Rik Ringers in eigen bezit
De ontvoering – Het raadsel van Porquerolles – Rik Ringers in een doolhof – De schaduw van Kameleon – Alias Rik Ringers – De 5 onzichtbaren – Nachtmerrie voor Rik Ringers – Spoken in de nacht – Grafschrift voor Rik Ringers – Onderzoek in het verleden – Het teken van de angst – De man die ongeluk bracht

Het is aardig om de tekeningen van het eerste lange verhaal (Wie is de Kameleon?)van Rik Ringers uit 1961 te vergelijken met die van tien jaar later. Wie is de Kameleon? is getekend in de stijl van de École de Marcinelle. Je ziet invloeden van Jijé (Jan Kordaat) en de atoomstijl van Franquin. Op het eerste plaatje (zie onder) zien we Tibet’s voorliefde voor auto’s. Links verschijnt de gele Porsche van Rik voor het eerst in beeld, rechts een godin van de weg.

Rik Ringers 1961
Het eerste plaatje van Wie is de Kameleon? (1961), het eerste lange verhaal van Rik Ringers.

Aan het begin van de jaren zeventig heeft Tibet helemaal zijn eigen stijl gevonden. De nadruk ligt op de close ups van zijn personages (Tibet is een meesterlijk karikaturist) en zijn vlotte penseelvoering in dik-dun. Ook tekent hij vaak erg gedetailleerd, zeker als het om auto’s gaat. Rik’s gele Porsche of de Citroen DS kan hij vlot vanuit verschillende camerastandpunten tekenen. Ook beheerst hij uitstekend filmische perspectieven waarin hij zijn personages plaatst.

Rik Ringers
Rik Ringers in eigen bezit
De schaduw van Kameleon – Valstrik voor Rik Ringers – Gangsters op de France – Duel met de beul – Het monster van Zwartlo – Requiem voor een idool – Buitenaardse wezens vallen aan! – De lijn des doods – Het rode spoor

1. De ontvoering/Wie is de Kameleon? (1961)
2. Het raadsel van Porquerolles (1962)
3. Rik Ringers in een doolhof (1963)
4. De schaduw van Kameleon (1964)
5. Valstrik voor Rik Ringers (1965)
6. Gangsters op de France (1966)
7. Dreiging op het witte scherm (1967)
8. Oog in oog met de slang (1967)
9. Alias Rik Ringers (1968)
10. De 5 onzichtbaren (1968)
11. Nachtmerrie voor Rik Ringers (1969)
12. Spoken in de nacht (1969)
14. Duel met de beul (1970)
15. Het monster van Zwartlo (1971)
16. Requiem voor een idool (1972)
17. Grafschrift voor Rik Ringers (1972)
18. Onderzoek in het verleden (1973)
19. Het teken van de angst (1973)
20. De man die ongeluk bracht (1974)
22. Buitenaardse wezens vallen aan! (1974)
23. De lijn des doods (1975)
24. Het rode spoor (1975)

Rik Ringers [stripsuithedenenverleden.nl]