cinéma écrit

gelezen: De Slag (2018) van Ivan Gil en Frédéric Richaud
naar de gelijknamige roman uit 1997 van Patrick Rambaud

La BatailleHet in scène zetten van veldslagen uit de Napoleontische tijd is al bijna net zo oud als de historische roman zelf. (Algemeen beschouwt men Waverley uit 1814 van Walter Scott als de allereerste historische roman.) De Slag bij Waterloo (1815) was 25 jaar na dato al een onderwerp in De Kartuize van Parma (1839). In deze historische roman beschrijft Stendhal hoe zijn hoofdpersoon Fabrizio del Dongo naar het Noorden trekt om te vechten voor Napoleon en in de nasleep van de Slag bij Waterloo terecht komt. In 1839 leefden er nog genoeg veteranen die het de schrijver na konden vertellen. Dat was niet nodig omdat Stendhal kon putten uit zijn eigen oorlogservaringen en zijn doel was niet een gedetailleerd verslag van de veldslag, maar eerder een ironisch commentaar.

Nog eens ruim twintig jaar later figureerde de Slag bij Waterloo in Les Miserables (1862) van Victor Hugo. Ook Hugo pretendeerde geen uitvoerig verslag van de gevechtshandelingen, maar gebruikte Waterloo vooral als decor.

Anders is dit in Oorlog en Vrede (1869), een van de beroemdste boeken van de negentiende eeuw. Tolstoj (1828-1910) documenteerde zich minutieus om waarheidsgetrouw de veldslagen te kunnen beschrijven, want de meeste veteranen uit deze veldslagen leefden rond 1865 al niet meer. In dit geval ging het niet om de grootste nederlaag van Napoleon, maar om zijn grootste overwinning, de Slag bij Austerlitz in 1805. Nog meer aandacht besteedde Tolstoj aan de Slag bij Borodino (1812) waar hij zijn hoofdpersoon Pierre Bechozov in Oorlog en Vrede getuige van laat zijn.

BalzacIn de negentiende eeuw is er voor de romanschrijver dus al een levendige exploitatie van de Napoleontische oorlogen op gang gekomen, een trend die zich in de twintigste eeuw zou doorzetten. Daarin zijn verschillende benaderingen van elkaar te onderscheiden. De ene schrijver gebruikt de veldslag puur als decor (Hugo), de ander als spotprent (Stendhal) of als aanleiding voor filosofische beschouwingen (Tolstoi). Maar er zijn ook schrijvers die zo nauwkeurig mogelijk verslag willen doen. Dat geldt zeker voor Honoré de Balzac (1802-1850).

Tijdens een bezoek aan Wenen in 1835 had Balzac het plan opgevat een roman te schrijven waarin hij “van het eerste tot het laatste kanonsschot” verslag wilde doen van de Slag bij Aspern-Eßling op 21 en 22 mei 1809 iets ten noorden van Wenen. Hij bezocht 26 jaar na de veldslag het eiland Lobau en het Marchfeld waar op 21-22 mei en opnieuw op 5-6 juli tijdens de Slag bij Wagram verschrikkelijk gevochten werd. Vijftien jaar lang bleef het idee hem achtervolgen, maar bij zijn dood in 1850 was er nog geen regel van op papier gekomen.

Het oorspronkelijke idee van Balzac zou in 1997 eindelijk worden uitgevoerd door de Franse schrijver Patrick Rambaud. Volgens hem had Balzac zijn roman nooit kunnen schrijven omdat het medium film nog niet bestond. Balzac had namelijk de pretentie om de gevechtshandelingen realistisch in beeld te brengen en daar heb je de filmische benadering nodig met camerazwenkingen en scènewisselingen. De Fransen hebben daar een mooie term voor: cinéma écrit.

De snelheid van een kanonskogel laat zich moeilijk beschrijven en is eigenlijk ook al niet te filmen. Toch kunnen de schrijver of de cinematograaf het onzichtbare in beeld brengen door de sporen te laten zien, in dit geval het spoor van bloed dat de kanonskogel door een slagorde trekt. In de filmgeschiedenis heeft de gevechtsscène een ontwikkeling doorgemaakt. Kijk maar eens naar Ben Hur (1959) en dan naar Gladiator (2000). Het verschil wordt onmiddellijk duidelijk. Niet alleen is het geweld explicieter geworden, maar ook de cinematografie is veranderd: de camerabewegingen zijn dynamischer, de oorlogservaring (angst, desoriëntatie, chaos, waanzin) is filmisch vertaald in schokkerige of wazige beelden en de montage wordt gekenmerkt door discontinuïteit.

De Slag
Nederlandse uitgave van La Bataille als graphic novel, in 2018 verschenen bij uitgeverij Microbe

Een schrijver die een roman moet omwerken naar een beeldverhaal of film bedient zich van dezelfde termen: totaal, halftotaal, close up en de verschillende definities voor de camerahoek. Scenarist Frédéric Richaud schrijft achterin het tweede deel van La Bataille dat de roman van Patrick Rambaud zo beeldend geschreven is, dat hij eigenlijk alles al kreeg voorgeschoteld. Een roman dus als een filmscript, waarin de gezichtshoek centraal staat in de manier waarop het verhaal verteld wordt. Het moeilijkste voor scenarist Richaud was om in de wervelwind van acties de lezer niet te verliezen. Als anker in het stormachtige strijdtoneel heeft Rambaud de verhaallijn in Wenen in zijn roman geweven. Hier kan de lezer telkens even op adem komen.

Bij La Bataille moest ik soms denken aan de roman The Killer Angels van Michael Shaara dat gedetailleerd de Slag bij Gettysburg beschrijft, het keerpunt van de Amerikaanse Burgeroorlog in juli 1863. Hier worden beide partijen gevolgd, juist omdat het een burgeroorlog betreft. Zo kunnen de Amerikanen zich in The Killer Angels zich zowel met de noordelijken als de zuidelijken identificeren. In La Bataille blijven de Oostenrijkers op afstand. We zien de opperbevelhebber, aartshertog Karl slechts één keer vanuit de verte. De vijand blijft bijna abstract, al zien we op het slagveld dezelfde broedermoord als tijdens een burgeroorlog. Slechts de uniformen zijn verschillend, voor de rest zijn het allemaal dezelfde mensen van vlees en bloed.

ivangilsketchbook.blogspot.com

Slaughterhouse Aspern-Eßling

gelezen: De Slag (2018) van Ivan Gil en Frédéric Richaud
naar de gelijknamige roman uit 1997 van Patrick Rambaud

La BatailleGisteren kocht ik de graphic novel De Slag (150 pagina’s in drie delen) gebaseerd op de gelijknamige roman uit 1997 van Patrick Rambaud en getekend door de Madrileen Ivan Gil naar een scenario van Frédéric Richaud. In 1997 werd La Bataille bekroond met de Prix Goncourt, een van de belangrijkste Franse literatuurprijzen. En in de wereld van de graphic novel oogstte de bewerking van Richaud en Gil veel lof.

Vorig jaar verscheen de Nederlandse vertaling in een fraaie uitgave van de Vlaamse uitgever Microbe. De drie delen bevatten naast het verhaal ook veel aardige achtergrondinformatie. Patrick Rambaud vertelt achterin deel 1 in historische aantekeningen hoe zijn roman, naar een nooit uitgewerkt idee van Honoré de Balzac (1799-1850), tot stand kwam. Hij schotelt ons een literatuurlijst voor en een overzichtje met de leeftijd van historische personages in 1809, het jaar van de Slag bij Aspern-Eßling. Zo komen we bijvoorbeeld te weten dat Napoleon in 1809 zijn veertigste verjaardag vierde, Charles Darwin op 12 februari geboren werd en Joseph Haydn 77 was.

De Slag
de drie delen van De Slag verschenen vorige jaar bij de Vlaamse uitgeverij Microbe die graphic novels van hoge kwaliteit uit het Frans en Engels naar het Nederlands laat vertalen en uitgeeft.

Voor de meeste mensen staat de Slag bij Aspern-Eßling zelfs niet in de schaduw van de veldslagen bij Austerlitz of Waterloo, maar is deze veldslag in de Vijfde Coalitieoorlog op 21-22 mei 1809 geheel onbekend. Maar iedereen met een bovengemiddelde kennis van Napoleon en zijn tijd, zal beslist van deze grote veldslag bij Wenen gehoord hebben. Het was een keerpunt in de Napoleontische oorlogen. Niet alleen omdat het de eerste veldslag was die Napoleon verloor. (Aan de Slag bij Bailén in 1808 nam hij zelf geen deel). Het was ook de eerste vernietigingsoorlog. Dat werd zes weken later nog eens bevestigd met de Slag bij Wagram op 5-6 juli 1809. De Fransen hadden hierbij een batterij van 112 kanonnen ingezet. Voor het eerst in de geschiedenis werd duidelijk dat de artillerie de cavalerie overvleugeld had. Het zou nog decennia duren voordat dit door zou dringen, maar de twee verschrikkelijke slachtingen bij Aspern-Eßling en Wagram zouden de oorlogsvoering voorgoed veranderen.

Le JeuneDe hoofdpersoon in de roman (en in de graphic novel) is Louis-François Lejeune (1775-1848), een historische figuur. Hij had een indrukwekkende staat van verdienste. Al in 1792 nam hij als 17-jarige deel aan de kanonade van Valmy. In 1800 vocht hij onder Napoleon bij Marengo waar hij bevorderd werd tot kapitein en vijf jaar later werd hij nog eens bevorderd na zijn deelname aan de Slag bij Austerliz. Tijdens het Beleg van Zaragossa (1808-1809) werd hij kolonel. In deze rang zou hij deelnemen aan de Slag bij Aspern-Eßling.

Het verhaal opent op 16 mei 1809 met een bezoek van kolonel Louis-François Lejeune aan generaal André Masséna (1758-1817). Masséna is op dat moment druk bezig om voor zichzelf een Oostenrijks paleis leeg te laten roven. Napoleon zou in zijn memoires van Sint-Héléna opmerken: Masséna a bien volé. Lejeune is verbindingsofficier en brengt Masséna het nieuws dat Napoleon wil dat er een 800 meter lange brug over de Donau wordt gebouwd. Het is de opmaat voor de veldslag van vijf dagen later.

Le JeuneVoor een verhaallijn die zich buiten het slagveld afspeelt, in het centrum van Wenen, gebruikt Rambaud een andere historische figuur: Henri Beyle, die na 1830 bekend zou worden onder de naam Stendhal. Beyle werkt in 1809 als administrateur bij het leger, maar in zijn hart is hij romanschrijver. “Een roman is een spiegel die men langs een weg laat glijden. Soms weerspiegelt het de azuurblauwe lucht. soms de modder uit de poelen in de weg”, noteert hij in zijn dagboek terwijl vijftien kilometer verderop de duizenden gewonden liggen te kreperen. Voor de inwoners van Wenen blijft de oorlog een abstractie, al horen ze in het centrum van de stad het kanongebulder en proberen ze vanaf de kades aan de rechter (zuidelijke) oever van de Donau met toneelkijkers het schouwspel gade te slaan. Maar meer dan een voorstelling wordt het niet. Eigenlijk ook niet zo vreemd, want de militaire uniformen uit die tijd wekken buiten het slagveld de indruk dat oorlog een vorm van theater is.

Maar meer dan een toneelvoorstelling wordt de oorlog voor de inwoners in Wenen niet. Eigenlijk ook niet zo vreemd, want de militaire uniformen uit die tijd wekken buiten het slagveld de indruk dat oorlog een vorm van theater is.

Naast deze twee historische figuren, die niet toevallig allebei kunstenaar zijn (Lejeune was een getalenteerd schilder en introduceerde in Frankrijk de lithografie die hij tijdens de campagne in Beieren bij Louis Senefelder (1771-1834) had leren kennen), introduceert Rambaud twee fictieve personages: de cynische en gewelddadige kurassier Fayolle en Anna Krauss, het Oostenrijkse liefje van Lejeune. In de roman zullen deze personages veel meer reliëf krijgen dan in de graphic novel, maar gezien de beperkingen van een beeldverhaal (150 pagina’s met voornamelijk beeld) is dat ook niet zo vreemd. Scenarist Frédéric Richaud maakte een bewerking die vooral het filmische karakter van de roman goed overbrengt.

De zomer van 1823

begonnen in: Lopen met Van Lennep (2000)
Dagboek van zijn voetreis door Nederland
bezorgd door Geert Mak en Marita Mathijsen

Lopen met Van Lennep<Vanavond wordt alweer het laatste deel van Napoleon in Holland uitgezonden. Het is een prachtige reeks met een aardig draaiboek, goed gepresenteerd en mooi vormgegeven. Wel jammer is dat de rondreis van Napoleon in het najaar van 1811 op een actuele kaart van Nederland getoond wordt. Vanaf 1850 is er stevig gepolderd en daardoor is de kaart van Nederland ingrijpend veranderd. Zo krijgen we geen goed beeld van de reis van Napoleon. De Haarlemmermeer was in 1811 nog een binnenzee, de Zuiderzeewerken zouden nog zeker 115-150 jaar op zich laten wachten en de Deltawerken nog wel 145-175 jaar.

Dan heeft de vormgever van Lopen met Van Lennep het beter gedaan. Op de flappen van het boek zien we de Carte generale de la Hollande (avec les routes des postes) uit 1810, de kaart die de vormgevers van Napoleon in Holland hadden moeten gebruiken. Op de prachtige website topotijdreis.nl is deze kaart tot in detail te bekijken als we de schuif op de tijdbalk helemaal terugdraaien naar 1815. Jacob van Lennep en Dirk van Hogendorp reisden twaalf jaar na Napoleon door het piepjonge Koninkrijk der Nederlanden, een pre-industrieel land met een gebrekkige infrastructuur. In Drenthe en Oost-Brabant en Limburg bevonden zich nog woeste gronden. Pas na de komst van de spoorwegen in 1839 zou ons land beter begaanbaar worden.

Lopen met Van Lennep is voortreffelijk in- en uitgeleid door twee kenners van het negentiende-eeuwse Nederland bij uitstek, Geert Mak en Marita Mathijsen. Ze karakteriseren het voor-industriële vaderland met zijn dichtgetimmerde standenmaatschappij, zijn allesdoordringende godsdienstigheid, zijn bekrompen regionalisme en zijn reusachtig pauperprobleem voorbeeldig: de lezer krijgt alle achtergrondinformatie die hij nodig heeft om het verslag geboeid en geamuseerd te kunnen blijven lezen.
Bron: Anton Korteweg in Ons Erfdeel [dbnl.org]

mourir d’ennui

gezien op TV5: La baie des anges (1963) van Jacques Demy

La baie des angesFilms in zwart-wit uit de eerste helft van de jaren zestig laat ik zelden aan mij voorbijgaan. Ik hou van het tijdsbeeld in al zijn aspecten: de auto’s, het design, de mode, de kapsels, de make up en de interieurs. Bij de zwart-witbeelden fantaseer ik dan tegen beter weten in een mooiere wereld. Meestal gaat de vorm dan al snel op gespannen voet staan met de inhoud. Met La baie des anges begon dat vrijwel onmiddellijk. Zelfs al zijn de beelden nog zo fraai, het lege bestaan van twee gokverslaafden kan mij op geen enkele manier boeien.

De Franse regisseur Jacques Demy (1931-1990) kende ik vooral van zijn spetterende en kleurrijke musicalfilm Les demoiselles de Rochefort (1967) en natuurlijk ook van Les parapluies de Cherbourg (1964), beide met Catherine Deneuve in de hoofdrol en met muziek van Michel Legrand. La baie des anges lift naar mijn gevoel mee op het succes van A bout de souffle en de nouvelle vague. Dialogen met als refrein “ik weet het niet”, “misschien” en “het maakt me niet uit” zullen waarschijnlijk bedoeld zijn om de “open” houding van de personages te schetsen, maar dit hangerige existentialisme gaat mij na verloop van tijd toch flink vervelen.

La baie des anges
Jeanne Moreau in La baie des anges
“In La baie des anges rookt iedereen kingsize, en snijdt elke speler de spanning met rook. Maar het wanhopige lurken, met extralange askegel en pokerface van `Jackie’ Moreau, als ze haar laatste geld op het verkeerde nummer heeft gezet, dat illustreert bijna allegorisch de leegte van haar bestaan.”
 
Hans Beerenkamp in NRC Handelsblad (2005)
La baie des anges
de sobere openingsgeneriek
credits: annyas.com/screenshots
The Criterion Collection
Fraaie retrovormgeving van The Criterion Collection

La baie des anges [ imdb.com ] | The essential Jacques Demy [ criterion.com ]

Spree-Chicago

begonnen in Schaduw over Berlijn van Volker Kutscher

Schaduw over BerlijnGisteren kocht ik de Nederlandse vertaling van Der nasse Fisch van de Duitse auteur Volker Kutscher. Vorige week zag ik de eerste en tweede serie van Babylon Berlin en was zo onder de indruk dat ik besloot om het boek te gaan lezen waar deze serie op gebaseerd is.

Spree-Athen ist tot, Spree-Chicago wächst heran

Walter Rathenau in Die schönste Stadt der Welt (1899)

Hoofdpersoon is de Keulse inspecteur Gereon Rath, die zich in 1929 als Mordermittler am Alexanderplatz vestigt. Berlijn is op dat moment de op twee na grootste metropool ter wereld. In 1899 had de Duitse industrieel (en later politicus in de Weimar Republiek) Walther Rathenau in zijn essay Die schönste Stadt der Welt geschreven: “Spree-Athen ist tot, Spree-Chicago wächst heran”. Hij bedoelde dat positief. Berlijn was als hoofdstad van het Keizerrijk booming en zou net als een Amerikaanse stad voor de moderniteit kiezen.

Maar zijn uitspraak kun je ook anders interpreteren. In de roaring twenties zouden Chicago en Berlijn wedijveren om de twijfelachtige eer wie zich de meest criminele stad ter wereld mocht noemen. De vraag is of Rathenau dat in 1899 al voorzien had. Op 24 juni 1922 zou hij op de Königsallee in Berlin-Grunewald vermoord worden.

Berlijn, 1929. Als het lichaam van een bruut gemartelde Rus uit de rivier de Spree wordt getrokken, ziet rechercheur van de zedenpolitie Gereon Rath zijn kans schoon om terug te keren bij de afdeling moordzaken. Hij duikt op eigen houtje de Berlijnse onderwereld in op zoek naar de moordenaar en legt een samenzwering bloot die van de Russische bendes voert naar de allerhoogste politieke kringen, waar achter de schermen een staatsgreep wordt beraamd. Waar hij echter niet op had gerekend is dat hij zelf als verdachte gezien zou gaan worden. (Bron: thehouseofbooks.com)

1929 – Das Jahr Babylon

woensdag gezien op ARD: 1929 – Das Jahr Babylon

Waar denk je het eerst aan bij het jaar 1929? Bijna iedereen zal de beurskrach van 1929 te binnen schieten. Deze gebeurtenis was immers een kantelmoment in de geschiedenis. Zonder de plotselinge ineenstorting van de aandelenkoersen op de beurs van Wall Street, zou er geen Great Depression zijn geweest en dus ook minder voedingsbodem voor het nationaalsocialisme in Duitsland. Vanuit dit ene kantelmoment kunnen we enig inzicht krijgen in de geschiedenis van de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog die daarop volgde. Maar 1929 is natuurlijk veel meer en er waren ook veel meer factoren die de loop van de geschiedenis na 1929 bepaalden dan alleen de beurskrach op Wall Street.

Das Jahr Babylon
Das Jahr Babylon

De documentaire 1929 – Das Jahr Babylon van Volker Heise is een originele geschiedenisles. We gaan 90 jaar terug in de tijd en stappen van maand tot maand door de straten van Berlijn, destijds het hippe middelpunt van de wereld, de wereld van Alfred Döblin. Verschillende inwoners van Berlijn, in 1929 na New York en Londen de grootste stad ter wereld, doen hun verhaal. Ze worden gespeeld door vier acteurs uit de serie Babylon Berlin: Fritzi Haberlandt, Leonie Benesch, Anton von Lucke en Peter Kurth. De laatste speelt in de serie de rol van Bruno Wolter, de corrupte hoofdcommissaris van de zedenpolitie. Grotesker had George Grosz deze Duitse speknek niet kunnen maken.

Peter Kurth en George Grosz
Peter Kurth speelt in Babylon Berlin de rol van Bruno Wolter, de corrupte hoofdcommissaris van de zedenpolitie. Daarnaast een groteske figuur van George Grosz.

Der Film basiert auf Tagebüchern und Erinnerungen, auf Augenzeugenberichten und Polizeiakten, auf Zeitungsausschnitten und Mitschriften von Diplomaten und Handwerkern, von Tänzerinnen und Journalistinnen, von Proleten, Hausfrauen, Politikerinnen und Kokainhändlern. Über 30 reale Menschen aus der Vergangenheit, deren Zitate verknüpft sind mit Archivmaterial zum Porträt einer Gesellschaft im Taumel.

In 1929 – Das Jahr Babylon trekt het jaar 1929 in de hoofdstad van de Weimar Republiek aan ons voorbij. Wat opvalt, is de polarisering van de samenleving. Omdat Duitsland sinds 1919 een democratie geworden is, is er persvrijheid. Het nieuwe jaar begint in de miljoenenstad met veertig kranten, die de meest uiteenlopende politieke geluiden laten horen en ideologieën verkondigen. Helemaal aan de linkerkant van het politieke spectrum staat Die rote Fahne, de communistische krant die in november 1918 direct na de val van het Duitse Keizerrijk werd opgericht door Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg. Uiterst rechts staat de Völkischer Beobachter, het partijorgaan van de NSDAP. Op 1 januari 1929 verschijnt voor het eerst een Berlijnse editie van deze nationaalsocialistische krant.

Kort na de verkiezingen van 1928 had zich in de zomer van 1928 een brede coalitie gevormd, een GroKo zouden de Duitsers tegenwoordig zeggen. Deze moest de Duitse samenleving, die in ideologisch opzicht middelpuntvliedend was geworden, bij elkaar houden. Berlijn was het centrum van het gepolariseerde Duitsland, maar tegelijkertijd een arbeidersstad waar de KPD een enorme aanhang had. De vonk zou vanuit de Sovjet Unie zomaar over kunnen vliegen! Vanuit de angst dat in Duitsland de revolutie zou uitbreken en net als Rusland zou veranderen in een communistische dictatuur, kwam de situatie op scherp te staan. Op 1 mei 1929 escaleerde het.

In de vierde aflevering van Babylon Berlin zien we heel concreet waar Blutmai voor staat. Tijdens de demonstraties op de Dag van de Arbeid, kwamen de communisten en de politie tegenover elkaar te staan. Er werd met scherp geschoten. Op 1 mei 1929 werden in Wedding en Neuköln negen demonstranten doodgeschoten en op de twee dagen die volgenden werden nog eens 24 demonstranten gedood, waaronder een vrouw op een balkon. Dit laatste gegeven speelt in het scenario van Babylon Berlin een grote rol. In de weken die volgen verdedigt de Berlijns politie zichzelf. Daarmee is de polarisatie voltooid. Ernst Thälmann de leider van de Kommunistische Partei Deutschlands zegt nu: ‘SPD und NSDAP sind Zwillingen’. Socialisten en fascisten worden vanaf dit moment door de communisten op één hoop gegooid.

Door de Blutmai wordt de polarisatie voltooid. Ernst Thälmann de leider van de KPD zegt nu: ‘SPD und NSDAP sind Zwillingen’. Socialisten en fascisten worden vanaf dit moment door de communisten op één hoop gegooid.
Das Jahr Babylon op Youtube
1929 – Das Jahr Babylon erzählt die zwölf Monate als ein Jahr der Entscheidungen. Land und Stadt stehen auf der Kippe, die Zukunft ist offen, niemand weiß, wohin die Reise geht. Der Erste Weltkrieg ist seit gut zehn Jahren vorbei, die Niederlage unverstanden, die Republik ein permanenter Ausnahmezustand. Nur vier goldene Jahre hat die Geschichte ihr zugestanden. Der Glanz beruht auf Pump und droht bereits zu verblassen. Im Reichstag sitzen 15 Parteien, von ganz links bis extrem rechts, jede Regierung ist eine unmögliche Koalition.
 
Babylon Berlin spielt 1929. Berlin ist eine Metropole in Aufruhr, eine zerrissene Stadt im radikalen Wandel. Die Dokumentation zur Serie wirft ein Blick hinter die Kulissen der Fiktion. Erzählt wird das Jahr anhand von Tagebüchern, Protokollen und Briefen: das Kaleidoskop einer taumelnden Großstadt aus der Sicht ihrer Bewohner. Noch kommen die Menschen aus ganz Europa, um sich in der Stadt der Sünde, in der die alten Regeln nichts mehr gelten, neue aber noch nicht gefunden sind, zu vergnügen. Sie gehen in die Bars und Cabarets, sie verschwinden in dunklen Spelunken, in denen Verbrecherbanden regieren und Sex billig ist. Im Theater wird die Sprache der Moderne gesprochen, auf den Bildern explodieren die Farben. Doch die Arbeitslosigkeit ist hoch und die alten Mächte wollen zurück an die Macht.
 
Bron: daserste.de

babylon-berlin.com

Napoleon in Holland 1811

gezien bij MAX: Napoleon in Holland

Op 15 augustus is het precies 250 jaar geleden dat Napoleon Bonaparte op Corsica geboren werd. 2019 is dus een Napoleonjaar. Na 2015 waarin het 200 jaar geleden was dat Napoleon bij Waterloo voorgoed verslagen werd, blijft hij de aandacht naar zich toetrekken. Gisteren startte MAX de vierdelige serie Napoleon in Holland. Presentator Huub Stapel merkt op dat er een kwart miljoen boeken over Napoleon geschreven zijn en dat hij na Jezus en Mohammed de meest invloedrijke persoon uit de geschiedenis is. De serie van vier documentaires gaan over het bezoek dat Napoleon van 24 september tot 31 oktober 1811 aan ons land bracht. Nederland en België maakten toen deel uit van het Eerste Franse Keizerrijk.

Napoleon Thema TijdschriftIn 2011 verschenen er zes thematijdschriften die nu gebundeld zijn in een boek. De makers van de documentairereeks die deze maand bij MAX te zien is, hebben ongetwijfeld kennis genomen van deze thematijdschriften en de serie terecht Napoleon in Holland genoemd en niet Napoleon in Nederland, want het Koninkrijk der Nederlanden ontstond pas twee jaar later. Bovendien hebben de vormgevers van het tijdschrift gekozen voor een (lelijk!) gestileerde kaart van Nederland waarin de IJsselmeerpolders duidelijk zichtbaar zijn. Jammer dat vormgevers vaak met de geschiedenis een loopje nemen. Napoleon in Holland is heel wat zorgvuldiger gemaakt, met een mooie vormgeving.

De eerste aflevering neemt een goede aanloop op het historische bezoek van keizer Napoleon en keizerin Maria-Louise. In een kort intermezzo wordt de vraag gesteld: “Waar bevinden we ons in de geschiedenis als Napoleon ons land bezoekt?”. Er volgt een mooie infographic van een tijdbalk waarin we kunnen zien hoe ons land in 1795 als de Bataafse Republiek bij Frankrijk wordt ingelijfd. In 1806 maakt Napoleon een einde aan de Bataafse Republiek en sticht hij het Koninkrijk Holland. Zijn broer Lodewijk Napoleon komt daarbij op de troon. Na de Britse Walcherenexpeditie in 1809 heeft Napoleon het vertrouwen in zijn broer verloren en heft hij na de Bataafse Republiek ook het Koninkrijk Holland weer op. Ons land wordt als departement bij het Eerste Franse Keizerrijk ingelijfd.

Napoleon in Utrecht
Napoleon op 6 oktober in Utrecht

Deze introductie maakt duidelijk wat het belangrijkste doel was van Napoleons bezoek aan het departement Holland: de inspectie van de kustlijn. Britse invasies van de Hollandse kust zoals in 1799 en 1809 moesten voortaan tot het verleden behoren. Om de Engelse economie te ontwrichten, moest het Continentaal Stelsel consequent worden toegepast. Alleen dan zou Engeland haar belangrijkste afzetmarkt (Europa) verliezen en grote economische schade lijden. Napoleons bezoek was dus in de eerste plaats een inspectietocht.

Adam Zamoyski onthult de mythe achter de man Napoleon [ maxvandaag.nl ]