Mister Blueberry [ 2 ]

gelezen: Mister Blueberry (1995), Schaduw over Tombstone (1997),
Geronimo de Apache (1999), OK Corral (2003) en Dust (2005)

Tussen 1995 en 2005 tekende Jean Giraud (1938-2012) de laatste vijf albums van Blueberry. De schepper van deze anti-held, scenarist Michel Charlier was in 1989 overleden en Giraud zette de reeks in zijn eentje voort. Hij verloste de cavalerieluitenant uit het Amerikaanse leger en gunde Mister Blueberry een nieuw leven als gokker in Tombstone, het Sodom en Gomorra van het Wilde Westen.

Mister Blueberrry
Mister Blueberry (1995), Schaduw over Tombstone (1997) en Geronimo de Apache (1999)

De reeks Blueberry bestaat niet uit afgesloten verhalen van 46 pagina’s. Elk album vormt een episode in een lang avontuur. Daardoor kunnen er veel personages opgevoerd worden en zijn er ook steeds plotwisselingen. Deze traditie die scenarist Charlier had opgebouwd, zet Giraud voort met zijn reeks Mister Blueberry. Een opvallend nieuw element in het scenario van Giraud is een speciaal gevoel voor humor, dat je nog het beste als burlesque kunt omschrijven. Dat komt vooral in de tekeningen tot uitdrukking. Hier schemert de hand van Moebius door, de “parallelle tekenaar” die Giraud sinds het midden van de jaren zeventig ook was.

Giraud-Moebius – De tekenaar met de twee handen
Giraud is voor een van de geniaalste tekenaars aller tijden. Hij kan zowel rauw met penseel als sereen met een pen werken. Als Giraud beheerst hij net als Velazquez de snelle reflex met het penseel. Als Moebius weet hij net als Ingres de juiste contour te treffen. In 1972 maakte ik voor het eerst kennis met zijn werk via Generaal Geelkop in het legendarische stripblad PEP. Ik was nog iets te jong voor zijn rauw realistische werk, maar rond 1980 ontdekte ik zijn dubbelleven als Moebius. Arzach, dat voor het eerst verscheen in 1975 in het Franse stripblad Metal Hurlant, maakte verpletterende indruk op mij. Begin jaren tachtig begon ik ook zijn Blueberry verhalen vanaf 1963 allemaal te lezen. In 1986 werd door Charlier en Giraud na 13 jaar de uit de hand gelopen dollarstrilogie eindelijk afgerond.

Het vijfluik Mister Bluebbery heeft Giraud geschreven rondom een van de beroemdste vuurgevechten van het Wilde Westen, de O.K. Corral op 26 oktober 1881 in Tombstone. Dit legendarische duel werd al vaker opgevoerd in boeken en films. Omdat er zoveel verdichtsel is, kunnen schrijvers eindeloos speculeren hoe het in werkelijkheid gegaan zou zijn. Er kan dankbaar gebruik gemaakt worden van iconische figuren als Wyatt Earp en Doc Holliday. Giraud voert ook de broers van Wyatt Earp op die betrokken waren bij het duel in de O.K. Corral: Virgil Earp en Simon Earp. In werkelijkheid, heette de jongste broer niet Simon maar Morgan Earp.

Mister Blueberrry
OK Corral (2003) en Dust (2005)

Mister Bluebbery – Dramatis Personae I

Mike S. Blueberry … voormalig cavalerie luitenant, gokker in Tombstone
Doree Malone … zangeres in de Dunhill en verpleegster van Blueberry
John Meredith Campbell … journalist uit Boston die biografie over Blueberry wil schrijven
William (Billy) Parker … assistent-journalist uit Boston
Tom Dorsey … directeur van de “Tombstone Epitaph”
Tommy Boone … zoon van pa Boone
Butch … Boone’s huurmoordenaar
Doc Holliday … tandarts en gokker
Mr. Prescott … eigenaar van de Dunhill
Mr. Strawfield … eigenaar van zilvermijn en bankier
Wyatt Earp … sheriff van Tombstone en gokker
Virgil Earp … sheriff van Tombstone en gokker
Simon Earp … jongste broer en hulpsheriff
Ike Clanton … outlaw
Billy Clanton … outlaw
Ma Clanton … moeder van Billy Clanton
Clayborne … jongste lid van de Clanton clan
Geronimo … leider van de Chiricahua-Apaches

Mister Blueberry [ 1 ]

aan het lezen in Mister Blueberry van Jean Giraud

Toen de Belgische scenarist Jean-Michel Charlier (1924-1989) overleed, stond tekenaar Jean Giraud (1938-2012) voor dezelfde keus als Albert Uderzo bij de dood van René Goscinny twaalf jaar eerder. Zou hij de succesvolle reeks die hij samen met zijn scenarist gecreëerd had definitief stoppen of in zijn eentje voortzetten? Nu was Blueberry op dat moment al een van de populairste Franse strips, door een miljoenenpubliek over de hele wereld gelezen. Dus volgde Giraud zijn collega Uderzo en nam hij voortaan ook het scenario op zich. Uderzo schreef nieuwe verhalen in de geest van Goscinny en Giraud deed dat in de geest van Charlier.

Mister Blueberry
Mister Blueberry

Anders dan bij Asterix, waarbij de verhalen altijd op zichzelf staan, vormen de verhalen van Blueberry al sinds 1963 een veelluik. Het magnum opus van Giraud en Charlier is een uit een hand gelopen drieluik, geïnspireerd door de dollarstrilogie, drie beroemde spaghettiwesterns van Sergio Leone uit de jaren zestig. Oorspronkelijk vormden de albums Chihuahua Pearl, De man die $500.000 waard was en Ballade voor een doodskist een gesloten verhaal, maar doordat de hoofdpersoon voortvluchtig was, volgde een reeks verhalen waarin Mike Blueberry achterna gezeten werd door een hele reeks vijanden. Charlier en Giraud werkten meer dan dertien jaar (1973-1986) aan deze cyclus van tien verhalen. Het laatste verhaal heette toepasselijk Het einde van de lange rit. Drie jaar later overleed Charlier.

In 1995 startte Giraud een nieuwe verhalencyclus die tenslotte uit vijf albums zou bestaan: Mister Blueberry (1995), Schaduw over Tombstone (1997), Geronimo de Apache (1999), OK Corral (2003) en Dust (2005). Scenarist Giraud liet Blueberry definitief het leger de rug toekeren en een nieuw leven beginnen in het legendarische westernstadje Tombstone in Arizona. Vandaar Mister Blueberry in plaats van Lieutenant Bluebbery.

Mister Blueberrry
Mister Blueberry (1995), Schaduw over Tombstone (1997) en Geronimo de Apache (1999)

Na het einde van de Amerikaanse Burgeroorlog schuift de frontier zich door de ontwikkeling van de spoorwegen razendsnel westwaarts. Het Wilde Westen is bijna ten einde gekomen. Aan de Oostkunst realiseert men zich dit ook en schrijvers en journalisten uit Boston, New York of Philedelphia trekken naar het Westen om verhalen op te kunnen tekenen uit de mond van levende legendes, want het publiek in de grote steden is daar gek op. En zo arriveert de schrijver Campbell met zijn assistent Billy in juli 1881 in Tombstone om de levende legende Mike S. Blueberry te ontmoeten.

Vanuit dit gegeven weeft Giraud een verhaal met flashbacks uit het leven van Blueberry en een legendarische gebeurtenis uit 1881, het vuurgevecht bij de O.K. Corral. Zo kan hij ook een aantal historische figuren ten tonele voeren: Wyatt Earp en zijn broers Morgan en Virgil, Doc Holliday en Billy Clanton.

Mister Blueberry (1995)
Schaduw over Tombstone (1997)
Geronimo de Apache (1999)
OK Corral (2003)
Dust (2005)

alles over Blueberry op deze blog

Berlin 1926

zondagavond gezien op ZDF: Terra-X Ein Tag in Berlin 1926

De tv-serie Babylon Berlin maakt in Duitsland veel los. Verwonderlijk is dat niet want deze Weimar Krimi bundelt twee Duitse obsessies: de misdaadfilm en de opkomst van het nationaalsocialisme. De serie die in 2018 door de betaalzender Sky 1 werd uitgezonden en in januari op de ARD werd herhaald, trekt in zijn kielzog verschillende documentaires met zich mee. Duitsers hebben nu eenmaal veel interesse voor hun nationale identiteit en het brandpunt ligt vaak op de Eerste Republiek (1919-1933) beter bekend als de Weimar Republiek. Hoe heeft het allemaal zo ver kunnen komen?

In Duitse documentaires zijn de jaren twintig al bijna net zo uitgemolken als de periode 1933-1945. Toch belicht Babylon Berlin (gebaseerd op de romancyclus van Volker Kutscher over inspecteur Gereon Rath) een nieuw aspect van de jaren twintig: de ontwikkeling van de organisatie van de recherche en sporenonderzoek. Een belangrijke vernieuwer was de legendarische hoofdinspecteur Ernst Gennat (1880-1839). In het boek Der Nasse Fisch (Schaduw over Berlijn) is hij de hoogste baas van hoofdpersoon Gereon Rath.

Alexanderplatz 1908
De Alexanderplatz in 1908 met in het midden het Polizeipräsidium (der Roten Burg). In 1929 ligt de ‘Alex’ op de schop en zal aan het begin van de jaren dertig een hypermodern aanzien krijgen.

Zondag was bij ZDF in Terra-X de documentaire Ein Tag Im Leben des Kriminalkommissars Fritz Kiehl te zien. Anders dan in de ARD documentaire 1929 – Das Jahr Babylon werd de koppeling met de serie Babylon Berlin niet gemaakt. Waarschijnlijk heeft dat te maken met het feit dat de ARD een van de coproducenten van Babylon Berlin is en de ZDF zich niet met de serie verbonden heeft. De vele overeenkomsten tussen documentaire en tv-serie berusten beslist niet op toeval. Het jaar 1929 werd “een dag in 1926″ en de jonge inspecteur Gereon Rath werd Kriminalkommissar Fritz Kiehl. Het decor blijft ongewijzigd: Spree Chicago, der Roten Burg (Polizeipräsidium am Alexanderplatz), en Ernst Gennat. Ook wordt de titel van Kutscher’s bestseller Der Nasse Fisch verklaard. Dat was een uitdrukking van Gennat waarmee hij een onopgeloste zaak bedoelde. Overigens stond Gennat bekend om zijn ongekend hoge percentage van zaken die wel opgelost werden.

Der Spiegel | Tatort Berlin [ tagesspiegel.de ]

Boek & Film

eindelijk uit: Schaduw over Berlijn (2008) van Volker Kutscher
in januari gezien: Babylon Berlin (2017)

Schaduw over BerlijnIn de eerste twee weken van januari herhaalde de ARD op de late avond de zestien episodes uit de eerste serie van Babylon Berlin (2017), een Krimi die zich afspeelt in Berlijn in mei 1929. Wanneer je een verfilmd boek leest nadat je de film al gezien hebt, worden de personages in het boek onvermijdelijk ingevuld door de acteurs uit de film. Bij Gereon Rath, Bruno Wolter en Charlotte Ritter zag ik tijdens het lezen dus de gezichten van Volker Bruch, Peter Kurth en Liv Lisa Fries. Ook herinnerde ik mij tal van scenes uit de film. Maar vooral de verschillen tussen het boek en het scenario kwamen aan het licht.

Regisseur Tom Tykwer bewerkte samen met Henk Handloegten en Achim von Borries de thriller van Volker Kutscher. Voor deze duurste Duitstalige tv-serie uit de geschiedenis moest het boek stevig omgewerkt worden. Er zijn teveel verschillen tussen boek en scenario om op te noemen. Het belangrijkste verschil is dat Charlotte Ritter samen met Gereon Rath in de film de hoofdrol speelt. In het boek is Gereon Rath op afstand de hoofdpersonage en speelt Charlotte Ritter een veel kleinere rol.

Babylon BerlinDe personage van gravin Svetlana Sorokina duikt pas op de laatste bladzijden van het boek op, terwijl ze in de tv-serie in elke episode te zien is. Dat Charlotte Ritter en Svetlana Sorokina in het verhaal zo naar voren geplaatst zijn, was ongetwijfeld een van de eisen van de filmproducent. Als je een tv-serie van veertig miljoen produceert, wil je uiteraard ook de vrouwelijke kijker kunnen bereiken. Een derde vrouw die tenslotte in de tv-serie een grote rol krijgt dan in het boek, is Elisabeth Behnke, de hospita van Gereon Rath.

Wat de plot betreft, wil ik hier niet in details treden, maar de ontknoping in het boek is totaal anders dan die in de film. Hoewel de ondergang van de slechterik in het boek al behoorlijk Wagneriaans is, heeft men er in de film toch nog een schepje bovenop gedaan met een actiescene a la James Bond. De drie scenaristen hebben nog een aantal verhaallijnen door de tv-serie geweven die niet in het boek zitten. En de achtergrond van Gereon in zijn geboortestad Keulen, die in het boek soms aangestipt wordt, is verder uitgesponnen. De film opent perspectieven op zijn katholieke geloof en zijn loopgraafervaringen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ook maken we kennis met zijn schoonzuster en zijn neefje en op het laatst ook met zijn dood gewaande broer Anno.

Alexanderplatz 1929
‘Der Alex’ (Alexanderplatz) in 1929
Warenhuis Tietz wordt in het boek een paar keer genoemd. De finale van het boek speelt zich af op het legendarische dakterras van de gloednieuwe Karstadt aan de Hermannplatz.

Boek en film moeten op eigen kwaliteiten beoordeeld worden. Ik begrijp de teleurstelling van sommigen die eerst de thriller gelezen hebben en daarna pas de tv-serie zagen. De scenaristen hebben voor de productie veel concessies moeten doen waardoor de film een zeer vrije bewerking van het boek is geworden. Omdat er voor iedere aflevering een cliffhanger moest komen, heeft de plot een heel ander ritme gekregen. Veel is toegevoegd en vaak is dat gedaan vanuit commercieel oogpunt. Het oorspronkelijke verhaal is echt iets anders dan de film. Volker Kutscher schrijft in de stijl van de hard boiled en Gereon Rath is soms een Duitse Sam Spade of Philip Marlowe. Preciezer gezegd: een Keulenaar in Berlijn met de hoed van Philip Marlowe op. Het film noir aspect uit het boek heeft Tom Tykwer uiteraard dankbaar uitgebuit.

Duitsers zijn gek op Krimi’s. Elke avond worden er op de verschillende Duitse zenders meerdere uitgezonden en het totaal aantal Duitstalige Krimi’s is meer dan vijftig series. Er zijn komische Krimi’s, regionale Krimi’s, vakantie Krimi’s en er is zelfs een Amsterdam Krimi (met Fedja van Huet). Babylon Berlin voegt aan al deze series weer een nieuw element toe: de brisante politieke situatie in Berlijn vlak voor de Beurskrach van 1929 en de nationaalsocialistische dreiging. Twee Duitse obsessies worden zo gebundeld.

Der nasse Fisch. Gereon Raths erster Fall [de.wikipedia.org]

Orlacs Hände, Veidts Antlitz

gezien: Orlacs Hände (1924) van Robert Wiene

Orlacs HändeDe Duitse filmpionier Robert Wiene is vooral bekend van de expressionistische film Das Cabinet des Dr. Caligari uit 1920. Maar dit was niet zijn enige klassieker. Ook Orlacs Hände (1924) is een een verfilmd griezelverhaal en schitterend voorbeeld van (laat)expressionisme op het witte doek. De film is gebaseerd op de roman Les mains d’Orlac (1920) van Maurice Renard.

De hoofdrol wordt gespeeld door filmlegende Conrad Veidt (1893-1943), die in Das Cabinet des Dr. Caligari bekend geworden was in de rol van Cesare. In de jaren veertig zou hij zijn filmcarrière in de Verenigde Staten beëindigen met o.a. Casablanca (1942) en het Technicolorwonder The Thief of Bagdad (1940). Wat mij betreft is Veidt de koning van het Duitse expressionisme in de cinema. Wanneer Gloria Swanson in Sunset Boulevard (1950) uitroept We had faces then, dan denk ik eerst aan Cesare en Orlac. Met zijn fabelachtige mimiek, geaccentueerde ogen en mond was Conrad Veidt een tovenaar van de gezichtsuitdrukking. Alleen met digitale morphing nog te overtreffen.

Conrad Veidt
Conrad Veidt als Orlac, de koning van het Duitse expressionisme in de cinema
Wanneer Gloria Swanson in Sunset Boulevard uitroept ‘We had faces then!’ dan denk ik eerst aan Cesare en Orlac.
Nur knapp überlebt der berühmte Konzertpianist Paul Orlac ein schweres Zugunglück. Eine Notoperation rettet sein Leben, doch nicht seine Hände. Orlacs Frau fleht den Arzt an, eine Lösung zu finden, bedeuten dem Virtuosen diese Hände doch „mehr als sein Leben“. So transplantiert man Orlac die Hände eines kürzlich Verstorbenen – eines Mannes namens Vasseur, der als Mörder für eine grausame Tat hingerichtet wurde. Operation und Heilung verlaufen reibungslos. Doch als Orlac erfährt, dass er die Hände eines Verbrechers trägt, wird er von der quälenden Vorstellung heimgesucht, unter Vasseurs unheilvollem Einfluss zu stehen.
 
Bron: arte.tv

Orlacs Hände [ imdb.com ]

Het rijke Roomsche leven

gisteren met Patrick bezocht: kloosterdorp Steyl bij Tegelen

Op weg in SteylOp de veerweg bij Baarlo kwamen we veel fietsers tegen. In de zon was het twintig graden wat voor een dag in februari uitzonderlijk is. Bij de Maas gekomen stond een groep ouderen op de fiets te wachten om met het veer over te steken naar Steyl. We sloten ons bij hen aan. Aan de overkant verrees de dubbele torenfaçade van de Sint Michael, de kloosterkerk van Steyl, veilig opgeborgen in de vleugels van het Missiehuis. Dit is het hart van Steyl, gebouwd in het laatste kwart van de negentiende eeuw onder de bezielende leiding van Arnold Janssen (1837-1909). Patrick, in 1962 geboren in Tegelen op een steenworp afstand van Steyl, was mijn gids. Als kind heeft hij nog net iets kunnen proeven van het rijke Roomsche leven in Steyl. Door toedoen van het Tweede Vaticaanse Concilie maar in de eerste plaats door de oprukkende moderniteit, zou het rijke Roomsche leven na 1965 geleidelijk opdrogen en als cultureel erfgoed voortleven.

Steyl is nu een soort openluchtmuseum en op een zeer vroege voorjaarsdag als gisteren een ontluikende lusthof. Patrick leidde mij rond: eerst langs de drukkerij en het ketelhuis. De gemeenschap was ooit geheel zelfvoorzienend. In het ketelhuis werd de energie voor de communiteit opgewekt. Het benodigde water werd geleverd door de op kleine afstand liggende watertoren. Van het ketelhuis liepen we om de Heilig Hartheuvel langs een pad dat zich omhoog slingert naar het Heilig Hartbeeld. Van hieruit heb je een fraai uitzicht op de bosrijke omgeving waar het ketelhuis aan grenst. Het Heilige Geestklooster en het Heilig Hartklooster ten noorden van het ketelhuis lieten we even links liggen en nestelden ons in het prieeltje in het heuvelachtige park. Arnold Janssen trok zich graag op deze plek terug om in de stilte van de natuur de correspondentie van missionarissen en misszusters van over de hele wereld te lezen.

Er ontwikkelde zich een mooi gesprek, o.a. over de vraag of er binnen het geloof ruimte voor nostalgie mag zijn. Nostalgie wordt meestal te snel afgedaan als een improductief verlangen naar iets dat voorbij is en nooit meer terugkomt. En staat er in het Evangelie niet “Wie de hand aan de ploeg slaat, maar omziet naar wat achter hem ligt, is ongeschikt voor het Rijk van God” Het rijke Roomsche leven hier op Steyl is definitief voorbij. Dat kan weemoedig stemmen. We leven nu in een tamelijk cynische tijd waar mooie herinneringen aan het katholicisme uit de jaren vijftig onder druk van de kennis van nu (lees: misbruikschandalen in de katholieke kerk) vaak niet eens meer de kans krijgen om op te bloeien. Misschien moeten we erkennen dat het rijke Roomsche leven een mythe is die later gecreëerd is? Een nostalgisch vehikel?

Maar toch.

De rijkdom van het Roomsche leven is zeker geen illusie. Op Steyl kun je nog proeven hoe men vroeger leefde met het Evangelie. De parkachtige omgeving is helemaal ingericht op gebed. Er zijn drie grotten waarin de gelovige zich kan terugtrekken en mediteren. We namen een kijkje in de Olijfberggrot waar de Bijbelse vertelling over de Hof van Getsemane met beelden is geënsceneerd. Het is katholiek theater. Als voormalige protestantse jongen maar zeker ook als orthodox christen heb ik weinig op met al die gipsen theatereffecten die de gelovige kippenvel moeten bezorgen. Maar als het geloof maar doordringt tot het diepe hart, dan mag het daarbij best ook een prikkel geven die zich even aan de huid hecht. We zijn nu eenmaal ook emotionele wezens.

kaart van Steyl
overzichtskaartje van Steyl aan de Maas
[uit: "Op weg in Steyl. Spirituele speurtocht".]

kloosterdorpsteyl.nl | Steyl [ nl.wikipedia.org ]

Door de bril van Bril

vrijdag in Rotterdam gekocht: De kleine keizer
verslag van een passie (2008) van Martin Bril

De kleine keizer - verslag van een passieDe stukjes die Martin Bril in 2004 voor de Vlaamse krant De Morgen over Napoleon schreef, aangevuld met enkele stukjes die tussen 2004-2007 in De Volkskrant gepubliceerd werden, zijn in 2008 gebundeld in het boekje De kleine keizer – verslag van een passie. Op 21 april 2009 ontving hij voor deze bundel de Bob den Uyl-prijs voor het beste literaire of journalistieke reisboek van 2008 een dag voordat hij kwam te overlijden. Door zijn columns en zijn optredens in DWDD was Bril een mediapersoonlijkheid geworden.

De schrijver staat met zijn fotogenieke hoofd op de foto op de achterkant van het boekje met een tinnen miniatuurtje van Napoleon voor zijn neus. Zijn kop lijkt tien meter hoog uit te torenen boven een van de meest invloedrijke historische figuren aller tijden. Ironie van de schrijver uiteraard. Maar of het van de uitgever ook ironie is dat op de voorkant en rug van het boekje in koeienletters Martin Bril staat? Ik denk dat dit eerder een uitvloeisel is van de Wet van het gewicht van een mediapersoonlijkheid in boekenland. De vormgever bij Uitgeverij Balans heeft het wat mij betreft beter gedaan. Adam Zamoyski is inmiddels een merknaam geworden, maar wordt met kleinere letters gepresenteerd dan Napoleon.

In het stukje ‘Wenen‘ beschrijft Martin Bril zijn bezoek aan het eiland Lobau in de Donau. Tijdens de Slag bij Aspern-Essling (21-22 mei 1809) en de Slag bij Wagram (5 en 6 juli 1809) hadden de Fransen hier hun kamp opgeslagen. Via noodbruggen deden de Fransen tweemaal een uitval. De eerste maal moesten ze zich terugtrekken omdat de Oostenrijkers een van de bruggen zo gesaboteerd hadden dat de Fransen de Donau dreigden te worden ingedreven. De tweede maal haalde Napoleon een strategische overwinning bij Wagram.

Bril beschrijft het eiland Lobau zoals het er tegenwoordig bij ligt. Het is een recreatiegebied waar Wenen vooral in de zomer naartoe trekt en het wemelt er van uitspanningen. De Napoleontoerist probeert zich een voorstelling te maken hoe het hier in de zomer van 1809 moet zijn geweest. De schrijver stelt vast dat dit ondoenlijk is. ‘Is het een troost dat we nooit werkelijk zullen weten hoe iets was?’