Metsu 350

vandaag is het de 350e sterfdag van Gabriël Metsu

Een van de “kleinere” meesters van de Gouden Eeuw is Gabriël Metsu (1629-1667) die slechts 38 jaar oud werd. Hij is vooral bekend om zijn genretaferelen, meestal van een klein formaat. Vaak wordt hij vergeleken met Pieter de Hoogh en Johannes Vermeer vanwege zijn intieme interieurstukken. Het onderstaande tafereel van een briefschrijvende jongeman bij een open venster waarbij het licht van links komt, zit wat het onderwerp betreft natuurlijk heel dicht tegen Vermeer aan. Maar in stilistisch opzicht stijgt Metsu minder boven zijn tijd uit dan Vermeer.

Metsu
Gabriël Metsu 1662-1665
Briefschrijvende jongeman bij geopend venster
Het schilderij toont een jonge man die voor een geopend raam met een ganzenveer een brief schrijft. Hij is gekleed in een zwart zijden kostuum met daaronder een hemd van wit linnen. Het Perzisch tapijt en het zilveren inktstel op de tafel wijzen op de welstand van de schrijver. De wereldbol die door het geopende raam zichtbaar is, staat symbool voor zijn wereldse belangen. Wellicht is de man een koopman of geleerde. Aan de muur hangt een pastoraal landschap in een schitterende lijst bekroond door een duif. Ook op de rij Delfts blauwe tegels onderaan de muur zijn vogels te zien. Briefschrijvende jongeman bij geopend venster vormt een koppel met Brieflezende vrouw. De vrouw op dat schilderij heeft de brief van de jongeman ontvangen en leest deze aandachtig. Voor zover bekend zijn beide schilderijen altijd gezamenlijk in eigendom geweest. Gabriël Metsu deed het idee voor de pendanten waarschijnlijk op bij Gerard ter Borch, die eerder een gelijksoortig paar schilderde.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Deze zomer was in de National Gallery of Ireland de tentoonstelling Vermeer and the Masters of Genre Painting te zien. Daar hing ook het bovenstaande interieurstuk van Gabriël Metsu samen met één van de mooiste schilderijen van Vermeer. Gelukkig zijn deze permanent te zien in dit museum.

Yé-yé

vrijdag gezien op Arte: Yéyé Revolution 1962-1966
Franse popmuziek uit de eerste helft van de jaren zestig

Het Frans-Duitse Arte zond gisteren de documentaire Yéyé Revolution 1962-1966 uit met mooie beelden uit de eerste helft van de jaren zestig, toen de meeste televisieprogramma’s nog in zwart-wit werden opgenomen. Sommige sterren, zoals Françoise Hardy leken wel voor zwart-wit televisie geboren. Als halverwege de jaren zestig de eerste kleurenbeelden verschijnen, gaat er voor mij toch wat van de magie verloren. De eerste jaren van het decennium komen het mooiste naar voren in het zwart-wit van Psycho en op-art.

ARTE
Yéyé Revolution 1962-1966
still (Françoise Hardy)
“Yéyé”, abgeleitet von dem beliebten Füllwort “yeah” in der englischen Bandmusik, wurde zum Inbegriff des Lebensgefühls der französischen Jugend in den 60er Jahren. Aber hinter dem nostalgischen Beiklang und den überstrapazierten Klischees steht auch ein Musikphänomen, das eine echte Kulturrevolution einläutete, wie diese Dokumentation zeigt.
 
Bron: www.arte.tv
ARTE
Yé-yé girls
France Gall, Françoise Hardy, Sylvie Vartan

in the Dutch mountains

vandaag is het de 397e geboortedag van Albert Cuyp

Soms droom ik dat ik in de Dutch mountains ben. In de geografie van mijn onderbewustzijn liggen die ergens in de Achterhoek. Het is bepaald geen Zuid-Limburgs heuvellandschap maar echt gebergte. Schilders in de zeventiende eeuw hebben wellicht ook die droom gehad: een berglandschap in Nederland. Jacob van Ruysdael schilderde net over de grens bij Oldenzaal kasteel Bentheim. Hij maakte van de heuvel waar het kasteel ligt een heuse berg. Albert Cuyp overdreef nog meer toen hij in 1655 een schilderij van kasteel Ubbergen maakte, ook gelegen vlakbij de Duitse grens.

Ubbergen
Albert Cuyp 1655
kasteel Ubbergen
Albert Cuyp ontwikkelde na 1650 zijn eigen, rijke stijl. Hij staat bekend om de vele afgebeelde kleurrijke figuren en dieren en om zijn vaak volle kleurenpalet. Zijn marines baden in een zonnig, mediterraan licht, hoewel hij nooit in Italië is geweest. Wel reisde hij naar Arnhem, Rhenen en Kleef. Zijn stemmige riviergezichten echter, waaronder het vrij bekende Gezicht op Dordrecht, vertonen een virtuoos gebruik van matte kleuren, die met Hollandse landschappen geassocieerd worden. Zijn laatst bekende werken dateren van 1665.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Ubbergen Castle [ nationalgallery.org.uk ]

kwetsbare democratie

Gelezen in Afdaling in de hel (2015) van Ian Kershaw
woelige vrede, over de kwetsbare democratie in Europa na 1919

Afdaling in de helDe eerste reeks van Heimat (1984) begint in 1919. Paul Simon is te voet van het front teruggekeerd en staat plotseling in de deuropening van zijn ouderlijk huis. Zijn ouders denken dat ze een geest zien. Repin heeft een indrukwekkend schilderij gemaakt van een vergelijkbare situatie. Een dood gewaande echtgenoot is teruggekeerd uit de goelag en verschijnt in de kamer waar de familieleden op de grond genageld staan. Deze “inbraak” zal in 1919 in menig huishouden hebben plaatsgevonden. Het is een variatie op het verhaal van de verloren zoon. 1919 is misschien wel het Jaar van de Verloren Zoon: de soldaat keert terug in het ouderlijk huis. Je kunt het ook als een metafoor zien: Europa keert na zijn hellevaart terug naar huis.

Heimat
still uit Heimat, Fernweh (1984)
1919. Paul Simon is uit Frankrijk komen lopen terwijl zijn ouders, broers en zus veronderstelden dat hij gesneuveld was.

Dat huis is inmiddels grondig veranderd. In de Grote Oorlog zijn vier rijken ten ondergegaan: Het Russische keizerrijk, het Osmaanse Rijk, het Duitse Keizerrijk en het Habsburgse Rijk. Omdat West-Europa zich handhaaft, verbrokkelt met name de kaart van Midden-Europa door de ineenstorting van deze vier imperia. De Amerikaanse president Woodrow Wilson had in januari 1918 zijn 14 punten gepresenteerd. Een van de belangrijkste punten ging over het zelfbeschikkingsrecht der volkeren. De verliezers van de oorlog, Duitsland en Oostenrijk-Hongarije voorop, wisten dat de etnische minderheden na de oorlog hun natiestaat zouden eisen en dat de geallieerden daarin zouden toestemmen.

Alleen al in het Habsburgse Rijk leefden meer dan tien bevolkingsgroepen en die zouden (bijna) allemaal hun eigen natiestaat krijgen. De Polen, Tsjechen (samen met de Slowaken), de Hongaren en de Slovenen (samen met de Kroaten, Serviërs en Macedoniërs) kwamen na 1919 in opvolgerstaten te wonen: Polen, Tsjechoslowakije, Hongarije en Joegoslavië. Dat waren republieken met een parlementaire democratie. Maar zoals Kershaw schrijft: “In de opvolgerstaten was de parlementaire democratie nog een teer bloemetje dat niet bepaald in vruchtbare bodem was geplant.”

Europa 1920
Na de Eerste Wereldoorlog kreeg Roemenië een enorme gebiedsuitbreiding doordat het Transsylvanië kreeg met een grote Hongaarse minderheid. Maar vooral de Duitse minderheden in Sudetenland (West-Tsjechië) en Polen zouden uiteindelijk leiden tot de volgende grote wereldbrand.

In het derde hoofdstuk (“woelige vrede”) van De afdaling in de hel geeft Kershaw goede samenvattingen van de ontwikkelingen na 1919 in elk van de nieuwe democratieën die na de Eerste Wereldoorlog het licht zagen. Het interbellum betekende voor mij altijd een focus op de Weimar Republiek, Italië en de Sovjet-Unie, waarschijnlijk omdat haar daar echt goed mis ging. Maar ook in andere landen liep het uit de hand. In Spanje vestigde zich onder Miguel Primo de Rivera een militaire dictatuur, in Polen in 1926 onder Józef Klemens Piłsudski. En in Hongarije heerste in de zomer van 1919 zelfs een toestand van chaos. Op 21 maart van dat jaar werd in Hongarije een sovjetrepubliek uitgeroepen.

In de opvolgerstaten was de parlementaire democratie nog een teer bloemetje dat niet bepaald in vruchtbare bodem was geplant.

Ian Kershaw

Zeker niet alleen de Weimar Republiek was instabiel. In zekere zin was de Weimar Republiek in de tweede helft van de jaren twintig veel minder instabiel als menig andere jonge democratie in het nieuwe Europa. Toen de (hyper)inflatie eenmaal weer onder controle was, kon Duitsland gaan opkrabbelen. In Polen was dat niet het geval. De hyperinflatie van november 1923 raakte ook Polen en de nieuw ingevoerde munt, de złoty, kwam in 1925 alweer onder hoge druk te staan.

Ian Kershaw heeft ervoor gekozen om in het hoofdstuk “woelige vrede” geen aandacht te besteden aan de oprichting van de de Paneuropese Unie in 1922. De naam van Richard Coudenhove-Kalergi, de oprichter van de oudste Europese eenheidsbeweging, laat hij pas vallen in hoofdstuk 9 (“vreedzame veranderingen in de duistere decennia”).

Palazzo Farnese 1602

het Palazzo Farnese in Rome
met fresco’s van Carracci en Domenichino

Het Palazzo Farnese in Rome biedt tegenwoordig onderdak aan de Franse ambassade in Italië. Het is een van de hoogtepunten van de Italiaanse renaissance en werd gebouwd voordat de barok in de zeventiende eeuw het beeld van Rome zou gaan bepalen. Het paleis werd ontworpen door Antonio da Sangallo (1484-1546) in opdracht van Alessandro Farnese (1468-1549), die vanaf 1534 beter bekend is als paus Paulus III. Michelangelo werkte mee aan de voltooiing van dit stadspaleis.

Palazzo Farnese
het Palazzo Farnese gezien door Piranesi

Twee schilders uit Bologna werkten in het interieur van het palazzo Farnese mee aan de decoratie. Annibale Carracci (1560-1609) en zijn leerling Domenichino (1581-1641) schilderden vanaf 1602 enkele fresco’s. Het fresco van de heilige maagd van Domenichino is waarschijnlijk het bekendst. Het is geschilderd in een opvallend licht coloriet van grijs-groene tinten, veel minder zwaar dan in de barok gebruikelijk was.

Domenichino
Heilige maagd met de eenhoorn, ca. 1602

Het fresco is typerend voor de vermenging van het christelijk geloof en heidense mythologie. In de vijftiende eeuw was dat niet ongewoon. De aristocratie hield van de antieke joie de vivre en het christelijke motief was vaak niet meer dan een schaamlap. Volgens de legende zou alleen een maagd de eenhoorn kunnen temmen.

Domenichino
Heilige maagd met de eenhoorn (detail), ca. 1602

stream of consiousness

gelezen: Hersenschimmen (1984) van J.Bernlef

HersenschimmenDe roman Hersenschimmen kende ik sinds het verschijnen in 1984 van naam en al jaren had ik mij voorgenomen dit boek te gaan lezen. Pas toen mijn moeder Alzheimer kreeg, kwam het boek langs onverwachte weg naar mij toe. Hersenschimmen is één lange monologue intérieur van Maarten Klein, een zeventiger die steeds vaker geplaagd wordt door vergeetachtigheid. We volgen het proces van toenemende dementie vanaf het moment dat hij met zijn vrouw Vera een huis aan de Amerikaanse Oostkust bewoont. Langzaam maar zeker wordt duidelijk dat Maarten thuis niet meer te handhaven is. Hij dwaalt ‘s nachts door het huis, loopt zonder jas de winterkou in en verwart personen met elkaar.

Eerst komt er thuiszorg maar tenslotte belandt hij in een verpleeghuis. Bernlef maakt gebruik van een verteltechniek die stream of consiousness wordt genoemd. De lezer komt komt zo in het hoofd van de hoofdpersoon te zitten. Maarten verliest zijn grip op de werkelijkheid, omdat hij ook de grip op de taal verliest. Zijn zinnen worden steeds korter. De discontinuïteit neemt steeds meer toe. Op de laatste bladzijden van de roman is het ontbindingsproces van Maarten’s gedachten zo ver gevorderd dat de taal erodeert. Om met de Chandos-Brief van Hugo von Hofmannstal te spreken: “De abstracte woorden waar de tong zich begrijpelijkerwijs van moet bedienen om enig oordeel het licht te doen zien, vielen in mijn mond uiteen als rotte paddenstoelen.”

Hersenschimmen [ nl.wikipedia.org ]