Categorie archief: boeken

hier ligt Poot, hij is dood

Literatuurgeschiedenis van H.J.F.M.Lodewick
literatuurgeschiedenis.nl

LodewickIn 1979 kreeg ik in de vierde klas van het atheneum voor het eerst literatuuronderwijs. Op onze school gebruikten we de 34e druk van Literatuurgeschiedenis van H.J.F.M. Lodewick uit 1958. De drie delen (inclusief Literaire Kunst uit 1955) heb ik nog altijd bewaard en gebruik ik alweer dertig jaar als naslagwerk. Omdat ik de laatste tijd met de achttiende eeuw bezig ben, sloeg ik het boek weer eens open om de namen door te nemen van de achttiende eeuwse schrijvers en dichters die ik voor de boekenlijst moest leren (en lezen!)

De canon die Lodewick van de achttiende eeuw geeft, begint met “de laatste 17e eeuwer” Hubert Cornelisz. Poot, bij mij alleen nog bekend van het grafschrift van de Schoolmeester: “Hier ligt Poot, hij is dood.” Lodewick sluit de achttiende eeuw af met Willem Bilderdijk. Tussen Poot en Bilderdijk moesten we de volgende namen leren: Pieter Langendijk (1683-1756), Justus van Effen (1684-1735). Betje Wolff (1738-1804) en Aagje Deken (1741-1804), Hieronymus van Alphen (1746-1803) Rhynvis Feith (1753-1824) en Jacobus Bellamy (1757-1786).

Eind jaren zeventig vulden we onze boekenlijst graag helemaal met titels van Jan Wolkers, zoals na 1990 vooral boeken van Ronald Giphart en Herman Brusselmans bij scholieren op het menu staan. Maar we moesten ook stoffige literatuur lezen van vóór 1945. Daar werden uiteraard uitreksels voor gebruikt. Toch kreeg je op die manier nog een flinke scheut Vondel, Wolff en Deken of Hildebrand naar binnen. En dat was precies de bedoeling.

Arnold HoogvlietDe Literatuurgeschiedenis van H.J.F.M.Lodewick wordt al decennia lang niet meer gebruikt. De canon uit 1958 zal inmiddels gewijzigd zijn. Voor mijn generatie was literatuur van vóór 1900 vaak al onleesbaar, hoe zal dat dan wel niet zijn voor de Facebookgeneratie? In ieder geval hebben de jongeren van nu door het internet veel beter toegang tot ons literaire verleden dan wij destijds met Lodewick hadden. Ik nam eens een kijkje op literatuurgeschiedenis.nl en klikte de achttiende eeuw aan. Het rijtje dat ik in 1979 moest leren, is aanzienlijk langer. Voor mij onbekende namen als Arnold Hoogvliet, Hendrik Doedijns, Arend Fokke Simonsz, Jacob Haafner, Pieter Rabus, Cornelius Martinus Spanoghe, Jan Verlooy, Jacob Campo Weyerman, Pieter van Woensel en Jozef de Wolf komen voorbij. De achttiende eeuw krijgt voor mij zo weer wat meer profiel.

literatuurgeschiedenis.nl
literatuurgeschiedenis.nl

De achttiende eeuw in vijftien hoofdstukken [ literatuurgeschiedenis.nl ]

Bond, JamesBond@Furkapass.ch

The James Bond Archives van Taschen

The James Bond ArchivesDit jaar is het een halve eeuw geleden dat de eerste James Bond film verscheen. Sinds 1962 produceerde het Londense bedrijf EON van Albert R. Broccoli en Harry Saltzman 24 films met James Bond. Om het 50-jarige jubileum te vieren kreeg Paul Duncan inzage in de archieven van de productiemaatschappij. Hij was twee jaar bezig om een selectie te maken uit honderdduizenden foto’s en documenten. Het resultaat is The James Bond Archives. Uitgeverij Taschen presenteert het als kerstcadeau (€ 150).

Een van de meest memorabele scenes uit een James Bond film, vind ik de sfeervolle scene op de Furkapas uit Goldfinger. Voor de rubriek Filmset Location (auf den Spuren von 007) op de website jamesbondfilme.de reisden Klaus Gericke en Jürgen Gött naar de filmlocatie uit 1964 op de Furkapas in Zwitserland. In The James Bond Archives staat een mooie foto van de geïmproviseerde filmset op de Furkapas. De toen hypermoderne 1964 Aston Martin DB5 contrasteert schitterend met de Rolls-Royce Phantom III van Goldfinger in een tijdloos landschap.

Goldfnger
James Bond bespiedt Goldfinger
op de Furkapas

Bondgirl Tilly Masterson keerde in 2009 terug naar de Furkapas voor een fotoshoot met nieuwe automodellen. Op classicandperformancecar.com lees je het verhaal en zie je haar o.a. met de Aston Martin en Rolls-Royce Phantom. Goldfinger werd in 1964 een groot commercieel succes. De film kostte drie miljoen dollar en bracht bijna 125 miljoen dollar op. Door het succes van de film steeg de verkoop van de 1964 Aston Martin DB5 dat jaar met veertig procent. Ook werden er heel veel schaalmodellen van verkocht.

filmlocaties uit Goldfinger met o.a. hotel Galenstock en hotel Belvédère op de Furkapas 2011

James Bond films geproduceerd door EON
Dr. No (1962), From Russia with Love (1963), Goldfinger (1964), Thunderball (1965), You Only Live Twice (1967), On Her Majesty’s Secret Service (1969), Diamonds Are Forever (1971), Live and Let Die (1973), The Man with the Golden Gun (1974), The Spy Who Loved Me (1977), Moonraker (1979), For Your Eyes Only (1981), Octopussy (1983), A View to a Kill (1985), The Living Daylights (1987), Licence to Kill (1989), GoldenEye (1995), Tomorrow Never Dies (1997), The World Is Not Enough (1999), Die Another Day (2002), Casino Royale (2006), Quantum of Solace (2008), Skyfall (2012).
Never Say Never Again (1983), een remake van Thunderball (1965) werd niet geproduceerd door Albert R. Broccoli en Harry Saltzman maar door Jack Schwartzman.

The James Bond Archives [ taschen.com ]

artiestenmetafysica [ 2 ]

gelezen: §18 uit De Geboorte van de Tragedie van Nietzsche

De Geboorte van de TragedieDie Geburt der Tragödie is het eerste boek dat de 27-jarige Nietzsche in 1872 publiceerde en waarmee hij zichzelf diskwalificeerde als filoloog. Onder zijn vakbroeders oogstte het boek negatieve kritieken. Het voldeed namelijk niet aan de eisen die aan een wetenschappelijke publicatie gesteld werden. Men vond zijn geschrift te speculatief. De slechte ontvangst had ook te maken met afgunst. Nietzsche was in 1869 op 24-jarige leeftijd op voorspraak van Friedrich Wilhelm Ritschl aangesteld als hoogleraar filologie in Bazel, zonder dat hij gepromoveerd was. Jaloerse collega’s probeerden hem daarna ten val te brengen.

Rüdiger Safranski schrijft in Nietzsche – een biografie van zijn denken over het ontstaan van Nietzsche‘s eersteling. Aan het einde van de jaren zestig speelt Nietzsche al met het idee om een boek te schrijven waarin hij filosofie en muziek verenigen wil. In 1868 heeft hij Wagner persoonlijk leren kennen en Nietzsche is in de ban van deze componist geraakt. Met Wagner deelt hij niet alleen zijn passie voor de muziek maar ook zijn passie voor de Oude Grieken. Begin 1870 houdt hij voor zijn studenten in Bazel twee voordrachten over de Griekse tragedie: Das griechische Musikdrama en Sokrates und die Tragödie. Uit deze voordrachten zal in 1872 Die Geburt der Tragödie aus dem Geiste der Musik voortkomen.

Het boek is vooral bekend door de introductie van het dionysische en apollinische. Met name voor de kunstfilosofie heeft dit “begrippenpaar” enorme betekenis. Nietzsche schrijft in 1886 als voorwoord bij de heruitgave van zijn boek uit 1872 een proeve van zelfkritiek. Hij noemt Die Geburt der Tragödie “artiestenmetafysica”. Met de “metafysisch troost” predikt hij een soort verlossingsleer door de “tragische kunst” en op het muziekdrama van Wagner heeft hij al zijn hoop gevestigd. Maar als de Ring der Nibelungen in 1876 eindelijk in Bayreuth in première gaat, is hij zo teleurgesteld, dat hij niet alleen Wagner maar ook de kunst de rug toekeert.

NietzscheJe kunt Die Geburt der Tragödie niet alleen lezen als een verlossingsleer door de kunst (van Wagner) maar ook als een diagnose van de cultuur. In §18 reflecteert Nietzsche over de cultuur van zijn tijd: “Heel onze moderne wereld zit gevangen in het web van de Alexandrijnse cultuur: haar ideaal is de met de meest verfijnde kennisvermogens toegeruste, theoretische mens, wiens prototype en stamvader Socrates is. Heel onze opvoeding is van het begin af aan op dit ene ideaal gericht.”

Heel onze moderne wereld zit gevangen in het web van de Alexandrijnse cultuur: haar ideaal is de met de meest verfijnde kennisvermogens toegeruste, theoretische mens, wiens prototype en stamvader Socrates is.

Die Geburt der Tragödie, §18

Nietzsche ziet Socrates dus als het prototype van de theoretische mens, de mens die hij in zijn tijd overal om zich heen ziet. Deze mens heeft een onwankelbaar geloof in de wetenschap en is verstoken van “tragisch bewustzijn”. Nietzsche noemt dit “dionysische wijsheid”.

Dionysische wijsheid vergaar je door een blik in het afgrondelijke, wanneer je de illusie van de wetenschappelijke kennis doorziet. Nietzsche heeft dit “tragische bewustzijn” gemeen met zijn leermeester Schopenhauer. Maar het vooruitgangsoptimisme rond 1870 wil van dit pessimisme niets weten en schaart zich achter de triomfen van de wetenschap. Ook hierdoor vindt zijn eerste boek geen ingang. Nietzsche heeft zichzelf in de academische wereld buitenspel gezet. Na de slechte ontvangst zijn er nauwelijks nog studenten die zijn colleges volgen. Zijn carrière als eenzame filosoof is begonnen. Maatschappelijk succes zal hij nooit kennen. Zijn boeken worden pas gepubliceerd nadat hij in 1889 krankzinnig is geworden. Dan pas begint de impact van zijn denken tot de wereld door te dringen. In Die Geburt der Tragödie is de basis van dit denken gelegd.

Es ist ein ewiges Phänomen: immer findet der gierige Wille ein Mittel, durch eine über die Dinge gebreitete Illusion seine Geschöpfe im Leben festzuhalten und zum Weiterleben zu zwingen. Diesen fesselt die sokratische Lust des Erkennens und der Wahn, durch dasselbe die ewige Wunde des Daseins heilen zu können, jenen umstrickt der vor seinen Augen wehende verführerische Schönheitsschleier der Kunst, jenen wiederum der metaphysische Trost, dass unter dem Wirbel der Erscheinungen das ewige Leben unzerstörbar weiterfliesst: um von den gemeineren und fast noch kräftigeren Illusionen, die der Wille in jedem Augenblick bereithält, zu schweigen. Jene drei Illusionsstufen sind überhaupt nur für die edler ausgestatteten Naturen, von denen die Last und Schwere des Daseins überhaupt mit tieferer Unlust empfunden wird und die durch ausgesuchte Reizmittel über diese Unlust hinwegzutäuschen sind. Aus diesen Reizmitteln besteht alles, was wir Cultur nennen: je nach der Proportion der Mischungen haben wir eine vorzugsweise sokratische oder künstlerische oder tragische Cultur: oder wenn man historische Exemplificationen erlauben will: es giebt entweder eine alexandrinische oder eine hellenische oder eine buddhaistische Cultur.
 
Bron: Die Geburt der Tragödie §18 [ gutenberg.org ]

Artiestenmetafysica [ 1 ]