Categorie archief: boeken

Door de ogen van mijn vader

Stef Bos schreef samen met zijn vader een boek
het werd afgelopen vrijdag in Veenendaal gepresenteerd

Stef BosMijn geboorteplaats Veenendaal betekent van oudsher Kerk en Werk. Maar Veenendaal is tegenwoordig ook trots op zijn artistieke telgen met Stef Bos en Kees (met) Stip bovenaan. Vrijdag was ik weer eens in ‘t Vèèn. Achter “de Mussenfabriek” van de gebroeders van Leeuwen waarin ik in de jaren tachtig een atelier had, staat tegenwoordig de Cultuurfabriek, het culturele centrum van Veenendaal. Vrijdagmiddag hield Stef Bos er zijn nieuwste boek ten doop: Door De Ogen Van Mijn Vader.

De foyer van de Cultuurfabriek stond behoorlijk vol. Om mij heen kijkend zag ik een aantal Veense papa’s van 80+, varianten van mijn eigen vader die in 1930 aan de Parallelweg werd geboren met zijn wortels stevig in de Veens turf: mijn overgrootmoeder zag in 1863 aan het Benedeneind het levenslicht en haar grootvader had zelfs nog “roodnekkies in de Grift zien drijven”. Aan de Franse aanwezigheid in en rond Veenendaal herinnert nog altijd de wijk de Dragonder. Stef Bos is de zoon van juwelier Bos, die was gevestigd in de Hoofdstraat op nummer 91. Mijn ouders waren er in de jaren zestig en zeventig vaste klant. Door de ogen van mijn vader lijkt me een aardig boek voor ze.

22 jaar geleden schreef Stef Bos een lied over zijn vader en in 2012, het negentigste levensjaar van zijn vader, maakte hij samen met hem het boek Door De Ogen Van Mijn Vader. Stef zocht voor de teksten in al zijn boeken tot nu toe de samenwerking met een kunstenaar voor de bijpassende beelden. Na Gebroken Zinnen (2004) met schilderijen van Marriana Booyens, Ja! (2006) geïllustreerd door Eric de Bruijn en Stillewe (2008) met kunstwerken van Varenka Paschke, is dit zijn vierde boek.
 
De dia’s uit het archief van A.W. Bos, gemaakt met een Rolleiflexcamera uit de jaren vijftig, vormen de basis van een 133 pagina’s document. Het is niet alleen de weergave van een familiegeschiedenis, het laat ook een snel veranderende wereld zien. De beelden zullen voor velen aansprekend en zelfs herkenbaar zijn. Herinneringen oproepend aan een nabij of verder verleden, terwijl de woorden van Stef ze verbindt met het heden. Als extra achterin het boek een 2012 versie van het lied “Papa“.
 
Bron: stefbos.nl

een onzuivere bron

The History of the Decline and Fall of the Roman Empire (1776-1787)
van Edward Gibbon

AgoraIn de film Agora (2009) van de Spaanse regisseur Alejandro Amenábar komt een scene voor waarin de beroemde bibliotheek van Alexandrië wordt geplunderd door een woeste menigte fundamentalistische christenen. Het is een van de meest geslaagde scenes uit de film. Terwijl de boekrollen met teksten van Plato en Aristoteles als confetti door de lucht worden gesmeten maakt de camera een draai van 180 graden waardoor alles op zijn kop komt te staan. De boodschap is overduidelijk: het christelijk geloof heeft de kennis van de antieke beschaving vernietigd en de hele wereld eeuwen terug gesmeten in de tijd. Maar deze boodschap is zeker niet juist. In het jaar 392 na Christus plunderden fanatieke christenen inderdaad de stad, maar de beroemde bibliotheek was in de tijd van Hypatia nog maar een schaduw van wat het ooit geweest was. In het jaar 48 voor Christus hadden de troepen van Julius Ceasar de grootste schat aan oude Griekse manuscripten al in brand gestoken.

Edward GibbonTussen 1776 en 1887 schreef Edward Gibbon de beroemde studie The History of the Decline and Fall of the Roman Empire over de ondergang van het Romeinse Rijk. Gibbon was een man van de Verlichting en hij keek met een wetenschappelijke bril op naar de geschiedenis. Tegenwoordig is dat de normaalste zaak van de wereld, maar in zijn tijd bestond geschiedenis nog niet als wetenschap. Omdat Gibbon het Christendom niet als heilsgeschiedenis zag en de Kerk ook niet als het Lichaam van Christus, kwam hij op zeer gespannen voet met de Angelicaanse Kerk te staan. Vooral op de hoofdstukken XV en XVI waarin hij de plaats en de opkomst van het Christendom in het Romeinse Rijk beschrijft, heeft hij veel kritiek gekregen. In sommige landen werd The History of the Decline and Fall of the Roman Empire zelfs een verboden boek. Gibbon gebruikte voor zijn levenswerk zesduizend bronnen in vele talen. Maar hij was niet overal nauwkeurig. Na later historisch onderzoek blijkt dat hij ons met de beschrijvingen van de geschiedenis van de bibliotheek van Alexandrië en het leven van de vrouwelijke filosoof Hypatia een ingekleurd beeld heeft gegeven.

Gibbon
uit hoofdstuk XLVII van The History of the Decline and Fall of the Roman Empire

Edward Gibbon heeft er absoluut toe bijgedragen dat Hypatia het symbool is geworden van de wetenschapper die alles in vrijheid wil onderzoeken en zich niet onderwerpt aan bijgeloof en fanatisme. Net als Giordano Bruno is ze een martelaar geworden van filosofie en wetenschap.

Gibbon
uit hoofdstuk XLVII van The History of the Decline and Fall of the Roman Empire

Gibbon‘s ingekleurde voorstelling blijkt hardnekkig. De serie Cosmos uit 1980 volgt hem en ook Alejandro Amenábar baseerde zich voor het scenario van Agora op de informatie die Gibbon verspreid heeft. De christenen worden afgeschilderd als grote cultuurbarbaren die vijandig staan tegenover de wetenschap. Maar in werkelijkheid bestudeerden kerkvaders in Alexandriëook de wetenschap. De strenge scheiding tussen wetenschap en geloof komt uit de koker van de Verlichting en Gibbon‘s klassieker in het bijzonder.

uit de tv-serie Cosmos (1980)
The last scientist who worked in the Library was a mathematician, astronomer, physicist and the head of the Neoplatonic school of philosophy — an extraordinary range of accomplishments for any individual in any age. Her name was Hypatia. She was born in Alexandria in 370. At a time when women had few options and were treated as property, Hypatia moved freely and unselfconsciously through traditional male domains. By all accounts she was a great beauty. She had many suitors but rejected all offers of marriage. The Alexandria of Hypatia‘s time — by then long under Roman rule — was a city under grave strain. Slavery had sapped classical civilization of its vitality. The growing Christian Church was consolidating its power and attempting to eradicate pagan influence and culture.
 
Carl Sagan in Cosmos (1980)Hypatia stood at the epicenter of these mighty social forces. Cyril, the Archbishop of Alexandria, despised her because of her close friendship with the Roman governor, and because she was a symbol of learning and science, which were largely identified by the early Church with paganism In great personal danger, she continued to teach and publish, until, in the year 415, on her way to work she was set upon by a fanatical mob of Cyril’s parishioners. They dragged her from her chariot, tore off her clothes, and armed with abalone shells, flayed her flesh from her bones. Her remains were burned, her works obliterated, her name forgotten. Cyril was made a saint.
 
Bron: physics.weber.edu

The fuss about Hypatia and Bibliotheca Alexandrina [ orthodoxchristianity.net ]

stoere vogels

zondag gezien bij VPRO boeken: Mijn roofvogels van Rob Bijlsma

Mijn RoofvogelsToen ik veertien was, beleefde ik een heftige “terug-naar-de-natuur” periode. Samen met een vriend van school bouwde ik hutten in het bos en bestudeerde ik vogels. Roofvogels trokken mij het meeste aan, waarschijnlijk ook omdat ik op die leeftijd niet soft wilde overkomen. Geen lieve meesjes of sijsjes maar stoere vogels met boze ogen. Tijdens de Nederlandse les ging mijn spreekbeurt over roofvogels. Van de biologieleraar mocht ik een opgezette sperwer meenemen naar de Nederlandse les. Op de lessenaar waarachter ik mijn spreekbeurt hield, had ik deze als trotse mascotte neergezet. Het werd een echte preek. In de jaren zeventig was het met de roofvogelstand in Nederland droevig gesteld. In mijn spreekbeurt kon ik niet genoeg benadrukken hoe schadelijk landbouwgiffen zijn en legde ik uit hoe een voedselpiramide werkt, wat predatoren zijn en waarom roofvogels bij landbouwgiffen uiteindelijk de klos zijn.

kiekendief op postzegel uit 1995Toen ik gisterenmorgen in het programma VPRO Boeken de roofvogelkenner Rob Bijlsma in gesprek zag met Wim Brands, voelde ik weer iets van het vuur dat vroeger in mij brandde. Bijlsma begon ook al vroeg met zijn roofvogelonderzoek. Brands liet een schriftje van hem zien waarin hij als dertienjarige aantekeningen had gemaakt. Maar Bijlsma heeft zijn passie nooit opgegeven. Het boek Mijn roofvogels geeft een dwarsdoorsnee van ruim veertig jaar ervaring van misschien wel de grootste roofvogelspecialist van Nederland.

Autodidact roofvogelonderzoeker Rob Bijlsma doet onderzoek waarvoor „echte„ biologen geen tijd hebben. Die doen, vooral wegens geldgebrek, alleen maar kortdurend onderzoek. Bijlsma niet. Al meer dan veertig jaar bestudeert hij, eerst op de Veluwe en nu in Drenthe, de gedragingen en ontwikkeling van roofvogels. De wespendief is zijn favoriet. Een „heimelijk beest„ dat zich zelden laat zien. Mijn roofvogels gaat over zijn langlopende, intensieve onderzoek. En meer.
 
Bron: boeken.vpro.nl

Mijn Roofvogels [ uitgeverijatlas.nl ]