het werd afgelopen vrijdag in Veenendaal gepresenteerd
Mijn geboorteplaats Veenendaal betekent van oudsher Kerk en Werk. Maar Veenendaal is tegenwoordig ook trots op zijn artistieke telgen met Stef Bos en Kees (met) Stip bovenaan. Vrijdag was ik weer eens in ‘t Vèèn. Achter “de Mussenfabriek” van de gebroeders van Leeuwen waarin ik in de jaren tachtig een atelier had, staat tegenwoordig de Cultuurfabriek, het culturele centrum van Veenendaal. Vrijdagmiddag hield Stef Bos er zijn nieuwste boek ten doop: Door De Ogen Van Mijn Vader.
De foyer van de Cultuurfabriek stond behoorlijk vol. Om mij heen kijkend zag ik een aantal Veense papa’s van 80+, varianten van mijn eigen vader die in 1930 aan de Parallelweg werd geboren met zijn wortels stevig in de Veens turf: mijn overgrootmoeder zag in 1863 aan het Benedeneind het levenslicht en haar grootvader had zelfs nog “roodnekkies in de Grift zien drijven”. Aan de Franse aanwezigheid in en rond Veenendaal herinnert nog altijd de wijk de Dragonder. Stef Bos is de zoon van juwelier Bos, die was gevestigd in de Hoofdstraat op nummer 91. Mijn ouders waren er in de jaren zestig en zeventig vaste klant. Door de ogen van mijn vader lijkt me een aardig boek voor ze.
De dia’s uit het archief van A.W. Bos, gemaakt met een Rolleiflexcamera uit de jaren vijftig, vormen de basis van een 133 pagina’s document. Het is niet alleen de weergave van een familiegeschiedenis, het laat ook een snel veranderende wereld zien. De beelden zullen voor velen aansprekend en zelfs herkenbaar zijn. Herinneringen oproepend aan een nabij of verder verleden, terwijl de woorden van Stef ze verbindt met het heden. Als extra achterin het boek een 2012 versie van het lied “Papa“.
Bron: stefbos.nl
In de film Agora (2009) van de Spaanse regisseur Alejandro Amenábar komt een scene voor waarin de beroemde
Tussen 1776 en 1887 schreef Edward Gibbon de beroemde studie 

Hypatia stood at the epicenter of these mighty social forces. Cyril, the Archbishop of Alexandria, despised her because of her close friendship with the Roman governor, and because she was a symbol of learning and science, which were largely identified by the early Church with paganism In great personal danger, she continued to teach and publish, until, in the year 415, on her way to work she was set upon by a fanatical mob of Cyril’s parishioners. They dragged her from her chariot, tore off her clothes, and armed with abalone shells, flayed her flesh from her bones. Her remains were burned, her works obliterated, her name forgotten. Cyril was made a saint.
Toen ik veertien was, beleefde ik een heftige “terug-naar-de-natuur” periode. Samen met een vriend van school bouwde ik hutten in het bos en bestudeerde ik vogels. Roofvogels trokken mij het meeste aan, waarschijnlijk ook omdat ik op die leeftijd niet soft wilde overkomen. Geen lieve meesjes of sijsjes maar stoere vogels met boze ogen. Tijdens de Nederlandse les ging mijn spreekbeurt over roofvogels. Van de biologieleraar mocht ik een opgezette sperwer meenemen naar de Nederlandse les. Op de lessenaar waarachter ik mijn spreekbeurt hield, had ik deze als trotse mascotte neergezet. Het werd een echte preek. In de jaren zeventig was het met de roofvogelstand in Nederland droevig gesteld. In mijn spreekbeurt kon ik niet genoeg benadrukken hoe schadelijk landbouwgiffen zijn en legde ik uit hoe een voedselpiramide werkt, wat predatoren zijn en waarom roofvogels bij landbouwgiffen uiteindelijk de klos zijn.
Toen ik gisterenmorgen in het programma VPRO Boeken de roofvogelkenner Rob Bijlsma in gesprek zag met Wim Brands, voelde ik weer iets van het vuur dat vroeger in mij brandde. Bijlsma begon ook al vroeg met zijn roofvogelonderzoek. Brands liet een schriftje van hem zien waarin hij als dertienjarige aantekeningen had gemaakt. Maar Bijlsma heeft zijn passie nooit opgegeven. Het boek Mijn roofvogels geeft een dwarsdoorsnee van ruim veertig jaar ervaring van misschien wel de grootste roofvogelspecialist van Nederland. 












