Categorie archief: boeken

Gangsters, Jazz & Hollywood

drie boeken met illustraties van Robert Nippoldt

In de nieuwe catalogus van Taschen kwam ik voor het eerst pentekeningen tegen van de Duitse illustrator Robert Nippoldt. Op internet vond ik daarna drie geïllustreerde boeken waarmee hij in Duitsland naam gemaakt heeft. Zijn laatste boek heet Hollywood in den 30er Jahren en verscheen dit jaar.

Robert Nippoldt
Robert Nippoldt
Gangsters, Jazz & Hollywood

Zijn heldere en grafische stijl doet me enigszins denken aan de ‘grafische vertalingen’ van foto’s in staalgravures die in de tweede helft van de 19e eeuw aan de lopende band gemaakt werden. Vaak is het te machinaal en te weinig bezield. Maar de passie voor glamour fotografie uit de jaren dertig deel ik helemaal. De subtiele zwart-witfotografie met uitgebalanceerde belichting en vele grijstonen zijn vaak om je vingers bij af te likken. Nippoldt kon gebruik maken van de collectie vintage Hollywood glamourfoto’s van verzamelaar Daniel Kothenschulte. De illustraties zijn van foto’s overgetrokken maar overtuigend gestyleerd. In de composities zit veel witruimte en in combinatie met de klare lijnen doen deze soms aan Japanse houtsneden denken.

Clark Gable
Toen ik Nippoldt’s boek “Hollywood in den 30er Jahren” ontdekte, was ik zelf bezig met een paar portretten van Clark Gable in oostindische inkt en acrylverf als basis voor een definitieve schildering in olieverf.
Robert Nippoldt wurde 1977 in Kranenburg am Niederrhein geboren. Nach der Schule verirrte sich der Richtersohn kurz in den Rechtswissenschaften, bevor er im Sommer 1999 nach Münster kam, um dort an der Fachhochschule Grafik und Illustration zu studieren. Sein Diplombuch Gangster. Die Bosse von Chicago fand gleich einen Verleger, und Nippoldt konzentrierte sich fortan auf die Buchkunst. Nach zwei jähriger Arbeit erschien im Herbst 2007 sein zweites Buch Jazz im New York der wilden Zwanziger, das von der Stiftung Buchkunst zum schönsten deutschen Buch 2007 gekürt wurde. Nippoldts Arbeiten wurden in zahlreichen Ausstellungen u.a. in Berlin, Darmstadt, Essen, Frankfurt, Leipzig und München gezeigt. Seine Serigrafien sind käuflich erhältlich. Wenn er nicht gerade schnorchelt oder versucht seine Gitarre zu stimmen, zeichnet er vermutlich im Moment in seinem Atelier am alten Güterbahnhof von Münster.
 
Bron: shop.fr-online.de

nippoldt.de

smullen van kannibalenverhalen

zondag gezien op Nederland 2: O’Hanlons Helden

Remond o'HanlonRedmond O’Hanlon doet mij soms denken aan zijn landgenoot Roald Dahl. Beiden delen een voorliefde voor het lugubere en onsmakelijke detail. In de tweede aflevering van O’Hanlons Helden laat hij een talisman zien die hij meegebracht heeft van zijn laatste reis door Congo. Het is een klein dichtgenaaid buideltje en O’Hanlon verklapt ons iets over de inhoud. Er zit een afgehakt kindervingertje in en O’Hanlon draagt het aan een touwtje om zijn nek. Een kindervingertje brengt geluk in Afrika. O’Hanlon verzekert ons dat het geen kwaad kan, want er sterven dagelijks zoveel kinderen in Afrika en de ‘onderdelen’ worden door fetisj-priesters weer gebruikt voor talismannen. Een normale zaak in Afrika.

Later in de uitzending blijkt dat er in Gabon vooral in de verkiezingstijd opvallend vaak kinderen ‘verdwijnen’ en later gruwelijk verminkt worden teruggevonden. Wat blijkt? De rijke Gabonezen geloven nog altijd in de bovennatuurlijke kracht van de talisman. Tijdens de verkiezingstijd is de macht van het woord natuurlijk erg belangrijk. Men gelooft nu dat het eten van een kindertong de welsprekendheid bevordert. Redmond O’Hanlon is vol afkeer over deze verschrikkelijke praktijken. Het is jammer dat hij niet even terugkomt op zijn eigen talisman. Of heeft hij daar nu maar afstand van gedaan?

Terwijl de kannibalen in Afrika van mensen smulden, smulde men in de beschaafde wereld weer van verhalen over menseneters.

De Fransman Paul Belloni du Chaillu was halverwege de negentiende eeuw afgereisd naar de binnenlanden van Gabon. Als eerste blanke had hij oog in oog met gorilla’s en kannibalen gestaan. Over zijn ontdekkingsreis had hij een boek geschreven en in 1861 was er een Engelse vertaling verschenen. Terwijl de kannibalen in Afrika van mensen smulden, smulde men in de beschaafde wereld weer van verhalen over menseneters. Explorations & adventures in equatorial Africa uit 1861 werd een bestseller. O’Hanlon neemt op zijn reis door Gabon een exemplaar mee en toont ons een gravure uit het boek. Het is een afbeelding van een gorilla, de eerste uit de geschiedenis.

Du Chaillu 1861 Du Chaillu 1861
Titelblad en plaat uit: Explorations & adventures in equatorial Africa 1861

In de twintigste eeuw is in de etnografie en de antropologie het cultuurrelativisme in de plaats gekomen van het Europacentrisme. We leren nu dat alle culturen gelijkwaardig zijn en dat onze westerse cultuur niet verheven is boven andere culturen. Ook heeft het woord primitief in de bovengenoemde wetenschappen een andere betekenis gekregen. In de negentiende eeuw beschouwde de volkenkunde primitief als onderontwikkeld, onbeschaafd en achterlijk. Maar door het cultuurrelativisme is de normatieve betekenis van het woord primitief omgebogen naar ‘oorspronkelijker’ en ‘natuurlijker’. De afgrijselijke praktijken van het animisme waarin kinderen vermoord en verminkt worden, zouden volgens het krampachtige cultuurrelativisme niet onbeschaafd, barbaars of achterlijk zijn, maar anders.

programma.vpro.nl/ohanlonshelden

Russisch drama [ 3 ]

gelezen in Anna Karenina en gekeken naar een verfilming uit 1997

Anna Karenina 1997Aanvankelijk werd Anna Karenina door de meeste critici afgekeurd als een romantisch niemendalletje over de Russische high society. Met een oppervlakkige blik lijkt dat ook zo. Het boek is echter zo rijk gelaagd dat het zijn genre overstijgt. Net als The Age of Innocence van Edith Wharton is Anna Karenina een zedenschets van de upper class aan het einde van de negentiende eeuw met een scherpe kritiek op de dubbele huwelijkse moraal. Maar Tolstoj heeft in zijn grote roman ook zijn eigen filosofie en een cultuurkritiek verwerkt en ik zie daarbij een duidelijke overeenkomst met het gedachtengoed van Martin Heidegger. Net als Tolstoj beschouwde Heidegger het boerenbestaan als meer authentiek dan het kosmopolitische leven in de stad. Das Gerede (het gepraat) was voor Heidegger een kenmerk van de “oneigenlijkheid” en van de “zijnsvergetelheid”. De zwijgzame boer was voor Heidegger niet alleen meer met de natuur verbonden, maar ook meer met het Zijn. Dat zien we ook heel sterk in het leven van Tolstoj, die zich na zijn vijftigste steeds meer met de Russische boer ging identificeren en in zichzelf een down-to-earth spiritualiteit ontsloot.

Net als Tolstoj beschouwde Heidegger het boerenbestaan
als meer authentiek dan het kosmopolitische leven in de stad

Naast het liefdespaar Anna en Wronski, volgen we ook Ljewin en Kitty. Ljewin is naast Anna de hoofdpersoon van het boek omdat hij de spreekbuis van Tolstoj is. We leren hem kennen als iemand uit een andere wereld, een grootgrondbezitter die dichter bij de boeren staat dan bij de high society in Sint Petersburg. In de karakters van Ljewin en Vronski contrasteert het platteland met de stad. In de ogen van de stedeling is het platteland saai, want er zijn geen ‘verfijnde conversaties’. Maar Ljewin, die een boerenziel koestert, ziet die ‘verfijnde conversaties’ vooral als de producten van opgeblazen ego’s.

Russian Ark
Tolstoj had hekel aan de dubbele huwelijksmoraal van de Russische aristocratie en aan het vele lege gepraat in de hogere kringen. [still uit Russian Ark]

In Anna Karenina komt in het begin van het boek een passage voor waarin de landeigenaar Konstantin Dimitrijewitsj Ljewin (Tolstoj’s alter ego) in de familiekring van Kitty op bezoek is en door de stedelingen ondervraagt wordt. De gastvrouw, gravin Nordston, stelt Ljewin voor met de woorden: “Konstantin Dimitrijewitsj veracht en ontvlucht de stad en ons stedelingen.” Daarna brengt gravin Norston het gesprek op de nieuwste mode in de stad: spiritisme. “Boeiend! Het bovennatuurlijke is nieuw voor mij” is Vronski‘s eerste reactie. Wat voor de boer eeuwenoud (bij)geloof is, is voor de stadse mens spannende en eigentijdse wetenschap geworden.

Het gesprek was op klopgeesten en tafeldans gekomen, en gravin Nordston, die aan spiritisme geloofde, begon van wonderlijke gevallen te vertellen, die zij had bijgewoond.
“Ach gravin, dat moet ik beslist zien; ik verzoek u, neemt u mij eens mee! Ik heb nog nooit iets bovennatuurlijks gezien, ofschoon ik er overal naar zoek”, zei Wronski glimlachend.
“Nu, goed dan, zondagavond”, antwoordde gravin Nordston, “En u, Konstantin Dimitrijewitsj, gelooft u eraan?” wendde zij zich tot Ljewin.
“Waarom vraagt u mij dat? U weet toch wat mijn antwoord is.”
“Toch zou ik graag uw mening horen.”
“Mijn mening is”, antwoordde Ljewin, “dat al die tafels bewijzen, dat onze hogere milieu’s niet hoger staan dan de boeren. De boeren geloven aan de kwade hand, aan het beheksen van het vee, aan gedaanteverwisseling, en wij…”
“Dus u gelooft er niet aan…”
“Ik kan er niet aan geloven, gravin.”
“Maar als ik het nu toch met eigen ogen gezien heb.”
“De boerenvrouwen vertellen ook, dat zij met hun eigen ogen huisgeesten gezien hebben.”
“U denkt dus, dat ik onwaarheid spreek?” vroeg ze en lachte geërgerd en geprikkeld.
“Neen, neen, Masja; Konstantin Dimitrijewitsj zegt toch slechts, dat hij er niet aan kan geloven”, zei Kitty en kleurde terwille van Ljewin; deze, dit bemerkend, wilde juist, nu nog meer geprikkeld, een antwoord geven, toen Wronski met zijn prettige glimlach te hulp kwam en het gesprek, dat gevaarlijk werd, terug op de goede baan bracht.
“Ontkent u dan elke mogelijkheid?” vroeg hij. “Maar waarom? Wij geven toch het bestaan toe van elektriciteit, al kennen wij ze niet, waarom zou er niet een nieuwe, ons geheel vreemde kracht kunnen bestaan, die…
 
uit: Anna Karenina, eerste deel

Anna Karenina (1997) van Bernard Rose [ en.wikipedia.org ]