Vanwege het overlijden van Rijk de Gooyer zond de AVRO vrijdagnacht onverwacht de speelfilm Hoogste Tijd uit van Franz Weisz naar een boek van Harry Mulisch en een script van Jan Blokker en met Rijk de Gooyer in de hoofdrol. De Gooyer won er dat jaar Het Gouden Kalf voor en deed zijn naam eer aan door het beeldje uit het raam van de taxi te gooien.
Mulisch’ roman Hoogste Tijd en Weisz’ film handelen rond de oude revue-artiest Willem Bouwmeester, voor vrienden Uli, een telg uit het grote acteursgeslacht van de Bouwmeesters. Een zwart schaap, die nimmer aan de verwachtingen kon voldoen, consequent de verkeerde keuzes maakte en zijn kansen verspeelde. Hij bleef hangen in het variété-werk, speelde in de oorlog als lid van de Kultuurkamer enkele grotere rollen in operettes waarvoor hij later opgepakt werd, en zag zijn bezigheden na de oorlog gereduceerd tot wat onbeduidende bijrolletjes, hoorspelen en figuratie. Met zijn zuster Berta (een sterke Kitty Courbois) slijt hij zijn oude dag in een slaapstad tot op een dag de regisseur (Josse de Pauw) en zakelijk leider (Mark Rietman) van het toneelgezelschap Het Auteurstheater zich melden. Bouwmeester krijgt de hoofdrol aangeboden in het stuk Noodweer, dat gaat over de gevierde acteur Pierre de Vries die zich in 1904 opmaakt voor een laatste optreden in zijn afscheidsvoorstelling De Storm van Shakespeare.Bron: dbnl.org
Door
Die Nibelungen werd opgenomen in de UFA studio in Neubabelsberg tijdens de hyperinflatie van 1922-1923. Toen de film in 1924 in de bioscoop verscheen, was de Weimar Republiek wat stabieler geworden. Kriemhilds Rache, het tweede deel van Die Nibelungen begint na de dood van Siegfried de drakendoder. Zijn vrouw Kriemhilde is vastberaden zich te wreken op Siegfrieds moordenaar Hagen Tronje. Deze is een vazal van haar broer, koning Günther van Bourgondië en wordt door hem beschermd. Om haar wraak te kunnen uitvoeren, trouwt ze met Etzel de koning der Hunnen. 
Onterecht word Fritz Lang er dikwijls van beschuldigd nationalistische en zelfs fascistische ideologieën te verkopen in zijn vroege films. Zelf maakte hij er gedurende zijn hele leven een erezaak van dit ten sterkste te ontkennen, met als sterkste argument de Joodse afkomst van zijn moeder. Met zijn films uit de jaren ’20 wou hij naar eigen zeggen een drievoudig portret schetsen van de Duitser: ‘Met Der Müde Tod wou ik de romantische Duitser tonen, met Mabuse Der Spieler, de eigentijdse Duitser na de gruwel van de eerste wereldoorlog, en met Die Nibelungen de heroïsche Duitser. Maar nooit heb ik hiermee de Duitser tot een soort supermens willen uitroepen.’












