Categorie archief: boeken

beeld van de Middeleeuwen

de vormgeving van Die Nibelungen (1924)

In The Haunted Screen stelt Lotte H. Eisner dat de Duitse expressionistische film een erfgenaam is van de Duitse Romantiek. Das Kabinett des Doktor Caligari (Wiene 1919) en Nosferatu, eine Symphonie des Grauens (Murnau 1922) zijn erfgenamen omdat het griezelverhaal een voortbrengsel is van de Duitse Romantiek. Der Rattenfänger von Hameln (Wegener 1918) is een erfgenaam omdat er sinds de Romantiek sprookjes bestaan. En Die Nibelungen (Lang 1924) is een erfgenaam omdat de Middeleeuwen sinds de Romantiek het decor zijn voor een romantische vlucht uit het alledaagse.

Siegfried's dood
Julius Schnorr van Carolsfeld
Siegfrieds Tod, 1847
Siegfried's dood
Siegfrieds Tod in Die Nibelungen 1924

Filmpioniers als Paul Wegener en Fritz Lang maakten voor hun mis-en-scene dankbaar gebruik van schilderijen uit de 19e eeuw. Lang‘s art director Otto Hunte en zijn assistenten Erich Kettelhut en Karl Vollbrecht interpreteerden de Butzenscheibenromantik op een eigen manier. Na de Eerste Wereldoorlog was er een nieuwe wereldorde ontstaan waarvan het modernisme het gezicht was. Alle overbodige franje werd afgesneden. Zoals de oorlog tot op het bot gegaan was, zo ging het modernisme ook tot op het bot. Vormen werden tot hun essentie teruggebracht. De vormgeving in de film ligt dichter bij de art deco dan bij de Middeleeuwen. Eigenlijk is de vormgeving een mengeling van Middeleeuwen en Sezession. Het modernisme keek met nieuwe ogen naar de Middeleeuwen én naar het beeld van de Middeleeuwen uit de Romantiek.

Kriemhild enHagen
Kriemhild wijst Hagen aan als de moordenaar van Siegfried (schilderij van Emil Lauffer, 1881)
Kriemhild en Hagen
dezelfde scene in Die Nibelungen 1924

Regisseur Fritz Lang bewonderde de Oostenrijkse schilder Gustav Klimt, een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Wiener Sezession een stijl die vlak vóór 1900 als een nuchtere vorm van Jugendstil was ontstaan. De kostuums in de film met dwarrelende blokjes, driehoeken en concentrische cirkels zijn rechtstreeks door de Sezession geïnspireerd. Op zijn beurt heeft de Sezession zich in zijn sobere strengheid en frontaliteit laten inspireren door de Byzantijnse kunst. Door zijn sobere en strenge vormgeving ademen de decors in Die Nibelungen de geest van een niet geromantiseerde, kale Middeleeuwen.

Kriemhilde
De verschijning van Kriemhilde is geïnspireerd door Pallas Athene (1898) van Gustav Klimt

wonderlijke schaduw in Plato’s grot

gekocht: The Haunted Screen (1952) van Lotte H. Eisner

In 1985 zag ik voor het eerst een Duitse expressionistische film. Nosferatu, eine Symphonie des Grauens uit 1922 draaide in het Filmmuseum in Amsterdam met live begeleiding op de piano. In de flakkerende beelden uit een stomme schimmenwereld brak voor mij toen een andere werkelijkheid door. Dit is wat de Frans-Duitse filmcritica Lotte H. Eisner moet hebben bedoeld met de titel van haar boek l’ Ecran Démoniaque, in het Engels vertaald als The Haunted Screen. Film als een wonderlijke schaduw in Plato’s grot. En vanuit de orkestbak wordt aan de stille spookbeelden extra stemming toegevoegd.

Siegfried 1924
still uit Die Nibelungen 1. Teil (1924)
Otto Hunte en zijn assistenten Erich Kettelhut en Karl Vollbrecht ontwierpen niet alleen de architectuur maar ook de landschappen voor deze film. De woestijnachtige rotsen in dit artificiële landschap doen aan versteende lichamen denken. In de expressionistische film is de wereld op een of andere manier behekst.
The Haunted Screen demonstrates the connection between German Romanticism and the cinema through Expressionist writings.
The Haunted ScreenThe Golden Age of German cinema began at the end of the First World War and ended shortly after the coming of sound. From The Cabinet of Dr. Caligari onwards the principal films of this period were characterized by two influences: literary Expressionism, and the innovations of the theatre directors of this period, in particular Max Reinhardt. The Haunted Screen demonstrates the connection between German Romanticism and the cinema through Expressionist writings. It discusses the influence of the theatre: the handling of crowds; the use of different levels, and of selective lighting on a predominately dark stage; the reliance on formalized gesture; the innovation of the intimate theatre. Against this background the principal films of the period are examined in detail. The author explains the key critical concepts of the time, and surveys not only the work of the great directors, such as Fritz Lang and F. W. Murnau, but also the contribution of their writers, cameramen, and designers.
 
Bron: amazon.com
Otto Hunte
ontwerp voor een landschap in Die Nibelungen van Otto Hunte

Lotte H. EisnerBekannt ist Lotte H. Eisner vor allem durch ihr berühmtes Buch „Die Dämonische Leinwand“, über den expressionistischen deutschen Stummfilm, insbes. Max Reinhardt. Das Buch erschien 1952 – in einer verstümmelten Fassung – zuerst auf Französisch, 1955 dann auf Deutsch. Ihre 1964 auf Französisch veröffentlichte Monographie über Friedrich Wilhelm Murnau brauchte immerhin 15 Jahre bis zu einer vollständigen deutschen Ausgabe (die Ausgabe von 1967 im Velber Verlag ist stark gekürzt). Ihr profundes Buch über Fritz Lang erschien zuerst 1976 in einer dürftigen und gekürzten englischen Übersetzung, 1984 in einer vorzüglichen französischen Ausgabe und hat es bisher immer noch nicht zu einer deutschen Ausgabe gebracht und das, obwohl die ursprüngliche Fassung – auch aus Rücksicht auf Fritz Lang – auf Deutsch verfasst wurde. (Bron: de.wikipedia.org)

The Haunted Screen [ books.google.com ]

connected / disconnected

gelezen in Diagnose van onze tijd (1947) van Karl Mannheim

Karl MannheimAfgelopen week las ik in de krant de reactie van een vijftienjarige jongen op de tijdelijke uitval van de Blackberries. “Mijn hele sociale leven ligt ineens plat!” Vooral voor jonge mensen geldt steeds meer “to be connected or not to be connected.” Een griezelige werkelijkheid.

Gisteren las ik een essay van de Joods-Hongaars socioloog Karl Mannheim dat hij in 1943 in ballingschap in Engeland schreef en dat als een hoofdstuk in Diagnosis of our time gepubliceerd werd. Al in 1947 verscheen een Nederlandse vertaling. Als je Mannheim‘s analyse leest van Hitler‘s sociale strategie, lopen de rillingen over je rug. De sociale media die nu vooral de jeugd hebben ingesponnen, zijn voor een toekomstige dictatuur waarschijnlijk hét middel om individuen en groepen te isoleren en te manipuleren.

De mens die aan zichzelf wordt overgelaten, kan geen weerstand meer bieden. Daar zijn groepsbanden hem steun, zekerheid en erkenning geven (…) maakt de doorbreking van deze banden hem hulpeloos.

Karl Mannheim, 1943

Hitler heeft een nieuwe methode uitgevonden, die de Nazi-groep-strategie genoemd zou kunnen worden. Het voornaamste punt van Hitler’s psychologische strategie is, dat hij zich nooit tot het individu richt als afzonderlijke persoon, maar altijd als lid van een sociale groep. Wat Hitler instinctief doet, is in overeenstemming met de ontdekkingen van de moderne sociologie, namelijk dat de mens het gemakkelijkst kan worden beïnvloed via zijn bindingen aan zijn groep. En wat nog belangrijker is, zijn reacties verschillen naar de bijzondere groep, waarin hij verkeert. De mens gedraagt zich verschillend in de familie, in de club, in het leger, in het zakenleven, of als burger in het algemeen.
(…)
Hitler weet instinctief dat, zolang de mensen in hun eigen sociale groepen worden beschermd, zij immuun zijn voor zijn invloed. Het verborgen doel van Hitler’s strategie is daarom de weerstand van de individuele geest te breken door het desorganiseren van groepen, waartoe deze individuen behoren. Hij weet, dat een mens zonder groepsbanden is als een krab zonder schaal. Deze desorganisatie, evenals zijn blitz-tactiek in de oorlog, moet zowel snel als hevig zijn.
 
Diagnose van onze tijdIn dit stadium beginnen de demoralisatie en de desintegratie der sociale groepen invloed uit te oefenen op het individu. En wat belangrijker is, op zeer grote aantallen van individuen tegelijkertijd. De psychologische verklaring van dit feit is eenvoudig deze, dat de mens die aan zichzelf wordt overgelaten geen weerstand meer kan bieden. Daar zijn groepsbanden hem steun, zekerheid en erkenning geven, om niet te spreken van de waardevolle banden van vriendschap en vertrouwen, maakt de doorbreking van deze banden hem hulpeloos. Hij gedraagt zich als een kind, dat verdwaald is of de persoon is kwijtgeraakt, die het liefheeft, en voelt zich als gevolg daarvan onzeker om iedereen aan te klampen, die voorbij komt.
 
Het is een feit, dat de desintegratie van de groep de tendentie heeft gevolgd te worden door een morele bezwijking van het morele geweten van het individu. Hij wordt verleid tot het volgen van gedachtegangen als deze: “Per slot van rekening kan alles, wat ik tot dusver geloofd heb, verkeerd zijn. Het zou wel eens waar kunnen zijn, dat het leven niets anders is dan een strijd om het bestaan en om macht. De keus voor mij is, óf een martelaar te worden, óf mij bij de nieuwe orde aan te sluiten. Misschien kan ik daarvan een belangrijk lid worden. Bovendien, als ik mij vandaag niet aansluit, kan het morgen al te laat zijn.”
 
uit: Hoofdstuk VI Nazi-groep-strategie (1943)

Diagnosis of our time [ books.google.com ]