in Hoeveel waarheid heeft de mens nodig?
Duitsland zou het land zijn van dichters en denkers. Wanneer je een boek van Rüdiger Safranski leest, hoef je daar in elk geval niet meer aan te twijfelen. Safranski schreef een vuistdikke biografie over Martin Heidegger, monografieën over E.T.A. Hoffmann, Schopenhauer, Nietzsche en Schiller, een studie over het kwaad en een hele stapel opstellen over o.a. Rousseau, Kleist, Kant, Kafka en Freud. Zijn laatste boek, dat in een Nederlandse vertaling verscheen onder de titel Romantiek. Een Duitse Affaire, kreeg lovende kritieken.
Michaël Zeeman schreef ooit in De Volkskrant dat wanneer je Safranski een filosofisch, moreel of politiek idee geeft en hem er even op laat kauwen, je dan altijd een scherpe analyse kunt verwachten. Safranski is een meester in het volgen van filosofische hersenspinsels en legt deze vast in een literaire stijl. Filosofie wordt bij hem een spannend avontuur. Zijn intellectuele bereik is indrukwekkend. Voor de historische achtergronden schildert hij virtuoos weidse panorama’s van de turbulente Duitse geschiedenis.
Hoeveel waarheid heeft de mens nodig? is een bundeling van essays die Safranski in de jaren tachtig schreef. Met zijn onderwerpen richt hij zich op het menselijk tekort. De bundel opent met een citaat van Georg Büchner. “Er is een fout geslopen in hoe we geschapen zijn; we missen iets, ik heb er geen naam voor – maar we zullen het niet vinden door in elkaars ingewanden te wroeten, dus wat zouden we elkaars lichamen ontweien? Ga heen, we zijn miserable alchemisten.” In de jaren negentig zou Safranski in zijn studie over het kwaad, het menselijke tekort, zijn (on)vrijheid nog preciezer onder de loep nemen.
Ik las het opstel Metafysica en Misdaad over Hitler en Goebbels. Het nationaal socialisme keert in Safranski’s boeken telkens terug. In Romantiek. Een Duitse Affaire analyseert hij o.a. in hoeverre je de historische Romantiek verantwoordelijk kunt stellen voor de gruwelen van het Derde Rijk. In het essay Metafysica en Misdaad kijkt hij in de afgrondelijke diepte van het nationaal socialisme naar de verwrongen denkbeelden uit de filosofische traditie.
Safranski in: Metafysica en Misdaad
Bron: Hoeveel waarheid heeft de mens nodig? Uitgeverij Atlas Amsterdam, 2004 (blz. 141) vertaling Mark Wildschut
Hoeveel waarheid heeft een mens nodig? [ uitgeverijatlas.nl ]
Toen ik 25 jaar geleden met twee vrienden door Peru en Bolivia reisde, had ik wat zwarte beertjes in mijn rugzak. Een paar Maigrets van Georges Simenon en een pocket van Jean-Paul Sartre. Het was een Nederlandse vertaling (door H.P. van Aardweg) van zijn bekendste roman La Nausée. Ik meende dat Jean Paul Sartre (Michel Houellebecq had in 1986 nog niets geschreven) hielp bij het afbranden van valse verwachtingen. Als drieëntwintigjarige hield ik uit voorzorg alle verwachtingen a priori voor vals, als een laffe vlucht uit de barre realiteit. Hier en nu, dat was het. Niets meer en niets minder.
Sartre’s verhaal, als men het een verhaal mag noemen, is meeslepend door de eindeloze verveling, de grauwe doodsheid der schildering bijkans zonder enige actie. Woorden, welke in de enkele gesprekken met de anderen worden gewisseld, glijden langs elkaar. Geen spoor van menselijke warmte, geen medelijdend gebaar, geen blik van innige verstandhouding, slechts kilte, nuchterheid, beklemmende en tot een gevoel van walging opstijgende wanhoop.














