Categorie archief: boeken

Russisch drama [ 2 ]

gezien op ARD: Anna Karenina (1935)

Anna KareninaTolstoi‘s roman uit 1877 is al vele malen verfilmd maar de versie uit 1935 blijft toch de klassieke Anna Karenina van het witte doek. Dat komt waarschijnlijk vooral omdat Greta Garbo de hoofdrol speelt. Met haar droevige blik is de Zweeds-Amerikaanse diva geknipt om de rol van de mondaine Russische society lady te spelen die zich met een affaire in het ongeluk stort. Evenals The Age of Innocence van Edith Wharton gaat Anna Karenina over het knellende korset van de high society en over het persoonlijke geweten dat onder het ‘fatsoen’ van de buitenwereld verpletterd wordt.

Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, ieder ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen manier.

beginzin uit Anna Karenina

Anna Karenina is de moeder van Sergei en is getrouwd. Ze heeft een groot sociaal leven en haar naam is bij velen bekend. Toch is ze erg ongelukkig. Ze is bang voor haar man en wordt verliefd op Vronsky. Haar man begint haar passie en toewijding voor de man op te merken en verbiedt haar hiermee door te gaan. Ze is bang om haar zoon, met wie ze een goede relatie heeft, te verliezen, maar wil ook Vronsky niet opgeven. Als ook haar vriendenkring uit de hoge klasse begint door te krijgen dat haar huwelijk niet zo goed gaat als ze dachten, weet Anna zich geen raad meer. Ondertussen probeert haar man ook nog eens Sergei te vervreemden van zijn moeder. Tegelijkertijd heeft Vronsky ook zo zijn problemen. Zo is de jonge en begeerde Kitty verliefd op de man en wordt dan ook jaloers als Vronsky een affaire krijgt met Anna.
 
Bron: nl.wikipedia.org
filmset 1935
op de filmset van Anna Karenina 1935

Anna Karenina [ imdb.com ]

the past is a foreign country

aan het zappen in de biografie over Busken Huet van Olf Praamstra

Een vriendin van mij die literatuuronderzoeker is, verzekerde mij eens dat het lezen van een biografie de beste manier is om een bepaalde tijd te leren kennen, beter nog dan het lezen van een geschiedenisboek. Waarom? Omdat we de geschiedenis altijd van binnenuit beleven en omdat grote geschiedenis altijd ingebed is in de kleine geschiedenis van ons eigen leven. Zodra de grote geschiedenis van buitenaf wordt bekeken en beschreven, plaatsen we ons met één been buiten de tijd die ons gegeven is, in een waan van onsterfelijkheid. In een biografie kruip je in een andere huid en in een andere tijd, terwijl je in de sterfelijkheid blijft. Maar dan op een ander moment en in een andere mens.

Busken Huet BiografieDe laatste tijd zap ik door de jeugdjaren (1826-1851) van Conrad Busken Huet. Ik hoop dat de biograaf mij deze oneerbiedige houding ten aanzien van zijn titanenarbeid wil vergeven. Het leven van Busken Huet interresseert mij vooral als het leven van een negentiende eeuwer. Ik had misschien evengoed de biografie van Thorbecke kunnen lezen. Waarom het leven in het negentiende eeuwse Nederland mij interesseert, kan ik niet precies zeggen. De Engelse schrijver L.P. Hartley (1895-1972) komt misschien in de buurt als hij schrijft: “the past is a foreign country. They do things differently there.” Olf Praamstra verwijst naar deze uitspraak in het voorwoord van de biografie over Conrad Busken Huet. Het Nederland waarin Huet in 1826 geboren werd, was een heel ander land dan het land dat we nu kennen. Bij het lezen van Drie Oranje Koningen van Jan Kikkert dit voorjaar was mij dat al duidelijk geworden. In een ander boek dat ik laatst las over de Nederlandse Romantiek wordt ook een tijdsbeeld gegeven van ons land in de eerste helft van de negentiende eeuw. Nederland werd in die periode autocratisch bestuurd en in de meeste steden heerste grote armoede. Pas na de grondwetswijziging van 1848 zouden de economische omstandigheden gunstiger worden.

The past is a foreign country.
They do things differently there.

L.P. Hartley

Het aardige van een biografie is dat niet alleen de setting van een bepaald mensenleven geschetst wordt (een periode, een stad of een land), maar ook dat er allerlei minibiografieën in zijn opgenomen, bijvoorbeeld van ouders, familie, vrienden, leermeesters en tijdgenoten. Maar het leukste vind ik toch om te lezen over de meest concrete zaken. Wat werd er gegeten? Hoe reisde men en hoelang duurde een reis? Hoe zagen de huizen er van binnen uit? enz… In 1851 is de 25-jarige Busken Huet als predikant beroepen in Haarlem. Hoofdstuk 5 begint met vertrek naar deze stad vanuit Amersfoort rond het midden van de negentiende eeuw.

Met de diligence naar Utrecht en daarvandaan met de trein naar Haarlem: dat was de snelste weg om van Amersfoort op zijn nieuwe bestemming te komen. Onderweg passeerde hij Amsterdam, een stad die met schepen in het IJ, de talloos draaiende molens en het drukke straatleven in vergelijking met Haarlem een toonbeeld van activiteit was. Van het veel kleinere Haarlem, waar iets meer dan vijfentwintigduizend mensen woonden, ging een paradijselijke rust uit. Bij zonsondergang gingen de poorten dicht en werd de avondklok geluid, ten teken dat ook het Spaarne – de rivier die dwars door Haarlem stroomde – voor alle verkeer werd afgesloten. Ook overdag was het rustig.
 
Bron: Olf Praamstra, Busken Huet, Een biografie, Uitgeverij SUN 2007
Singel bij Lutherse kerk 1857
Benjamin Brecknell Turner
Singel bij Lutherse kerk, Amsterdam 1857
door de lange sluitertijd lijkt de stad uitgestorven
Collectie Stadsarchief Amsterdam

Busken Huet. Een biografie [ uitgeverijboom.nl ]

boven het maaiveld uit

gisterenmorgen gekeken naar Boeken en de uitvaart van Harry Mulisch
Adriaan van Dis: maar creëert u dan niet een soort mythe van uw schrijverschap?
Harry Mulisch: Ja… (korte pauze) mag dat niet?
Adriaan van Dis: Jawel, maar dat…
Harry Mulisch: Ik vind eerder dat we de wereld een beetje moeten remythologiseren na die grote ontmythologisering die geleid heeft tot de gruwelijkste toestanden.
Adriaan van Dis: maar u verheft zich daar wel een beetje boven.
Harry Mulisch: ja, maar de anderen kunnen toch meekomen?
 
uit: Van Dis in de Balie, 1987
Adriaan van Dis en Harry Mulisch
in de Balie, 1987
maar de anderen
kunnen toch meekomen?

Harry Mulisch

Op de vraag om de zin „Denkend aan Mulisch„ af te maken, schiet Adriaan van Dis als eerste zijn zelfvertrouwen te binnen. “Zelfvertrouwen met een lichte spot. Voor mij was hij een voorbeeldig mens. De discipline. Leven voor zijn werk, dat stond voorop. En terecht.“ Marita Mathijsen reageert op de vraag met een variant op het citaat van de dichter H. Marsman: “Denkend aan Mulisch, zie ik brede rivieren. En in zijn geval zie ik de Styx voor me. Maar als mens denk ik aan het ongelooflijk uitstralende optimisme van hem. Je werd altijd blij als je hem zag. Hij had zo„n prettige manier van kijken naar het leven. En altijd die twinkeling in zijn ogen, als hij over het leven zelf sprak. Dat was aanstekelijk.“
 
Bron: boeken.vpro.nl

Adriaan van Dis en Marita Mathijsen over Harry Mulisch [ boeken.vpro.nl ]