Categorie archief: boeken

het uitverkoren groeps-IK

gelezen in Romantiek. Een Duitse Affaire van Rüdiger Safranski

Romantiek. Een Duitse AffaireHet spook van het nationalisme waart niet meer rond, maar zit nu met 24 zetels (1,5 miljoen kiezers) stevig in de volksvertegenwoordiging. De onderbuik van het volk heeft een duidelijke stem gekregen. Hoe gevaarlijk is dat? Wanneer we naar de geschiedenis van onze oosterburen kijken, gaan alle haren recht overeind staan.

Het begon ruim 200 jaar geleden allemaal zo mooi met het gedachtengoed van de filosoof Johann Gottlieb Fichte (1762-1814). Hij vestigt alle aandacht op ons ‘ik’ en voor Fichte betekent dat in diepste zin een ongedeeld ‘ik’. Voordat de Franse Revolutie losbarstte, had vooral de adel ‘een ik’ (lees: individuele vrijheid), maar het gewone volk kwam daar niet of nauwelijks aan toe. Tijdens de Verlichting ontwaakte ‘het ik’ ook onder het gewone volk. Rüdiger Safranski beschrijft in zijn boek Romantiek. Een Duitse Affaire hoe er in het denken van Fichte geleidelijk een omslag plaats vond van het universalisme in het nationalisme. ‘Het ik’ van het Duitse volk werd in de eerste plaats ‘een Duits ik’. En dat ‘Duitse ik’ voelde zich uitverkoren de wereld geestelijk vóór te gaan…

De idee van culturele natie is bij Novalis en Schiller nog in de geest van een universalistische missie geformuleerd, de appreciatie van het eigene gaat nog niet gepaard met verachting voor het vreemde.

Rüdiger Safranski

Johann Gottlieb FichteNovalis gelooft net als Schiller dat het de ‘wereldgeest; is die de Duitsers heeft ‘uitverkoren’ voor de grote missie vrijheid en humaniteit in Europa te bevorderen, en geen van beiden had ooit kunnen bevroeden dat de traagheid waarmee de Duitse Natie tot stand kwam niet tot democratische culturele rijpheid zou leiden, maar dat er in plaats daarvan bijzondere vormen van hysterie en ressentiment uitgebroed zouden worden, dat de langzaam gegroeide cultuur en vorming niet sterk genoeg zouden zijn om de latere barbarij een halt toe te roepen, en dat deze cultuur zich zelfs als instrument voor barbaarse doeleinden zou laten gebruiken.
 
De idee van culturele natie is bij Novalis en Schiller nog in de geest van een universalistische missie geformuleerd, de appreciatie van het eigene gaat nog niet gepaard met verachting voor het vreemde.
 
Bij Fichte kun je echter gadeslaan hoe het universalisme geleidelijk omslaat in nationalisme. De Grundzüge des gegenwärtigen Zeitalters van 1805 zijn nog universalistisch; (…) Maar een jaar later, in de in Berlijn gehouden Reden an die Deutsche Nation van 1807/08, is het vaderland niet alleen het uiterlijke kader, maar het eigenlijke subject van de vrijheid. (…) Fichte spreekt over het volk als over één groot individu. De heuglijke eigenschappen van de enkeling – vrijheid, daadkracht, geest, cultuur – worden nu aan het volk toegeschreven (…)
 
uit: Romantiek. Een Duitse Affaire. Hoofdstuk I, blz. 21
Nederland heeft gewonnen!

Geert Wilders op 9 juni 2010

een onderpand van onze onsterfelijkheid

gelezen uit Franz Sternbalds Wanderungen (1798) van Ludwig Tieck

In navolging van Goethes Wilhelm Meisters Lehrjahre (1795/96) schreef Ludwig Tieck de kunstenaarsroman Franz Sternbalds Wanderungen. Het verhaal gaat over de 22-jarige schilder Franz Sternbald die zijn leermeester Albrecht Dürer uit Nürnberg verlaat om op reis te gaan. Tijdens zijn omzwervingen ontmoet hij allerlei personen waaronder ook historische figuren als de Noord-Nederlandse schilder Lucas van Leyden. Aan het begin van zijn reis probeert een zakenman hem op andere gedachten te brengen. Kunstenaars zijn volgens hem arme stumperds en zouden beter een vak kunnen gaan leren. Franz Sternbald dient hem van repliek. In Tieck‘s roman komt de romantische opvatting over kunst duidelijk naar voren: kunst is een onderpand van onze onsterfelijkheid en moet juist niet nuttig zijn!

Zo beschouw ik de kunst
als een onderpand
van onze onsterfelijkheid.

uit: Franz Sternbalds Wanderungen

Friedrich Overbeck
Portret van Franz Pforr door Friedrich Overbeck
Overbeck liet zich inspireren door de romantiek van Wackenroder en Tieck en keerde terug naar de tijd van Dürer, Raffael en Lucas van Leyden
“En wat drukt u uit met dat woord “nut”? Moet soms alles op eten, drinken, en je kleden neerkomen? Of dat ik een schip beter leer besturen en machines uitvind die het ons gemakkelijker maken, opnieuw alleen om beter te eten? Ik zeg het nog een keer, het waarlijk hoogstaande kan en mag geen nut hebben; dit nuttig-zijn staat haaks op de goddelijke natuur, en dat te eisen betekent de verhevenheid van haar adel beroven en het haar op de laag-bij-de-grondse niveau van de vulgaire behoeftes van de mensheid plaatsen. Want weliswaar heeft de mens veel nodig, maar hij moet de geest niet tot de knecht van zijn knecht, van het lichaam verlagen: hij moet als een goede heer des huizes zorg dragen dat alles goed verloopt, maar die zorg voor het onderhoud moet niet heel zijn leven uitmaken. Zo beschouw ik de kunst als een onderpand van onze onsterfelijkheid.”
 
uit: Franz Sternbalds Wanderungen, vertaling van Mark Wildschut
Aesthetic vision and German romanticism van Brad Prager


Franz Sternbalds Wanderungen [ de.wikipedia.org ]

De Nazareners

gelezen: Herzensergiessungen Eines Kunstliebenden Klosterbruders
van Wilhelm Heinrich Wackenroder en Ludwig Tieck

Dit geschrift van Wilhelm Heinrich Wackenroder dat in 1796 door zijn vriend Ludwig Tieck bewerkt is en uitgegeven, inspireerde een groep Duitse schilders die men spottend de Nazarener noemde. Zij namen de helden van Wackenroder tot voorbeeld: Albrecht Dürer, Rafael, Perugino en Michelangelo. Johann Friedrich Overbeck en Franz Pforr vormden de kern van de Nazarener. Peter von Cornelius, Ferdinand Olivier, Wilhelm von Schadow en Julius Schnorr von Carolsfeld sloten zich bij hen aan.

Julius Schnorr von Carolsfeld
Klara Bianka von Quandt met luit, 1820
Herzensergießungen eines kunstliebenden Klosterbruders - ReclamIn der Einsamkeit eines klösterlichen Lebens, in der ich nur noch zuweilen dunkel an die entfernte Welt zurückdenke, sind nach und nach folgende Aufsätze entstanden. Ich liebte in meiner Jugend die Kunst ungemein, und diese Liebe hat mich, wie ein treuer Freund, bis in mein jetziges Alter begleitet: ohne daß ich es bemerkte, schrieb ich aus einem innern Drange meine Erinnerungen nieder, die du, geliebter Leser, mit einem nachsichtsvollen Auge betrachten mußt. Sie sind nicht im Ton der heutigen Welt abgefaßt, weil dieser Ton nicht in meiner Gewalt steht, und weil ich ihn auch, wenn ich ganz aufrichtig sprechen soll, nicht lieben kann.
 
Bron: inleiding uit Herzensergiessungen … [ zeno.org ]

Pre-Raphaelite Brotherhood
Niet alleen in Duitsland gingen schilders in de negentiende eeuw terug naar de schilderkunst van de Renaissance. Enkele decennia na de Nazarener ontstond in Engeland in 1848 de Pre-Raphaelite Brotherhood. Deze schilders keerden terug naar de schilderkunst van vóór Raffael. De groep werd opgericht door William Holman Hunt, John Everett Millais, Dante Gabriel Rossetti en zijn broer William Michael Rossetti.

Herzensergiessungen Eines Kunstliebenden Klosterbruders [ W&V ]