van Rüdiger Safranski, vertaald door Mark Wildschut
Al twee jaar keek ik uit naar de Nederlandse vertaling van Safranski’s boek Romantik. Eine deutsche Affäre. Gisteren gaf Michaela mij deze cadeau en vandaag ben ik erin begonnen. Safranski begint zijn verhaal op 17 mei 1769, vandaag precies 241 jaar geleden. Dat is het moment waarop Johann Gottfried Herder (Safranski noemt hem de Duitse Rousseau) halsoverkop vanuit Riga de boot neemt naar Toulon. Door het ruimte sop te kiezen, ruilt Herder het vaste in voor het vloeibare, het zekere voor het onzekere. Deze sprong in het onbekende is typerend voor de geest van de Romantiek. Rüdiger Safranski heeft een indrukwekkende intellectuele reikwijdte en weet vanuit de Goethezeit genuanceerd lijnen naar onze tijd te trekken. Daarbij is hij een meesterlijk verteller. Filosofie en geschiedenis blijven bij hem wat ze eigenlijk zijn: het meeslepende avontuur van de geest.
Novalis
Overigens verbleef Herder tussen 1771 en 1776 in Bückeburg, de residentie van het graafschap Schaumburg-Lippe. Michaela en ik bezochten vorige week dit fraaie stadje. Aan het beeld van Johann Gottfried Herder, dat herinnert aan de jaren 1771 tot 1776 toen hij hier predikant was, zijn we blijkbaar voorbijgelopen. De jaren in Bückeburg waren voor Herder zijn Sturm und Drang periode waarin Über den Ursprung der Sprache (1772) en Von Deutscher Art und Kunst (1773) ontstonden.
uit: Romantiek. Een Duitse Affaire. Hoofdstuk I, blz. 21


Gisteren waren Michaela en ik in Bückeburg aan de rand van het Wesergebirge en tegenwoordig op de grens van Niedersachsen en NordRhein-Westfalen. Van 1640 tot 1807 was Bückeburg de residentie van het graafschap 
Twee jaar geleden schreef ik al over een 
Een volledige oeuvrecatalogus van Adolph von Menzel is er naar mijn weten nog niet en zal er wellicht ook nooit komen. Menzel, de kabouter Plop onder de schilders bleef zijn hele leven ongetrouwd en van hem kun je bij wijze zeggen dat hij niet geleefd heeft, maar dat hij getekend heeft. Naast zijn schilderijen liet hij zesduizend tekeningen na en daarbij komen nog eens 77 schetsboeken. Na zijn dood in 1905 kreeg hij een staatsbegrafenis en liep keizer Wilhelm II achter zijn kist aan. Toch had Menzel niet de opdracht gekregen om de proclamatie van het Duitse Keizerrijk op 18 januari 1871 in Versailles te schilderen. Die ging naar 














