vandaag precies 23 jaar geleden kwamen we voor het eerst in de tropen
Twee weken geleden overleed de wereldberoemde Franse etnoloog en structuralist Claude Lévi-Strauss op 100-jarige leeftijd. Vandaag is het precies 23 jaar geleden dat in de bus van Cerro de Pasco naar Pucallpa een exemplaar van Het Trieste der Tropen gestolen werd. Nota bene op onze eerste dag in de tropen! Ik blik vandaag terug naar 12 november 1986. In navolging van Claude Lévi-Strauss die in 1935 een reis maakte door de binnenlanden van Braziliëen in zijn beroemde boek verslag deed van de half-geciviliseerde indianenstammen die hij daar aantrof, wilden wij ook de indianenstammen (o.a. de Shipiba) bezoeken die leefden in het stroomgebied van de Ucayali, een van de bronrivieren van de Amazone. We hadden ons voorbereid op een triest paradijs, op toeristenindianen, illegale krokodillenjacht, ronkende en diesel lekkende aggregaten… Maar het fotootje van Johan Neeskens dat we aantroffen in een van de hutten in een indiaans dorpje, moest je je daar als Hollandse jongen nu triest of trots bij voelen?

Het trieste der tropenIn dit literair meesterwerk doet de auteur omstandig verslag van zijn Braziliaanse reizen, het land waar hij na zijn studietijd een aanstelling kreeg als docent aan de universiteit van São Paulo. In dit boek schetst de auteur ook de intellectuele reis die hem via de filosofie naar de etnografie leidde. Dit boek is echter befaamd om de delen die de Lévi-Strauss wijdde aan de vier Braziliaanse indianenstammen bij wie hij in de jaren dertig van de 20ste eeuw etnologisch veldonderzoek deed met name de Caduveo, de Borõro, de Nambikwara en de Tupi-Kawahib, allen levend in de deelstaat Mato Grosso.
De gebruiken en de materiële cultuur van deze ondertussen bijna verdwenen stammen beschrijft en documenteert de auteur (via fotomateriaal en tekeningen) met mededogen en respect. Het westerse superioriteitsgevoelen is de auteur vreemd, maar evenmin is hij geneigd een geïdealiseerd beeld van “le bon sauvage” of de “nobele wilde” zoals Jean-Jacques Rousseau naar voren schoof, te etaleren.
Bron: nl.wikipedia.org

november 1986
In het Rembrandtjaar 2006 werden aan de Rembrandt-bibliotheek weer vele tientallen nieuwe uitgaven toegevoegd. Een daarvan was het boek Rembrandt spreekt van Rudi Fuchs. Uitgeverij De Bezige Bij heeft na afloop van het Rembrandtjaar de oplage naar De Slegte laten overbrengen en daar ligt het boek nu al een tijdje in de ramsj. Fuchs is misschien geen echte Rembrandt-kenner maar hij is wel iemand die zich goed kan inleven in Rembrandt‘s schilderijen en schrijft daar aanstekelijk over. Door aandachtig te kijken en de schilderijen als het ware te reconstrueren, slaagt hij erin contact te krijgen met de meester zelf. 
In 2004 was in het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen de tentoonstelling
Van Bosch tot Rubens was het in 2001 in ‘s-Hertogenbosch en Van Patinir tot Rubens was het in 2004 in Antwerpen. De Noord-Brabantse hoofdstad legde daarbij vanzelfsprekend de nadruk op Jeroen Bosch terwijl de Zuid-Brabantse hoofdstad de nadruk legde op Pieter Paul Rubens. Antwerpen was van 1500 tot 1585 het centrum van de wereld. Ook voor de kunst was de stad belangrijk, niet alleen als centrum maar ook als knooppunt tussen de kunst van het Noorden en de Italiaanse kunst.














