De Franse denker Dominique Moïsi heeft een charmant alternatief gevonden voor Huntington’s botsende beschavingen. In plaats van de wereld in botsende machtsblokken te verdelen, kleurt hij de wereldkaart in met emoties. In de Westerse wereld overheerst angst, in de Arabische wereld vernedering (en als gevolg daarvan ook wrok en woede) terwijl in de Aziatische wereld de hoop domineert. In plaats van een polariserend beeld, schept hij zo het beeld van een wereld(ziel) die deze emoties ‘een plek’ moet zien te geven om tot een evenwichtigere wereld(ziel) te komen.
In zijn boek The Geopolitics of Emotion gaat Dominique Moïsi in op de drie heersende culturen die het wereldpodium in zijn ogen op dit moment beheersen: The Culture of Hope, The Culture of Humiliation en The Culture of Fear.Hierin wordt de eerste belichaamd door het Aziatische continent, de tweede door het Arabische en de laatste door het Westen. Moïsi betoogt in zijn boek dat de emoties die in de verschillende culturen leven, ontegenzeggenlijk leiden tot een krampachtige politiek van zelfbehoud en niet-willen-verliezen. Vanuit deze drie uiteenlopende culturen eindigt Moïsi zijn relaas op onheilspellende wijze. In het laatste hoofdstuk ‘The World in 2025‘ schetst hij – voor wetenschappers hoogst ongebruikelijk – een hypothese van een wereld die in de toekomst volgens hem niet onwaarschijnlijk geacht mag worden. ‘The Geopolitics of Emotion‘ mag gezien worden als een alternatief voor het polariserende ‘Clash of Civilisations‘ uit 1993 van Samuel P. Huntington.
Bron: vpro.nl
Als zoon van Auschwitz-overlevende 159721, Jules Moïsi, is Dominique op dit moment een gezaghebbend wetenschapper en publicist in het vakgebied van de internationale betrekkingen. Zijn publicaties verschenen eerder in The Guardian, Foreign Affairs en op de website Project Syndicate. Daarnaast was hij één van de oprichters van het Franse instituut voor internationale betrekkingen het IFRI (Institut Français des Relations Internationales) en is hij verbonden aan het prestigieuze Sciences Po in Parijs (Bron: vpro.nl)
In 1993 bood Samuel Huntingtons boek Botsende beschavingen een visie op een wereld die verdeeld wordt door culturele verschillen, nationale belangen en politieke ideologieën. Dominique Moïsi laat in Geopolitiek van emoties zien waarom sommige culturen eerder met elkaar in botsing komen dan andere. Moisi toont op overtuigende wijze aan dat zowel de VS als de Europese landen beheerst worden door angst voor ‘de ander’ en het verlies van hun nationale identiteit. Moslims en Arabieren, zo betoogt hij, hebben een cultuur van haat en vernedering gecreëerd door een combinatie van op het verleden gebaseerde wrok, beperkte toegang tot de wereldmarkt en religieuze conflicten (die zowel de thuislanden als de moslims in het westen in hun greep houden). Terwijl het westen en de moslimwereld zich opmaken om de degens te kruisen, bestaat in Azie, dat zich concentreert op een betere toekomst, juist een cultuur van hoop. Door de drijvende krachten achter onze culturele verschillen in kaart te brengen, biedt Geopolitiek van emoties een beter begrip van de wereld waarin we leven en wellicht zelfs een vreedzame oplossing voor de onwetendheid en verschillen die ons dwarszitten.Bron: cosmox.nl
Als zoon van Auschwitz-overlevende 159721, Jules Moïsi, is Dominique op dit moment een gezaghebbend wetenschapper en publicist in het vakgebied van de internationale betrekkingen. Zijn publicaties verschenen eerder in The Guardian, Foreign Affairs en op de website
De Franse filosoof Maurice Merleau-Ponty is een typische existentialistische denker uit het midden van de vorige eeuw. In de postmoderne tijd (na 1975) raakte hij in de vergetelheid. Op dit moment lees ik weer eens in De fenomenologie van Merleau-Ponty dat Prof. R.C.Kwant schreef kort na de tragische dood van Merleau-Ponty in 1961. Voor mij als schilder wint de existentiële fenomenologie die Merleau-Ponty ontwikkeld heeft, nog altijd aan actualiteit. Dat komt omdat deze mij bewust blijft maken van de wijze waarop ik de wereld waarneem.
Merleau-Ponty verwijst vooral naar de moderne schilders Cézanne, Klee en Delaunay, die het zien zélf probeerden te zien. Je zou kunnen zeggen dat ze in hun schilderijen het zien willen kwadrateren. De moderne schilderkunst probeert de vertrouwde verschijningsvormen te verbrijzelen om in hun essentie door te kunnen dringen. De kubisten gooien zelfs de ruimte op hun schilderij bewust aan diggelen om door de scherven heen in contact te kunnen komen met de essentie van al het zichtbare. Ze komen zo tot eigen (meta)visies: Volgens Cézanne bijvoorbeeld bestaat de zichtbare wereld uit kubussen, bollen en kegels, maar volgens Mondriaan liggen universele verhoudingen aan deze wereld ten grondslag. Moderne schilderkunst geeft niet het zichtbare weer, maar probeert de mogelijkheidsvoorwaarde van het zichtbare zichtbaar te maken.
Merleau-Ponty‘s filosofie, zeer sterk beïnvloed door Edmund Husserl (Merleau-Ponty voerde bepaalde aspecten van de fenomenologie van Husserl door in zijn eigen werk, dat voor een belangrijk deel o.a. was gebaseerd op onderzoek van Husserl’s manuscripten), moet gerekend worden tot het domein van de fenomenologie. Zijn twee belangrijkste werken zijn La structure du comportement (1942) en Phénoménologie de la Perception (1945). Hierin komt onder andere naar voren dat la perception (de waarneming) als uitgangspunt moet worden gezien in de filosofie, als een eigen actieve dimensie. Centraal daarin staat een verwerping van het cartesiaanse ‘cogito’, en daarmee van het (volgens Merleau-Ponty) misleidende onderscheid tussen het object en de ‘cogito’. Middels en vanuit deze verwerping poogt Merleau-Ponty een kritiek te formuleren op de reductionistische tendens die de wetenschappen beheerst. In zijn fenomenologie speelt het lichaam, als middel van zowel waarneming als expressie, een centrale rol: “mijn lichaam bepaalt het gemeenschappelijke weefsel van alle objecten en het is, in ieder geval wat betreft de waargenomen wereld, het algemene instrument van mijn begrijpen”. Het werk van Merleau-Ponty heeft onder andere een sterke invloed gehad op de ‘heideggeriaanse’ contemporaine denker Hubert Dreyfus, die in zijn What computers still can’t do een evaluatie geeft van en fenomenologische reflectie op de gang van zaken binnen het vakgebied van de Kunstmatige intelligentie. Zijn werk krijgt ook enige aandacht binnen de neuropsychologie. Cognitiewetenschappers als Oliver Sacks en Antonio Damasio tenderen naar een bewustzijns-denken zoals dat bij Merleau-Ponty terug te vinden is.
John Adams (1735-1826) ging in de zomer van 1780 naar Amsterdam om in de Republiek der Verenigde Nederlanden politieke en financiële steun te vinden voor de Amerikaanse opstand tegen de Engelsen. Zijn zonen John Quincy (13) en Charles (10) vergezelden hem. Aanvankelijk kreeg Adams weinig voet aan de grond in Holland, en in elk geval durfden de bankiers geen lening aan zonder sanctie van de Staten-Generaal. Wel stonden zij sympathiek tegenover het streven, terwijl de stadhouder Engelsgezind was. Adams begreep weinig van de Nederlandse verhoudingen. Toen het tij leek te keren ten gunste van de opstandelingen, was de Republiek bereid om na Frankrijk als tweede staat diplomatieke banden aan te gaan met de Verenigde Staten. Zo werd Adams op 19 april 1782 geaccrediteerd als gezant van de VS. In juni lukte het hem om een lening te krijgen van Amsterdamse kooplieden en bankiers met een waarde van vijf miljoen gulden, destijds een aanzienlijk bedrag. (Er is een syndicaat gevormd tussen de Staphorsten, de Willinks en De la Lande & Fijnje om een lening voor de Verenigde Staten te organiseren.) Het was de eerste buitenlandse lening aan de VS. In oktober 1782 ondertekende Adams namens de VS een vriendschaps- en handelsverdrag tussen zijn land en de Republiek. Na het tekenen van de vrede tussen de VS en Engeland in Versailles in 1783, waarbij hij aanwezig was, werd Adams de eerste gezant in Londen (1785), met Den Haag als bijpost. In 1788 keerde hij terug naar de VS. In 1987 werd het John Adams Institute opgericht, gevestigd te Amsterdam en gericht op culturele uitwisseling tussen Nederland en de VS.












