Categorie archief: boeken

filosoferen met je broer(tje)

gelezen: meesters in de filosofie door Maarten en Frank Meester

Meesters in de filosofieDe gebroeders Meester zijn twee mediagenieke filosofen. Als een Maarten van Rossum of een Midas Dekkers maken ze hun vakgebied toegankelijk voor een breed publiek en dat doen ze dus meestal met flink wat ironie. Dat ze een duo vormen, is ideaal want daardoor is er een voortdurende dialoog en dat is dé klassieke manier om te filosoferen. Natuurlijk verschillen de twee broers voortdurend van mening. Maarten is de rationalist, Frank de mysticus-romanticus. Dat botst. De plagerige toon is soms wat geforceerd, maar het levert in ieder geval wel grappige gesprekjes op en dat is natuurlijk uitstekend voor een breed publiek. Voor vakfilosofen zullen de gesprekken in meesters in de filosofie meestal de diepgang van een pannenkoek hebben, maar voor de lezers voor wie dit een eerste kennismaking met de filosofie is, kan het een uitnodiging zijn om meer te gaan lezen. De kadertjes tussendoor met wat achtergrondinformatie over de betreffende filosoof kunnen hiertoe ook een aanzet geven. Het boekje is verre van volledig en de geschiedenis van de filosofie wordt met zevenmijlslaarzen genomen. Maar het werkje is dan ook tamelijk pretentieloos. De Meesters hebben er vooral plezier in om met filosofie bezig te zijn en hun gesprekken werken erg aanstekelijk.

Maarten: Ken jij de Engelse filosoof John Locke, de vader van het empirisme? Hij heeft duidelijk bewezen dat we geboren worden als een tabula rasa, een onbeschreven blad. In eerste instantie weten wij niets. Alle kennis die we hebben, krijgen we via zintuigelijke indrukken, door de empirie, van daar de naam ‘empiristen’.
 
Frank: Ja maar Maarten, wat moet je met die ervaringen? Hoe weet je dat die kloppen? Misschien zitten we wel in de matrix.
 
Maarten: Waarin?
 
Frank: Ik was vergeten dat je te snobistisch bent voor films. The Matrix is een film van Andy en Larry Wachowski. Je zou ervan gehoord moeten hebben want denkers als Hubert Dreyfus, een Amerikaan, en hier in Nederland Jos de Mul en Maarten Coolen hebben er artikelen aan gewijd omdat die film filosofisch zo interessant is. Hij gaat over Neo, die gespeeld wordt door een knappe acteur, Keanu Reeves – sommige mensen zeggen dat ik op hem lijk.
 
Maarten: De inhoud, Frank. Niets dan de inhoud.
 
Uit: Meesters in Filosofie, blz 67-68

Gebroeders Meester | serie essays over The Matrix [ dick.wursten.be ]

manager van zijn eigen levensloop

gelezen in Letter & Geest [ Trouw ] van afgelopen weekend:
Het dictaat van de zelfverbetering van Frits de Lange
Wie de lat te hoog legt
voor zichzelf,
gaat er gemakkelijk
aan onderdoor

Loesje

NietzscheVorige week schreef ik hier iets over het verband tussen individualisme en depressie in het kader van het communitarisme van de Canadese filosoof Charles Taylor. Depressie lijkt volksziekte nummer één aan het worden. Frits de Lange schrijft in Het dictaat van de zelfverbetering (afgelopen weekend in Trouw ) dat er in 2006 ruim één miljoen Nederlanders anti-depressiva gebruikten, ruim 6% van de bevolking. Tussen 1993 en 1998 nam het aantal depresssieve stoornissen toe met 63% en het aantal recepten voor antidepressiva met 278%. Tussen 1999 en 2006 is het gebruik van anti-depressiva nog eens verdubbeld. In zijn essay probeert hij een verklaring te vinden voor deze depressiegolf. Daarin verwijst hij enkele malen naar het boek De depressie-epidemie van Trudy Dehue (zie kader onder) en naar Nietzsche :

Nietzsche riep de twintigste-eeuwer op om na de dood van God het heft van zijn bestaan in eigen hand te nemen. „De dood van God„ stond bij hem voor de afrekening met de illusie van een morele wereldorde, waarin de zin van ons leven zou zijn voorgegeven. De zin van het leven is niet een zaak van ontdekken, maar van scheppen. Rondom het lege midden van het Niets moeten we ons heroïsch een robuuste identiteit construeren. Maar het moderne ik blijkt in werkelijkheid weinig om het lijf te hebben. Het is een kaartenhuis boven de afgrond.
 
Bron: trouw.nl
Rondom het lege midden van het Niets moeten we ons heroïsch een robuuste identiteit construeren.

Frits de Lange
het dictaat van de zelfverbetering

Het feit dat ieder zelf verantwoordelijk is om zichzelf tot iemand te maken die in de ogen van anderen en van zichzelf iets voorstelt, is misschien wel de depressogene factor bij uitstek. Elk individu wordt vandaag geacht zijn eigen onderneming te zijn, de manager van zijn eigen levensloop. Initiatiefrijk, energiek, gemotiveerd, flexibel, stressbestendig, communicatief, risico nemend – het zijn niet meer de ideale eigenschappen om in het midden- en kleinbedrijf te slagen, maar de minimale voorwaarden voor iedereen om het te redden in het leven. Het cultuurideaal van het maakbare individu schept een nieuwe tweedeling tussen winners en losers. De losers zijn zij die bezwijken onder de pressie zichzelf te worden. Zij vormen het groeiende leger dat noodgedwongen een beroep doet op de geestelijke gezondheidszorg. De GGZ als de schaduweconomie van de performancecultuur.
 
Bron: trouw.nl
Self-enhancement is
de categorische imperatief
van het soevereine individu.
Hij moet onophoudelijk
„aan zichzelf werken„.

Frits de Lange
het dictaat van de zelfverbetering

De Lange wijst aan het slot van zijn essay twee wegen aan die uit de depressie kunnen voeren: 1. onszelf verliezen in de ander en 2. zelfacceptatie. Als ethicus verplicht hij zich binnen een humanistisch kader en reikt ook een oplossing aan die binnen onszelf ligt. Dat is mijns inziens een zwak punt. Bij de eerste weg uit de depressie wijst hij naar datgene wat van buiten op ons afkomt, in het bijzonder degene die wijzelf niet zijn, kortom de ander, als mogelijke oplossing. Want “iets of iemand anders moet ons toch uit de baan om die zwarte zon kunnen stoten?” De doorbraak uit het ik naar de ander wordt door hem terecht als een weg uit de depressie aangewezen. Maar wanneer deze ander nooit de Ander wordt, blijven we binnen de horizon van het menselijke . Je breekt misschien wel uit de eigen gevangenis, maar tenslotte kom je bij een andere mens in zijn cel, misschien wel iemand die aan een nog ernstigere depressie lijdt, of gaat lijden. Van de regen in de drup. De ‘dood van God’ stond bij Nietzsche voor ‘de afrekening met de illusie van een morele wereldorde’ schrijft De Lange. Hier ligt een kans om de Ander binnen te laten, niet als ‘de illusie van een morele wereldorde bij Nietzsche‘, maar als de Weg, de Waarheid en het Leven. Maar dat is waarschijnlijk te dwingend geformuleerd voor de heroïsche identiteit.

De depressie-epidemieDe depressie-epidemie
Trudy Dehue bespreekt de geschiedenis van neerslachtigheid. Ze bestudeert de claims van de biopsychiatrie, analyseert de commercialisering van het psychiatrisch onderzoek en de inhoud van de anti-depressivareclames. Ze betoogt dat gangbare verklaringen voor de toename van depressie niet houdbaar of niet volledig zijn. De depressie-epidemie belicht het proces waarin het ideaal van de maakbare samenleving werd ingeruild voor dat van het maakbare individu. Benadrukten we voorheen omstandigheden als oorzaak van ellende, tegenwoordig gaat de aandacht naar het individuele brein. Daarbij werden we zelf verantwoordelijk voor wat ons vroeger gewoon overkwam. Want nu succes een keuze is geworden, geldt dat voor mislukking evenzeer. ( Bron: augustus.nl )

download het eerste hoofdstuk [ PDF ]

Het dictaat van de zelfverbetering [ trouw.nl ]

de malaise van de moderniteit

The Malaise of Modernity van de Canadese filosoof Charles Taylor

Charles TaylorAfgelopen donderdag voerde een citaat van Charles Taylor op de Filosofie Scheurkalender (inderdaad op het toilet) mij verder in zijn denkwereld. Als naslagwerk voor de nieuwste filosofie gebruik ik het vijfde deel uit de gele Kruidvat slof waar op pagina 185 een fragment staat uit zijn hoofdwerk The Malaise of Modernity uit 1992. De filosofie van Taylor wordt onder het communitarisme gerekend, een beweging van liberale denkers die kritiek heeft op het doorgeschoten individualisme en de nadruk legt op ‘het bezield verband’.

Volgens Taylor heeft het moderne individualisme naast de ontelbare voordelen ook één groot nadeel, namelijk het verlies van een hogere orde die aan het individu zin geeft. In het maakbaarheidsideaal worden alle dingen als grondstof gezien voor het individu dat daarmee zijn eigen doelen realiseert. Daardoor lijkt het individu los te staan van het grotere geheel.

De moderne tijd werd veroverd, doordat we ons vrijmaakten van oudere ethische horizonten. Mensen plachten zich te beschouwen als een deel van een groter geheel. In sommige gevallen was dit een kosmische orde, een ‘grote keten van het zijn’, waarin mensen een eigen plaats innamen naast engelen, hemellichamen en onze medeschepselen op aarde. Deze hiërarchische orde in het heelal weerspiegelde zich in de hiërarchieën van de menselijke samenleving. Mensen zaten meestal gevangen in een bepaalde situatie, een rol en een positie die werkelijk de hunne was en waaruit het bijna onmogelijk was zich te bevrijden. De moderne vrijheid ontstond door ontwaarding van dergelijke rangordes.
 
Bron: De malaise van de modernitietit, uit de Nieuwste Filosofie deel V, blz 185.
“De dingen die ons omgeven
waren niet slechts potentiële
grondstoffen of instrumenten
voor individuele projecten
maar zij bezaten de betekenis
die zij ontvingen van hun plaats
in de keten van het zijn”

Charles Tayor
The Malaise of Modernity

Al eerder heb ik hier iets opgemerkt over het wezenlijke verschil tussen individu en persoon. Individu komt van het Latijnse equivalent voor het Griekse woord atomos en betekent ondeelbaar. Daarom noemen we na Democritus het kleinste deeltje ‘atoom’. Maar ondeelbaarheid betekent ook eenzaamheid en dat leidt tot depressie, niet voor niets dé ziekte waar de moderne mens aan lijdt. De verlossing ligt bij de Ander en die verschijnt pas in de relatie, op het moment dat het individu zichzelf ontdekt als een persoon die in open verbinding staat met de Ander. Dat hij niet ‘een broodkruimel’ is ‘op de rok van het universum’ maar dat hij wezenlijk met de Ander in vrijheid en verantwoordelijkheid verbonden is. Het communitarisme ziet de samenleving meer als een bezield verband dan als een verzameling losse individuen die genot maximaliseren. Uiteraard heeft de politiek naar het communitarisme geluisterd. Een ‘ieder-voor-zich-maatschappij’ bedreigt de samenleving en vraagt om een hogere orde, die in Nederland vooral bekend geworden is onder de naam ‘normen en waarden’.

Charles Taylor Bibliografie (niet volledig)

1964 The Explanation of Behavior
1975 Hegel
1979 Hegel and Modern Society
1985 Philosophical Papers (2 delen)
1989 Sources of the Self: The Making of Modern Identity
1992 The Malaise of Modernity
1992 The Politics of Recognition
1995 Philosophical Arguments
1999 A Catholic Modernity?
2002 Varieties of Religion Today: William James Revisited
2004 Modern Social Imaginaries
2007 A Secular Age

Charles Taylor [ en.wikipedia.org ]