Categorie archief: boeken

rijmbijbel

Rijmbijbel van Jacob van Maerlant in Museum Meermanno-Westreenianum
en online in het Geheugen van Nederland t/m 11 januari 2009
verluchtiging in de RijmbijbelVan 11 oktober t/m 11 januari aanstaande zijn unieke miniatuurschilderingen uit de Rijmbijbel van Jacob van Maerlant van dichtbij te zien. Doordat de Rijmbijbel voor restauratie uit elkaar genomen is heeft de bezoeker voor het eerst de gelegenheid om twintig afzonderlijke pagina’s met evenzoveel miniaturen in detail te bekijken. Daarnaast zijn miniaturen uit andere prachtige Maerlant-handschriften te bewonderen die zeer zelden te zien zijn, en o.a. in Berlijn, Brussel en Brugge worden bewaard.
 
Jacob van Maerlant – een Vlaamse dichter die aanvankelijk ridderromans schreef – voltooide de Rijmbijbel in 1271. In dit boek zette hij de bijbelse verhalen op rijm waarbij hij als eerste de volkstaal gebruikte. Hierdoor werd de bijbel voor veel meer mensen toegankelijk dan tot dan toe het geval was: meestal werden boeken in het Latijn geschreven.
 
Bron: meermanno.nl

De Rijmbijbel (1271)

De Vlaamse dichter Jacob van Maerlant (ca. 1230- ca. 1295) voltooide in 1271 een omvangrijk werk, dat nu als de Rijmbijbel bekend staat, maar dat hij zelf de Scolastica noemde. Het is een bijbelse geschiedenis van bijna 35000 Middelnederlandse versregels, gebaseerd op Petrus Comestors Historia scholastica en Flavius Josephus De bello judaico. Maerlants werk is de eerste vertaling van de bijbelse geschiedenis en „Joodse oorlog„ in het Nederlands. Van de Rijmbijbel zijn verschillende handschriften bewaard. Het exemplaar van het Museum Meermanno-Westreenianum in Den Haag (10 B 21) werd in 1332 te Utrecht voltooid. Het is geschreven op perkament, in een gotisch boekschrift. De tekst is verlucht met talrijke gehistorieerde initialen en 65 miniaturen – werk van de schilder Michiel van der Borch.

meermanno.nl | geheugenvannederland.nl

filosoferen in het park

aan het lezen in Drie Dialogen van George Berkeley

Boom Klassiek ISBN 90 6009 452 2Op een ochtend in de vroege achttiende eeuw wandelden Hylas en Philonous, diep met elkaar in gesprek, door het park. Friedrich II en Voltaire zouden het net als talloze philosophes tijdens de Verlichting ook zo doen. In de ochtend in de open lucht is de geest nog scherp en George Berkeley stuurt zijn personages uit de Drie Dialogen juist op dat tijdstip de tuin in om een gewichtige zaak te bespreken. Het gaat niet om geldzaken of politiek maar over de vraag of de materie nu wel of niet bestaat. Dat mag een onzinnig gesprek lijken maar in de tijd van George Berkeley was dit onder filosofen een belangrijk onderwerp. Hylas vertegenwoordigt de opvattingen van de toenmalige wetenschap terwijl Philonous een alter ego van George Berkeley is.

BerkeleyGeorge Berkeley was op zijn vijftwintigste tot zijn cruciale inzicht gekomen en wist dat net als Descartes in drie woorden Latijn samen te ballen: ‘esse est percipi’ Dat wil zoveel zeggen als “zijn is waargenomen worden.” Uit dit inzicht trekt hij de uiterste conclusie, namelijk dat de materiële wereld niet bestaat, dat alles wat wij waarnemen in de geest bestaat. De beide heren voeren hun dispuut in beleefdheden zoals het in de galante tijdperk gebruikelijk was. Hylas suggereert dat Philonous met zijn ontkenning van de materie een scepticus is. In die tijd moet dat een scheldwoord zijn geweest, want de verlichte mens was juist een mens die het zeker meende te weten, zo zeker zelfs dat hij daardoor wetenschappelijke voorspellingen kon doen. Philonous beargumenteert waarom hij geen scepticus is, maar even stellig is in zijn ontkenning als Hylas is in zijn bevestiging.

Philonous: Vertel alstublieft eens, Hylas, wat u bedoelt met een scepticus.
Hylas: Ik bedoel wat iedereen bedoelt, namelijk iemand die aan alles twijfelt.
Philonous: Dus iemand die omtrent een of andere speciale kwestie geen twijfel koestert, kan met betrekking tot die kwestie geen scepticus genoemd worden.
Hylas: Daar ben ik het mee eens.
Philonous: Betekent twijfelen het bevestigen of ontkennen van een standpunt.
Hylas: geen van beide; want iedereen die zijn moedertaal begrijpt moet wel weten dat twijfelen een onzekerheid tussen beide betekent.
Philonous: Dus kan van iemand die het een of andere standpunt ontkent evenmin gezegd worden dat hij eraan twijfelt als van iemand die dit met even grote stelligheid bevestigt.
Hylas: Dat is zo
Philonous: En bijgevolg moet zijn ontkenning evenmin sceptisch worden genoemd als de bevestiging.
Hylas: Dat geef ik toe.
Philonous: Hoe komt het dan, Hylas, dat u mij voor een scepticus uitmaakt, omdat ik ontken wat u bevestigt, namelijk het bestaan van de materie? Aangezien, voorzover je kunt zeggen, mijn ontkenning net zo volstrekt is als uw bevestiging.
 
Bron: George Berkeley, Drie Dialogen vertaald door Willem de Ruiter, uitgeven door Boom, 1981

Volgens Bertrand Russell zijn de eerste dialoog en het begin van de tweede dialoog het belangrijkst. Daarin discusiëren Hylas en Philonous over de zintuigelijke waarnemingen. Philonous overtuigt zijn gesprekspartner er eerst van dat temperatuur, kleur, smaak, geur en geluid alleen in de geest bestaan. Dan volgt een boeiende redenering over de ideeën, die door een radicalisering van het empirisime (bij Berkeley het spiritualistisch of subjectief idealisme genoemd) verweesd raken. Pas bij Immanuel Kant krijgen ze weer een thuis doordat Kant de ideeën een plaats geeft binnen een van zijn categorieën.

In The First Dialogue, Hylas expresses his disdain for skepticism, adding that he has heard Philonous to have “maintained the most extravagant opinion… namely, that there is no such thing as material substance in the world.” Philonous argues that it is actually Hylas who is the skeptic and that he can prove it. Thus, a philosophical battle of wit begins. Philonous questions Hylas systematically regarding what humans know of the world, first examining secondary qualities, such as heat, to show that such qualities do not exist outside the individual mind. He then moves on to primary qualities such as extension and shape, and likewise argues that they, too, are dependent entirely on one’s perception (e.g., From a distance, a great mountain appears to be small, and the shape of a thing may change dramatically under a microscope).
 
Hylas’s view of matter (which has its origin in the Platonic theory of forms, or abstract entities that exist outside of the sensible world) is systematically destroyed by Philonous (Berkeley). The basic argument is that because matter is only known to us by its sensible qualities, it is impossible to describe or even imagine matter without these qualities. For in the absence of sensible qualities matter, by definition, loses its essential qualities. Yet that was precisely Plato’s argument; “actual matter” did not exist here on earth but rather in another plane or dimension, and furthermore this matter had no sensible qualities. This was the prevailing view of philosophers in Berkeley’s day. His argument would prove to be a devastating attack on the nearly 2000 year old platonic view.
 
Bron: en.wikipedia.org

Berkeley gaf zijn personages niet zomaar een naam:
Philonous betekent liefhebber van de Nous (het Griekse woord νοῦς dat onvertaalbaar is en in de buurt komt van geest en intellect)
Hylas is afgeleid van ύλη, dat materie betekent in het Oud-Grieks.

three dialogues [ integrale tekst in het gutenberg project ] | de filosofie van bisschop George Berkeley

Ken uw klassiekers

vanaf vanavond t/m 2 januari bij De Avonden op Radio 6 van 19.00-22.00
tien klassiekers – vanavond: Oorlog en Vrede van Tolstoi
Oorlog en Vrede
eerste uitgave van Oorlog en Vrede
(Woina i Mir) uit 1873

De Avonden van Gerard Reve gaat over de laatste tien avonden van 1946. In de laatste avonden dit jaar van de gelijknamige radioserie van de VPRO gaat het over tien andere klassiekers. Maarten Westerveen selecteerde tien klassiekers uit de wereldliteratuur (zie onder) en gaat in De Avonden op Radio 6 in gesprek met personen die een speciale band hebben met de geselecteerde werken.

een klassieker is een boek dat iedereen gelezen wil hebben,
maar niemand wil lezen.

Mark Twain

Maandag 22 december
Leo Tolstoj – „Oorlog en vrede„.
Met vertaler Peter Zeeman en slavist Willem Weststeijn

Dinsdag 23 december
Robert Musil – „De man zonder eigenschappen
Met schrijver Mathijs van Boxsel

Woensdag 24 december
Miguel Cervantes – „Don Quichote
Met vertaalster Barber van de Pol

Donderdag 25 december
Johann Wolfgang von Goethe – „Faust
Met vertaler Ard Posthuma

Vrijdag 26 december
diverse auteurs – „De Bijbel
Met literatuurwetenschapper Jan Fokkelman

Maandag 29 december
Fjodor Dostojewski - „De broers Karamazov
Met vertaler Hans Boland

Dinsdag 30 december
Herman Melville – „Moby Dick
Met vertaalster Barber van de Pol

Woensdag 31 december
Thomas Mann – „De Toverberg
Met historicus Frans Willem Lantink

Donderdag 1 januari
James Joyce – „Ulysses
Met vertalers Robbert-Jan Henkes en Erik Bindervoet

Vrijdag 2 januari
Marcel Proust – „Op zoek naar de verloren tijd
Met schrijver Henk Pröpper

avonden.radio6.nl