Categorie archief: boeken

mer à boire

Jede Epoche ist unmittelbar zu Gott
Über die Epochen der neueren Geschichte (1854) van Leopold von Ranke

Op 25 september 1854 begon de Duitse historicus Leopold von Ranke voor de Beierse koning Maximiliaan II aan een serie voordrachten in Berchtesgaden onder de titel Über die Epochen der neueren Geschichte. Hieruit komt het beroemde citaat : “Jede Epoche ist unmittelbar zu Gott.” Het is vooral gericht aan iedereen die meent dat het heden superieur is aan het verleden.

Über die Epochen der neueren Geschichte
titelblad van Über die Epochen der neueren Geschichte (1854) van Leopold von Ranke

Wij weten weliswaar veel meer als vroeger maar toch stonden onze voorouders met hun beperkte kennis in dezelfde verbinding met de bron van kennis als wij in het digitale tijdperk. Met het internet is de paradox van kennis dagelijks te ervaren: hoe meer we weten, hoe meer we bewust worden van wat we niet weten. Surf bijvoorbeeld over de oceaan van kennis die wikipedia heet en het duizelt je als je onder het surfen even stilstaat bij de uitgestrektheid en diepte van deze oceaan. Menselijke kennis als mer à boire. Wij surfen slechts over de toppen van enkele golven.

Deden de intellectuelen uit de Verlichting die de Encyclopédie ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers (1751-1776) lazen eigenlijk niet hetzelfde als wij? Het reservoir van kennis dat de encyclopedisten bijeen hadden gebracht, was toen ook al niet leeg te drinken. Een druppel uit een vijver en een druppel uit de oceaan van wikipedia blijft hetzelfde water. Elke tijd staat in directe verbinding met de bron van kennis. Het grote verschil met de tijd van Ranke en onze tijd, is dat Ranke de bron van kennis nog God noemde. De kennis die uit deze Bron komt, is het Levende Water uit het Evangelie.

Leopold Von Ranke is een van de vaders van de objectieve geschiedschrijving. De jonge Nietzsche zette zich in Vom Nutzen und Nachteil der Historie für das Leben af tegen het historisme van Ranke. Met Goethe stelde hij: “Overigens heb ik een afkeer van alles wat slechts mijn kennis vergroot zonder meteen ook mijn handelen te stimuleren of te inspireren.” Nietzsche wilde geen kennis bijeenbrengen om de kennis, niet archiveren. Hij wilde kennis om te kunnen leven.

Über die Epochen der neueren Geschichte [ gutenberg.spiegel.de ]

the shop around the corner

High Street (1938) met litho’s van Eric Ravilious

Een van de fijnste ontdekking op het gebied van midcentury modern illustratie is voor mij High Street van de Engelse schilder, illustrator, ontwerper Eric Ravilious (1903-1942). Helaas stierf hij al op 39-jarige leeftijd tijdens een missie van de RAF. Maar vlak vóór en aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, had hij een zeer eigen stijl ontwikkeld die veel invloed zou hebben op het midcentury modern van de jaren veertig. Een klassieker werd High Street met 24 litho’s van verschillende etalages in High Street.

Eric Ravilious
omslag van High Street (1938)
Eric Ravilious
illustratie en titelblad in High Street (1938)
Eric Ravilious
uit: High Street (1938)
Many of the shops illustrated in High Street were already anachronistic, with their narrow specialisations, when chain and department stores were beginning to impose uniformity in retailing, and also with their old-fashioned stock, such as paraffin lamps and ceramic hot water bottles. Only two of the 24 High Street shops are still to be found at their original addresses: clerical outfitter J Wippell and cheesemonger Paxton and Whitfield. But Ravilious’s lithographs in the original book, and the excellent reproductions in the new facsimile, provide nostalgic insights into 1930s retailing, now that the majority of people serve themselves in supermarkets or virtually, via internet shopping.
 
Bron: fpba.com
Eric Ravilious
uit: High Street (1938)

High Street [ vam.ac.uk ]

nieuwe rook [ 1 ]

vrijdag gekocht: monografie t.g.v. 50e verjaardag Neo Rauch (2010)
onder redactie van Bernhart Schwenk en Hans-Werner Schmidt. Hatje Cantz Verlag

Neo Rauch BegleiterNeo Rauch (1960), het boegbeeld van de Neue Leipiziger Schule is een van de weinige hedendaagse schilders die mij onmiddellijk aantrekt. Maar ik vertrouw hem niet helemaal. Zijn voorstellingen zijn voor mij een soort sirenengezang. De raadselachtige wereld die hij zichtbaar maakt, nodigt mij uit maar stoot mij tegelijkertijd af. In de hoop beter zicht te krijgen op mijn verhouding tot zijn werk, kocht ik de catalogus bij de tentoonstellingen in Leipzig en München in 2010 ter gelegenheid van de 50e verjaardag van de kunstenaar.

Generatiegenoot Neo Rauch zat net als ik in de jaren tachtig op de kunstacademie. Eerst deed hij de Leipziger Hochschule für Grafik und Buchkunst (1981-1986) waar hij schilderkunst studeerde bij Arno Rink (1940). Van 1986 tot 1990 deed hij een Meisterschülerstudium bij Bernhard Heisig (1925-2011). Rink en Heisig waren overigens collega’s van Werner Tübke (1929-2004) van wie nu in Zwolle een grote overzichtstentoonstelling te zien is. Neo Rauch kreeg in de DDR klassiek kunstonderwijs waarin visie en ambacht in balans zijn. Aan de andere kant van het ijzeren gordijn was het kunstonderwijs sinds de jaren zestig ingrijpend veranderd waarbij het concept het ambacht steeds meer verdrongen had.

Neo Rauch
Bergfest 2010
olieverf op doek, 300 x 250 cm

Toen de muur viel was Neo Rauch 29 jaar en inmiddels helemaal gevormd door het socialistische kunstonderwijs. De partij bepaalde uiteindelijk wat en hoe ideale kunst eruit moest zien. Werner Tübke was begin jaren zestig op de Leipziger Hochschule für Grafik und Buchkunst in conflict gekomen omdat hij sterk afweek van het socialistisch realisme. Voor straf werd hij toen op “studiereis” naar de Sovjet-unie gestuurd. Toen Neo Rauch in de jaren tachtig aan de kunstacademie studeerde, zorgde de glasnost voor ontspanning, maar in de DDR werd strak vastgehouden aan het socialisme, ook in het kunstonderwijs.

Neo Rauch
Warten auf die Barbaren 2007
olieverf op doek, 150 x 400 cm

West- en Oost-Europa waren in de jaren tachtig dus nog heel andere werelden. Terwijl ik op de kunstacademie gevoed werd door de geest van het relativisme, pluralisme en postmodernisme, kreeg Neo Rauch het Grote Verhaal van het Socialisme voorgeschoteld met alle heroïsche iconografie die daar bij hoort. Er was natuurlijk wel een verschil tussen de kunstenaar die in opdracht zijn zoveelste beeld van Marx vervaardigde en de kunstenaar die binnen de marges van het socialisme persoonlijk werk maakte. Maar beiden moeten kunst maken die het Grote Verhaal van het Socialisme overeind hield. In de jaren negentig kon het keurslijf van de socialistische kunst eindelijk worden afgeworpen en dat moet voor de meeste kunstenaars een enorme bevrijding zijn geweest.

Terwijl ikzelf in de jaren tachtig op de kunstacademie gevoed werd door de geest van het relativisme, pluralisme en postmodernisme, kreeg Neo Rauch in Leipzig het Grote Verhaal van het Socialisme voorgeschoteld.

Het Westen werd in de jaren negentig geconfronteerd met migranten uit het voormalige Oostblok en op de kunstacademies stroomden er uit deze landen vaak studenten binnen die razend knap bleken te kunnen tekenen en schilderen. Begin jaren tachtig was in de moderne westerse schilderkunst de figuratie weer teruggekeerd en abstractie was niet langer de heilige graal. De input van het socialistisch realisme uit Oost-Europa zou in de jaren negentig invloed hebben op de ontwikkeling van de hedendaagse westerse schilderkunst.

Neo Rauch
Revo 2010
olieverf op doek, 300 x 500 cm
Neo Rauch hat innerhalb der Riege der jüngeren deutschen Gegenwartsmaler eine Alleinstellung erreicht: Sein Œuvre findet international größte Anerkennung, die wichtigsten Museen und Sammler weltweit bemühen sich um seine Gemälde. Anlässlich von Neo Rauchs 50. Geburtstag stellt eine umfassende Retrospektive zeitgleich in Leipzig und München Werke von 1982 bis zur aktuellsten Produktion aus dem Frühjahr 2010 vor.
 
Die begleitende Monografie ist von ebenso einzigartigem Rang. Langjährige Weggefährten beschreiben darin höchst individuell, wie sie Neo Rauchs Bilder erleben, darunter auch Künstlerkollegen wie Luc Tuymans, Jonathan Meese oder Michaël Borremans. Kunstkritiker wie Rudij Bergmann, Kunsthistoriker wie Werner Hofmann und Museumsleiter wie Markus Brüderlin und viele andere interpretieren in kurzen Essays ausgesuchte Arbeiten ihrer Wahl. Ein Text von Bernhart Schwenk und ein exklusiv für den Band erstellter Essay von Uwe Tellkamp führen den Tafelteil ein.
 
Bron: hatjecantz.de

volgende keer: postmodern spiegelpaleis of rookgordijn?
over betekenis in het werk van Neo Rauch.

Yslaire

mijn herontdekking van Bernard Hislaire

Precies 39 jaar geleden kocht ik mijn eerste Robbedoes, het legendarische Belgische stripblad dat in de Nederlandstalige versie bestond van 1938 tot 2005. De franstalige Spirou bestaat gelukkig nog altijd en dat komt omdat Frankrijk (net als België) een cultuur heeft waar het beeldverhaal nog steeds floreert. Een van de Belgische tekenaars met wie ik in februari 1978 kennis maakte, is Bernard Hislaire, tegenwoordig bekend als Yslaire. Op 20-jarige leeftijd tekende hij in 1977 de strip Zakkenloper en Blasius die in Robbedoes 2077 (2 februari 1978) verscheen.

Robbedoes
Zakkenloper en Blasius (1977) van Hislaire verscheen in Robbedoes 2077 op 2 februari 1978

Net als Marc Wasterlain tekende Hislaire deze strip en de opvolger Frommeltje en Viola in een zeer persoonlijke stijl, die door het jonge publiek van Robbedoes vaak slecht begrepen werd. Ik verloor Hislaire begin jaren tachtig uit het oog.

De hemel boven het LouvreTot vorige week. Toen werd ik attent gemaakt op het stripalbum De hemel boven het Louvre van Yslaire en scenarist Jean-Claude Carrière. Bernard Hislaire blijkt als Yslaire al sinds de jaren tachtig zijn plekje te hebben gevonden in de wereld van de graphic novel. Zijn magnum opus is Samber, een reeks die zich afspeelt in de negentiende eeuw. Yslaire heeft een groot stilistisch talent met een uitgesproken gevoel voor lijnvoering. Als geboren Brusselaar (op 11 januari j.l. werd hij 60) heeft hij de zogenaamde zweepslaglijn van de Art Nouveau met de paplepel ingegoten gekregen. Dat is te zien.

De hemel boven het Louvre [ zozolala.com ]

De Krimoorlog [ 10 ]

aan het lezen in: De Krimoorlog of de vernedering van Rusland (2010)
van Orlando Figes: De charge van de lichte brigade (blz 311-318)

KrimoorlogEen van de bekendste episodes uit de Krimoorlog is de zogenaamde Charge van de Lichte Brigade tijdens de Slag bij Baklava op 25 oktober 1854. In De Krimoorlog of de vernedering van Rusland relativeert Orlando Figes de mythe van “de glorieuze ramp”. The Times berichtte destijds dat van de achthonderd cavaleristen die ten strijde waren getrokken er slechts tweehonderd waren teruggekeerd. The Illustrated London News berichtte zelfs dat er maar 163 ongeschonden de charge hadden overleefd.

In werkelijkheid waren de verliezen minder groot. Wikipedia houdt het tegenwoordig op 156 doden en 122 gewonden. De charge had ook strategisch succes en was niet de militaire blunder uit de geschiedenisboeken. De Russen werden van het slagveld teruggedrongen en dat was het oorspronkelijke doel van deze aanval. Volgens Figes was de enige grote fout dat het Engelse opperbevel niet besloten heeft tot een achtervolging van de Russische cavalerie om deze definitief uit te schakelen.

fragment uit Charge of the Light Brigade (1968)
Half a league, half a league,
Half a league onward,
All in the valley of Death
Rode the six hundred.
“Forward, the Light Brigade!
Charge for the guns!” he said.
Into the valley of Death
Rode the six hundred.

Alfred Tennyson (1854)

Valley of the Shadow of Death
Na de Slag bij Baklava nam Roger Fenton, de eerste oorlogsfotograaf uit de geschiedenis, de beroemde foto Valley of the Shadow of Death met alleen het kale landschap en de kanonskogels als getuigen.

De charge werd verricht door de Lichte Brigade van de Britse cavalerie, bestaande uit de 4e en 13e Lichte Dragonders, 17e Lansiers, en de 8e en 11e Huzaren, onder het bevel van majoor-generaal James Brudenell.

Charge van de Lichte Brigade [ nl.wikipedia.org ]
The Charge of the Light Brigade – poem 1854 [ poetryfoundation.org ]
The Charge of the Light Brigade – movie 1968 [ imdb.com ]

De Krimoorlog [ 9 ]

Севастопольские рассказы (1855) van Leo Tolstoi

The Sebastopol SketchesTijdens de belegering van Sebastopol (1854-1855) schreef Leo Tolstoi (1828-1910) drie impressies over Sebastopol (december, mei en augustus) die gebundeld werden in Севастопольские рассказы. Een Engelse vertaling (The Sebastopol Sketches) is in de serie penguin classics al zeker dertig jaar verkrijgbaar. Een Nederlandse vertaling heb ik nog niet kunnen vinden. Tolstoi was als 26-jarige als commandant van een artilleriebatterij eerst in Silistra en daarna in Sebastopol gelegerd. Door zijn frontervaring tijdens de Krimoorlog kon hij in Oorlog en Vrede zo levendig de historische veldslagen bij Austerlitz en Borodino beschrijven. Orlando Figes begint het achtste hoofdstuk van zijn boek over de Krimoorlog met de impressie uit Sebastopol in December

Tolstoi in 1854Toward the north the activity of the day begins gradually to replace the nocturnal quiet; here the relief guard has passed clanking their arms, there the doctor is already hastening to the hospital, further on the soldier has crept out of his earth hut and is washing his sunburnt face in ice-encrusted water, and, turning towards the crimsoning east, crosses himself quickly as he prays to God; here a tall and heavy camel-wagon has dragged creaking to the cemetery, to bury the bloody dead, with whom it is laden nearly to the top. You go to the wharf—a peculiar odor of coal, manure, dampness, and of beef strikes you; thousands of objects of all sorts—wood, meat, gabions, flour, iron, and so forth—lie in heaps about the wharf; soldiers of various regiments, with knapsacks and muskets, without knapsacks and without muskets, throng thither, smoke, quarrel, drag weights aboard the steamer which lies smoking beside the quay; unattached two-oared boats, filled with all sorts of people,—soldiers, sailors, merchants, women,—land at and leave the wharf.
 
Bron: online-literature.com

Sebastopol in December 1854
Sebastopol in May 1855
Sebastopol in August 1855

Sevastopol Sketches [ en.wikipedia.org ]

De Krimoorlog [ 8 ]

aan het lezen in: De Krimoorlog of de vernedering van Rusland (2010)
van Orlando Figes

KrimoorlogOrlando Figes heeft een derde van zijn boek nodig om de aanloop naar de Krimoorlog te beschrijven. Met het Verdrag van Adrianopel dat in 1829 de Russisch-Turkse Oorlog van 1828-1829 beëindigde, was bepaald dat de Donauvorstendommen Moldavië en Walachije tijdelijk een protectoraat van Rusland zouden zijn. Onenigheid over de positie van orthodoxe christenen in het Jeruzalem, dat toen deel uitmaakte van het Ottomaanse Rijk, had de tsaar doen besluiten Moldavië en Walachije in de zomer van 1853 opnieuw te bezetten om druk uit te oefenen en stelt in het najaar een ultimatum. Met rugdekking van de westerse grootmachten Engeland en Frankrijk verwerpt de sultan het Russische ultimatum en op 4 oktober 1953 verklaart hij onder druk van islamisten, die hem dreigen met een islamitische revolutie, de oorlog aan Rusland.

Het is spannend om te lezen over het lange voorspel van de Krimoorlog. Het Ottomaanse Rijk, Rusland, Oostenrijk, Pruisen, Frankrijk en Engeland, geen van allen wilden ze een oorlog. En toch waren er partijen die wél oorlog wilden en uiteindelijk het meeste gewicht in de schaal legden. De Krimoorlog is de eerste oorlog geweest waarbij de pers als bespeler van de publieke opinie een rol speelde, met name in Engeland. Door de stormachtige technologische ontwikkelingen in de jaren dertig en veertig (spoorwegen, telegraaf en stoomscheepvaart) was er een nieuwe wereld ontstaan. Alles ging ineens veel sneller. Rusland had een voorsprong op het Ottomaanse Rijk, maar West-Europa had weer een voorsprong op Rusland wat de technologische ontwikkelingen betreft.

London News
De Krimoorlog is de eerste oorlog waarbij de pers (met name in Engeland) als beïnvloeder van de publieke opinie een rol speelde.

Dat er ondanks de behoedzaamheid van alle grootmachten om het Concert van Europa bij elkaar te houden, tóch oorlog kwam, heeft veel te maken met de rol van de media in Engeland. Terwijl de Times, van oudsher de conservatieve stem van Engeland beslist niet tegen Rusland was, keerde de liberale pers zich steeds meer tegen Rusland en werd pro-Turks. De jonge koningin Victoria moest niets van het onchristelijke Ottomaanse Rijk hebben en was eerder geneigd zich op te stellen aan de kant van de christelijke tsaar.

Sinds 1852 was er een coalitie van conservatieven en liberalen die geleid werd door Lord Abderdeen. De eerste minister stond eerder aan de kant van de koningin en degenen die beslist geen oorlog met Rusland wilden.Maar de liberale politicus Palmerston wist via de liberale pers de publieke opinie voor zich te winnen en de russofobie en patriottisme aan te wakkeren. Voor de liberalen stonden de handelsbelangen (in het Ottomaanse Rijk) centraal en daardoor voerden ze een agressieve buitenlandse politiek. Godsdienst speelde daarbij geen rol.

AberdeenIn maart 1854 verklaarde Groot-Brittannië de oorlog aan Rusland en werd zo betrokken bij de Krimoorlog. Aberdeen bleek niet goed in staat te zijn om met de oorlogsvoering om te gaan en sommige regeringsleden vonden de oorlogsvoering niet agressief genoeg. In januari 1855 diende parlementslid John Arthur Roebuck een motie in waarin hij voorstelde om een onderzoekscommissie op te richten die de manier van oorlogsvoering van Aberdeen moest controleren. Het voorstel van Roebuck werd door het parlement aangenomen en Aberdeen beschouwde dit als een motie van wantrouwen, waarna hij ontslag nam als premier.
 
Bron: nl.wikipedia.org