Categorie archief: boeken

portretten lezen met Schama

gelezen in het gezicht van een wereldrijk van Simon Schama

Simon SchamaDe Britse historicus Simon Schama is zo succesvol dat inmiddels elk groot project van hem standaard een eigen BBC-serie krijgt. The Face of Brittain kreeg twee jaar geleden bovendien ook een tentoonstelling in The National Portrait Gallery. Ik wachtte de Nederlandse vertaling af en kreeg deze van geliefde op mijn verjaardag. Op een camping in de Elzas begon ik aan Het gezicht van een wereldrijk.

Het boek volgt de indeling van de BBC-serie The Face of Brittain en bestaat uit vijf delen: het gezicht van de macht, het gezicht van de liefde, het gezicht van de roem, het gezicht in de spiegel en gezichten van het volk. Schama opent zijn boek met een voorwoord (op het eerste gezicht) en sluit af met een nawoord (op het laatste gezicht).

Uit het voorwoord klinkt al onmiddellijk Schama‘s persoonlijke benadering van zijn onderwerp. Hij schrijft over de geboorte van zijn dochter op 15 mei 1983 en wat er gebeurt als hij voor het eerst een blik uitwisselt met de pas geborene: “Die pupillen waren geheel gebruiksklaar, de irissen opvallend kobaltblauw. We keken elkaar aan met omfloerste ogen – de mijne bewolkt door tranen; de hare worstelend met de optische musculatuur van de pasgeborene – en dronken elkaar in.”

Wie een gezicht vastlegt, legt de geschiedenis vast, zo is de overtuiging van Simon Schama. De manier waarop Churchill ruziede met zijn schilder zegt iets over de politieke verhoudingen na de Tweede Wereldoorlog. Dat John Lennon een paar uur nadat hij in foetushouding was gefotografeerd door Annie Leibovitz, werd doodgeschoten is een wonderlijk wrede speling van het lot. En de plaatjes van Charlie Chaplin of George Bernard Shaw die je bij een pakje sigaretten kreeg, zeggen iets over het begrip roem, dat steeds meer verschijningsvormen kreeg. Schama kijkt met liefde en aandacht naar schilderijen en foto’s uit de afgelopen eeuwen. Hij leest er de karakters in: daadkracht, dromerigheid, passiviteit, frustratie, irritatie. Zijn vertelling over Groot-Brittannië aan de hand van portretten ontstijgt de geschiedenis: zijn verhalen worden meesterwerkjes over menselijke emotie en menselijk handelen. Hij beweegt zich met vertrouwde, stilistische virtuositeit tussen kunst en geschiedenis om te laten zien hoe mensen leven met macht, liefde, roem – en ondergang. Zo geeft hij een uniek beeld van een wereldrijk
 
atlascontact.nl

in de voetsporen van Fabrizio

op 4 juli j.l. bezochten we Parma

StendhalDit voorjaar schreef ik al iets over De Kartuize van Parma van Stendhal (1783-1842). In het Woord vooraf schrijft Stendhal dat hij tijdens de Franse bezetting van Italië door Napoleon was ingekwartierd in het huis van een kanunnik in Padua met wie hij bevriend raakte. Toen hij bijna dertig jaar later terugkeerde in Padua besloot hij dat huis nog eens op te zoeken. De kanunnik was allang overleden, maar Stendhal maakte er kennis met zijn neef en zijn vrouw. Ze nodigden de Fransman uit en Stendhal haalde herinneringen op aan zijn oom. Het werd een lange avond want de neef en zijn vrouw vertelden de geschiedenis van de hertogin Sanseverina en haar neef Fabrizio del Dongo. Stendhal schrijft dan:

In het land waar ik naar toe ga”, zei ik tegen mijn vrienden, “zal ik bijna geen avonden als deze meemaken. Om de lange avonduren door te komen, zal ik uw geschiedenis tot een roman verwerken.

De Kartuize van Parma werd rond 1830 geschreven, niet door Stendhal zelf, maar door zijn secretaris die door zijn meester gedicteerd werd. Pas in 1839 werd de roman gepubliceerd. Stendhal voorzag dat zijn roman aanvankelijk geen succes zou zijn en dat pas na zijn dood de waarde van zijn oeuvre zou worden ingezien. Hij heeft gelijk gekregen.

Samen met Julien Sorel uit Le rouge et le noir is Fabrizio del Dongo een van de bekendste romanfiguren uit de negentiende eeuw. Ze lijken op elkaar en natuurlijk ook een beetje op Stendhal zelf. Beter gezegd: Stendhal had zoals Julien of Fabrizio willen zijn. Beiden worden verscheurd tussen het rood (het leger) en het zwart (de kerk). In 1815 besluit de dan 17-jarige Fabrizio om Napoleon tijdens de Honderd Dagen te steunen en vertrekt naar Noord-Frankrijk. Daar neemt hij deel aan de achterhoedegevechten rond Waterloo. In de beschrijvingen van de schermutselingen kon Stendhal putten uit zijn eigen ervaringen. In 1812 reisde hij in de legers van Napoleon mee naar Moskou.

Grianta
In 2011 en 2016 waren we in Grianta aan het Comomeer. Hier bevindt zich het kasteeltje van Markies Del Dongo, de vader van Fabrizio.

Fabrizio‘s besluit om voor Napoleon te gaan vechten, heeft grote gevolgen voor hem. Als jonge edelman wordt hij geacht de revolutionairen te haten en niet om met hen te sympathiseren. Hij moet zijn ouderlijk huis in Grianta aan het Comomeer ontvluchten. Zijn tante Gina, de hertogin Sanseverina, die bijzonder op haar neef gesteld is, speelt een belangrijke rol. Samen met haar minnaar, graaf Mosca, zorgt ze ervoor dat Fabrizio een nieuw leven kan beginnen in Parma.

Aanvankelijk verloopt alles goed. Maar dan begaat Fabrizio uit noodweer een moord en wordt door Ernest Ranuce IV, de tiran van Parma, en de politieke tegenstanders van hertogin Sanseverina en graaf Mosca ter dood veroordeeld. Eerst wordt hij opgesloten in de Farnesische toren. Maar tijdens zijn gevangenschap beleeft hij de gelukzaligste ogenblikken van zijn leven. Fabrizio is namelijk verliefd geworden op Clelia, de dochter van generaal Conti, die de citadel van Parma bewaakt.

Tijdens onze vakantie in Noord-Italië las ik enkele hoofdstukken die zich afspelen in Parma en probeerde ter plekke plaatsen op te zoeken die Stendhal beschrijft. De Farnesische toren heeft nooit bestaan en de citadel blijkt tegenwoordig een park waarbij alleen nog een enkele verdedigingsmuur bewaard gebleven is. Wel vond ik vlak achter het baptisterium een gebouw waar ik met enige fantasie de Farnesische toren in kon zien.

Parma
de Farnesische toren is in Parma niet te vinden, maar achter het baptisterium zag ik in mijn verbeelding hoog boven mij Fabrizio en Clelia.

Fabrizio wordt de hulpbisschop van aartsbisschop Landriani van Parma. Deze kijkt tegen Fabrizio omdat deze van adelijke afkomst is en een van zijn voorvaderen bisschop was. Als hij Fabrizio voor het eerst ontvangt in het bisschoppelijk paleis, weet hij dat allemaal nog niet en laat hem te lang wachten. Daar krijgt hij vreselijke spijt van. Stendhal beschrijft met psychologische precisie de omgangsvormen rond 1825 en alle gevoeligheden in het sociale netwerk.

Parma
het bisschoppelijk paleis

Het hertogdom Parma en Piacenza heeft overigens nooit een aartsbisschop Landrini of een vorst Ernest Ranuce IV gekend. Dat is een verzinsel van Stendhal. Van 1814 tot 1847 werd Parma geregeerd door Marie Luise van Oostenrijk, de tweede vrouw van Napoleon.

Parma
ingang van de dom

De Kartuize van Parma [ nl.wikipedia.org ]

Vilnius 19 mei 1812

herlezen in 1812: hoofdstuk 6 – Confrontatie
de ontmoeting tussen de Narbonne en Alexander I in Vilnius

1812 - Adam ZamoyskiNa 1809 liepen de spanningen tussen Napoleon en zijn “bondgenoot” Rusland steeds verder op. In het voorjaar van 1812 was de spanning zo groot geworden, dat Frankrijk en Rusland mobiliseerden. De confrontatie tussen Napoleon en Alexander was in meerdere opzichten een strijd. Allereerst was het een strijd tussen twee ego’s. De keizer van Frankrijk en de tsaar van Rusland hadden de status van een halfgod en wilden beslist niet voor elkaar buigen, alleen al om voor eigen volk geen gezichtsverlies te lijden. Alexander I had in juli 1807 al genoeg gezichtsverlies geleden toen hij met zijn rug naar de muur stond en zich door Napoleon had laten dwingen tot het sluiten van de Vrede van Tilsit. Hij was nu “bondgenoot” geworden van de in zijn land zo gehate “antichrist” Bonaparte. In Rusland werd de Vrede van Tilsit als verraad gezien en Alexander I wist dat hij zijn positie daardoor in het wankelen had gebracht en dat hij bij een volgende confrontatie niet meer met Napoleon zou mogen onderhandelen. Die confrontatie kwam vijf jaar later.

Napoleon van zijn kant wilde wél onderhandelen. Ook al had hij een leger van 600.000 soldaten naar de Russische grens gebracht, hij wilde in zijn hart geen oorlog. In plaats daarvan wilde hij Alexander I opnieuw dwingen tot een akkoord. In mei 1812 stuurde hij vanuit Dresden de diplomaat De Narbonne naar Vilnius waar Alexander op dat moment verbleef. Op 18 mei arriveerde hij in Vilnius en werd door de tsaar ontvangen. Maar deze had niet de behoefte om te praten. Alexander I was steeds duidelijk geweest: hij zou alleen met Napoleon onderhandelen als deze zijn legers zou terugtrekken achter de Rijn. Dat was uiteraard een no go, want zo redeneerde Napoleon, waarom zou hij zich helemaal moeten terugtrekken als de Russische legers zich langs de grenzen van zijn rijk hadden opgesteld en zo het hertogdom Warschau en Pruisen konden binnenvallen? Het noodlot had beide wereldleiders met hun legers pal tegenover elkaar gezet. Napoleon probeerde een oorlog te voorkomen, maar Alexander I wilde niet meer praten.

Zamoyski beschrijft het onderhoud tussen de Franse diplomaat en de tsaar. Op een gegeven moment spreidde Alexander I een kaart van Rusland uit op tafel en sprak: “Mijn beste graaf, ik ben ervan overtuigd dat Napoleon de grootste generaal van Europa is, dat zijn legers het meest gehard zijn in de strijd, zijn luitenants het dapperst en het meest ervaren; maar ruimte is een hindernis. Als ik me na een paar nederlagen terugtrek, de bevolking met me meesleep, kan ik de strijd overlaten aan de tijd, de wildernis en het klimaat en kan ik nog steeds winnen van het geduchtste leger van onze tijd.”

Russian campaign 1812
kaart van de Russische veldtocht van 1812
… maar ruimte is een hindernis. Als ik me na een paar nederlagen terugtrek, de bevolking met me meesleep, kan ik de strijd overlaten aan de tijd, de wildernis en het klimaat en kan ik nog steeds winnen van het geduchtste leger van onze tijd.

tsaar Alexander op 18 mei 1812

Op 19 mei 2012, vandaag precies 205 jaar geleden, stond er een rijkelijk bevoorraad rijtuig klaar voor de Narbonne voor zijn terugreis naar Dresden. Het zou nog vier weken gewapende vrede zijn voordat Napoleon Rusland binnentrok. De Pruisische majoor Carl von Clausewitz, die op dat moment voor de tsaar vocht, zou later in zijn beroemde theoretische werk Vom Kriege schrijven dat oorlog een voortzetting is van diplomatie met andere middelen.

Russia and the Napoleontic warsRussia played a fundamental role in the outcome of Napoleonic Wars; the wars also had an impact on almost every area of Russian life. Russia and the Napoleonic Wars brings together significant and new research from Russian and non-Russian historians and their work demonstrates the importance of this period both for Russia and for all of Europe.
 
Bron: palgrave.com
 
verschenen in de serie War, Culture and Society, 1750-1850

Chronologie 16 mei – 28 juni 1812
16 mei Napoleon komt in Dresden aan en logeert in het kasteel van de koning van Saksen.
18 mei Napoleon en Frans I van Oostenrijk ontmoeten elkaar in Dresden.
18 mei Graaf de Narbonne probeert in Vilnius tevergeefs te onderhandelen met tsaar Alexander I.
26 mei Napoleon heeft een onderhoud met Wilhelm Friedrich III van Pruisen in Dresden.
26 mei De graaf de Narbonne komt in Dresden aan en rapporteert Napoleon de mislukte onderhandelinspoging met tsaar Alexander I.
28 mei In Boekarest sluiten Rusland en het Ottomaanse Rijk vrede.
29 mei Napoleon vertrekt uit Dresden op weg naar het Grande Armée aan de Njemen.
7 juni Napoleon arriveert in Danzig en verblijft daar tot 11 juni.
12 juni Napoleon komt aan in Koningsberg (het huidige Kaliningrad).
18 juni De Verenigde Staten verklaren Engeland de oorlog.
21 juni In Gumbinnen spreekt Napoleon de Grande Armée toe en kondigt de “seconde guerre de Pologne” af.
24, 25 en 26 juni Napoleon en zijn Grande Armée steken de Njemen over. De Russische veldtocht is begonnen.
28 juni Napoleon arriveert in Vilnius nadat de Russen zich hebben teruggetrokken.

objectiviteitskoorts

Description de l’Egypte (1809-1829)

EgypteVorig jaar schreef ik hier al iets over de Description de l’Égypte, ou Recueil des observations et des recherches qui ont été faites en Égypte pendant l’expédition de l’armée française. Dit werk verscheen tussen 1809 en 1829 in tien delen en geldt als een mijlpaal in de wetenschap van de vroege negentiende eeuw. Het volledige werk bestaat uit honderden platen onderverdeeld in de volgende categorieën: antiquiteiten, topografische atlas, Egypte rond 1800 en natuurlijke historie (dieren, planten en mineralen). De oudheidkundige opgravingen nemen het grootste deel in beslag (vijf delen) maar de Description de l’Égypte geeft ook een prachtig beeld van Egypte zoals de Fransen het in 1798 aantroffen. Caïro telde in die tijd 600.000 inwoners en was daarmee even groot als Parijs.

Telkens als ik weer eens blader door dit wetenschappelijk (én artistieke) monument valt me weer op hoe sterk de drang naar objectiviteit 200 jaar geleden was. De fotografie schreeuwde om uitgevonden te worden, maar pas tien jaar nadat het laatste deel van de Description de l’Egypte verschenen was, lukte het Daguerre om fotografische beelden te fixeren. Een objectievere schrijver dan het licht is er niet. Maar de graveurs van de Decription kwamen de werkelijkheid die Egypte heet, bijzonder nader. De gravures zijn wetenschappelijk verantwoord en hebben geen artistieke pretentie.

De fotografie schreeuwde aan het begin van de negentiende eeuw om uitgevonden te worden, want een objectievere schrijver dan het licht is er niet.

Toch ademt dit wetenschappelijke werk uit de vroege negentiende eeuw onmiskenbaar iets romantisch. Dat heeft verschillende oorzaken. Tussen 1809 en 1829, toen de tien delen verschenen, draaide de (historische) romantiek op volle toeren. Het was begonnen in Duitsland en breidde zich al snel uit naar Frankrijk en Engeland. Er stonden romantische helden op als Lord Byron en zelfs in het classicistische Frankrijk spatte het romantische pathos bij schilders als Géricault en Delacroix van het doek.

Daarnaast was de expeditie naar Egypte die Napoleon in 1798 en 1799 ondernam één van de meest dwaze militaire ondernemingen uit de geschiedenis. Het was eerder een romantische gril. Maar we hebben aan dit onbezonnen avontuur wél de egyptologie aan te danken. Tenslotte is de achterkant van de wetenschappelijke belangstelling voor Egypte een romantisch verlangen naar een andere wereld. Terwijl de Duitse romantiek vooral de middeleeuwen zocht, ontwikkelde zich in Frankrijk het oriëntalisme. Met de Franse verovering van Algerije in 1830 kwam dit pas goed op gang, maar in de Description kun je al heel goed een aanzet zien.

Memphis
Sommige gravures zijn zo eenvoudig en droog dat ze iets surrealistisch hebben, zoals deze reusachtige hand opgegraven in de woestijn bij Memphis.

De Description de l’Egypte was geen nieuw fenomeen. In de tweede helft van de achttiende eeuw was de wetenschappelijke gravure sterk in opkomst. Vooral door de verspreiding van de laatste (illustratieve) delen van de Encyclopédie in de jaren 1770 was men vertrouwd geraakt met de wetenschappelijk verantwoorde illustratie. Dat zien we zelfs bij de Italiaanse meestergraveur Piranesi. In het begin van zijn carrière aan het einde van de 1740′s werkt hij nog in een rococostijl, maar aan het einde van zijn leven in de 1770′s is zijn werk strakker en strenger geworden. Met andere woorden: wetenschappelijk verantwoord.

De Entzauberung der Welt, die Max Weber honderd jaar geleden meende te zien, had zijn oorsprong dus al in de achttiende eeuw. De romantiek zou de objectiviteitskoorts aan het begin van de negentiende eeuw met irrationaliteit bestrijden. Dat zou in veel gevallen tot de “romantische ziekte” lijden. Maar in de Description de l’Egypte zijn wetenschap en romantiek voor mijn gevoel in evenwicht al is het omdat ik mijn eigen gevoel eraan toevoeg.

Description de l’Egypte [ fr.wikipedia.org ]

politiek messianisme

gelezen: Hoofdstuk 5 van Aardse Machten (2005) van Michael Burleigh

Aardse MachtenIn het hoofdstuk Uitverkoren volkeren: politiek messianisme van Aardse Machten (2005) beschrijft Michael Burleigh de vrijheidsstrijd in de negentiende eeuw van achtereenvolgens de Grieken, de Polen, de Ieren en de Italianen. Hij begint het hoofdstuk met een uiteenzetting van het nationalisme dat begint tijdens de Verlichting bij Rousseau en Herder en dat in de Reden an die Deutsche Nation (1807) van Fichte een hoogtepunt vindt. Het nationalisme zal naast de wetenschap dé stuwende kracht van de negentiende eeuw zijn.

De negentiende eeuw werd geboren uit de Franse Revolutie, die je als de politieke consequentie van de Verlichting zou kunnen zien. De idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap werden maatschappelijk uitgewerkt. Met de Restauratie werd de revolutie weer teruggedraaid maar de geest was uit de fles. Uit de drie idealen van de Franse Revolutie zouden zich in de negentiende eeuw ideologieën ontwikkelen. Het ideaal van vrijheid werd uitgewerkt door het liberalisme, het ideaal van gelijkheid door het socialisme en tenslotte het ideaal van broederschap door het nationalisme. Het mag duidelijk zijn dat deze idealen altijd met elkaar verbonden zijn en in elkaar overlopen.

Michael Burleigh spreekt over “politieke religies” en ik vind dat een goed gekozen begrip. Tijdens de Verlichting werd duidelijk dat zich een paradigma omwenteling aan het voltrekken was: van een christelijk mens- en wereldbeeld naar een humanistisch en wetenschappelijk mens- en wereldbeeld. God en de kerk waren niet langer het middelpunt van de samenleving maar de mens en de staat. Door deze verschuiving werd de mens zich bewust van zijn ik en ontwaakte hij als een politiek wezen. In de maatschappij ging politiek steeds meer de plaats van religie innemen. Nu is dat net zo vanzelfsprekend als onze hartslag, maar ooit was dit een aardverschuiving in het menselijk Dasein.

Van alle politieke ideologieën (of politieke religies) die Burleigh in zijn omvangrijke studie behandelt, vind ik het nationalisme de meest fascinerende. Dat is niet alleen omdat we in onze tijd van globalisering weer een opleving van het nationalisme beleven, maar vooral omdat nationalisme zich direct verbindt met onze identiteit.

In het postmoderne denken gaan we ervan uit dat identiteit per definitie een constructie is. Nationale identiteit zou een product uit de negentiende eeuw zijn. Voor een deel is dat ook zo. Toch worden we ook met een identiteit geboren. Het woord nationalisme is trouwens van “geboorte” afgeleid. Identiteit komt dus vóór de eigen keuze. Je kunt voor een imago kiezen, maar nooit voor identiteit. Dat wordt de postmoderne visie op identiteit nogal eens vergeten: nationale mythen uit de negentiende eeuw zijn weliswaar imagebuilding, maar daaronder ligt wel degelijk de diepere werkelijkheid van de identiteit.

Omdat nationalisme de identiteit raakt, raakt het ons wezen. Anders dan de idealen vrijheid en gelijkheid die bij uitstek voor het individu gelden, gaat het derde ideaal over de gemeenschap, over de mystieke verbinding ik-wij. En dat is in wezen religieus. In het vijfde hoofdstuk Uitverkoren volkeren: politiek messianisme laat Burleigh zien hoe diep deze gemeenschap kan gaan. Na de val van Napoleon ontstonden, met name in Italië, geheime genootschappen waarin het nationalisme beleden werd. De bekendste daarvan waren de Carbonari. Tijdens de Restauratie werden deze genootschappen streng vervolgd, want nationale en liberale bewegingen waren meestal één en dezelfde.

In de vierde paragraaf van dit hoofdstuk staat Giuseppe Mazzini (1805-1872) centraal, die in 1831 de oprichter was van La Giovine Italia (Jong Italië). Drie jaar later volgde Giovine Europa. Het nationalisme in Europa had een naam gekregen. Mazzini vermengde politiek en religie. In een van zijn geschriften lezen we: “Als bij de geboorte van Jong Europa alle altaren van de oude wereld zijn gevallen, zullen er twee altaren worden opgericht op de grond die het goddelijk woord vruchtbaar heeft gemaakt; in een van die altaren zal de vinger van het boodschappervolk griffen: Vaderland, in het andere: Mensheid.”

Dio e popolo
Italiaanse vlag uit de 1831 met het motto van Mazzini: Dio e popolo (God en volk) Mazzini vermengde politiek en religie en fundeerde zijn gemeenschap op de relatie tussen God en zijn (uitverkoren!) volk
Als bij de geboorte van Jong Europa alle altaren van de oude wereld zijn gevallen, zullen er twee altaren worden opgericht op de grond die het goddelijk woord vruchtbaar heeft gemaakt; in een van die altaren zal de vinger van het boodschappervolk griffen: Vaderland, in het andere: Mensheid.”

Uit deze typisch Italiaanse mix van katholicisme en politiek zal in de twintigste eeuw het fascisme voortkomen. De retoriek van Hitler (Ein Volk, Ein Reich, Ein Führer) vinden we al bij Giusseppe Mazzini (1805-1872). Omdat er een ononderbroken lijn loopt van het nationalisme van de negentiende eeuw naar het fascisme zijn we sinds 1945 huiverig geworden voor nationalisme. Door de besmetting van het fascisme en het nationaalsocialisme is het bijna onmogelijk om nog te geloven in de zuiverheid van het ideaal van broederschap.

Toch volgen de tegenstanders van de huidige populisten en patriotten ook hun ideaal van broederschap. Herder, samen met Rousseau, de vader van het nationalisme, was uitgesproken kosmopolitisch. Een Verenigd Europa dat als tegengif zou moeten dienen tegen populisme is uiteindelijk ook weer een broederschap van Europeanen, die enerzijds het nationalisme wil overstijgen, maar anderzijds weer een nieuwe identiteit construeert: “de Europeaan.” Het bewijst voor mij dat identiteit altijd dieper ligt dan een constructie. Europeaan is nog een bloedeloze identiteit. Blijkbaar is de band met de lokale gemeenschap warmbloediger dan kosmopolitisme.

Liberalisme en nationalisme [ W&V ]

“paranoia strikes deep” [ 3 ]

gelezen: hoofdstuk 26, 27 en 28 van De fantoomterreur (2015)

de fantoomterreurIn de hoofdstukken 26 (Riolen), 27 (Het China van Europa) en 28 (Een grote vergissing) gaat het respectievelijk over Parijs, de censuur in Oostenrijk en de censuur in Rusland. Aan het einde van elk hoofdstuk verklaart Zamoyski ons de titel van het betreffende hoofdstuk in een citaat. Zo schrijft Lucien de la Hodde in 1850:

En alle revoluties – ik heb dat eerder gezegd, ik herhaal het nu nog eens en zal het ad nauseam blijven herhalen – zijn werk van dat duistere legioen. De fouten van de heersers zijn het voorwendsel, het leiderschap van de middenklasse is de motor, maar de ware macht, de machine die goede of slechte regeringen in een gruwelijke spiraal meesleurt en ze aan stukken scheurt, is de horde die in de riolen van Parijs rondzwerft.
 
Bron: Histoire des sociétés secrètes et du Parti Républicain de 1830 à 1848

Met “de riolen van Parijs” bedoelde Lucien de la Hodde overigens ook de krochten van Parijs. Napoleon III heeft zijn boodschap in ieder geval goed begrepen want in de jaren vijftig begon hij onder leiding van de perfect Le baron Hausmann aan een transformatie van Parijs. De nauwe straten waar het gepeupel in 1789, 1830 en 1848 barricades hadden opgeworpen werden vervangen door brede boulevards.

Duplessis-Bertaux
Jean Duplessis-Bertaux (1793)
De opstand op 10 augustus 1792 in Parijs
(…) de ware macht, de machine die goede of slechte regeringen in een gruwelijke spiraal meesleurt en ze aan stukken scheurt, is de horde die in de riolen van Parijs rondzwerft.

Lucien de la Hodde, 1850

Metternich en Tsaar Nicolaas I zagen Parijs als één grote beerput van politiek en moreel verval. De Julirevolutie van 1830 bevestigde hen in deze opvatting. In de jaren dertig en veertig was er in Oostenrijk en Rusland een diep wantrouwen naar alles wat Frans was. Nicolaas I liet na de Julirevolutie het bevel uitgaan dat alle Russen onmiddellijk Frankrijk moesten verlaten. Hij was bang dat de Russen in Frankrijk besmet werden met het virus van de Revolutie. Zowel in Oostenrijk als in Rusland verscherpte na 1830 de censuur. Zamoyski besluit hoofdstuk 27 met de woorden: Hermetisch afgesloten achter een hoge muur van repressie en censuur was het land (Oostenrijk) eind jaren 1840 “het China van Europa” geworden, zoals wel werd gezegd.

Repressie en censuur deden in Rusland niet onder voor die in Oostenrijk. Een Russische schrijver vergeleek het gebruik van censuur op de pers met het gebruik van “een kanon om een vlieg te doden”. Zamoyski geeft enkele bizarre voorbeelden van censuur onder het bewind van Nicolaas I, dat door Alexander Nikitenko, hoogleraar letterkunde en zelf ook censor, “één grote vergissing” werd genoemd. Zo werd een liefdesgedicht gecensureerd omdat een vrouw “goddelijk” werd genoemd en haar verschijning “hemels”. En in het theocratische Rusland van Nicolaas I kwamen deze kwaliteiten uitsluitend aan God toe.

“paranoia strikes deep” [ 2 ]

verliefd op een tijdsbeeld

gisteren gekocht in Haarlem: Domus 1960-1969

Domus 1960-1969Een paar minuten bladeren in een tijdschrift of boek over grafische of industriële vormgeving rond 1960 is voor mij genoeg om verliefd te worden op een tijdsbeeld. Inmiddels heb ik dan ook een heel rijtje boeken verzameld waarmee ik deze verliefdheid koester. In 1960 stond het modernisme op een hoogtepunt. De wereldtentoonstelling in Brussel van 1958 was het momentum dat Europa de Tweede Wereldoorlog te boven was gekomen. Door de wederopbouw was er een nieuwe wereld tevoorschijn gekomen. Het toverwoord was modern. En modern betekende ook optimistisch en internationaal. We waren collectief in een brave new world ondergedompeld, gezuiverd van nare herinneringen en omringd door anonieme vormen uit de geometrie en het rijk der ééncelligen. Historisme was als sneeuw voor de zon verdwenen. De toekomst was alles, het verleden niets.

Domus
grafische vormgeving in Domus
Rond 1960 waren we collectief in een brave new world ondergedompeld, gezuiverd van nare herinneringen en omringd door anonieme vormen uit de geometrie en het rijk der ééncelligen.

De zonnige kant van de midcentury modern stijl had soms ook een somber existentialistische kant. Dat zien we het duidelijkst in de films die Michelangelo Antonioni aan het begin van de jaren zestig maakte. In L’eclisse (1962) zien we in de slotscène beelden die zo in het Italiaanse tijdschrift Domus hadden kunnen staan. Hier zien we de mens in de moderne wereld maar dan zonder de humor van Jacques Tati in Play Time (1967). De dingen leiden hun eigen verborgen leven net als de mensen en de eenzaamheid overheerst alles.

L'eclisse 1962
beeld uit de slotscène van L’eclisse (1962)
dat zo uit Domus zou kunnen komen.
Founded in 1928 as a “living diary” by the great Milanese architect and designer Gio Ponti, domus has been hailed as the world’s most influential architecture and design journal. With both style and rigor, it has offered consistent coverage of major themes and stylistic movements in product, structure, interior, and industrial design. In this fresh reprint of all 1960s issues, the magazine documents the daring, practical, and beautiful projects of a decade of futuristic thrill and booming pop culture. Synthetics and plastics hit the stage, leading to radical new design, while conventional notions of elegance give way to fresh exploratory forms.
 
Bron: taschen.com

Vital Forms [ W&V ] | a brave new world