Het verhaal speelt in Spanje, in Sevilla, gedurende de vreselijkste tijd van de inquisitie, toen dagelijks ter ere van God de brandstapels in het ganse land brandden.In Zijn eindeloze genade komt Christus nog eens onder de mensen in dezelfde menselijke gedaante als waarin Hij eeuwen geleden, drieëndertig jaar lang tussen hen heeft gewandeld. Hij daalt neer op de “warmste” plaats van de zuidelijke stad, waar juist de vorige dag, in tegenwoordigheid van de koning, het hof, ridders en kardinalen, de bekoorlijkste hofdames en talloze inwoners van Sevilla, bij een “autodafe vol pracht en praal”, door een kardinaal-grootinquisiteur, honderd ketters tegelijk waren verbrand, „ter meerdere glorie van God’.
Hij kwam stil en ongemerkt, en plotseling hoe merkwaardig het ook is herkenden allen Hem. Met onweerstaanbaar geweld dringt het volk op Hem toe en omringt Hem; de menigte groeit steeds aan en volgt Hem. Zwijgend gaat Hij tussen hen, met een zachte glimlach van eindeloos medelijden. De zon der liefde brandt in Zijn hart, stralen van licht en kracht stromen uit Zijn ogen, beschijnen de mensen en ontbranden in hun hart wederliefde. Hij strekt Zijn handen tot hen uit, zegent hen, en van Zijn aanraking, zelfs van de zoom van Zijn kleed gaat een genezende kracht uit.
lees verder …

In het boek Metabletica van God van J.H.van den Berg, staat een passage over de bouw van de nieuwe Sint Pieter in Rome (1506-1626) Om deze kolos te kunnen bouwen, moest eerst de Constantijnse basiliek worden gesloopt. Deze was gebouwd op de plaats waar de beenderen van Petrus lagen en stond er al vanaf 324, op dat moment dus al bijna 1200 jaar. Paus Julius II stelde Donato Bramante aan als bouwmeester en deze begon eerst als een waanzinnige te slopen. Wat onmiddellijk opvalt bij het ontwerp van Bramante, is dat hij centraalbouw voor ogen had. De nieuwe Sint Pieter zou het grondplan krijgen van een Grieks kruis (een kruis met gelijke armen). In tegenstelling met de oude basilicavorm zou er dus geen langwerpig schip meer zijn.


Het complete verhaal over het meest kostbare bouwwerk aller tijden. James-Charles Noonan vertelt in De Basiliek over de zeventien eeuwen omspannende geschiedenis van de unieke cultuurschat die het hart vormt van de machtigste kerk ter wereld.












