Vorige maand refereerde een vriend van mij hier aan het boek dat Gitta Sereny schreef over Albert Speer en dat in het Nederlands vertaald werd onder de titel verstrikt in de waarheid. Ik heb het boek zelf (nog) niet gelezen. Volgens de conservatieve denktank Edmund Burke Stichting is het een van de beste boeken van de afgelopen eeuw. Op de website van de Edmund Burke Stichting staat over dit boek het volgende:
Gitta Sereny, Albert Speer: His Battle With Truth (1995). Speer was de begaafde architect en lieveling van Hitler die later minister van Bewapening werd en de hoogste nazi die niet ter dood werd veroordeeld in Neurenberg. Hij leefde verder als gevangene voor het leven in Spandau en worstelde zijn hele leven na Hitler met de leugens die hij zichzelf vertelde. Dit meeslepende boek, grotendeels een weergave van en commentaar op uitgebreide interviews met Speer, legt bloot hoe duivels het Hitler-regime was en welke effecten het op mensen had.

Om het mysterium tremendum aan te duiden moeten we zowel negatieve als positieve uitspraken doen, om te zeggen wat God niet is eerder dan wat Hij wéll is. Zonder deze manier van ontkennen – wat de apophatische benadering genoemd wordt – is al wat wij over God zeggen zeer misleidend. Alles wat we omtrent God bevestigen blijft, hoe juist ook, ver beneden de levende waarheid. Als we zeggen dat Hij goed of rechtvaardig is, dan moeten we er onmiddellijk aan toevoegen dat zijn goedheid of rechtvaardigheid niet kunnen worden gemeten met onze menselijke maatstaven. Als we zeggen dat Hij bestaat, dan moeten we dit onmiddellijk nader bepalen door te zeggen dat Hij niet zomaar een bestaand wezen is onder vele andere, maar dat in Zijn geval het woord “bestaan” een unieke betekenis heeft. Zo houden affirmatie en negatie elkaar in evenwicht. Zoals kardinaal Newman zegt, zijn we voortdurend bezig “te bevestigen en te ontkennen om tot een positief resultaat te komen.” Als we een uitspraak doen over God moeten we erbij voegen: deze bewering is niet onjuist, maar geen woorden zijn in staat de volheid van de transcendente God weer te geven.












