Categorie archief: boeken

naoorlogse welvaart

gezien bij VPRO boeken: Wim Brands in gesprek met Annegreet van Bergen
over haar boek Gouden Jaren
Gouden Jaren‘In 1952 deelde ik een stofzuiger met mijn schoonmoeder.’ ‘In 1961 zond de televisie 24 uur uit – per week.’ ‘In 1965 moesten we naar de buren om te bellen.’ Gouden jaren vertelt het verhaal van de ongekende naoorlogse groei die ons leven op alle fronten heeft veranderd. De wekelijkse teil werd een dagelijkse douche, het papieren loonzakje een digitale bankrekening en de boterham met tevredenheid een broodje gezond. Vertrouwde beroepen verdwenen, nieuwe deden hun intrede. Wie had er in de jaren vijftig al gehoord van mondhygiëniste of activiteitenbegeleider? Gouden jaren staat vol met herkenbare anekdotes, scherpe observaties en schitterende foto’s. Het laat zien hoe compleet anders ons leven er een halve eeuw geleden uitzag en dat we rijker zijn geworden dan we ooit voor mogelijk hadden gehouden.
 
Bron: atlascontact.nl

de verontwaardigde Volkskrant

De Volkskrant besteedt op haar manier aandacht aan het feit
dat Jozef van den Berg 25 jaar geleden stopte met theater maken
De Volkskrant
journalist Rob Gollin schreef op zich wel een respectvol artikel, maar het venijn kwam van de koppenmaker op de redactie. De kop “God betere het” moet de toon zetten.
God betere het
een vloek, die oorspronkelijk als vrome wens gebruikt is bij de vermelding van een ramp of een tegenspoed in de zin van God betere het, God herstelle, vergoede het; later als uitroep van verontwaardiging en eindelijk als een soort vloek, soms zonder enige betekenis, gebezigd, evenals God helpe me, Godhelp, God beware me.
 
Bron: etymologiebank.nl

Jozef van den Berg – van poppenspeler tot acteur van Christus [ lannoo.be ]

verbrusseling

gelezen in Letter & Geest: Het is de stoep, stommeling!
volgens Hans de Geus is de architectuur de mens kwijt

Eerder schreef ik over mijn stadswandelingen met Michaela door Brussel. Michaela, die “veldwerk” heeft gedaan met Lucius Burckhardt (1925-2003), de grondlegger van de promenadologie, leerde mij tijdens deze stadswandelingen de kunsthistorische blik even los te laten en anders naar de stad te kijken. Een stad is geen openluchtmuseum maar een sociale structuur. Al die gebouwen staan er om door de mens gebruikt te worden.

Brussel blijkt een ideale stad voor Spaziergangswissenschaft. In de jaren zestig werd het centrum van Brussel door rigoureuze stadsvernieuwing zodanig verminkt dat planologen over de hele wereld van Brusselization (“verbrusseling”) spreken wanneer het historische hart uit steden vervangen worden door een onpersoonlijk CBD (central business district) met hoogbouw en spiegelglas.

Modernistische stedenbouw zou volgens Jane Jacobs de stad doden.
De mens leeft namelijk binnen een gemeenschap en deze wordt gekenmerkt door gelaagdheid, complexiteit en schijnbare chaos.

The Death and Life of Great American CitiesDe eerste die signaleerde welke verwoesting modernistische stadsvernieuwing kon aanrichten, was de Amerikaans-Canadese journalist en activist Jane Jacobs (1916-2006). In 1961 publiceerde ze The Death and Life of Great American Cities dat een klassieker is geworden. In dit boek heeft ze scherpe kritiek op “rationalistische” stadsplanners uit de jaren 1950 en 1960, zoals Robert Moses (1888-1981). Modernistische stedenbouw zou volgens haar de stad doden. De mens leeft namelijk binnen een gemeenschap en deze wordt gekenmerkt door gelaagdheid, complexiteit en schijnbare chaos.

Modernistische stadsontwikkelaars plannen van bovenaf. Hun stedenbouwkundige principes vormen ze uit deductie; van het algemene gaan ze naar het bijzondere (top down). Jacobs ziet stedelijke vernieuwing als de meest gewelddadige en scheiding van het gebruik (residentieel, industrieel, commercieel) als de meest voorkomende vorm van modernistische stedenbouw. Dit beleid zou gemeenschappen vernietigen door het scheppen van geïsoleerde, onnatuurlijke stedelijke ruimten.

Jane Jacobs pleitte voor diversiteit en presenteerde als alternatief voor modernistische stadsplanning een model met four generators of diversity:
 
• gemengd primaire gebruik: het stimuleren van activiteit in de straat op verschillende tijdstippen van de dag.
• korte blokken zodat er een hoge doordringbaarheid voor voetgangers is.
• gebouwen uit verschillende perioden en staat van onderhoud naast elkaar.
• dichtheid.

Voor Jane Jacobs was de wijk Greenwich Village in New York het schoolvoorbeeld van een levendige stedelijke gemeenschap. Dat The Village, net als andere soortgelijke gemeenschappen, goed bewaard is gebleven, is mede te danken aan haar activisme.

De straat en de stoep zijn de meest vitale organen van de stad.

Jane Jacobs

Helaas heeft The Death and Life of Great American Cities in de jaren zestig en zeventig niet de verwoesting van het centrum van Brussel kunnen voorkomen. Het boek heeft wel bewust gemaakt voor de negatieve kanten van het modernisme: monotonie en vervreemding. Planologen en architecten kennen nu het gevaar van verbrusseling en zijn de menselijke maat beter gaan bewaken.

The Death and Life of Great American Cities [ en.wikipedia.org ]