van George Chetwynd Griffith
Twintig jaar voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog verscheen The angel of the revolution : a tale of the coming terror van George Chetwynd Griffith. Net als Jules Verne schreef hij science fiction verhalen die met met staalgravures geïllustreerd waren. Bladerend langs deze prenten trekt een stoet wetenschappelijke fantasieën voorbij. Meestal lachwekkend, maar soms beangstigend realistisch in de vooruitziende blik.

De hel van de loopgravenoorlog lag in 1893 nog achter de horizon, maar soms leek de lezer er aan het einde van de negentiende eeuw er al een glimp van mee te krijgen. Het verhaal heeft als ondertitel a tale of the coming terror, een profetische “evergreen”.
A lurid mix of Jules Verne’s futuristic air warfare fantasies, the utopian visions of News from Nowhere and the future war invasion literature of Chesney and his imitators, it told the tale of a group of terrorists who conquer the world through airship warfare. Led by a crippled, brilliant Russian Jew and his daughter, the ‘angel’ Natasha, ‘The Brotherhood of Freedom’ establish a ‘pax aeronautica’ over the earth after a young inventor masters the technology of flight in 1903. The hero falls in love with Natasha and joins in her war against society in general and the Russian Czar in particular.
Bron: en.wikipedia.org
In zijn hoofdwerk Waarheid en methode verzet
Friedrich Hölderlin kwam voor het eerst op het idee om een roman over de vrijheidslievende Grieken te schrijven toen hij nog aan het Tübinger Stift studeerde. In een brief aan Neuffer, daterend uit juli 1793, staat voor het eerst een kort fragment. In het voorjaar van 1794 begint hij in Tühringen aan het eerste boek van Hyperion. Hij is dan net 23. Zoals in die tijd gebruikelijk is, kiest hij voor een roman in briefvorm. De hoofdpersoon Hyperion richt zijn brieven uit Griekenland aan zijn vriend Bellarmin in Duitsland. Zo richt Hölderlin zich vanuit zijn geïdealiseerde Griekenland tot zijn publiek in Duitsland. In 1793 verschijnt in de 












