Categorie archief: geschiedenis

geschiedenis als toneelstuk

Réception de Condé à Versailles (1878) van Jean-Léon Gérôme

De historische schilderkunst uit de tweede helft van de negentiende eeuw loopt vaak vooruit op de spektakelfilm van de twintigste eeuw. Twee jaar geleden liet ik zien hoe D.W. Griffith zich had laten inspireren door The Babylonian Marriage Market van Edwin Long uit 1875. Voor een van de scenes uit Intolerance (1916) nam hij dat letterlijk over. Hij was niet de eerste filmpionier die dit deed. Een paar jaar voor hem had de Italiaanse regisseur Giovanni Pastrone voor Cabiria (1914) al schilderijen als uitgangspunt genomen voor bepaalde scenes. Pastrone en Griffith maakten hun meesterwerken honderd jaar geleden toen de historieschilderkunst uit de negentiende eeuw nog vers in het geheugen lag.

Tegenwoordig hebben we een andere relatie gekregen met het verleden. De reconstructie van het verleden “wie es eigentlich gewesen ist” was in de negentiende eeuw gebruikelijk. Maar sinds Wahrheit und Methode. Grundzüge einer philosophischen Hermeneutik (1960) van Hans-Georg Gadamer weten we definitief dat een objectieve interpretatie van de geschiedenis een illusie is. Het gaat er niet om het verleden te reconstrueren maar om het te verstaan en in dienst te stellen van het heden. En zo zijn we vertrouwd geraakt met interpretaties van Shakespeare en Sophocles waarbij acteurs optreden in eigentijdse kleding.

Toch is negentiende-eeuwse objectiverende benadering van geschiedenis in de historische film nog springlevend. Art directors en set decorators van kostuumdrama kunnen nog altijd zwaar leunen op de schilderkunst, met name die van de negentiende eeuw. De televisieserie Versailles (2015) brengt het hof van zonnekoning Lodewijk XIV weer tot leven. Dat moet in werkelijkheid ook één groot toneelstuk geweest zijn. Versailles werd eerder bevolkt door acteurs dan door gewone mensen.

Jerome
Réception de Condé à Versailles (1878)

Een schilderij uit de historieschilderkunst dat dit fraai laat zien, is Réception de Condé à Versailles van Jean-Léon Gérôme uit 1878. We zien de entree van het paleis tijdens de ontvangst van de Lodewijk II van Bourbon-Condé door Lodewijk XIV. Het is een icoon van het absolutisme waarbij de zonnekoning de centrale plaats inneemt. De edelen zijn satellieten die om hem draaien en zelfs de machtige Grand Condé moet buigen.

Jerome
detail

Gérôme heeft deze historische gebeurtenis uitgebeeld zoals deze bedoeld was: de ontvangst is een vertoning, een toneelstuk, waarin de spelers rond de zonnekoning tegelijkertijd het publiek zijn. Ze staan als wassen beelden uitgestald op de trap om de Grand Condé te imponeren.

Jerome
detail
De ontvangst is een vertoning, een toneelstuk, waarin de spelers rond de zonnekoning tegelijkertijd het publiek zijn.
The year is 1674, and on the great Escalier des Ambassadeurs, in Versailles, Louis XIV is welcoming the Grand Condé, who has just defeated William of Orange in the battle of Seneffe. This event marked the end of almost fifteen years of exile for the Grand Condé, which had been designed by the king to punish “his cousin” for leading the Fronde against the monarchy. Gérôme concentrated all his passion for historical reconstruction into this modest-sized painting, making use of different iconographic sources to lend the scene more credibility such as engravings of the Château de Versailles and portraits of the various persons represented.The composition is made dynamic by the high-angle view and the off-centring of the large compositional X structure. Gérôme employed a delicate palette in which the overall sense of clarity and the cool tones of the marble are invigorated by the colours of the costumes and flags.
 
Bron: musee-orsay.fr

Der Untergang, 1789

gezien op NPO2: Les adieux á la reine (2012)

Les adieux a la reineDit Franse kostuumdrama uit 2012 is een beetje de Franse variant van Der Untergang. Versailles, 14 juli 1989. Het gepeupel heeft de Bastille bestormd en de eerste berichten van onthoofdingen bereiken het hof. In de gangen van het immense Versailles wordt nerveus heen en weer gelopen. De spanning slaat een paar dagen later om in paniek. Net als in Der Untergang wordt alles geregistreerd door de ogen van een jonge vrouw. Agathe-Sidonie Laborde (een mooie rol van Léa Seydoux) is de voorleesdame van Marie-Antoinette. Ze houdt van haar koningin en is als geboren hoveling volledig devoot. Als ze op bevel van de koningin naar Zwitserland moet vluchten samen met de hertogin van Polignac kan ze niet anders dan gehoorzamen.

Les adieux a la reineLes adieux á la reine is de verfilming van de gelijknamige roman van Chantal Thomas. Anders dan het script van Der Untergang, dat helemaal gebaseerd is op de ooggetuigenverslagen van Joachim Fest, is Les adieux á la reine fictie. In tegenstelling tot Traudl Junge, de ik-figuur in Der Untergang, heeft Agathe-Sidonie Laborde nooit bestaan. De liefde tussen Marie-Antoinette en de hertogin van Polignac is echter geen fictie. Maar in de pornografische libelles werd er zo wild rond de relatie tussen deze twee vrouwen gespeculeerd, dat we werkelijkheid en fictie nooit meer van elkaar zullen kunnen scheiden.

Les adieux [ imdb.com ] | Les adieux [ fr.wikipedia.org ]

de “geboorte” van Frankenstein

In de nacht van 16 juni 1816 werd de kiem gelegd voor Frankenstein

Mary ShelleyIn mei 1816 reisden Mary Godwin, Percy Shelley en hun zoontje naar Genève met Claire Clairmont. Ze wilden daar de zomer doorbrengen met de dichter Lord Byron. Hij had op dat moment een affaire met Claire Clairmont en zij was in verwachting van hun kind. In Geneve begon Mary Godwin zich Mary Shelley te noemen. Op 25 mei 1816 voegde Lord Byron zich bij het gezelschap samen met de jonge natuurkundige William Polidori. Hij huurde daar de Villa Diodati aan het Meer van Genève. Percy Shelley huurde het nabijgelegen Maison Chapuis.

Ze brachten hun tijd door met schrijven, varen op het meer en met lange nachtelijke gesprekken. Het jaar 1816 wordt wel eens “het jaar zonder zomer” genoemd. In 1831 herinnerde Mary Shelley dat het onafgebroken leek te regenen en dat ze de meeste tijd binnen doorbrachten. Rond het haardvuur vermaakte het gezelschap zich met griezelverhalen van de Duitse romantici. Lord Byron stelde voor dat elk van hen een ghost story zou schrijven. De jonge Mary Godwin begon te broeden op een idee. Halverwege juni gingen de nachtelijke gesprekken in Villa Diodati over de biologische principes van het leven. Vlak voordat ze ging slapen, liet Mary zich door haar verbeeldingskracht meevoeren. Later vertelde ze dat ze een waking dream had en vertelde deze na:

“I saw the pale student of unhallowed arts kneeling beside the thing he had put together. I saw the hideous phantasm of a man stretched out, and then, on the working of some powerful engine, show signs of life, and stir with an uneasy, half vital motion. Frightful must it be; for supremely frightful would be the effect of any human endeavour to mock the stupendous mechanism of the Creator of the world.”
Frankenstein
“I saw the pale student of unhallowed arts kneeling beside the thing he had put together”

Aanvankelijk dacht Mary Shelley aan een kort verhaal, maar aangemoedigd door Percy Shelley begon ze dit om te werken naar een roman onder de titel Frankenstein or: The Modern Prometheus. Het boek zou twee jaar later in 1818 gepubliceerd worden.

In september 2011 is de astronoom Donald Olson, na een bezoek aan de villa het Meer van Genève in het voorgaande jaar en bestudering van de stand van de maan en de constellatie van de hemel, tot de conclusie gekomen dat Mary Shelly’s waking dream plaatsvond op 16 juni 1816 tussen twee en drie uur ‘s nachts.