Er zijn gelukkig nog steeds liefhebbers die hun blog helemaal wijden aan de achttiende eeuw. Ook in Nederland. Een daarvan is weyerman.nl met een dagelijks (!) stukje gerelateerd aan Jacob Campo Weyerman (1677-1747) en de achttiende eeuw. In februari las ik in een oogje op iemand hebben iets over een rage uit de achttiende eeuw. De Prince of Wales en latere koning George IV was in 1884 tot over zijn oren verliefd geworden op Maria Fitzherbert. In het geheim stuurde hij haar in 1885 een miniatuur van zijn oog op een broche.

De symboliek was duidelijk: hij had zijn koninklijke oog op haar laten vallen. Blijkbaar had er toch iemand “gelekt”, want kort daarop begonnen in Engeland verliefde mannen in navolging van de koning hun Lover’s Eye weg te schenken in de vorm van een medaillon, broche, ring of snuifdoosje. Het paste helemaal in het sentimentalisme van die tijd. Dit voorjaar organiseerde het Birmingham Museum of Art de tentoonstelling The Look of Love over deze achttiende eeuwse rage uit Engeland.

On November 3, 1785, the Prince wrote to Mrs. Fitzherbert with a second proposal of marriage. Instead of sending an engagement ring, he sent her a picture of his own eye, painted by the miniaturist Richard Cosway, writing, P.S. I send you a Parcel and I send you at the same time an Eye, if you have not totally forgotten the whole countenance. I think the likeness will strike you.“ Shortly thereafter, Mrs. Fitzherbert returned to England and married the Prince in a secret ceremony on December 15, 1785. Not long after their clandestine nuptials, Mrs. Fitzherbert (as she preferred to remain) commissioned Cosway to paint a miniature of her own eye for the Prince. The Prince of Wales„ token of affection inspired an aristocratic trend for exchanging eye portraits mounted in a wide variety of settings lasting the next few decades.
Bron: artsbma.org

Het is verleidelijk om het kwabornament van het rocaille Freudiaans te interpreteren. Zelf zie ik het rocaille als “het schuim van de droom.” Iedereen die wel eens een kerkje met rococo-interieur in Oostenrijk of het zuiden van Duitsland heeft bezocht, herinnert zich de plafondschilderingen met “medaillons” waarin voorstellingen van heiligen geschilderd zijn. Deze Bild-inslen zijn omzoomd door wit rocaille. Omdat rocaille meestal asymmetrisch is en net als een fractaal breed uitgesponnen is, doet het denken aan opspattend schuim. Een van de mooiste stucwerken uit het rococo vind ik de 



In 1979 kreeg ik in de vierde klas van het atheneum voor het eerst literatuuronderwijs. Op onze school gebruikten we de 34e druk van Literatuurgeschiedenis van H.J.F.M. Lodewick uit 1958. De drie delen (inclusief Literaire Kunst uit 1955) heb ik nog altijd bewaard en gebruik ik alweer dertig jaar als naslagwerk. Omdat ik de laatste tijd met de achttiende eeuw bezig ben, sloeg ik het boek weer eens open om de namen door te nemen van de achttiende eeuwse schrijvers en dichters die ik voor de boekenlijst moest leren (en lezen!)
De Literatuurgeschiedenis van H.J.F.M.Lodewick wordt al decennia lang niet meer gebruikt. De canon uit 1958 zal inmiddels gewijzigd zijn. Voor mijn generatie was literatuur van vóór 1900 vaak al onleesbaar, hoe zal dat dan wel niet zijn voor de Facebookgeneratie? In ieder geval hebben de jongeren van nu door het internet veel beter toegang tot ons literaire verleden dan wij destijds met Lodewick hadden. Ik nam eens een kijkje op 













