Categorie archief: geschiedenis

Euro Reich

Georg Diez in Der Spiegel en Holger Schmale in de Berliner Zeitung
over het nieuwe Duitse Europa

emu“Nu Europa Duits wordt, heeft het land alsnog WO II gewonnen” stond er vrijdag boven een artikel in dagblad Trouw. In het stuk wordt verwezen naar twee artikelen die onlangs verschenen in Der Spiegel en in de Berliner Zeitung. De euro is ooit ingevoerd omdat Frankrijk na de Duitse eenwording in 1990 bang was dat het verenigde Duitsland uiteindelijk weer het machtigste land op het Europese continent zou worden. Door de sterke D-mark aan de Franse franc te koppelen zou het economische zwaartepunt van Europa op de as Parijs-Berlijn komen te liggen. Maar nu Frankrijk haar AAA status dreigt te verliezen, blijkt Duitsland definitief economisch superieur. Vanachter de monetaire crisis is een politieke crisis tevoorschijn gekomen.

In der vergangenen Woche hat Deutschland den Zweiten Weltkrieg gewonnen. Ups. Habe ich da was ausgeplaudert?

Georg Diez in Der Spiegel

Vorige week heeft Duitsland de Tweede Wereldoorlog gewonnen. Oeps. Heb ik nu mijn mond voorbij gepraat? Natuurlijk niet met wapens en het gaat ook niet om de Duitsers van toen. Wij, de goede nieuwe Duitsers, hebben gewonnen met onze miljarden.
 
Georg Diez in Der SpiegelNederlandse vertaling
Helmut Kohl en de zijnen antwoordden met Thomas Mann: “Wij willen geen Duits Europa, maar een Europees Duitsland.“ Als bewijs daarvoor gaven ze zelfs de Duitse mark op, het geliefde en gekoesterde symbool van het Duitse economische wonder van na de Tweede Wereldoorlog.
 
Holger Schmale in de Berliner ZeitungNederlandse vertaling

overrompelende directheid

gezien op Canvas: meesterwerken – Michelangelo da Caravaggio
De gevangenneming van Christus in de National Gallery Dublin

CaravaggioWij zijn zo vertrouwd geraakt met fotografie en film dat we ons moeilijk kunnen voorstellen hoe overrompelend de schilderijen van Caravaggio destijds waren. Zoiets had de wereld nog nooit gezien. Zijn werk sloeg in als een bom. Net als in het museum van Madame Tussaud bracht hij je oog in oog met de heiligen, de apostelen en met Jezus Zelf. Deze overrompelende directheid kwam door twee noviteiten in de schilderkunst. Ten eerste plaatste Caravaggio de figuren midden in de ruimte. Hij brak met een verbluffende ruimtelijke illusie door het platte vlak heen en laat ons kijken in een donkere ondiepe ruimte, waarin de personages als wassen beelden tevoorschijn komen. Ten tweede koos hij zijn modellen uit het volk. Zijn heiligen en apostelen waren niet de geïdealiseerde personages uit de Renaissance, maar gewone boeren en arbeiders. Jezus‘ discipelen waren tenslotte vissers, volkse types. Caravaggio was een vechtersbaas. Regelmatig kwam hij in aanvaring met het gezag en belandde daardoor meerder malen in het gevang. Toen hij iemand van het leven had beroofd, moest hij vluchten en leidde hij een zwervend bestaan. Hij werd maar 38 jaar oud en stierf in 1610.

Caravaggio
Michelangelo da Caravaggio
De gevangenneming van Christus, 1603

Als je iets van Caravaggio‘s kunst wilt begrijpen, is het belangrijk iets van zijn tijd te weten, met name van de ontwikkelingen binnen de kerkelijke kunst. Met het Concilie van Trente begon de Contrareformatie, het antwoord van de katholieke kerk op de Reformatie. Beeldende kunst werd als propagandamiddel ingezet tegen de Reformatie, die in Rome beschouwd werd als het werk van scheurmakers. De Reformatie die in Duitsland begonnen was, had daar het gewone volk gemobiliseerd en een sociale omwenteling teweeggebracht.

De boerenbevolking die een armoedig bestaan leidde en traditioneel door de katholieke kerk was klein gehouden, kwam in opstand en beschouwde de Reformatie niet alleen als een sociale bevrijding, maar ook als een waarachtige geloofsbeleving. Zonder tussenkomst van de katholieke kerk was het nu mogelijk om rechtstreeks contact te hebben met God. De kerkelijke beeldende kunst werd als diefstal van de armen gezien. Door het Woord, dat nu dankzij de Bijbelvertaling van Luther voor de gewone man toegankelijk was geworden, kon het volk onmiddellijk in contact komen met God. Beelden werden geassocieerd met de uitbuiting van het gewone volk door de clerus.

details uit De gevangenneming van Christus

In de tweede helft van de zestiende eeuw waren er twee richtingen in het christelijk geloof gekomen. De Reformatie keerde zich van het beeld af terwijl de Contrareformatie het beeld juist ging inzetten om betrokkenheid met de gewone man te tonen. De heiligen en apostelen kwamen nu heel dichtbij het volk te staan. De kunstenaars die in opdracht van katholieke kerk werkten, wilden de gewone man te laten zien dat de figuren uit de Bijbel ook lieden uit het gewone volk waren. De beeldende kunst van de Contrareformatie moet daarom gezien worden als onderdeel van een tegenoffensief. De sociale omwenteling waarin het volk in Duitsland de rooms katholieke kerk de rug toekeerde, moest gekeerd worden door het volk voor zich te winnen. De beeldende kunst van de Contrareformatie kun je enigszins vergelijken met commerciële televisie: het volk krijgt zijn voedsel, terwijl de propaganda er door gehusseld is.

De beeldende kunst van de Contrareformatie kun je enigszins vergelijken met commerciële televisie: het volk krijgt zijn voedsel, terwijl de propaganda er door gehusseld is.

In de documentaire over Caravaggio staat zijn schilderij van De gevangenneming van Christus centraal. De voorstelling focust op het emotionele hart van de vertelling. In vroegere voorstellingen van de gevangenneming van Christus, bijvoorbeeld in het beroemde fresco van Giotto, wordt meer veel meer verteld dan alleen de kus van Judas, ook al staat deze in de voorstelling centraal. We zien ook zijn apostelen afgebeeld en Petrus die het oor afsnijdt van een soldaat.

Giotto
Giotto
De gevangenneming van Christus, 1304-06

Maar Caravaggio zoomt helemaal in op de kus van Judas en maakt van al het andere bijzaak. Ook houdt hij zich aan het woord uit de Bijbel: “en het was nacht”. Het verraad van de Zoon des mensen, vindt dus plaats in het holst van de nacht en tegelijkertijd is dat een geestelijke nacht. Om dat zichtbaar te maken, werkte Caravaggio op een donkere ondergrond. In de documentaire zien we ook hoe iemand een kopie van het schilderij maakt zodat we iets van Caravaggio‘s werkwijze kunnen zien. De gezichten die door kaarsen belicht worden, drijven als eilanden in een zee van duisternis. Wat bij Giotto op de achtergrond allemaal zichtbaar is, blijft bij Caravaggio allemaal in het duister. Zo worden we alleen geconfronteerd met het meest wezenlijke: het verraad van Christus en daarmee met ons eigen verraad.

Caravaggio schilderde dit meesterwerk overigens voor zijn beschermheer Ciricaco Mattei, een schatrijke Romeinse edelman en dus niet in opdracht voor de rooms katholieke kerk. Het werk was bedoeld om indruk te maken op de notabelen in Rome en dus om macht te tonen. Het gewone volk had geen toegang tot de paleizen van Mattei en zal dit schilderij nooit gezien hebben. Zij moesten het doen met derderangs Caravaggio‘s en tableau vivants van aangeklede poppen.

In 1993 deed de National Gallery van Ierland een spectaculaire mededeling: een verdwenen schilderij van de Italiaanse meester Michelangelo da Caravaggio (1571-1610) was teruggevonden in Dublin. Het doek ‘De gevangenneming van Christus’ was bekend van kopieën, maar het origineel was al 200 jaar spoorloos. Tot de National Gallery in 1990 het verzoek kreeg van de Jezuïeten van Sint Ignatius in Dublin om een oud schilderij op te kuisen dat al 60 jaar in hun instelling hing. De restaurateur herkende de compositie meteen: het ging om ‘De gevangenneming van Christus‘, ook wel ‘De Judaskus‘ genoemd. Het schilderij toont hoe Christus kort voor zijn dood werd opgepakt in de tuin van Getsemane, na het verraad van Judas. Caravaggio schilderde het doek in 1602 in opdracht van de Romeinse edelman Ciricaco Mattei. Tot in de 18de eeuw hing het schilderij in…
 
Bron: yelo.be

programmas.canvas.be

snapshots uit het verleden

zaterdag gezien op Nederland 1: Frans Hals, snapshots uit het verleden

Als toetje bij de tentoonstelling Portretfabriek Van Mierevelt keek ik zaterdag naar de documentaire Frans Hals, snapshots uit het verleden op Nederland 1 bij Close Up. De titel van deze documentaire is goed gekozen, want bij Frans Hals denk je aan de spontaniteit en levendigheid van een snapshot en dat zijn kwaliteiten die we tegenwoordig allemaal kunnen waarderen. Aan momentopnamen zijn we helemaal gewend geraakt. Iedereen die op een knopje kan drukken, kan er eentje maken. Maar aan het begin van de zeventiende eeuw was je een soort tovenaar als je een snapshot kon maken. Als schilder moest je niet alleen beschikken over een buitengewoon visueel geheugen en een soort steno om razendsnel vast te kunnen leggen. Je moest in zekere zin ook non-conformistisch zijn en oog hebben voor het spontane en terloopse.

Jean de la Chambre
portret van Jean de la Chambre 1638 (detail)
Er is een wereld van verschil tussen de weergave van de kanten kraag bij Frans Hals en Michiel van Mierevelt. Bij Frans Hals blijft deze ruw en schetsmatig. Ook als hij de kleding verder uitwerkte, zoals in het beroemde portret van de lachende cavalier uit 1624, bleef dit ondergeschikt aan een levendige gelaat.

Vergeleken bij Michiel van Mierevelt is Frans Hals een echte non-conformist, die zijn klanten tot informele poses weet te verleiden. Terwijl de manier van schilderen bij Van Mierevelt vanuit ambachtelijk oogpunt voortreffelijk is, heeft Frans Hals “sprezaturra” in zijn vingers. Zijn penseelstreek is losjes maar helemaal raak en dus virtuoos. Laatst hoorde ik iemand het werk van René Daniels becommentariëren en hij noemde een bepaald fragment in het schilderij “virtuoos” geschilderd. Maar virtuoos is iets pas als het niet alleen losjes en spontaan is, maar ook overtuigend iets anders dan de verf representeert. En dat was bij het schilderij van René Daniels allesbehalve het geval. “Nonchalant kwasten” en “virtuoos schilderen” zijn totaal verschillende dingen. Maar dit even terzijde.

Terwijl de manier van schilderen bij Michiel van Mierevelt vanuit ambachtelijk oogpunt voortreffelijk is, heeft Frans Hals “sprezaturra“ in zijn vingers.

Frans Hals werd in 1582 of 1583 geboren en was ruim vijftien jaar jonger dan Van Mierevelt. Hij wordt gerekend tot de eerste generatie grote schilders uit de Gouden Eeuw. Gemakshalve kun je Frans Hals (1582/83-1666) indelen bij de eerste, Rembrandt bij de tweede (1606-1669) en Vermeer (1632-1675) bij de derde generatie . Wat daarbij opvalt, is dat ze in dezelfde periode zijn gestorven zijn (resp. in 1666, 1669 en 1675). Frans Hals markeerde het eerste hoogtepunt in de schilderkunst van de zeventiende eeuw met zijn schuttersstuk uit 1616. De “portretfabriek” van Van Mierevelt was toen al aardig op stoom gekomen.

Frans Hals’ portretten waren in de eerste decennia van de zeventiende eeuw revolutionair. Niet alleen door de spontaniteit en de treffende gelijkenis, maar ook door de vaak nonchalante poses en composities. Vóór Frans Hals was een groepsportret zoals een schuttersstuk meestal een paar rijen koppen boven en onder elkaar zoals op een stijve en formele foto van een voetbalteam. Soms probeerde de schilder met handgebaren of met een draaiing van het hoofd de compositie wat te verlevendigen.

de anatomische les van dr. Willem van der Meer, 1617
Michiel en Pieter van Mierevelt
de anatomische les van dr. Willem van der Meer, 1617. De restauratie is tijdens de tentoonstelling in Museum Prinsenhof in Delft live te volgen.
Frans Hals Banket van de officieren van de St. Jorisdoelen 1616 (Frans Hals Museum Haarlem)

Wat Frans Hals deed, was volkomen nieuw. Net als bij een snapshot, heb je het gevoel dat je de ander(en) in het moment betrapt. De schutters kijken je nieuwsgierig aan en lijken je uit te nodigen een glas mee te drinken. Dat informele is ondenkbaar in de traditie waarin Van Mierevelt werkt. Bij hem is alles nog formeel en plechtig. Geen lachende gezichten, hooguit een flauwe glimlach. En in de individuele portretten is er áltijd die ene pose: de man kijkt driekwart naar rechts en de vrouw driekwart naar links. Zo is het en niet anders.

Willem van Heythuysen
portret van Willem van Heythuysen 1625
Dit portret zag ik voor het eerst op de tentoonstelling Hollanders in Beeld (2007) in het Mauritshuis. In die tijd was het zeer gedurfd om een voornaam iemand met zijn stoel te laten wippen, maar Frans Hals had het lef en kwam er mee weg.

In de documentaire komen verschillende kenners aan het woord: Pieter Biesboer ex-conservator van het Frans Hals Museum in Haarlem, restaurateur Martin Bijl en ook de wereldberoemde kunsthistoricus en Frans Hals kenner Seymour Slive uit Chicago. Hij deelt niet alleen zijn hoge leeftijd (91!) met Frans Hals maar ook zijn bruisende enthousiasme.

AVRO Close Up : snapshots uit het verleden [ nederland1.nl ]