Categorie archief: geschiedenis

troost

onverteerbare zwarte romantiek en licht verteerbare burgerlijke romantiek
Caspar David Friedrich en Ludwig Adrian Richter

Om het verschil tussen landschapsschilderkunst van de Romantiek en van de Biedermeier duidelijk te maken, worden door kunsthistorici vaak twee schilders uit Dresden tegenover elkaar gezet: Caspar David Friedrich (1774-1840) en Ludwig Adrian Richter (1803-1884). Of beter gezegd, twee van hun bekendste schilderijen: Mönch am Meer (1808/10) van Friedrich en See im Riesengebirge (1839) van Richter.

Caspar David Friedrich
Caspar David Friedrich
Mönch am Meer, 1808/10

Mönch am Meer illustreert de zware, donkere en diepe variant van de Romantiek en heeft eigenlijk helemaal niets ‘romantisch’. Friedrich schildert hier een grenservaring. De monnik staat met de rug naar ons toe zodat we ons gemakkelijker met hem kunnen identificeren. Hij staat tegenover een immense, onheilspellende en zwijgende ruimte. De oceaan in zijn existentiële naaktheid. Heinrich von Kleist (die in 1811 zelfmoord zou plegen) schreef met Empfindungen zu Friedrichs Seelandschaft misschien wel het beroemdste commentaar bij dit kale landschapsschilderij: „so ist es, wenn man es betrachtet, als ob einem die Augenlider weggeschnitten wären“. Ik moet bij deze beschrijving onmiddellijk denken aan de scene uit a Clockwork Orange waarin Alex met wijd opengespalkte ogen schokkende beelden op zijn netvlies geprojecteerd krijgt. Mönch am Meer is minimalistisch geschilderd, maar toont daardoor juist teveel, meer dan we verdragen kunnen.

Ludwig Adrian Richter
Ludwig Adrian Richter
See im Riesengebirge, 1839

Halverwege de jaren dertig schildert Ludwig Adrian Richter met See im Riesengebirge een light-variant op Friedrichs schilderij. Ook hier zien we een donkere en dreigende lucht en een onherbergzame natuur. We zien een man, een jongen en een hond. Ze zijn hier niet als de monnik voor de contemplatie, maar om er weer zo snel mogelijk weg te zijn. Het onherbergzame landschap is geen eindpunt, maar een tussenstation. De man loopt vastberaden door tegen de wind in terwijl de jongen hoopvol kijkt naar de opklaring in de verte. Een dergelijke nooduitgang is kenmerkend voor de Biedermeier. Het naakte en onzekere bestaan wordt bedekt met een geruststellende gedachte.

Ludwig Adrian Richter
Ludwig Adrian Richter
Genoveva in der Waldeinsamkeit, 1841
Waldeinsamkeit,
Die mich erfreut,
So morgen wie heut
In ewger Zeit,
O wie mich freut
Waldeinsamkeit.

Ook het schilderij Genoveva in der Waldeinsamkeit is een geruststellend Biedermeier tafereeltje. Richter ontleent het woord Waldeinsamkeit aan het kunstsprookje Der blonde Eckbert van Tieck. De betekenis van dit woord is absoluut niet zo idyllisch als Richter het hier voorstelt. In Tiecks sprookje staat Waldeinsamheit niet alleen voor geborgenheid in het bos, maar ook voor ongeborgenheid in een duistere en onvoorspelbare oerruimte. Maar Genoveva in der Waldeinsamkeit is een bekoorlijk plaatje dat de burgerij een vlucht aanbiedt in een geïdealiseerde natuur. Zoiets zou Friedrich, voor wie de natuur ook stond voor ‘das ganz andere’, nooit in zijn hoofd halen.

Ludwig Adrian Richter [ de.wikipedia.org ]

Lichtbilder

gelezen: Fotografie in Augsburg 1839-1900 van Franz Häussler

AugsburgMet toenemende verwondering kan ik met mijn aandacht in een negentiende eeuwse foto verdwijnen. Voor mij is zo’n foto eigenlijk een gat in de tijd. Zoals je met een telescoop naar de sterrenhemel in een onhistorisch verleden kunt turen, zo kun je via een oude foto toegang krijgen tot ons historische verleden. Een foto herbergt ontelbare verhalen. Vorig jaar kocht ik in Augsburg de catalogus van de tentoonstelling Fotografie in Augsburg 1839 – 1900 uit 2004. In het boek staan met name foto’s uit het laatste kwart van de 19e eeuw en we zien een Augsburg dat niet meer bestaat, maar toch zeer herkenbaar Augsburg is.

Het raadhuis, het standbeeld van Augustus op de markt, de Fugerei en de Maximilliaanstraße, om maar een paar landmarks van de stad te noemen, het was er en het is er nog steeds. Tegenwoordig zijn deze gebouwen bezienswaardigheden, eilandjes in een moderne stad. Maar op een foto uit 1886 zie je het raadhuis van Augsburg ingebed in een veel oorspronkelijker omgeving. Toch zijn er ook al ‘moderne’ constructies van gietijzer en daarnaast veel opgeblazen historisme uit de Gründerzeit. In 1886 is het laat-Middeleeuwse Augsburg bijna verdwenen… Tot in de twintigste eeuw werden foto’s in Duitsland Lichtbilder genoemd, beelden van licht. Het licht is onpartijdig en toont alles wat het licht verdragen kan: alle bomen en gebouwen, maar ook besnorde mannen, bouwvakkers, een treurend vaderloos gezin…

Augsburg 1850
momentopname van 160 jaar geleden
Daguerreotype uit 1850 (9,6 x 7 cm) privécollectie uit Augsburg
In Zusammenarbeit mit dem bekannten Augsburger Autor Franz Häußler wird das Stadtarchiv Augsburg vom 05. Mai bis zum 11. Juni 2004 im Foyer der Stadtsparkasse Augsburg eine Ausstellung über die Anfänge der Fotografie in Augsburg präsentieren. Begleitend und ergänzend zur Ausstellung wird das neue Buch von Franz Häußler “Fotografie in Augsburg 1839 bis 1900″ erscheinen, das als erster Band die neue für kleinere Monographien, Ausstellungs- kataloge u.ä. gedachte Schriftenreihe des Stadtarchivs Beiträge zur Geschichte der Stadt Augsburg eröffnet.
 
Mit Ausstellung und Veröffentlichung will das Stadtarchiv Augsburg versuchen, erstmals einen Überblick über die Geschichte der Fotografie in Augsburg zu geben. Bilder aus den städtischen Fotosammlungen und Objekte aus der Frühzeit der Fotografie (v.a. aus Augsburger Privatbesitz) sollen dabei die maßgeblichen technikgeschichtlichen Aspekte der Entwicklung der Augsburger Fotografie im 19. Jahrhundert vermitteln und die Bedeutung der Fotos neben ihrem künstlerischen und technischen Eigenwert als “kultur- und stadtgeschichtliche Zeitdokumente” verdeutlichen.
 
Bron: augsburg.de

Augsburg [ nl.wikipedia.org ]

voor eeuwig plechtig

portretfotografie tussen 1853 en 1863
Franz Hanfstaengl uit München: Album der Zeitgenossen

Franz Hanfstaengl (1804-1877) werd in Beieren geboren vlak nadat Alois Senefelder in München de steendruk had uitgevonden. In 1806 had de Franse schilder en officier Louis-François Lejeune deze vlakdruktechniek in Frankrijk geïntroduceerd waar ze al snel lithografie genoemd werd. Hanfstaengl werd in de jaren dertig de bekendste portretlithograaf van München en kreeg in de Beierse hoofdstad de bijnaam Graf Litho. In 1839 was het Frankrijk waar een nieuwe uitvinding werd gedaan die ditmaal naar München werd gebracht: de fotografie. Hanfstaengl opende in het begin van de jaren vijftig een fotoatelier en veel van de lokale beroemdheden die hij al gelithografeerd had, wilden nu van zichzelf een foto. Niet alleen de high society uit München liet zich bij Hanfstaengl vereeuwigen in het nieuwe wonderbaarlijke medium, maar ook ver daarbuiten wisten beroemdheden de weg naar hem te vinden.

Leo von Klenze
portret van de Beierse architect, schilder en schrijver Leo von Klenze die zijn hart aan de klassieke oudheid had verloren en op de foto een scherf toont van de droom die hij zijn hele leven heeft nagejaagd. Ook de koninklijke onderscheidingen horen erbij.

Dertig jaar geleden ontdekte ik het Album der Zeitgenossen, een verzameling foto’s van Hanfstaengl‘s beroemde tijdgenoten die zich tussen 1853 en 1863 door hem lieten portretteren, waaronder Richard Wagner (1813 – 1883), Clara Schumann (1819 – 1896), Leo von Klenze (1784 – 1864), Franz Liszt (1811 – 1886), Justus von Liebig (1803 – 1873), Hans Christian Andersen (1805 – 1875), Elisabeth (Sisi) von Österreich (1837 – 1898), en Carl Spitzweg (1808 – 1885).

Het album geeft een prachtig tijdsbeeld van het midden van de negentiende eeuw waarin fotografie en schilderkunst nog hecht met elkaar verbonden waren. Het was een tijd waarin levendigheid voor plechtigheid moest wijken. Spontaniteit behoorde niet de mogelijkheden omdat de geportretteerde zijn houding voor de camera moest bevriezen vanwege de lange sluitertijd.