Categorie archief: geschiedenis

Greatest Show on Earth

de theatrale landschappen van Thomas Cole (1801-1848)
en de Hudson River School

De vader van de Amerikaanse Hudson River School, Thomas Cole, bracht de autonome landschapsschilderkunst van Europa naar Amerika en combineerde deze met de grandeur van het Amerikaanse landschap. Het resultaat was een theatrale landschapsschilderkunst. Cole was net als zijn tijdgenoot Caspar David Friedrich gevoelig voor het ontzagwekkende van de natuur, dat hij vooral in de woeste en ongetemde elementen tot uitdrukking zag komen. Maar terwijl Friedrich de numineuze ervaring verinnerlijkt en versobert, gaan bij Cole alle registers open en geeft hij zich schaamteloos over aan kitscherige rotspartijen en zonsondergangen. Wie overweldigd wordt door de natuur, maakt zich niet meer druk over het onderscheid tussen kunst en kitsch, lijkt hij te willen zeggen.

Thomas Cole
De verdrijving uit het Paradijs, ca. 1828
Thomas Cole
De elementen, ca. 1828
Wie overweldigd wordt door de natuur, maakt zich niet meer druk over het onderscheid tussen kunst en kitsch, lijkt hij te willen zeggen.
Thomas Cole
Na de zondvloed, 1829

In de jaren dertig gaat Thomas Cole zijn landschappen doorspekken met symboliek. Een schilderij als The Voyage of Life uit 1842 laat zien dat eigentijdse new age of fantasy kitsch niets nieuws is.

Thomas Cole
The Voyage of Life, 1842

Toen Thomas Cole in 1848 op 47-jarige leeftijd stierf, werd de vader van de Hudson River School opgevolgd door zijn kroonprins Frederic Edwin Church (1826–1900). In het derde kwart van de negentiende eeuw schilderde deze imposante landschappen waarmee hij in Verenigde Staten én in Europa triomfen vierde. De Hudson River School had van het landschap een circusattractie gemaakt, een Greatest Show on Earth.

Frederic Edwin Church
Frederic Edwin Church
Heart of the Andes, 1859
Metropolitan Museum New York

Nature and the Sublime

ambachtelijk [ 1 ]

gelezen:The Art of the Pre-Raphaelites van Steven Adams

The Art of the Pre-RaphaelitesEr loopt historisch niet alleen een lijn tussen de Pre-Raphaelite Brotherhood en de Duitse Nazarener maar ook tussen de kunstreligie van de vroege Romantiek en de Jugendstil met William Morris als belangrijke schakel.

Dat ontdekte ik in het boek The Art of the Pre-Raphaelites van Steven Adams. Hij refereert aan de Herzensergießungen eines Kunstliebenden Klosterbruders van Wackenroder en Tieck uit 1797. Dit geschrift had grote invloed op de vergeestelijking van de kunst tijdens de Romantiek. In 1808 zouden enkele schilders aan de Akademie der bildenden Künste in Wenen zich verenigen in een Lukasbond. Deze idealiseerde de kunst en de kunstnijverheid uit de tijd van Albrecht Dürer. De Lukasbund werd het begin van een reactionaire beweging die als Die Nazarener de geschiedenis is ingegaan.

Via de Engelse schilder Ford Madox Brown die in de jaren veertig in Rome de Nazareners Peter Cornelius en Friedrich Overbeck leerde kennen, is er een verbinding met de Pre-Raphaelite Brotherhood die in 1848 in Londen werd opgericht. Tenslotte zou deze via William Morris weer invloed uitoefenen op de kunstnijverheid van de Jugendstil. Zo loopt er dus dwars door de negentiende eeuw een anti-modernistische beweging die de Romantiek met de Jugendstil verbindt. Ook in de eentwintigste eeuw spreekt ze een publiek aan dat het ambachtelijke en collectieve van traditionele kunst a priori meer waarderen kan dan het conceptuele en hyper-individuele van de moderne kunst.

Isabelle
Sir John Everett Millais
Isabella, 1849
In England, in 1848, three artists banded together, deciding that they’d had enough of the current British art scene. They were irked by what they saw as stagnant and uninspiring work. Paintings at that time consisted mainly of boring landscapes with cattle, stags at bay, seascapes, still life studies, or family portraits.
 
The three rebellious artists seeking change were Dante Gabriel Rossetti, William Holman Hunt, and Sir John Everett Millais. The name of the movement they founded – “The Pre-Raphaelites” stems from their determination to take inspiration from a time before the artist Raphael set standards in art which they felt had been followed for too long. Their vision was to paint real, unidealised landscapes, figures drawn from life, to real proportions, and grouped without stylised arrangement. They favoured subjects from poetry, mythology, religion or mediaeval tales. Paintings were to be vibrant, so they used a white paint background base – which certainly adds impact when viewed next to other contemporary Victorian art. Vivid colour and lyrical forms were to be used for dramatic and emotional effect. Several other artists soon joined the original three, and their work became well known in Britain, attracting both criticism and praise from contemporaries.
 
Bron: twilightstarsong.blogspot.com

Pre-Raphaelite Brotherhood [ en.wikipedia.org ]

Heidegger’s Heimat [ 4 ]

Komende zomer hopen we Heidegger‘s berghut te bezoeken
aan het lezen in Heidegger en zijn tijd van Rüdiger Safranski

Martin HeideggerIn de voetsporen van Martin Heidegger betekent soms ook in de voetsporen van Friedrich Hölderlin. Op weg naar Heidegger‘s berghut in Todtnauberg willen we eerst een bezoek brengen aan Tübingen waar Hölderlin samen met Schelling en Hegel aan de Tübinger Stift theologie heeft gestudeerd. In 1807 werd de hypochondrische dichter krankzinnig verklaard. De Tübinger timmerman Ernst Zimmer had nog ein Zimmer frei in zijn woontoren. Hölderlin zou er 37 jaar lang, tot aan zijn dood in 1843, blijven wonen. Tegenwoordig is er een klein museum ingericht.

We hebben de natuur aan ons onderworpen, de telescoop dringt door tot in de verste uithoeken van het heelal, en daarbij gaan we „overhaast voorbij„ aan de „feestelijke opgang„ van de verschijnende wereld.

Hölderlin over die Götternacht

Wij ‘hedendaagse mensen’, zegt Hölderlin, zijn weliswaar ‘mensen met veel ervaring’, namelijk in de zin van wetenschappelijke kennis, maar we hebben daarbij het vermogen verloren de dingen, de natuur en de menselijke relaties in hun volheid en levendigheid waar te nemen. We hebben het ‘goddelijke’ verloren, wat betekent dat de ‘geest’ uit de wereld is geweken. We hebben de natuur aan ons onderworpen, de telescoop dringt door tot in de verste uithoeken van het heelal, en daarbij gaan we ‘overhaast voorbij’ aan de ‘feestelijke opgang’ van de verschijnende wereld. Van de ‘liefdesbanden’ tussen natuur en mens hebben we ‘strikken gemaakt’, we hebben ‘gespot’ met de grenzen van het menselijke en natuurlijke. We zijn een ‘sluw geslacht’ geworden dat er zelfs nog trots op is de dingen ‘naakt’ te kunnen zien. En zo ‘zien’ we de aarde niet meer, ‘horen’ het lied van de vogels niet meer en de taal tussen de mensen is ‘verdord’. Dat alles betekent bij Hölderlin ‘godennacht’.
 
uit: Rüdiger Safranski, Heidegger en zijn Tijd, blz. 354-55.
Uitgeverij Olympus/Contact, derde druk 2002 (vertaling: Mark Wildschut)


Hölderlin Turm Tübingen [ hoelderlin-gesellschaft.de ]