Categorie archief: geschiedenis

Italiëgangers [ 12 ]

Franz Sternbalds Wanderungen (1798) van Ludwig Tieck
inspiratiebron voor de Nazarener in Italië

Franz Sternbalds WanderungenFranz Sternbald Wanderungen is een kunstenaarsroman die Ludwig Tieck op 25-jarige leeftijd publiceerde in een poging om met Goethes Wilhelm Meisters Lehrjahre te wedijveren. De oorsprong van deze roman ligt vijf jaar eerder. In de zomer van 1793 maakte Tieck als jonge student samen met zijn vriend en studiegenoot Wilhelm Heinrich Wackenroder een wandeltocht door Franken waar ze o.a. Bamberg en Nürnberg bezochten. “Je kunt zonder overdrijving zeggen dat het Tieck en Wackenroder waren die in die zomer dit Frankische land met zijn middeleeuwse stadjes, bossen, burchtruïnes, residenties en mijnen als eersten het aureool van het beloofde land van de Duitse Romantiek gaven“, schrijft Rüdiger Safranski in zijn boek over de Romantiek. Wackenroder zou aan de tyfus overlijden in het jaar dat Tieck‘s kunstenaarsroman verscheen. Een jaar eerder hadden ze samen nog Herzensergießungen eines kunstliebenden Klosterbruders gepubliceerd, een verzameling kunstenaarsbiografieën en novellen. Na Wackenroder‘s dood stelde Tieck een heruitgave samen. Zowel de ‘Herzensergießungen‘ als ‘Franz Sternbald‘ vinden hun oorsprong in de reis die ze in 1793 gemaakt hadden.

Albrecht DürerHoofdpersoon Franz Sternbald is een leerling van Albrecht Dürer uit Nürnberg, de eerste Duitse kunstenaar die in 1494 naar Italiëreisde en die vervolgens de Renaissance naar het Noorden bracht. Na hem zouden ontelbare Duitse schilders volgen en velen van hen zouden zich in Rome vestigen. Ze staan bekend als de Deutschrömer. Tieck stuurt zijn romanfiguur eerst naar Holland waar hij in Leiden het ‘wonderkind’ Lucas van Leyden ontmoet. Samen met Dürer behoort deze tot de genieën van de “Noordelijke Renaissance”. Daarna reist Franz Sternbald naar Italiëom kennis te maken met de kunst van de grote meesters (Raffaël, Michelangelo en Leonardo). Van de kunstminnende Wackenroder heeft Tieck de devotie voor religieuze schilderkunst (Albrecht Dürer, Raffaël) en muziek (Joseph Berglinger) overgenomen.

In de vroege Romantiek zou voor het eerst ‘de kunst van de religie’ en ‘de religie van de kunst’ worden beleden. De idealisering van de laat-Middeleeuwse wereld van Albrecht Dürer begint bij Wackenroder en Tieck. Geïnspireerd door hun kunstbeschouwingen verenigen zich in 1804 een aantal schilders onder de naam Nazarener. Deze groep schilders richt zich op religieuze kunst in de stijl van Raffaël. Vanaf 1810 vestigen de Nazarener zich in Rome en vormen er een kunstenaarskolonie. Franz Sternbald komt hier tot leven in schilders als Ludwig Schnorr von Carolsfeld, Philipp Veit, Peter von Cornelius, Franz Ludwig Catel, Joseph Anton Koch, Wilhelm von Schadow en Carl Philipp Fohr.

Joseph Anton Koch
Joseph Anton Koch 1814
San Francesco di Civitella (detail)
Oh, mein Freund, wenn ihr doch diese wunderliche Musik, die der Himmel heute dichtet, in eure Malerei hineinlocken könntet!

Franz Sternbalds Wanderungen

Es wurde Abend, ein schöner Himmel erglänzte mit seinen wunderbaren, buntgefärbten Wolkenbildern über ihnen. »Sieh«, fuhr Rudolph fort, »wenn ihr Maler mir dergleichen darstellen könntet, so wollte ich euch oft eure beweglichen Historien, eure leidenschaftlichen und verwirrten Darstellungen mit allen unzähligen Figuren erlassen. Meine Seele sollte sich an diesen grellen Farben ohne Zusammenhang, an diesen mit Gold ausgelegten Luftbildern ergötzen und genügen, ich würde da Handlung, Leidenschaft, Komposition und alles gern vermissen, wenn ihr mir, wie die gütige Natur heute tut, so mit rosenrotem Schlüssel die Heimat aufschließen könntet, wo die Ahndungen der Kindheit wohnen, das glänzende Land, wo in dem grünen, azurnen Meere die goldensten Träume schwimmen, wo Lichtgestalten zwischen feurigen Blumen gehn und uns die Hände reichen, die wir an unser Herz drücken möchten. Oh, mein Freund, wenn ihr doch diese wunderliche Musik, die der Himmel heute dichtet, in eure Malerei hineinlocken könntet! Aber euch fehlen Farben, und Bedeutung im gewöhnlichen Sinne ist leider eine Bedingung eurer Kunst.«
 
»Ich verstehe, wie du es meinst«, sagte Sternbald,»und die freundlichen Himmelslichter entwanken und entfliehen, indem wir sprechen. Wenn du auf der Harfe musizierst, und mit den Fingern die Töne suchst, die mit deinen Phantasien verbrüdert sind, so daß beide sich gegenseitig erkennen, und nun Töne und Phantasie in der Umarmung gleichsam entzückt immer höher, immer mehr himmelwärts jauchzen, so hast du mir schon oft gesagt, daß die Musik die erste, die unmittelbarste, die kühnste von allen Künsten sei, daß sie einzig das Herz habe, das auszusprechen, was man ihr anvertraut, da die übrigen ihren Auftrag immer nur halb ausrichten, und das Beste verschweigen: ich habe dir so oft recht geben müssen, aber, mein Freund, ich glaube darum doch, daß sich Musik, Poesie und Malerei oft die Hand bieten, ja daß sie oft ein und dasselbe auf ihren Wegen ausrichten können.
 
Bron: zeno.org

Franz Sternbalds Wanderungen [ zeno.org ]

homo ludens

gelezen in Filosofie Magazine #3 ‘Historisch Profiel’
Romantici zien de mens het liefst spelend

Filosofie MagazineHet aprilnummer van Filosofie Magazine is gewijd aan ‘het echte leven’, het thema van de Maand van de Filosofie. Onze huidige obsessie met authenticiteit gaat terug naar de Romantiek en naar Jean-Jacques Rousseau en de Sturm und Drang, in het derde kwart van de achttiende eeuw. Maarten Doorman, bekend van o.a. De Romantische Orde (2004), stelt in zijn essay Het echte leven is ook maar een bedenksel dat ‘het echte leven’ een erfenis is uit de Romantiek.

Romantiek. Een Duitse AffaireVerderop in het aprilnummer gaat Maarten Meester in vogelvlucht door Rousseau, de Sturm und Drang en de Romantiek. Romantici zien de mens het liefst spelend heet zijn bijdrage. Safranski’s boek Romantiek. Een Duitse Affaire is inmiddels een standaardwerk geworden. Veel van wat Maarten Meester in het historische profiel naar voren brengt, kende ik al uit dit boek. Hij benadrukt het romantische ideaal van de homo ludens, de spelende mens, dat met name in de brieven Über die ästhetische Erziehung des Menschen door Friedrich von Schiller is uitgewerkt. Het romantische spel dat vooral in de ironie tot uitdrukking komt, is een fenomeen waar de moderne mens zeer vertrouwd mee is. Wanneer we stellen dat ‘het echte leven’ ook ‘maar’ een constructie is, bedoelen we niet dat ‘het echte leven’ niet bestaat, maar zijn we ons er veeleer van bewust dat ons leven een spel met de werkelijkheid is.

Schiller 1759-2009
Duitse postzegel uit 2009 ter gelegenheid van Schiller’s 250e geboortedag
De kunst is het domein bij uitstek waarin het ik zijn individualiteit kan uitdrukken.

uit: FM Historisch Profiel

Millenialang moest de kunstenaar zich vooral aan de genrevoorschriften houden, rationeel te werk gaan en de werkelijkheid zo getrouw mogelijk afbeelden. Fantasie en originaliteit golden daarbij als een gebrek. Nu wordt het opeens gewaardeerd, zelfs geëist dat de kunstenaar met iets nieuws komt en zijn gevoel toont. (…) De kunst is het domein bij uitstek waarin het ik zijn individualiteit kan uitdrukken. De kunstenaar heeft daarbij, doordat hij zich door zijn gevoel en talent laat leiden, het vermogen de werkelijkheid achter het alledaagse, het banale te schouwen. Een werkelijkheid die de gewone sterveling ontgaat.
 
Bron: Maarten Meester in Filosofie Magazine 2011 #3

Filosofie Magazine

Amerikaanse Burgeroorlog [ 16 ]

gelezen in Time Magazine: 150 Years After Fort Sumter
Why We’re Still Fighting the Civil War

Time MagazineIn het tweede deel van zijn artikel 150 Years After Fort Sumter: Why We’re Still Fighting the Civil War in TIME Magazine (12 april 2011) gaat David von Drehle in op de verwerking van de Amerikaanse Burgeroorlog. Nadat op 9 april 1865 het Zuiden gecapituleerd was, begon onder leiding van de noordelijke overwinnaars de Reconstruction. De economie en de infrastructuur van het Zuiden waren vernietigd. Aan beide kanten waren ruim 600.000 soldaten in de strijd omgekomen. Dat zijn er meer dan in alle oorlogen van de twintigste eeuw bij elkaar. Tijdens de Slag bij Gettysburg vielen in drie dagen 58.000 doden, bijna evenveel als tijdens de jarenlange oorlog in Vietnam. Daarbij waren er nog eens tienduizenden burgerslachtoffers gevallen. Zowel het Zuiden als het Noorden waren na het einde van de oorlog uitgeput. Tijd voor reflectie was er nog niet. Het land moest weer opgebouwd worden. In 1866 publiceerde Edward Pollard uit Richmond (de voormalige hoofdstad van de Geconfedereerde Staten) zijn boek The Lost Cause. Hierin werd het Zuiden geïdealiseerd als een aards paradijs dat door het Noorden verwoest was. Maar vlak na de oorlog was de tijd nog niet rijp voor deze visie.

Jefferson DavisPas in de jaren tachtig leek Amerika uit zijn verdoving bij te komen. Geleidelijk aan durfde men terug te gaan kijken. Kort na de dood van president (en voormalige opperbevelhebber van het Noorden) Ulysses Grant in 1885 werden zijn Memoirs gepubliceerd. Vier jaar eerder had Jefferson Davis zijn verhaal al wereldkundig gemaakt. Davis was de president van de Geconfedereerde Staten geweest. Zijn boek The Rise and Fall of the Confederate Government uit 1881 werd in die tijd een bestseller en voor het eerst durfde men in het Zuiden nu de term The Lost Cause (ontleend aan Pollard‘s boek uit 1866) in de mond te nemen. Davis speelde in zijn boek in op het ressentiment dat onder de bevolking van het verwoeste Zuiden volop leefde. In het voorjaar van 1861 had hij met de afscheiding het Zuiden toegesproken met de woorden: “Will you consent to be robbed of your property (slaves) or will you strike bravely for liberty, property, honor and life?” Maar twintig jaar later schreef hij dat het industiële Noorden de issue van de slavernij gebruikt had om de wereld zijn morele superioriteit te tonen en vervolgens het agrarische Zuiden eronder te krijgen.

The Lost Cause werd een sterke beweging en zou in de eerste helft van de twintigste eeuw vooral door het nieuwe medium film, de beeldvorming over de Civil War krachtig gaan beïnvloeden. De twee beroemdste films die over de Amerikaanse Burgeroorlog zijn gemaakt, verkondigden allebei het gedachtegoed van the Lost Cause. Het werden gigantische kassuccessen. The Birth of a Nation van filmpionier D.W.Griffith verscheen tijdens de Eerste Wereldoorlog in de Amerikaanse bioscopen. Het publiek betaalde in 1915 twee dollar voor een bioscoopkaartje (omgerekend naar 2011 is dat 40 dollar!)

The Birth of a Nation 1915
still uit The Birth of a Nation (1915)
The Birth of a Nation 1915
In The Birth of a Nation uit 1915 wordt een citaat van de toenmalige president Woodrow Wilson gebruikt. Hij was de eerste uit het Zuiden afkomstige Amerikaanse president sinds het einde van de Civil War.

De andere beroemde film die the Lost Cause hielp te verspreiden, was Gone with the wind uit 1939 naar de gelijknamige bestseller van Margaret Mitchell. Vertegenwoordigers van de zogenaamde Lost Cause School waren Thomas Nelson Page (1853-1922), Joel Chandler Harris (1845-1908), William Archibald Dunning (1857-1922) en James G. Randall (1881-1953).

The North is a direction
The South is a place

Chuck Rand

Gone with the wind 1939
Ook Gone with the wind uit 1939 verkondigde het gedachtegoed van the Lost Cause. Het Zuiden wordt voorgesteld als een aards paradijs dat door het vijandige Noorden vernietigd wordt.

Na de Tweede Wereldoorlog zou The Lost Cause aan invloed verliezen. In de jaren vijftig verschenen de eerste studies van Afro-Amerikanen, die schreven over het leven van hun voorouders op de plantages. Vlak vóór en tijdens de American Civil War Centennial (1961-1965) was er een stortvloed van publicaties die vooral de sociale postie van de Afro-Amerikanen ter discussie stelden. Honderd jaar na afloop van de Amerikaanse Burgeroorlog zouden de afstammelingen van de slaven met de aanname van de Civil Rights Act in 1964 eindelijk gelijke burgerrechten krijgen.

American Civil War Centennial
vijftig jaar geleden werd de aanval op Fort Sumter herdacht tijdens de American Civil War Centennial

alle posts uit deze reeks | Lost Cause [ en.wikipedia.org ]