Categorie archief: geschiedenis

koloniale schilderkunst [ 1 ]

kinderportretten in de koloniale en vroeg-Amerikaanse schilderkunst

Op de blog americangardenhistory.blogspot.com kwam ik een serie achttiende eeuwse portretten tegen uit het koloniale Amerika. Ik hou van houterige en onbeholpen koloniale schilderkunst. De composities zijn meestal eenvoudig en de personen worden vaak ten voeten uit afgebeeld. Opvallend is dat op veel kinderportretten uit de Noord-Amerikaanse kolonies een vogeltje of eekhoorntje voorkomt. Waarom eigenlijk? Heeft dat net als bij de emblemata een didactisch doel? Hebben de kolonisten het afgekeken van de inheemse Amerikaan en zijn totemdier? Wie het weet, mag het zeggen.

James Badger en John Singleton Copley
James Badger with bird door Joseph Badger (1708-1765) en Elizabeth Ross/Mrs. William Tyng (detail) door John Singleton Copley (1738-1815)
James Badger
Joseph Badger (1708-1765)
meisje met eekhoorn
Joseph Badger (ca.1707–1765) was a portrait artist in Boston, Massachusetts in the 18th-century. He painted some 80 portraits of merchants, businessmen, clergy, and other notables, and their wives and children. Badger was born in Charlestown, Massachusetts, to tailor Stephen Badger and Mercy Kettell. In 1731 he married Katharine Felch; they moved to Boston around 1733. He was a member of the Brattle Street Church. He “began his career as a house-painter and glazier, and … throughout his life continued this work, besides painting signs, hatchments and other heraldic devices, in order to eke out a livelihood when orders for portraits slackened.”
 
Bron: en.wikipedia.org
Gerardus Duyckinck (1695-1746)
David and Phila Franks, 1733 (detail)

Pet Birds & Aviaries in the Colonies & Early Republic

stupor mundi

afgelopen dinsdagavond bij Die Deutschen: Friedrich II
vanavond op ZDF om 19.30: Hildegard von Bingen

Friedrich IIAfgelopen dinsdag stond in Die Deutschen de Hohenstauf Frederik II (1194-1250) centraal. In zijn tijd werd hij stupor mundi genoemd “de verbazing van de wereld” Hij sprak Latijn, Siciliaans, Duits, Frans, Grieks en Arabisch en schreef een standaardwerk over de valkenjacht De arte venandi cum avibus. In 1220 werd hij door de paus tot Keizer van het Heilige Roomse Rijk gekroond. Als tegenprestatie moest hij een kruistocht organiseren om Jeruzalem te heroveren. Omdat hij zijn vertrek naar het Heilige Land telkens uitstelde, werd hij door de paus geëxcommuniceerd. Zo ging dat in die tijd. Sinds paus Gregorius VII in het jaar 1077 keizer Hendrik IV in Canossa drie dagen en nachten blootsvoets in boetekleed buiten op de stoep boete had laten doen, was de relatie tussen keizer en paus op gespannen voet komen te staan. De machtsstrijd tussen paus en keizer ging in de twaalfde en dertiende eeuw onder de Hohenstaufen gewoon door. De stupor mundi bleek al snel een fel tegenstander van de pauselijke macht. Evenals zijn voorganger Hendrik IV (1050-1106) werd ook Frederik II in de ban gedaan.

Die Deutschen I
Die Deutschen II
Otto I. 912-973 Karl der Große 748-814
Heinrich IV 1050-1106 Friedrich II 1194-1250
Friedrich I Barbarossa 1122-1190 Hildegard von Bingen 1098-1179
Luther 1483-1546 Karl IV 1316-1378
Wallenstein 1583-1634 Thomas Müntzer 1489-1525
Friedrich der Große 1712-1786 August der Starke 1670-1733
Napoleon 1769-1821 Karl Marx 1818-1883
Robert Blum 1807-1848 Ludwig II. von Beieren 1843-1886
Bismarck 1815-1898 Rosa Luxemburg 1871-1819
Wilhelm II 1859-1941 Gustav Stresemann 1878-1929

In de eerste serie van Die Deutschen waren de tien hoofdpersonen allemaal mannen. Voor de tweede serie zijn er twee vrouwen geselecteerd: Rosa Luxemburg 1871-1819) en Hildegard von Bingen (1098-1179), een revolutionair en een mystica. Vanavond gaat het over
Hildegard von Bingen und die Macht der Frauen o.a. over de maatschappelijke positie van de vrouw in de twaalfde eeuw.

diedeutschen.zdf.de

de Middeleeuwen (1800-1900)

De Middeleeuwen volgens de Romantiek
en als nationalistische propaganda in de negentiende eeuw

Vóór 1800 had niemand belangstelling voor de Middeleeuwen. Tijdens de Verlichting werd op deze onverlichte eeuwen neergekeken. Alles wat gotisch was, werd barbaars gevonden, een houding die in Italiëal sinds de Renaissance bestond. Met de Romantiek kwam er een omslag in deze afwijzende houding en ontstond er een ware cultus rondom de Middeleeuwen.

Von Kaulbach
Wilhelm von Kaulbach 1853
Halverwege de negentiende eeuw zag een atelier in München er zo uit, alsof men weer in de Middeleeuwen was gaan leven.

Het beeld dat de Romantiek van de Middeleeuwen geeft, is sterk geïdealiseerd. Het is het beeld van een gouden tijd, van de jeugd van het Avondland, waarin het christelijk geloof nog ongedeeld was. Romantische dichters en schilders aan het begin van de negentiende eeuw hadden een voorkeur voor ‘tijdloze’ taferelen uit de hoofse riddercultuur met devote monniken, kruisridders en jonkvrouwen.

Lessing
Carl Friedrich Lessing 1835
kruisridder die huiswaarts keert

In de tweede helft van de negentiende eeuw werden onder invloed van historisch onderzoek vooral taferelen geschilderd van historische gebeurtenissen uit de Middeleeuwen. Vaak hadden deze voorstellingen een politieke lading en stonden ze in dienst van het nationalisme. Duitse keizers zoals Barbarossa, moesten in de Gründerzeit (vanaf 1871) getuigen van de grootsheid van het Eerste Rijk. Maar niet alleen in Duitsland, ook in andere Europese landen werd teruggegrepen naar de Middeleeuwen als een gouden tijd in de nationale cultuur.

Heinrich IV in Canossa
Eduard Schwoiser 1852
Keizer Hendrik IV voor Canossa
Volgens de overleveringen werd de keizer in 1077 diep vernederd omdat de paus hem drie dagen en nachten in de kou buiten liet wachten voordat deze hem binnenliet. Op dit schilderij wordt de keizer, blootsvoets in boetekleed, onverzettelijk voorgesteld, als toonbeeld van nationale trots.
Barbarossa 1896
het Kyffhaeuserdenkmal 1890-1896 met een beeld van de slapende Barbarossa is nog Teutoonser dan het Hermannsdenkmal bij Detmold. Dergelijke bombast was typerend voor de Wilhelminische tijd.
Nach dem Tod Kaiser Wilhelm I. 1888 wurden an vielen Orten im Deutschen Reich repräsentative Denkmäler zu Ehren des Verstorbenen errichtet. Das Kyffhäuserdenkmal ist eines der größten und bekanntesten dieser Kaiser-Wilhelm-Denkmäler. Zusammen mit dem Niederwalddenkmal bei Rüdesheim am Rhein, dem Hermannsdenkmal bei Detmold am südlichen Teutoburger Wald, dem Völkerschlachtdenkmal in Leipzig und der Walhalla bei Donaustauf ordnet sich das Kyffhäuserdenkmal in die imposante Gruppe der monumentalen Gedenkbauwerke Deutschlands ein. Wie so oft im Wilhelminismus zeugten diese Ausmaße nicht unbedingt von Selbstgewissheit und Zukunftssicherheit, sondern waren Ausdruck der Angst vor äußeren wie inneren Feinden, gegen die diese Bollwerke errichtet wurden. In diesem Fall ging es vor allem um die inneren Feinde, die deutsche Sozialdemokratie, gegen die sich die Kriegervereine als Hüter und Wahrer der Reichseinheit stellen wollten. Dem Reich, das einst an innerem Zwist zugrunde gegangen war, sollte ein solches Schicksal kein zweites Mal widerfahren, und das mächtige Denkmal auf dem Kyffhäuser brachte diese Entschlossenheit zum Ausdruck.
 
Bron: de.wikipedia.org

kyffhaeuser-denkmal.de