Categorie archief: geschiedenis

stille minnaar

gezien bij Close Up: Rudolph Valentino de verleider op het witte paard

ValentinoAfgelopen week was voor mij de week van Kuifje, Rudolph Valentino en Indiana Jones. En dat was niet alleen omdat ze deze week alledrie op televisie te zien waren. Ik heb tussen deze drie een verband gelegd dat niet meer uit mijn hoofd gaat. Kuifje begon aan zijn avonturen drie jaar nadat Rudolph Valentino zijn laatste adem had uitgeblazen en Indiana Jones nam het stokje van Kuifje over in 1981, vijf jaar nadat het laatste avontuur van Kuifje verschenen was en twee jaar voor de dood van Hergé. Valentino, de avonturier van de jaren twintig. Kuifje de bekendste stripheld van 1930 tot 1980. En Indiana Jones, de retro avonturier uit de dertiger jaren, die van 1981 tot 2008 vier maal door Harisson Ford in een speelfilm te zien was en talloze malen in tv-series en videogames, vertolkt door verschillende acteurs.

De minst bekende van het drietal is waarschijnlijk Rudolph Valentino. In de jaren twintig was hij een beroemdheid waar de vrouwen voor in zwijm vielen, ondanks zijn gepoederde gezicht. Dat leverde hem de bijnaam pink powder puff‘ op, die kwade tongen in het leven hadden geroepen. Wellicht was de White Anglo-Saxon Protestant jaloers op het succes van de Italiaanse latin lover in djellaba en werd hij daarom voor mietje uitgescholden. In de stomme film was het overigens de normaalste zaak van de wereld dat de heren zich schminkten. Toen Al Jonson een jaar na de dood van Valentino zichzelf in The Jazz Singer met schoensmeer zwart maakte, was de pers niet zo scherp. Terwijl Johnson (zijn werkelijke naam was Asa Yoelson) de zoon was van een Russische en joodse immigrant. Men had het duidelijk op Italianen zitten in de jaren dat Al Capone half Chicago onveilig maakte.

Valentino
Rudolph Valentino stierf in 1926 en maakte de ‘talkie’ niet meer mee…

Mary PickfordMooi aan deze documentaire vond ik de archiefbeelden, o.a. van de oprichting van United Artists in 1919 door D. W. Griffith, Charlie Chaplin, Mary Pickford and Douglas Fairbanks. Deze laatste twee waren de Brad Pitt en Angelina Jolie van hun tijd, al kwam Mary Pickford heel wat onschuldiger over dan Angelina Jolie. Maar de vamp moest eerst nog door Marlene Dietrich worden uitgevonden en Pickford zat niet alleen gevangen in de stomme film maar ook in haar schattige-meisjes-imago van the world’s sweetheart. Rudolph Valentino was in diezelfde stomme film uitgegroeid tot de grote versierder van het witte doek. Zonder stem. Een wit paard en een gepoederd gezicht waren genoeg. Valentino zou als mannelijk sekssymbool opgevolgd worden door o.a. Errol Flynn aan wie Close up ook een documentaire heeft gewijd.

Rudolph Valentino [ en.wikipedia.org ]

de Schoop & de dood

21 september 1860 – 21 september 2010
de 150e sterfdag van Arthur Schopenhauer

Arthur SchopenhauerAfgelopen dinsdag werd in de Russische kerk het Feest van de Geboorte van de Moeder Gods gevierd en daardoor is mij de 150e geboortedag van Arthur Schopenhauer ontgaan. Ik zal niet de enige geweest zijn. Juist omdat ik de laatste tijd veel over het leven van deze filosoof gelezen heb, had ik iets aan zijn sterfdag kunnen doen. Ook de Deutsche Post had een postzegel kunnen uitgeven, maar andere herdenkingen waren belangrijker. Zo verschijnen er dit najaar wel postzegels ter gelegenheid van 200 jaar Oktoberfest en 20 jaar Deutsche Einheit. Maar rond de 150e sterfdag van Schopenhauer blijft het dus stil. Alleen het Schopenhauer Gesellschaft schenkt uiteraard wel aandacht aan zijn 150e sterfdag. De pessimistische filosoof, die pas na zijn zestigste erkenning kreeg, zou wel tevreden zijn met die stilte rond zijn sterfdag. Het idee dat na zijn overlijden de wormen aan zijn lichaam knaagden kon hij goed verdragen, maar het idee dat professoren na zijn dood aan zijn gedachten knaagden, vond hij afgrijselijk.

Zou men op de graven kloppen en de doden vragen of ze weer wilden opstaan, dan zouden ze met hun koppen schudden.

Arthur Schopenhauer
Die Welt als Wille und Vorstellung II

Schopenhauer 1788-1938
In 1938 werden in Danzig drie postzegels uitgegeven ter gelegenheid van Schopenhauers 150e geboortedag (22 februari 1788, Danzig)
Wij huiveren misschien wel hoofdzakelijk zo voor de dood, omdat hij vóór ons ligt als de duisternis waar wij eens uit tevoorschijn zijn gekomen en waar wij nu weer naar terug moeten. Maar ik geloof dat wij, als de dood ons de ogen sluit, juist in een licht komen te staan waar ons gewone zonlicht nog maar een schaduw van is.
 
Bron: Neue Paralipomena
De mensheid heeft heel wat van mij geleerd dat ze nooit vergeten zal, en mijn geschriften zullen nooit teloorgaan.

Arthur Schopenhauer
Parerga en Paralipomena

schopenhauer.de

Italiëgangers [ 9 ]

Cornelis van Poelenburch (1594-1667) en de Bentveughels

Voordat Lodewijk Napoleon in Nederland in 1808 de Prix de Rome instelde, waren er al generaties lang schilders van de Lage Landen naar Italiëgereisd om daar de antieken te bestuderen en, niet in de laatste plaats, het Italiaanse landschap in zich op te zuigen. De schetsen die zij in de open lucht hadden gemaakt, werden soms jaren later op het atelier uitgewerkt in olieverfschilderijen. Net als wij op een regenachtige zondagmiddag in de herfst onze vakantiefoto’s bekijken, speelde ook toen heimwee naar het Zuiden een grote rol. De voorstellingen van de zogenaamde Italianisanten uit de 17e eeuw zijn sterk geïdealiseerd. Meestal schilderden ze pastorale taferelen in een avondstemming, badend in een warm, zuidelijk licht.

Tekenen van warmteIn de zomer van 2001 was in het prentenkabinet van het Rijksmuseum de tentoonstelling Tekenen van warmte te zien. Onlangs kocht ik de catalogus en was vooral getroffen door de techniek die Cornelis van Poelenburch en Bartholomeus Breenbergh voor het eerst toepasten. Zij werkten met bruine inkt en drenkten grote delen van de tekening in een tint, de zogenaamde ‘gewassen tekening’. De delen die in het volle zonlicht vielen, spaarden ze daarbij uit zodat het net lijkt alsof in de tekening de zon schijnt. Deze accentuering van het licht pasten ze ook in hun schilderijen toe. Van Poelenburch was overigens een van de oprichters van de Bentvueghels, een soort broederschap van kunstenaars uit de Lage Landen in Rome die ongeveer honderd jaar bestaan heeft (1620 tot 1720). Ook Bartholomeus Breenbergh behoorde tot dit gezelschap.

Van Poelenburgh
een prachtig voorbeeld van een gewassen tekening van Cornelis van Poelenburch
uit de collectie van het Rijks Prentenkabinet
Cornelis van Poelenburch was een leerling van Abraham Bloemaert te Utrecht. Na zijn opleiding reisde hij rond 1617 naar Italië, waar hij tot de oprichters van de Bentvueghels behoorde, de club van Nederlandse schilders te Rome. Zijn bijnaam daar was Satyr. Evenals zijn generatiegenoot Bartholomeus Breenbergh uit Amsterdam werd hij in Rome sterk beïnvloed door de landschappen van Paul Bril en de werken van Adam Elsheimer, en hij begon zelf Italiaanse landschappen te schilderen, die opvielen door een meer naturalistische benadering dan tot dan toe gebruikelijk.
 
Hij had in Rome veel succes en kreeg onder meer opdrachten van groothertog Cosimo II de’ Medici. Rond 1625 keerde Poelenburch terug naar Utrecht, waar hij een studio opzette. Hij had veel leerlingen en genoot veel aanzien met zijn kleine kabinetstukjes. Rubens kocht bij zijn bezoek aan Utrecht in 1627 enkele schilderijen van Poelenburch. In 1631 maakte hij een reis naar Parijs en op uitnodiging van koning Karel I werkte hij van 1637 tot 1641 in Londen. De Utrechtse verzamelaar baron van Wyttenhorst bezat maar liefst vijfenvijftig schilderijen van hem, en in de verzameling van stadhouder Frederik Hendrik was geen andere schilder zo goed vertegenwoordigd als Poelenburch.
 
Bron: nl.wikpedia.org

voorgaande posts over Italiëgangers