Categorie archief: geschiedenis

Friedrich & co [ 11 ]

gelezen: Deutsche Malerei des 19. Jahrhunderts van Hans J. Neidhardt
herlezen: Classicisme en Romantiek in Duitsland van Alexander Rauch

Deutsche Malerei des 19. JahrhundertsEen maand geleden kocht ik in Augsburg een boek over de Duitse schilderkunst van de 19e eeuw, bij wijze van wiedergutmachung. Want in de canon van 19e eeuwse Duitse schilderkunst werd 25 jaar geleden tijdens mijn studie aan de kunstacademie alleen Caspar David Friedrich vermeld. Ik had de indruk dat Duitsland in de negentiende eeuw nauwelijks grote schilders heeft voortgebracht, in tegenstelling tot Frankrijk. Maar niets is minder waar. Op dit moment ben ik meer geboeid door de Duitse schilderkunst tussen 1770-1830 dan de Franse schilderkunst uit die periode. Tussen de Duitse en Franse kunst uit de zgn. Goethezeit bestaan fundamentele verschillen. Daarbij speelt de staatkundige situatie een belangrijke rol: Frankrijk was een eenheidsstaat en werd centraal vanuit Parijs geregeerd, terwijl Duitsland een conglomeraat van staatjes vormde waardoor provincialisme heel gewoon was. Maar dat betekende ook een grotere diversiteit. Het katholieke zuiden en het protestantse noorden in Duitsland bedienden zich bijvoorbeeld van heel andere uitdrukkingsvormen, terwijl de Franse kunst veel uniformer was. In Deutsche Malerei des 19. Jahrhunderts wordt de Duitse schilderkunst van de laat 18e en 19e eeuw behandeld. Schilders van Anton Graff (1736-1813) tot Max Lieberman (1847-1935) en stromingen van Classicisme en Romantiek tot Biedermeier en van realisme tot impressionisme. Achterin het boek zijn ruim tachtig korte biografieën van schilders opgenomen.

Romantiek en ClassicismeIn het boek Romantiek en Classicisme dat tien jaar geleden bij Uitgeverij Könemann verscheen, staat een uitgebreid en rijk geïllustreerd essay van Dr. Alexander Rauchschilderkunst van Europa tussen twee revoluties‘. Het gedeelte over de Duitse schilderkunst (blz. 420-480) is een prima aanvulling op het boek van Prof. Hans Joachim Neidhardt. Ik ontdekte een aardig verschil in de selectie van beide kunsthistorici. Beiden selecteren het bekende schilderij De waterval van Schmadribach van Joseph Anton Koch, de vader van het classicistische landschap in Duitsland. Maar Neidhardt kiest voor de versie uit 1811 terwijl Rauch voor een latere versie uit 1821-22 heeft gekozen. Bovendien vergelijkt Rauch deze met een ander bekend werk Der Watzmann uit 1824 van Ludwig Richter, een schilder van de jongere generatie. Terwijl Koch het ‘heroïsche landschap’ voor ogen had met dramatische rotspartijen, watervallen en wolkenpartijen, streefde Richter naar het romantische harmoniemodel dat kenmerkend is voor de Biedermeier.

Koch en Richter
Joseph Anton Koch De waterval van Schmadribach, 1821-22
en Ludwig Richter Der Watzman, 1824

De landschapsschilderijen van Joseph Anton Koch en Ludwig Richter zijn tegengesteld aan die van Casper David Friedrich. Laatstgenoemde had weinig op met Koch‘s heroïsche visie op het landschap. Hij vond de schilderijen van Koch veel te druk. “Datgene wat ze in een cirkel van 100 graden in de natuur hebben gezien, persen ze op het doek samen in een gezichtshoek van 45 graden” bekritiseerde hij Koch en zijn volgelingen. Maar van Friedrich kun je eerder het omgekeerde zeggen. Hij hield juist van het kale en lege en der Monch am Meer toont dit in extremo. Dit is beslist geen gemoedelijke Biedermeier maar donkere Romantiek in zijn meest beklemmende vorm.

Caspar David Friedrich
Caspar David Friedrich
Der Mönch am Meer, 1809-10

meer Friedrich & co | Deutsche Malerei des 19. Jahrhunderts

Romantische Strasse [ 3 ]

de sprookjeskoning en de zwanenridder
Ludwig II van Beieren en Lohengrin

LohengrinVandaag drie weken geleden bezochten we Schloss Hohenschwangau gelegen vlakbij misschien wel het beroemdste kasteel ter wereld: Schloss Neuschwanstein. Beide kastelen hebben weinig met de Middeleeuwen te maken, maar wéll alles met de revival van de Middeleeuwen in de negentiende eeuw. We maakten de keuze om één kasteel van binnen te bezoeken en dat werd Schloss Hohenschwangau. Het werd tussen 1832 en 1836 in neogotische stijl opgetrokken uit de resten van een burcht uit de twaalfde eeuw in opdracht van Maximilliaan II, de vader van sprookjeskoning Ludwig II van Beieren (1845-1886). Van binnen is het rijk versierd met wandschilderingen en neogotisch meubilair.

Wagner pianoIn dit kasteel groeide Ludwig II op en in 1865 was Richard Wagner hier te gast en de piano in neogotische stijl waar Wagner op gespeeld heeft, staat er nog steeds. Ludwig II leerde de componist in 1861 kennen tijdens een uitvoering van Lohengrin. In de Lohengrinzaal zijn episoden van de Lohengrinsage afgebeeld. Het thema van de zwanenridder Lohengrin keert ook terug in het nabijgelegen Schloss Neuschwanstein dat de sprookjeskoning tussen 1869 en 1886 liet bouwen.

Lohengrinzaal
De Lohengrinzaal in Schloss Hohenschwangau
In 1858, when Ludwig II was thirteen years old, his governess told him of the upcoming production of Richard Wagner’s opera Lohengrin, the story of which centres around the heroic medieval Swan-knight Lohengrin. Since the walls of Hohenschwangau were covered in frescoes featuring Lohengrin, a curious Ludwig acquired a copy of the opera’s libretto and he read it voraciously. It wasn’t too long before the Prince had learnt the entire libretto off by heart, as well as the libretto of another Wagner opera, Tannhäuser. He was soon devouring every book written by Wagner, and on February 2nd, 1861, Ludwig heard a Wagner opera for the first time. Lohengrin, the Knight of the Swan, reveals his identity to the people of Antwerp at the dramatic climax of “Lohengrin“. Appropriately it was Lohengrin and the experience left a profound impression on the Prince.
 
Bron: schwangau.de
Hohenschwangau
met de klok mee: Schloss Hohenschwangau uitzicht uit een van de vensters op de Alpsee, muurschildering naar een ontwerp van Moritz von Schwind en deel van het exterieur. In het midden een portret van Ludwig II rond 1860
Lohengrin postzegel
Lohengrin verscheen in 1933 op een postzegel

Schloss Hohenschwangau [ de.wikipedia.org ] | schloesser.bayern.de

Bayern – Italien [ 1 ]

de Via Claudia Augusta van Augsburg naar Venetië

catalogus Bayern ItalienDeze zomer is in de Beierse steden Augsburg en Füssen de tentoonstelling Bayern-Italien te zien die gaat over 2000 jaar culturele betrekkingen tussen Beieren en Italië. Augsburg wordt wel eens de noordelijkste Italiaanse stad genoemd en het is waar, het oude stadscentrum ademt onmiskenbaar iets Italiaans. Het ligt ook voor de hand om en reis naar Italiëvanuit Augsburg te beginnen. Hier begint namelijk de 2000 jaar oude Via Claudia Augusta en deze loopt via Füssen aan de voet van de Alpen, over de Fernpas, Landeck, de Reschenpas, Merano, Bolzano, Trento en Vicenza naar Venetië.

Via Claudia Augusta
vanuit Füssen hebben we eerst de Via Claudia Augusta (oranje) naar Venetiëgevolgd. Terug hebben we deze gecombineerd met het omgekeerde traject (geel) dat Goethe in september 1786 heeft gevolgd via Mittenwald, Innsbruck, de Brenner, Bozen, Trento, Verona, Vicenza en Padua naar Venetië. We eindigden weer in Füssen.

Vrijdag 2 juli bezochten we vlak voor onze tocht over de Via Claudia Augusta naar Venetiëde tentoonstelling Bayern-Italien in het Benedictijner klooster Sankt Mang in Füssen.

In Füssen stehen zwei Ebenen im ehemaligen Benediktinerkloster St. Mang für die Landesausstellung zur Verfügung. Der prächtige barocke Kaisersaal wird in den Ausstellungsrundgang einbezogen und mit lichttechnischen Mitteln den Besuchern nähergebracht. In dem beeindruckenden denkmalgeschützten Gebäudekomplex des Klosters St. Mang in der touristisch gut positionierten Stadt Füssen nahe Schloss Neuschwanstein im Allgäu werden die historischen Themenbereiche der bayerisch-italienischen Verbindungen und Beziehungsgeflechte von der Antike bis ins ausgehende 18. Jahrhundert an ausgewählten Personen und Episoden dargestellt. Dieser spannungsreiche lebensgeschichtliche Ansatz erleichtert den Zugang in verschiedene historische Zusammenhänge.
 
Bron: hdbg.de/bayern-italien