Nostalgia
It’s delicate, but potent
Teddy told me that in Greek, nostalgia literally means the pain from an old wound.
It’s a twinge in your heart, far more powerful than memory alone.
This device isn„t a spaceship, it’s a time machine.
It goes backwards, forwards.
It takes us to a place where we ache to go again.
It’s not called the Wheel.
It’s called the Carousel.
It lets us travel the way a child travels.
Around and around and back home again,
to a place where we know we are loved.
We zeggen meestal over het verleden dat het voorbij is en dat we in het heden (moeten) leven. En in zekere zin is dat ook waar. Maar door de ambivalentie van ons bestaan blijft het verleden voortdurend aanwezig. En dat is maar goed ook. Bernlef die in Hersenschimmen over ‘het grote vergeten’ schrijft (niet schrééf!) benadrukte dat laatst nog in een interview. Voor veel mensen is leven in het hier en nu het hoogste spirituele ideaal, maar Bernlef is ervan overtuigd dat dit juist de hél moet zijn.
Wanneer we zeggen dat we het verleden los moeten laten, bedoelen we eigenlijk dat we moeten leren leven mét het verleden en niet dat we moeten proberen het verleden uit te wissen. Voor ons verstand leven we ergens midden in de tijd op een onmogelijke richel tussen verleden en toekomst die voortdurend opschuift richting toekomst. Maar in wezen leven we altijd in het hier en nu. Dat verandert nooit. Het hier en nu is de al-tijd waar het verleden voortdurend wordt uitgebraakt en geherinterpreteerd. Dit hier en nu is een ander hier en nu dan het hier en nu dat tussen verleden en toekomst zit ingeklemd. Wanneer je in dat hier en nu leeft, voel je je voortdurend bedreigd en leef je in de hel waar Bernlef over spreekt.
Het aantrekkelijke van de verleden tijd is dat het mij steeds meer toegangen geeft tot de al-tijd. Het verleden is dat deel van het hier en nu dat tot stilstand is gekomen en waarnaar je rustig kunt kijken, zodat je scherper kunt gaan zien. Daardoor lijkt het verleden gemakkelijker in een tijdsbeeld te vangen dan de eigen tijd. De tweede reeks van Mad Men speelt zich af in 1962. Dat is een halve eeuw geleden, 1962 is al lang voorbijgegaan. Maar je zou ook kunnen zeggen dat 1962 doodstil staat. Besteed er vervolgens aandacht aan en de ‘dode’ komt weer tot leven. Rewind- stop – play! De tijd stroomt niet als water naar één punt, maar staat in wezen stil. Dát is de toekomende tijd. Wij zijn het zélf die onze aandacht kunnen richten en ons kunnen bevrijden van het ongeduld en van de drang om de toekomst te veroveren.

where we know we are loved.
uit seizoen I, afl. 13 : The Wheel
De serie speelt zich af in het New York City van de vroege jaren 60 van de 20e eeuw, en draait om de medewerkers van het fictieve reclamebureau Sterling Cooper advertising agency, gelegen aan Madison Avenue. Centraal staat Don Draper, een van de belangrijkste medewerkers van het bedrijf. De serie toont ook de veranderingen van de sociale mores in Amerika, en de reclamewereld in New York begin jaren 60. Een wereld waarin iedereen de hele dag drinkt, rookt en vreemd gaat. Waar mannen voor veel geld slogans en campagnes bedenken terwijl ongetrouwde vrouwen notuleren.Bron: nl.wikipedia.org

Erg leuk aan Mad Men vind ik dat deze serie zich afspeelt rond een reclamebureau aan Madison Avenue in New York. (vandaar de naam Mad Men. Reclamejongens werden in Amerika ad men genoemd.) In elke aflevering wordt er wel gebrainstormd voor een relcamecampagne. In de eerste aflevering van de tweede reeks is dat een campagne voor Mohawk Airlines. Het aardige is dat er op reclamebureau’s in 1960 nog kunstschilders werkten. Na 1960 begint de fotografie de geschilderde advertentie langzaam te verdringen.

Nostalgia
De roep van het na-oorlogse Parijs was onweerstaanbaar. Sommige namen klinken bekend. Remco Campert. Simon Vinkenoog. Karel Appel. De vele anderen waarvan de namen vergeten zijn. Goedkope Algerijnse wijn. Frites. 30 frs. Sandwich Pate, 40 frs. Klonk veel beter dan de andijviestampot na het Onze Vader, thuis. Slapen op een bank in de metro of het park. Zwartomrande ogen en gespeelde verveling. Bietsen. „Cigarette?„ Gauloisses. Ribfluwen broek, houtje-touwtje jas. „Vind je het niet mieters! „, schreef Voskuil in Bij nader inzien. „Jezus, Klaas. Parijs!„ Saint-Germains-des-Pres, een kleine wijk die geen grenzen kende. Nu zijn de Rue de Jacob, Rue Mazarine en Rue Guenegaud gevuld met haastige toeristen en geparkeerde scooters.
Tot voor kort had ik het vooroordeel dat de schilderkunst van de achttiende eeuw nauwelijks de moeite waard was. Alles was in de zeventiende eeuw al gedaan en in het laatste kwart van die eeuw kwamen die vreselijke pruiken al en werd de schilderkunst even poezelig als de mannen verwijfd. Mea culpa voor dit verschrikkelijke vooroordeel! Om boete te doen, heb ik mij de laatste tijd op de schilderkunst van de achttiende eeuw gestort, met name op portretten.

From early apprenticeships in Ellwangen and Regensburg, studying under Martin Speer, and Rome where he fell under the spell of Piranesi, Zoffany moved to London, finding work painting pastoral vignettes for the clockmaker Stephen Rimbault. From there he joined the studio of Benjamin Wilson whose passion for the theatre opened the door to London’s leading thespian, David Garrick. Under Garrick’s patronage, Zoffany popularised and perfected the art of the theatrical „conversation piece„ which captured the actor on stage in character, thereby acting as his publicist and provider of prints for his doting fans.













