Categorie archief: geschiedenis

Stop, children, what’s that sound

gezien op DVD : the 60′s (1999)

DVD The 60'sDe Amerikaanse miniserie The 60′s is zo’n sentimentele Amerikaanse televisiefilm waarbij een adagio aanzwelt zodra er iemand moet huilen. Toch slaagt de film er ook in de jaren zestig in de Verenigde Staten te laten herleven. Alle grote gebeurtenissen uit die tijd, van de moord op Kennedy in 1963 tot aan de eerste maanlanding in 1969 die als historische beelden in de film zijn ingelast, staan al ons hele leven bijgezet in het mausoleum van de geschiedenis en zijn in zekere zin morsdood. Maar deze familiekroniek wekt de dode feiten weer tot leven. Dat is de kracht ook van een familiekroniek: je kijkt door de verschillende perspectieven van de familieleden naar het historische decor dat daardoor weer tot leven komt.

Uiteraard speelt de muziek in the 60′s een voorname rol. Want als er een decennium is geweest waarin het geluid nog bepalender is geweest dan het beeld, dan zijn het de zestiger jaren. Dat geluid was vooral de stem van het protest. Dat kwam van verschillende kanten. In de eerste plaats waren het natuurlijk de jongeren. Maar in de Verenigde Staten was er ook het protest van de zwarte Amerikanen. Waar de stem van jongeren vertolkt werd door Bob Dylan, deed James Brown hetzelfde voor de black people. Bij een van de mooiste scenes uit de film klinkt Say it loud, I’m black and proud van James Brown terwijl het hart van de film een impressie is bij Love minus zero van Bob Dylan. Bij de scene waarin iedereen op televisie getuige is van de moord op Robert Kennedy in 1968 klinkt heel toepasselijk For what’s worth van Buffalo Springfield. Nog meer dan in de beelden, is de geest van de jaren zestig in het geluid gekropen.

There’s something happening here
What it is ain’t exactly clear
There’s a man
with a gun over there
Telling me I got to beware

Buffalo Springfield

The 60′s [ imdb.com ]

zestiende eeuws naakt

terug naar het eerste naakt: Adam en Eva in de zestiende eeuw

Niets is tijdlozer dan het naakt. Maar nu ik na ruim twintig jaar weer naaktmodel aan het tekenen ben, pak ik toch de kunstgeschiedenis er even bij. Want zodra ik mij binnen de contouren van een Matisse-naakt begeef, betreed ik de wereld van het klassieke naakt. Daarbij gaat het vooral om subtiele toonverschillen. Het klassieke naakt werd in de Renaissance herontdekt. Michelangelo tilde het naar een nieuwe hoogte en in de hele zestiende eeuw, leek deze beeldhouwer, schilder, dichter en architect op een stoel naast God te zitten als medeschepper van het naakt. En zo herschiep Michelangelo niet alleen Adam, maar ook Eva. Vijfhonderd jaar geleden, in het jaar 1509/10.

Adam en Eva
1510 Michelangelo
de zondeval en de verdrijving uit het Paradijs, Sixtijnse Kapel

Er is misschien geen kunstenaar die zoveel navolging heeft gevonden dan Michelangelo. Gedurende de hele zestiende eeuw werd hij eindeloos gekopieerd. Er werd ook op allerlei mogelijke manieren geëxperimenteerd met modellen die in allerlei vreemde bochten werden gewrongen. De Nederlander Geerten Gossaert die zich Mabuse noemde, reisde in het eerste kwart van de zestiende eeuw naar Rome om de klassieken en vooral ook Michelangelo te bestuderen. Ook hij schilderde een Adam en een Eva, maar maakte er twee draaikonten van. Al moet hij dat zelf gezien hebben als een proeve van zijn meesterschap.

Adam en Eva
1525 Mabuse en ca. 1550 Titiaan

Halverwege de zestiende eeuw was de Renaissancekunst verschillende kanten opgegaan. Aan de ene kant had je de maniëristen die, zoals de naam al aangeeft, een maniertje hadden ontwikkeld om te laten zien dat ze Michelangelo, Rafael en Leonardo verwerkt hadden of in Italiëoog in oog met de antieken hadden gestaan. Dat maniertje herkennen we nu vooral aan overdreven en onnatuurlijke poses, zoals bij Mabuse. Aan de andere kant had je de Venetianen met Titiaan voorop. Zij waren de eigenlijke wegbereiders voor de Westerse schilderkunst van de zeventiende eeuw en werkten met olieverf op linnen en vaak op grote formaten. Titiaan introduceerde de ‘vuile’ kleuren, die veel natuurlijker overkwamen dan de heldere maar onnatuurlijke kleuren van de Vlaamse primitieven of de temperaschilderijen van de Italiaanse Renaissancekunstenaars. Door laag over laag te glaceren, werd niet alleen de kleur natuurlijker maar kwam er ook veel meer diepte in het schilderij. Titiaans Adam en Eva zijn van vlees en bloed en baden al in het gouden licht waarin Rembrandt de wereld zal gaan zien.

Adam en Eva
1594 Corneliszn. van Haarlem en
1608 Hendrick Goltzius

Aan het einde van de zestiende eeuw was het maniërisme in Nederland de hoofdstroming geworden. Schilders als Joachim Wttewael en Cornelis Corneliszoon van Haarlem beheersten hun vak, dat vooral bestond uit een overproductie aan bloteriken, vaak in onwaarschijnlijke houdingen. Eva heeft bij de laatste een opvallende witte huidskleur en steekt wel erg schriel af bij de kleerkast van Adam. Cornelis Corneliszoon had blijkbaar plezier in het schilderen van dieren want ik tel er minstens veertien, de “slang” niet meegerekend. Hendrick Goltzius was een meesterlijk graveur die pas op zijn tweeënveertigste begon te schilderen. Hij bleef een kind van zijn tijd en daardoor trouw aan het maniërisme dat na 1600 ouderwets geworden was. De barok stond immers voor de deur en Caravaggio had daar al iets van laten zien. Goltzius’ Adam en Eva beleven de zondeval nogal knusjes bij de boom met een blik van verstandhouding. Ook schamen ze zich nog niet voor hun naaktheid. Maar Goltzius heeft hun schaamte toch alvast bedekt, omdat hij al weet wat er komen gaat. Misschien dat Adam er daarom wat sukkelig bij staat.

Adam en Eva
1510 Michelangelo de zondeval (detail)

Michelangelo liep niet op de feiten vooruit. Als er in de Bijbel staat dat Adam en Eva voor en tijdens de zondeval naakt waren, dan moet dat ook zo zijn, zal hij gedacht hebben. Dus is Michelangelo‘s Adam piemeltjenaakt, al heeft hij Eva wel netjes de andere kant op te laten kijken. Maar al het naakt op het Laatste Oordeel dat Michelangelo dertig jaar later in diezelfde Sixtijnse kapel voltooid had, keurde het Concilie van Trente in 1565 niet meer goed. Daniele da Volterra is toen de geschiedenis ingegaan als Il Braghettone, de schilder die Michelangelo‘s naakten heeft ‘aangekleed’.

de vergeten oorlog van Kieft

… begon met de moord op Claes Swits in 1641

indianenverhalenTerwijl Duitsland door de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) verscheurd werd, beleefde de Republiek der Verenigde Nederlanden een bloeiperiode. De Gouden Eeuw had echter wel een zwart randje. In ons nationale bewustzijn hebben we de oorlog van Kieft (1643 tot 1645) keurig verdrongen. Maar in het Hudsonjaar komen ook de zwarte bladzijden uit onze koloniale geschiedenis naar boven. Drie Nieuw-Nederland deskundigen, Kees-Jan Waterman, Jaap Jacobs en Charles T. Gehring schreven in het kader van het Hudsonjaar het boek IndianenverhalenDe vroegste beschrijvingen van Indianen langs de Hudsonrivier (1609-1690) en daarin wordt de wrede oorlog tussen de Hollandse kolonisten en de Wickquasgeek indianen niet vergeten.

De kolonisten wilden liever
geen oorlog omdat de indianen
hen waardevolle handelswaar
gaven als pelzen. De gouverneur
Kieft ging tegen wil en dank
toch door met zijn plan.
In augustus 1641 werd de kolonist Claes Swits in Nieuw-Amsterdam door een Wickquasgeek-Indiaan vermoord. Het motief was wraak voor een eerdere overval en moord vijftien jaar daarvoor door Europeanen op een Indiaanse familie. De toenmalige bestuurder van de kolonie, Willem Kieft, greep deze moord aan om af te rekenen met de indianen in de buurt. De kringen rond Kieft zagen de indianen als een hindernis om de kolonie verder te laten doorgroeien. Om steun te verwerven onder de Europese bevolking voor een aanval op de Indianen richtte Kieft een raad van twaalf op, bestaande uit twaalf prominenten van de kolonie, die hem moest adviseren. De raad ging akkoord dat de daders voor de moord moesten worden gestraft, maar vonden het toch raadzaam om eerst te zoeken naar een diplomatieke oplossing. De gouverneur moest volgens de raad de Indianen herhaaldelijk vriendelijk vragen de dader uit te leveren. Kieft weigerde dit advies te volgen en verbood ook nog enige verdere samenkomst van de raad, toen deze daadwerkelijk inspraak wilde. De kolonisten wilden liever geen oorlog omdat de indianen hen waardevolle handelswaar gaven als pelzen. De gouverneur Kieft ging tegen wil en dank toch door met zijn plan.
 
Bron: nl.wikipedia.org

detail kaart van Nicolaes Visscher

detail van een kaart van Nicolaes Visscher van Nieuw-Nederland uit 1656. Dit is een latere druk uit 1685 toen de Engelsen Nieuw-Amsterdam hadden omgedoopt tot New York
Indianenverhalen
Op zoek naar een doorgang naar Aziëvoer Henry Hudson in 1609 de rivier op die later zijn naam zou dragen. Daarmee legde hij de grondslag voor de kolonie Nieuw-Nederland, met als hoofdstad Nieuw-Amsterdam, het latere New York. Hudsons tocht en de inbezitname van het gebied rond het eiland Manhattan bracht Nederlandse handelaars en kolonisten in direct contact met Indianen. Nederlandse predikanten, bestuurders en reizigers deden verslag aan het thuisfront over hun ontmoetingen met „wilden„, zoals zij bijna consequent werden aangeduid. Verwondering, fascinatie, afschuw en soms bijna etnografische afstandelijkheid strijden om voorrang in de beschrijvingen. In reisverslagen, brieven en journalen berichtten de nieuwkomers over het uiterlijk en de gebruiken van de inheemse bevolking. Boeiend zijn ook hun observaties van hoe de Indiaanse samenleving omging met zaken als bijvoorbeeld bezit of macht.
 
In Indianenverhalen zijn de vroegste beschrijvingen van deze Indianen samengebracht, ingeleid en verklaard door drie Nieuw-Nederlanddeskundigen. Ondanks het ontbreken van Indiaanse geschreven bronnen beschikken we met deze overleveringen toch over kennis van de levenswijze van de oorspronkelijke Amerikanen. Bovendien kunnen we door deze geschriften ook meer over de 17de-eeuwse Nederlanders zelf te weten komen. Wat zeggen hun beschouwingen en interpretaties van de Indiaanse culturen over hén?
 
Indianenverhalen: De vroegste beschrijvingen van Indianen langs de Hudsonrivier (1609-1690) – Kees-Jan Waterman, Jaap Jacobs en Charles T. Gehring – Walburg Pers – ISBN: 9057306263 – 22,50
 
Bron: walburgpers.nl
indianen

Nederlandse indianenverhalen [ nos.nl ]