van introspectie naar extraspectie
Vijfentwintig jaar geleden las ik voor het eerst Filosofie van het Landschap (1970) van Ton Lemaire. Het boek was een openbaring voor mij. Toen we in de zomer van 1984 in de Provence waren, moest en zou ik dan ook naar de top van de Mont Ventoux omdat Lemaire daar in zijn boek over geschreven had. Ik las daarin voor het eerst dat de beklimming van deze berg door de humanistische dichter Petrarca in het jaar 1336 algemeen beschouwd wordt als een sleutelmoment in de Westerse geschiedenis. Het is achteraf gekozen als hét moment geworden waarop mens de blik naar buiten keert en de nieuwe mens van de Renaissance geboren wordt.
De beklimming is des te symbolischer omdat Petrarca aangekomen op de top de Belijdenissen van Augustinus openslaat en zich schaamt over zijn toeristische uitstapje. Want, schrijft Augustinus , “buiten de ziel is niets de moeite waard om bewonderd te worden”. De in zichzelf gekeerde mens van de Middeleeuwen is in onze moderne ogen een eenkennig wezen, maar je zou ook kunnen zeggen dat hij een geestelijk wezen is, omdat hij geestelijke kennis volgt en zich afsluit voor de zintuiglijke maar vergankelijke aardse werkelijkheid. In de eeuw na Petrarca zal de wereld openbarsten en zich in al zijn aardse schoonheid in de spiegel van de kunst aan het oog van de mens uitspreiden. Op de top van de Mont Ventoux wordt de moderne mens geboren, die wij sinds de Renaissance allemaal geworden zijn.
Bron: Filosofie van het Landschap [ www.dbnl.org ]

esse mirabile
buiten de ziel is niets de moeite waard
om bewonderd te worden (Augustinus)
Bron: Filosofie van het Landschap [ www.dbnl.org ]
Augustinus

Dit beeld is volgens de Duitse schrijver en filosoof Rüdiger Safranski dé icoon van het globalisme. Tijdens de Apollo 8 missie in 1968 werd voor het eerst de planeet aarde in zijn geheel door een mens waargenomen. Net als Petrarca op de Mont Ventoux geeft het een sleutelmoment aan: de mens heeft maximale afstand van de wereld genomen, hij is als het ware op de stoel van God gaan zitten.







Het wereldlandschap in de schilderkunst dat in de loop van de zestiende eeuw in de Zuidelijke Nederlanden tot ontwikkeling kwam, bood een panoramisch blik op de wereld. Tussen 1500 en 1585 was Antwerpen ‘de navel van de wereld’ en voor schilders het hoogste punt om de wereld te overzien. Om het wereldtoneel in al zijn aspecten te kunnen weergeven, plaatste de schilder de horizon hoog op het doek, alsof hij zijn nek wilde uitrekken om als het ware over de horizon te kijken. Waar hij tenslotte de wereld in de blauwe verte zag oplossen, ging de cartograaf verder. Het is niet voor niets dat misschien wel de beroemdste cartograaf uit de geschiedenis uit Antwerpen kwam. Gerardus Mercator werd in 1512 in de omgeving van Antwerpen geboren en maakte zijn eerste kaarten en globes in de jaren dertig van de zestiende eeuw toen men volop bezig was om de Nieuwe Wereld in kaart te brengen. Hoe vlug het achteraf gezien allemaal gegaan is, kun je zien door de kaart van Piri Re’is uit 1513 te vergelijken met een wereldkaart die Mercator 75 jaar later maakte.















