Categorie archief: geschiedenis

Luilekkerland

gekocht bij De Slegte voor tweeënhalve euro:
Dromen van Cocagne van Herman Pleij

Prima lectuur voor een luie strandvakantie. Cocagne is het land waar niet gewerkt mag worden, waar beekjes van bier en wijn stromen en worstjes aan de bomen hangen. Cocagne is het luilekkerland uit de middeleeuwen dat inmiddels eigentijdse varianten heeft gekregen in de reis- en filmindustrie.

Cocagne in de ogen van Breughel
Pieter Breughel, Cocagne
Cocagne Hoe lijvig zijn studie ‘Dromen van Cocagne‘ ook is, bijna vijfhonderd bladzijden, men hoeft zich geen ogenblik te vervelen, want er blijken telkens nieuwe, onverwachte kanten te zitten aan Cocagne. De voorstelling van een droomland, een paradijs waar niemand zelfs ook maar iets mag uitvoeren en waar de gebraden duifjes de bewoners vanzelf de geopende mond in vliegen, waar de muren gemaakt zijn van worsten, de huizen bedekt zijn met vlaaien, de rivier van heerlijke wijn is en waar men in een verjongingsbron drieëndertig jaar kan worden – zo’n voorstelling is al oud en heeft een lange orale geschiedenis. Ook in andere landen, zoals Frankrijk, Duitsland, Ierland. Zelfs de antieken hadden vergelijkbare voorstellingen.
 
Eten, of liever gezegd vreten, en luieren, dat zijn de belangrijkste aspecten van Cocagne. Pleij legt overtuigend het verband met de angst van de middeleeuwse boer, want de Cocagne-droom moet in het plattelandsmilieu zijn ontstaan, voor hongersnoden, de vrees voor gebrek aan voedsel. Het zal een ware obsessie in die tijd geweest zijn. De Cocagne-droom heeft aanvankelijk als een soort uitlaatklep gewerkt, waardoor men zich van die angst kon bevrijden. De dagelijkse, harde strijd om het bestaan, het werken om te kunnen eten, de voedselschaarste, dit alles werd opgeheven in de paradijselijke tegenwereld van Cocagne, die een wensdroom is, een compensatie voor het aardse ongemak.
 
Ton van Deel in Trouw

stadion of arena

morgenavond wordt in Wenen gestreden om de Europese voetbaltitel
en ik las een filosofische beschouwing over voetbal door Peter Sloterdijk
arena en stadion
het Colosseum, is een fatalismemachine in grote stijl. Hier worden voor een groot publiek lotswendingen gegenereerd: nederlagen met dodelijke afloop en overwinningen in een waas van wreedheid.
Griekenland was een land dat door twee volken bewoond werd: door de standbeelden en de levenden. De standbeelden zagen er allemaal uit als winnaars, en de winnaars zagen er allemaal min of meer uit als goden. Iets groter dan zijn levende voorbeeld, had het standbeeld altijd iets verheerlijkends. Het straalde een soort morfologisch idealisme uit, dat kennelijk nauw samenhing met de lichaamscultuur van de Griekse man. Men zou zelfs kunnen stellen dat de Grieken met hun sport een groot bio-esthetisch experiment op hun eigen gestalte hebben uitgevoerd.
 
Iets heel anders speelde zich op Romeinse bodem af. In de keizertijd krijgt de architectuur daar een nieuwe impuls, die met de stadioncultuur van de Grieken niets van doen heeft. Het stadion is, zoals bekend, een langgerekte U, met een open zijde, waar zich de tempel bevindt. De gedachte hierbij is dat het wedstrijdterrein openstaat voor de goden en dat de atleten hun oefeningen coram Deis uitvoeren. Heel anders gaat het op Romeinse bodem toe. De Romeinse arena is een bouwtype dat de gesloten ruimte beklemtoont, daar heerst het pathos van de immanentie, een fatale verdichting zonder uitweg. Het schoolvoorbeeld van de arena, het Colosseum, is een fatalismemachine in grote stijl. Hier worden voor een groot publiek lotswendingen gegenereerd: nederlagen met dodelijke afloop en overwinningen in een waas van wreedheid. Dit is ook de reden waarom de moderne cultuur zich op gevaarlijke paden begeeft, wanneer ze in de sport eerder bij de Romeinen dan bij de Grieken aansluiting zoekt.
 
lees verder op trouw.nl

erfgenaam van een lege hemel

Zaterdagavond overleed Kees Fens (1929 – 2008)
vanavond in het Uur van de Wolf op Nederland 2 om 23.50
De hemel en voorstelling
van de hemel zijn in scherven
naar beneden gekomen.
Het geheel is er niet meer.
Kees FensKees Fens (1929) is een alom geacht en bewonderd literair criticus en essayist. Decennialang waren zijn literatuurrecensies in De Volkskrant toonaangevend voor boekliefhebbers. In 1977 verscheen zijn laatste recensie, maar nog steeds schrijft hij wekelijks eigenzinnige, scherpe en liefdevolle stukken over muziek, geloof, architectuur en beeldende kunst. Fens is emiritus hoogleraar in de moderne letterkunde en ontving in 1990 de P.C. Hooftprijs voor zijn gehele oeuvre. Muziek, literatuur, geloofsbelijdenis en architectuur zijn pijlers onder het werk en het leven van Kees Fens. De film van Hans Keller is daar getuige van. De film is een proeve van archeologie in het bestaan en de ziel van Kees Fens. ‘De hemel en voorstelling van de hemel zijn in scherven naar beneden gekomen.’ Het geheel is er niet meer. (Regie: Hans Keller)
 
Bron: nederland2.nl

Postuum: Kees Fens. Een geboren bewonderaar [ Volkskrant ]