Categorie archief: geschiedenis

ontdek je plekje

tijdreizen aan de hand van tijdlijnen

Al zo lang ik mij kan heugen ben ik bezig de geschiedenis in kaart te brengen. Ik begon met een tijdlijn van mijn eigen leven. Daarna kwamen de schilders, de filosofen, de componisten … Inmiddels bewaar ik een kleine verzameling tijdlijnen op ruitjespapier. Ik weet niet waar die overzichtskoorts precies vandaan komt. In ieder geval ben ik nu eenmaal geen dier, kort aangelijnd aan de pin van het ogenblik, zoals Nietzsche schrijft.

Dat ik verzwaard (of verlicht?) ben met historisch besef, maakt mij iemand die ruimte en tijd uiteindelijk beleeft als wereldgeschiedenis. Hoe nietig ik ook ben, toch heb ik daar op de een of andere manier een plek in. Ik leef weliswaar in het hier en nu, maar bivakeer vaak in voorgaande eeuwen. En met de komst het world wide web is de geschiedenis er alleen maar toegankelijker op geworden.

Er zijn geschiedenisfreaks die veel verder gaan dan ik. Tom Schoepen uit Gent bijvoorbeeld ontwierp een Tijdsbalk van de Evolutie, Kennis en Cultuur die een hele wand beslaat.

tijdlijn van Tom Schoepen
detail van de tijdlijn van Tom Schoepen

Op de site van het Metropolitan Museum staat een mooie serie Timelines of Art History.
Zo kun je bijvoorbeeld een reis maken langs de kunstgeschiedenis van de Lage Landen verdeeld in de perioden 1000-1400, 1400-1600 , 1600-1800 of het meer van een afstand bekijken West-Europa onder de loep nemen: 500-1000, 1000-1400, 1400-1600, 1600-1800, 1800-1900

Andere tijdlijnen op het web: bbc.co.uk/history/timelines | hyperhistory.com | timelines.ws
worldhistory.com

pleidooi voor langzame kunst

gezien: De keuze van Robert Hughes
in het Uur van de Wolf, gisterenavond Nederland 3

Shock of the NewIn 1981, twee jaar voordat ik naar de kunstacademie ging, volgde ik met rode oortjes de serie tv-documentaires De Schok van het Nieuwe van de New Yorkse kunstcriticus Robert Hughes. Deze serie maakte zoveel indruk op mij, dat ik besloot om mijn scriptie geschiedenis te wijden aan het ontstaan van de moderne kunst. Hughes gaf in deze tv-documentaire een zeer persoonlijke en originele visie op de moderne kunst en wist de schok die onze voorouders moeten hebben ervaren op ons over te brengen.

Vijfentwintig jaar later maakte hij een de documentaire die gisterenavond werd uitgezonden. Wat is er sinds 1981 veranderd in de hedendaagse kunst? Hughes is somber over de ontwikkelingen: de hedendaagse kunstenaars lijken nog egomaner geworden dan ze al waren, exploiteren hun eigen fobies en volgen massaal de mantra ’15 minutes of fame’ van art guru Warhol. De kunstmarkt is nog ijdeler geworden dan ze al was met bedragen die nergens meer op slaan, want er zijn steeds meer rijke verzamelaars waardoor de prijzen opgejaagd worden.

Jeff KoonsDe enige verdienste van Jeff Koons is waarschijnlijk dat hij ijdele verzamelaars status verkoopt. In wezen maakt hij bagger die een zieke cultuur en een ziek tijdperk weerspiegelt, zodat er genoeg kunstcritici, cultuurfilosofen en beleggers zijn die hem als een eigentijds genie beschouwen, die van marketing kunst gemaakt heeft.

Na het verplichte nummertje, een interviewtje met best betaalde levende kunstenaar ter wereld Jeff Koons, gaat Hughes op bezoek bij kunstenaars die hem hoop voor de toekomst geven: Paula Rego, Anselm Kiefer, Lucian Freud, David Hockney en Sean Scully. Wat deze kunstenaars met elkaar verbindt is hun betrokkenheid en liefde voor het kijken. Voor Hughes is dat kijken in de schilderkunst geconcentreerder dan in de fotografie, film of video. Hij besteed wel even aandacht aan de fotografische avontuur van Hockney, maar is duidelijk opgetogen dat deze is teruggekeerd naar de moeder van alle visuele kunsten, het tekenen (in Hockney’s geval: tekenen met waterverf).

Paula Rego
Paula Rego, The dance, 1988
Hughes vindt haar op dit moment de beste vrouwelijke schilder die hij kent

Zijn conclusie is toch hoopvol. Naast alle bagger die ons dagelijks omspoelt (Hughes zegt ergens dat wij dagelijks meer beelden te verwerken krijgen dan de veertiende eeuwer in een heel leven.), is er ook nog steeds kunst die blijft ontroeren en niet de waan van de dag volgt. Kunst die niet snel en gelikt is, maar kunst die geduld heeft en zich concentreert op waar het volgens Hughes allemaal om moet draaien: schoonheid.

Robert HughesRobert Hughes was born in Sydney, Australia in 1938. He studied arts and architecture at Sydney University, during which time he made a name for himself within the Sydney “Push” — a progressive group of artists, writers, intellectuals and drinkers. Among the group were two other blazingly witty and incisive cultural observers: Germaine Greer and Clive James. Incredibly, Hughes was commissioned to write a history of Australian painting while an undergraduate and dropped out of university. He left Australia for Britain in the early 1960′s, writing for such publications as the Spectator, the Telegraph, the Times and the Observer, before landing the position of art critic for Time Magazine in 1970.
 
Bron: artcyclopedia.com
 
Important books he has written include:
The Shock of the New (1981)
The Fatal Shore (1987)
Culture of Complaint (1993)
American Visions: The Epic History of Art in America (1997)

Lucian Freud
Lucian Freud, naakte man, 1987
Volgens Hughes geeft Freud de meest verontrustende kijk op het menselijk lichaam sinds Picasso
Hughes maakte vijfentwintig jaar geleden de spraakmakende televisieserie The shock of the new, waarin hij op verrassende wijze de ontwikkelingen in de moderne kunst van de 20ste eeuw analyseerde. Nu is hij terug en inventariseert hij het werk van de meest recente beroemde kunstenaars. Hughes gaat voorbij aan de hypes in de kunstwereld, gecreëerd door handige marketingstrategieën. Zo probeert hij door te dringen tot kunst die de tijd definieert waarin we leven, en die haar eigen tijd gaat overleven. Volgens Hughes is kunst en de zoektocht naar schoonheid belangrijker dan ooit.
 
Bron: sites.nps.nl/jerome/index.cfm/site/uurvandewolf

de vierde dimensie

Historische kaarten van Amsterdam

Een mooie stadswandeling is onbetaalbaar. Te vaak ontvlucht ik de verkeersdrukte van de stad en zoek ik de rust in het bos. Het is ook een vlucht uit de tijd in het a-historische van de natuur. Maar wat de natuur mij niet kan bieden is juist die boeiende aanvaring tussen wat geweest is en de actualiteit, wat van onze voorouders was en wat ‘van ons’ is, de ervaring die ik de gelijktijdigheid van het ongelijktijdige noem. In Amsterdam is dat natuurlijk een belevenis.

Amsterdam in 1538
Amsterdam in 1538
[ schilderij van Cornelis Anthoniszoon ]

Zaterdagavond fietste ik de hele Prinsengracht af van de Jordaan tot aan de Amstel, dwars door een brouwsel van vijf eeuwen met een stevig accent op de 17e eeuw. (wanneer je de blik boven de geparkeerde auto’s uit laat dwalen.) In mijn poging om te doorvorsen welke geest hier precies aanwezig is, voel ik een drang naar historische kennis. Alleen door mij in de geschiedenis te verdiepen, kan ik er misschien achter komen wát die dominee-koopman’s geest eigenlijk is en hoe ik daar zelf mee verbonden ben. Dus ben ik thuis een beetje langs historische kaarten aan het surfen. Historische kaarten laten op een bijzondere wijze zien hoe tijd en ruimte met elkaar samenhangen, geven inzicht in de vierde dimensie.

Amsterdam in 1640
Amsterdam in 1640
Op het stadsplattegrond van Joan Blaeu uit 1647 is de stadsuitbreiding van 1663 reeds met stippellijntjes ingetekend. Ook bij deze kaart is het noorden aan de onderzijde afgebeeld. Goed is te zien dat een complete buurt buiten de stad voor deze stadsuitleg is gesloopt.
 
De stadsuitleg van 1663, de vierde uitleg, begint eigenlijk al in 1655 met het aanplempen van Kattenburg, gevolgd door Oostenburg en Wittenburg. Rond 1660 worden de havenaktiviteiten van de Admiraliteit en de VOC naar deze eilanden verplaatst, als een voorbode van de vierde stadsuitleg, waartoe eerst in 1658, daarna in 1660 (door de Vroedschap) wordt besloten. In januari 1662 wordt het stadsuitbreidingsplan, waarin alle rooilijnen worden uitgezet, door stadsarchitect Daniël Stalpaert ingediend. In mei 1663 wordt door de Staten van Holland octrooi verleend.
 
In oktober 1663 begint de verkoop van kavels aan de Leidse- en Utrechtsestraat, in december die aan de nieuwe grachten. Vaak werden kavels in de radiaalstraten gekocht door bewoners van de grachten. Zo kocht Hendrick Hooft in 1665 de kavels Herengracht 556 plus zes woonhuizen en een koetshuis met poort aan de Utrechtsestraat. In het eerste deel van de grachtengordel waren de kavels in een breedte van 30 voet uitgegeven, in 1663 in kavels van 26 voet (twee roeden). De meeste kopers kochten echter twee kavels naast elkaar om een groot dubbel huis van 52 voet te bouwen, waardoor van meet af aan de bebouwing in dit deel van de grachtengordel ruimer was.
 
Deze laatste grote uitbreiding zal een veel te ruime jas blijken. Een groot gebied ten oosten van de Amstel wordt niet bebouwd en krijgt uiteindelijk een recreatieve functie: de Plantage. Dit gebied blijft tot ±1860 onbebouwd, op enkele grote gestichten en een ruim park na. Artis is in feite een overblijfsel van het oorspronkelijke gebruik van dit gebied.
 
Bron: bma.amsterdam.nl

» de stedebouwkundige ontwikkeling van Amsterdam
» een korte geschiedenis van Amsterdam
» interactieve historische kaart van het centrum van Amsterdam