Categorie archief: geschiedenis

Geschiedenis volgens Hugo

gelezen in Les Misérables (1862) van Victor Hugo:
Quelques pages d’histoire

Les MisérablesDe filosofische en politieke beschouwingen over de geschiedenis van Frankrijk zijn voor mij een van de aangename kanten van de romans van Victor Hugo. In zijn latere romans Les Misérables en Quatre-Vingt-Treize worden deze als intermezzo aan het verhaal toegevoegd. Zo begint het vierde deel van Les Misérables met Quelques pages d’histoire. Wanneer je niet echt thuis bent in de episodes van de Franse geschiedenis waar Hugo op reflecteert of als deze achtergrond je weinig kan schelen, dan zijn deze historische beschouwingen juist de gedeelten die je liever of dan maar gewoon overslaat.

In ieder geval mis je dan een belangrijk deel van wat Hugo ons wil vertellen. In de jaren veertig van de negentiende eeuw was hij op het allerhoogste niveau actief in de politiek. In de periode 1843-1851 zou hij vrijwel niets publiceren, al kwam dat niet alleen door zijn politieke carrière maar vooral ook door diverse familiedrama’s. Zijn eerste roman na Claude Gueux (1834) liet bijna dertig jaar op zich wachten. Toen Les Misérables in 1862 eindelijk verscheen, Hugo was inmiddels zestig, was dat een enorm commercieel succes. Zijn roman heeft sterk het karakter van een politiek pamflet en de historische, filosofische en politieke beschouwingen dragen daartoe bij.

Tweet 1832
In het vierde deel van Les Misérables speelt de opstand van 1832 in Parijs een belangrijke rol. Victor Hugo kon hier nauwkeurig over schrijven omdat hij als 30-jarige ooggetuige was.

La restauration avait été une de ces phases intermédiaires difficiles à définir, où il y a de la fatigue, du bourdonnement, des murmures, du sommeil, du tumulte, et qui ne sont autre chose que l’arrivée d’une grande nation à une étape. Ces époques sont singulières et trompent les politiques qui veulent les exploiter. Au début, la nation ne demande que le repos ; on n’a qu’une soif, la paix ; on n’a qu’une ambition, être petit. Ce qui est la traduction de rester tranquille. Les grands événements, les grands hasards, les grandes aventures, les grands hommes, Dieu merci, on en a assez vu, on en a par-dessus la tête. On donnerait César pour Prusias et Napoléon pour le roi d’Yvetot. « Quel bon petit roi c’était là ! » On a marché depuis le point du jour, on est au soir d’une longue et rude journée ; on a fait le premier relais avec Mirabeau, le second avec Robespierre, le troisième avec Bonaparte, on est éreinté. Chacun demande un lit.
Uit: Les Misérables – Quelques pages d’histoire

Les Misérables [ fr.wikisource.org ]

Huilen om Rousseau

La lapidation de Môtiers september 1765

Voor huilen met Rousseau zijn we tegenwoordig te nuchter, maar huilen om Rousseau moet met een beetje goede wil wel lukken. Zeker als je in zijn (auto)biografie leest hoe hij in 1765 uit Môtiers verdreven werd, een episode die bekend staat als de steniging van Môtiers.

Môtiers
Michaela naast een silhouet van Rousseau voor zijn woning in Môtiers (12 juli 2018)

Wat was er gebeurd? Na het succes van Julie in 1761 was Rousseau in één klap de beroemdste schrijver van Europa. Julie werd de best gelezen roman van de achttiende eeuw. Rousseau wilde voor zijn vijftigste zijn schrijverschap afsluiten; dat deed hij niet met één maar met twee invloedrijke boeken: een boek over opvoeding (Émile, ou De l’éducation) en een boek over de maatschappij (Du contract social). Zijn ideeën waren inmiddels tot volle rijping gekomen. Beide boeken sloegen in als een granaat. Zijn opvattingen over het christelijk geloof in Emile waren ondermijnend voor het kerkelijk gezag. Maar nog explosiever was zijn idee van de volonté general in Du contract social.

Rousseau wilde voor zijn vijftigste zijn schrijverschap afsluiten; dat deed hij niet met één maar met twee invloedrijke boeken.

Rond 1760 was het heel gewoon wanneer boeken anoniem verschenen. De schrijvers van de Verlichting wisten dat hun opvattingen controversieel waren en hadden geen behoefte hun naam op het titelblad te laten drukken. Vaak durfde de uitgever in Frankrijk het niet aan en werden Franstalige boeken in de Republiek gedrukt. Emile werd uitgegeven in Parijs maar Du contract social bij Marc-Michiel Rey in Amsterdam. Deze uitgever had geen privilege aangevraagd en het boek werd vervolgens door de Staten-Generaal der Nederlanden verboden. In Frankrijk werd het clandestien verspreid. Toen de boodschap eenmaal was doorgedrongen, en lang duurde dat niet, barstte de storm los.

Op 9 juni 1762, vlak voor zijn vijftigste verjaardag, moest Rousseau hals over kop het land uit. Hij vluchtte eerst naar zijn oude vriend Roguin in Yverdon aan het meer van Neuchâtel in Zwitserland. Een maand later vestigde hij zich in het dorpje Môtiers in de Val de Travers, twintig kilometer ten noordwesten van Yverdon. Zijn levensgezellin Thérèse Levasseur volgde hem enkele weken later. Ze waren bannelingen geworden. Beter gezegd: politieke vluchtelingen, ook al bestond dat woord tijdens het ancien régime nog niet. Ze zouden tot begin september 1765 in Môtiers blijven wonen.

Môtiers gedenksteen
Gedenksteen in Môtiers

Het drama komt na de publicatie van Lettres écrites de la montagne in 1764. Hierin doet Rousseau een politieke aanval op zijn vaderstad Genève en was daarbij zo naïef niet te voorzien dat dit gevolgen zou hebben voor zijn verblijf in Môtiers. In de ruim drie jaar dat hij hier woonde, had hij geen goed contact met de lokale bevolking al ontving hij tientallen vrienden uit Frankrijk en Engeland. Dat waren over het algemeen intellectuelen uit de hogere klassen waar de eenvoudige boeren in Môtiers met afkeuring naar keken.

Rousseau kwam in het voorjaar van 1765 tenslotte tegenover zijn pastor Montmollin te staan. Deze stond onder toenemende druk disciplinaire maatregelen te nemen tegen Rousseau die weliswaar bij hem naar het avondmaal ging, maar desondanks ketterse opvattingen verkondigde. Toen dat niet helemaal lukte en Montmollin gezichtsverlies dreigde te gaan leiden, begon hij de calvinistische bevolking in Môtiers tegen Rousseau op te zetten. Op 1 september hield hij een opruiende preek die grote gevolgen had. Rousseau werd eerst op straat uitgejouwd en toen ging het van kwaad tot erger. Op 3 september vloog de eerste steen door de ruit. La lapidation de Môtiers was begonnen…

In zijn Bekentenissen schrijft Rousseau: J’allais sortir de ma chambre, écrit la victime, pour aller dans la cuisine, quand un caillou traversa la cuisine après avoir cassé une fenêtre, tomba au pied de mon lit, de sorte que si je m’étais pressé d’une seconde, j’avais le caillou dans l’estomac. Je vais à la cuisine, trouve Thérèse tremblante.’

Môtiers
Een tekening uit de tijd dat Rousseau en Thérèse in Môtiers woonden op de eerste verdieping. De waterput links op de voorgrond is er nog steeds.

Op 8 september vluchtten Rousseau en Thérèse het dorp uit. De waranda lag vol met keien. ‘Het lijkt hier wel een steengroeve!’ riep een van Rousseau‘s vrienden verschrikt uit. De volgende dag werd er bij de nabijgelegen waterput een pop gevonden die Rousseau moest voorstellen.

de ideale fabriek, 1779

op 12 juli j.l. bezochten we Saline Royale in Arc-et-Senans
van Claude Nicolas Ledoux

In 1985 maakte ik voor het eerst kennis met de utopische architectuur van Claude Nicolas Ledoux in het boek Het idee van de stad onder redactie van onze gewaardeerde kunstacademiedocent Han Janselijn (1940-2005). Ledoux was een man van de Verlichting. Een transparantiefreak. Rationalisering stond voor hem boven alles. Je zou hem net als Charles Fourier (1772-1837) als proto-socialist kunnen zien. Helemaal aan het begin van de industriële revolutie wees hij al op het belang van een mensvriendelijke werkomgeving. Daarom hadden de arbeiders in zijn ideale fabriek, de koninklijke zoutziederij Saline Royale, ieder een eigen moestuin. Sinds 1982 staat het complex in Arc-et-Senans op de UNESCO-lijst van werelderfgoed en is het een van de grootste toeristische attracties in de Franche-Comté.

Saline Royale
impressies van Saline Royale op 12 juli 2018.
Boven: berniers (arbeiderswoningen)
Midden: bernes (kookplaatsen)
Linksonder: directeurswoning

De zoutziederij werd in opdracht van Lodewijk XVI tussen 1775 en 1779 gebouwd. De koning die in 1793 onthoofd zou worden, was allerminst een despoot. Simon Schama neemt in Citizens, zijn studie over de Franse Revolutie, een aantal vooroordelen weg over het ancien régime. Toen Lodewijk XVI zijn grootvader Lodewijk XV in 1775 opvolgde, voerde hij gelijk economische hervormingen door. Door de verbeterde stoommachine van James Watt begon omstreeks 1770 de moderne industrialisatie. De zoutziederij Saline Royale maakte onderdeel uit van een reeks economische hervormingen waarmee Lodewijk XVI zijn land een concurrentiepositie wilde geven ten opzicht van Engeland waar de industriële revolutie al letterlijk op stoom gekomen was.

Saline Royale
Het huis van de wacht, de ingang van Saline Royale …een fabriek die eruit ziet als een Dorische tempel…

Sinds mensheugenis werd er al zout gewonnen in het twintig kilometer oostelijker gelegen Salins-les-Bains. Voor de zoutwinning werd pekelwater in grote bassins verwarmd, zodat het water kon verdampen en het zout overbleef. Maar omdat er gebrek aan hout kwam, werd besloten het procedé van zoutwinning te verplaatsen naar Arc-et-Senans, aan de rand van een groot bos. Het pekelwater werd vanuit Salins-les-Bains aangevoerd door een twintig kilometer lange houten pijpleiding.

Saline Royale
Saline Royale woning van de directeur

Na 1779 begon de zoutziederij in werking te treden maar de Franse Revolutie zou tien jaar later alweer een einde maken aan de productie van zout. Een van de eerste maatregelen van het revolutionaire Frankrijk was in 1790 het afschaffen van de gabelle, de zo gehate belasting op zout. Daardoor verviel het zoutmonopolie. In de negentiende eeuw bleef de fabriek wel draaien maar in 1895 kwam er definitief een einde aan de zoutwinning van de Saline Royale.

Saline Royale
Saline Royale huis van de ‘Ferme Génerale’, de belastingadministratie

Zouttaks
De Gabelle was een zeer impopulaire belasting op zout in Frankrijk vóór 1790. De term gabelle is afgeleid van het Italiaanse Gabella. In Frankrijk werd Gabelle oorspronkelijk toegepast op de belastingen op alle grondstoffen, maar werd geleidelijk beperkt tot de belasting op zout. Na verloop van tijd werd het een van de meest gehate en meest grove ongelijke belastingen in het land. Het werd afgeschaft in 1790, toen hersteld door Napoleon in 1806; afgeschaft kort door de Franse Tweede Republiek, en dan eindelijk definitief afgeschaft in 1945.
Bron: zidolider.com

Saline Royale
Saline Royale de kookplaats (berne) en arbeiderswoningen (berniers) ten oosten van de woning van de directeur
Saline Royale
Saline Royale Dorische zuilen met afwisselend ronde en rechthoekige tamboeren en grote ornamenten die het pekelwater uitbeelden als geld dat stroomt uit een hoorn van overvloed. Vanwege de gabelle werd zout in de achttiende eeuw ‘het witte goud’ genoemd.
Saline Royale
Saline Royale de stallen liggen achter de woning van de directeur
Saline Royale
Saline Royale de woning van de directeur gezien door een venster van de kuiperij waarin tegenwoordig het Ledouxmuseum gevestigd is

salineroyale.com