Categorie archief: 18e eeuw

aristocratische catwalk

een tijdlijn van damesmode uit de 18e eeuw

Op behance.net vond ik een schitterende overzicht van mode door de eeuwen heen. De afbeeldingen komen oorspronkelijk van het Russische Блошка. Honderden figuren uit bekende en minder bekende historische portretten zijn vrijstaand gemaakt. Ten voeten uit.

mode 18e eeuw
dameskleding tussen 1740 en 1768
(credits: Блошка)

Deze beeldbewerking levert een lange parade op van stijlvol geklede aristocratische dames (en heren). Dagelijks waren ze een paar uur bezig met aankleden en toilet maken, flaneren, gokken en andere vormen van nietsdoen. De gewone én werkende vrouw (99% van de bevolking) werd de grisette genoemd, vanwege haar grauwe kleding. De adellijke dames konden tegenover die achtergrond optimaal afsteken. De Franse Revolutie maakte aan deze decadentie tijdelijk een einde.

Fashion Timeline 18th century [ behance.net ]

rijk Dordt

Een koninklijk paradijs Aart Schouman en de verbeelding van de natuur
Dordrechts Museum, 19 februari t/m 17 september 2017

Een koninklijk paradijs“Het is hier geen rijk Dordt!” placht mijn moeder wel eens bestraffend te zeggen als ik vroeger mijn boterham te dik belegde. In Zuid-Holland waar mijn moeder vandaan komt, was deze uitdrukking van moeder op (mijn) moeder overgegaan. In Dordrecht woonden vroeger de rijken. Het Dordrechts Museum laat permanent al veel van het rijke verleden van Dordrecht zien maar nu is daar nog iets bijgekomen. Afgelopen zaterdag opende koningin Maxima de tentoonstelling Een koninklijk paradijs – Aart Schouman en de verbeelding van de natuur.

De achttiende eeuw gold lang als “de vergeten eeuw” maar gelukkig is daar de laatste jaren verandering in gekomen met tentoonstellingen als Uit de plooi. De 18de eeuw in beweging (Valkhof Museum Nijmegen 2013) of programma’s als Ridders van Gelre – de vergeten achttiende eeuw (Omroep Gelderland, 2015) en Alexander Roslin – portrettist van de aristocratie (Rijksmuseum Twenthe, Enschedé, 2015).

Aert Schoumann
portret van Albertus de Jonck
Ook na de Gouden Eeuw kende Dordrecht schilders die naam maakten ver buiten hun eigen stad. Aert Schouman staat symbool voor een periode waarin de schilderkunst een meer decoratieve functie kreeg. Hij schilderde zowel portretten als historie- en genrestukken en aquarellen, evenals ander decoratief werk, alles aansluitend bij de veranderende smaak van het publiek. Het Franse classicisme voerde de boventoon, welgestelden richtten hun huis opnieuw in, waarbij het belangrijk was dat het interieur een eenheid vormde. Naast schilder was Schouman ook kunsthandelaar en had hierdoor een groot netwerk aan kunstliefhebbers- en kenners. Hij meende dat tekenen een belangrijk onderdeel van de opvoeding vormde en gaf om die reden zijn hele leven tekenles aan kinderen. Ook leidde hij jonge schilders op en leverde een nieuwe generatie Dordtse kunstenaars af.
 
Bron: dordrechtsmuseum.nl

Aart Schouman [ nl.wikipedia.org ]

vergeten radicalen [ 4 ]

gelezen: het hoofdstuk J.J.Rousseau in Het verdorven genootschap
De vergeten radicalen van de Verlichting
van Philipp Blom

Het verdorven genootschapAl in de inleiding van Het verdorven genootschap bekent Philipp Blom dat hij een afkeer heeft van Jean-Jacques Rousseau (1712-1778). Dat is begrijpelijk, want Blom is een bewonderaar van Denis Diderot (1713-1784) en het gedachtegoed van deze twee Franse denkers ligt wijd uit elkaar. Oorspronkelijk waren Diderot en Rousseau dik met elkaar bevriend. Blom schrijft daar soms ontroerend over. Ze deelden dezelfde achtergrond en trokken rond hun twintigste naar Parijs. Maar na hun dertigste begonnen ze uit elkaar te groeien. Diderot stelde zich steeds verzoenlijk op maar Rousseau zonk steeds verder weg in een diep wantrouwen. Rond hun vijftigste was de breuk definitief geworden.

Veel tijd voor vriendschappen had Diderot trouwens niet meer want vanaf 1751 zat hij tot over zijn oren in het werk. De Encyclopédie was een enorm ambitieus project en Diderot zou er 25 jaar druk mee zijn. Rousseau was na het verschijnen van Julie (1761), Émile, ou De l’éducation (1762) en Du contrat social (1762) een ster geworden, niet alleen in Frankrijk maar ook daarbuiten. Wellicht is zijn briefroman Julie ou la nouvelle Héloïse het meest gelezen boek van de achttiende eeuw, nog vóór Robinson Crusoe (1719) of Die Leiden des jungen Werthers (1774). De invloed van Rousseau met deze drie boeken was veel groter dan de invloed van Diderot met zijn Encyclopédie.

RousseauToch zou Diderot‘s tijd ook nog komen. Rond 1850 had in Europa het materialisme het idealisme eindelijk “drooggelegd” en was er weer volop belangstelling voor de radicale Verlichting waar Diderot zo’n groot voorstander van was. Hij vond dat de mens alleen op zijn verstand moet afgaan en dat de wetenschap de enige betrouwbare gids is die zijn licht in de duisternis van onwetendheid en bijgeloof werpt. Voor Diderot volgde Rousseau met zijn contra-Verlichting, die uiteindelijk zou uitgroeien tot de Romantiek, een religieuze weg.

Diderot en zijn vrienden van de radicale Verlichting hadden een enorme hekel aan het christendom. Ze zagen Rousseau als een pseudo-christen. Ook al had Rousseau zelf niets meer met het christelijk geloof, zijn tegenstanders irriteerde het dat hij nog steeds in God en in de onsterfelijke ziel geloofde, in hun ogen niets meer dan restanten van het christendom. Voor de radicale Verlichting is de mens enkel materie, een wonderbaarlijke “machine van vlees”, en heeft deze helemaal geen ziel. Als je Wij zijn ons brein gelezen hebt, zal je dat bekend voorkomen.

Voor de radicale Verlichting is de mens enkel materie, een wonderbaarlijke “machine van vlees”, en heeft deze helemaal geen ziel. Iedereen die Wij zijn ons brein gelezen heeft, komt dat bekend voor.

Philipp Blom schrijft mooi, maar zijn vooringenomenheid is hinderlijk en soms lachwekkend. Omdat hij zo dweept met zijn helden Diderot en baron d’Holbach en zo openlijk zijn afkeer van Rousseau etaleert, laat hij de lezer geen ruimte om er het zijne van te denken. Het verdorven genootschap kun je lezen als een pleidooi voor de voltooiing van de Verlichting, die volgens Blom nog altijd gedwarsboomd wordt door de invloedrijke erfenis van Rousseau. Volgens de auteur zou er definitief afgerekend moeten worden met God en de ziel en hij ziet deze als de laatste hardnekkige restanten van het christendom.

Keer op keer beukt hij met zijn sloophamer in op het christelijke geloof, en omdat hij daar een karikatuur van maakt, lijken zijn sloopwerkzaamheden redelijk. De Kerk zou niets anders zijn dan een machtsinstituut dat met sprookjes en angstbeelden het volk onderdrukt. Het is een cliché dat rechtstreeks van de radicale Verlichters komt en dat zich al ruim twee eeuwen in ons bewustzijn genesteld heeft.

Above us only skyNet als bij “Imagine there’s no heaven, It’s easy if you try, No hell below us, Above us only sky” van John Lennon vraag ik mij af in welke tijd Blom meent te leven. De laatste vijftig jaar is het christendom in West-Europa gemarginaliseerd en in een hemel en een hel wordt praktisch niet meer geloofd. We hebben helemaal geen imaginatie nodig om ons voor te stellen dat er geen hemel en hel zijn. Het ontbreekt juist aan verbeeldingskracht en geloof om ons wél voor te stellen dat er ook een “geestelijke topografie” is waarin een hemel en een hel wel degelijk plaatsen zijn. Het materialisme van de radicale Verlichting waar Blom zo hartstochtelijk voor pleit, heeft de weg naar onze hoofden allang gevonden.

Vergeten radicalen 3 | Vergeten radicalen 2 | Vergeten radicalen 1