Categorie archief: 18e eeuw

Valmy, 20 september 1792

vandaag 224 jaar geleden: de kanonnade van Valmy

In augustus 1792 was Pruisen onder de militaire leiding van de hertog van Brunswijk begonnen aan een veldtocht vanuit Mainz richting Parijs. Het doel was om zo snel mogelijk korte metten te maken met het revolutionaire Frankrijk. Precies een jaar eerder hadden de Pruisen en de Oostenrijkers de Verklaring van Pillnitz ondertekend. Het was een intentieverklaring om militair in te grijpen als Lodewijk XVI, de koning van Frankrijk, zou worden bedreigd. Keizer Leopold II had een heel persoonlijke reden om deze verklaring te ondertekenen. Marie-Antoinette, de afgezette koningin van Frankrijk, was zijn zusje. Bovendien was de Franse Revolutie bedreigend voor hemzelf. De Girondijnen probeerden de revolutie namelijk te exporteren naar de buurlanden. In de winter van 1789/1790 waren in de Oostenrijkse Nederlanden (het huidige België) de Verenigde Nederlandse Staten uitgeroepen. Eind 1790 maakten de Oostenrijkers hier weer een einde aan, maar hadden nu aan den lijve ondervonden dat de revolutie kon overslaan.

Valmy 1792
Na de kanonnade van Valmy op 20 september 1792 trokken de geallieerden zich terug. Het was de eerste militaire zege van het revolutionaire Frankrijk.

Eind augustus 1792 trokken de Pruisen bij Longwy Frankrijk binnen. Begin september hadden ze de belangrijke vestingstad Verdun veroverd. In Parijs brak er paniek uit. De droom van vrijheid, gelijkheid en broederschap zou nu wel eens heel snel voorbij kunnen zijn. Vanaf dit cruciale moment begon de revolutie haar gruwelijke gezicht te laten zien. Uit angst dat de anti-revolutionairen in de gevangenissen een vijfde colonne zouden kunnen vormen, liet Danton toe dat het volk de gevangenissen bestormde. Tussen 2 en 6 september 1792 werden zeker elfhonderd gevangenen, onder wie 250 priesters en drie bisschoppen, door een volksjustitie op genadeloze wijze afgeslacht. Nog altijd werpen de Septembermoorden een pikzwarte schaduw over de lichte zijde van de Franse Revolutie.

Intussen bleven het Pruisische leger onder aanvoering van de Hertog van Brunswijk optrekken richting Parijs. Maar ten oosten van de stad Châlons-en-Champagne kwam het tot een keerpunt. Goethe was getuige. In zijn verslag Campagne in Frankrijk 1792 beschrijft hij het geluid van de kanonskogels die om zijn oren vliegen: “ruisende boomkruinen, klaterend water en fluitende vogels.” Goethe, kampioen in gevleugelde woorden, kreeg het op 20 september 1792 nadat ‘s avonds de kanonnen bij Valmy tot zwijgen waren gekomen, ook weer voor elkaar: “Hier en nu begint een nieuw tijdperk in de wereldgeschiedenis en jullie allen kunnen zeggen dat jullie getuige zijn geweest van de geboorte ervan.”

Goethe, kampioen in gevleugelde woorden, kreeg het bij Valmy ook weer voor elkaar: “Hier en nu begint een nieuw tijdperk in de wereldgeschiedenis en jullie allen kunnen zeggen dat jullie getuige zijn geweest van de geboorte ervan”.

Het leek alsof God zelf gesproken had, want de volgende dag werd in Parijs de Franse monarchie afgeschaft en de Eerste Franse Republiek uitgeroepen. Een dag later werd in heel Frankrijk een nieuwe kalender ingevoerd. Het was nu 1 vendémiaire van het Jaar I in plaats van 22 september 1792.

De Kanonnade van Valmy uit de film La Révolution française (1989)
De hertog van Brunswijk probeerde zijn troepen een flankerende beweging te laten maken om het leger van de Fransen heen richting Châlons-en-Champagne. François Christophe Kellermann doorzag dit echter, en draaide zijn leger met het Pruisische leger mee, zodat het gepositioneerd stond tussen Sainte-Menehould en Valmy. Door een grote artillerieaanval van de Fransen, gevolgd door een kleine infanterieaanval lukte het Kellermann en Charles-François Dumouriez om de Pruisen van een echte slag af te doen zien. Aan Franse kant vielen 300 doden, bij de Pruisen waren dit er 184. Deze ontmoeting bleek een keerpunt in de militaire campagne en ook een keerpunt in de geschiedenis.
 
Bron: nl.wikipedia.org

de god van Schelling

gelezen: Hoofdstuk IV over Friedrich Wilhelm Joseph Schelling
in Het Kwaad. het drama van de vrijheid (1997) van Rüdiger Safranski

SchellingDe Duitse filsoof Friedrich Wilhelm Joseph Schelling (1775-1854) was net als de Schotse filosoof David Hume een wonderkind die de centrale gedachte van zijn filosofische systeem al vóór zijn twintigste formuleerde. Schelling is een van de grondleggers en belangrijkste vertegenwoordigers van het Duits idealisme. Hij construeerde een identiteitsfilosofie waarin subject en object, denken en zijn, geest en materie slechts in schijn verschillende, maar in wezen identieke verschijningsvormen zijn van één enkele werkelijkheid. Zijn denken komt in de buurt van de oude Indische filosofie en mystiek waarin het Atman (Zelf) en Brahman (Kosmos) identiek zijn.

In Het Kwaad. het drama van de vrijheid behandelt Rüdiger Safranski in het vierde hoofdstuk Schelling‘s identiteitsfilosofie met betrekking tot het kwaad. Schelling zou de ondertitel van Safranski‘s boek helemaal onderschrijven: het kwaad is het drama van de vrijheid. Het is een kosmisch drama. In tegenstelling tot het postmoderne denken dat ons zo vertrouwd is, neigt het denken rond 1800 niet bepaald naar het kleine, maar juist naar het grote. Het Duits idealisme brengt nieuwe Grote Verhalen voort. “Schellings metafysische speculaties zijn vertellingen in begrippen. Het onheuglijke is kennelijk alleen narratief te verwerken.” schrijft Safranski.

Net als Spinoza vertrekt Schelling bij god. God is daarbij niet de persoonlijke God van de Bijbel, maar het alomvattende begrip van het hele zijn. God is dus niet alleen licht, maar ook duisternis. Voor Schelling heeft god een duistere kant. In god is een oorspronkelijke duisternis waaruit hij zich ontplooien moet zodat hij uiteindelijk tevoorschijn kan komen als een god van het licht. Het is een allesbehalve christelijke opvatting van God. In de Eerste Brief van Johannes lezen we namelijk: “Dit is wat wij Hem hebben horen verkondigen en wat we u verkondigen: God is licht, er is in Hem geen spoor van duisternis.”

Parallel aan het Grote Verhaal van de zondeval, ontwerpt Schelling een filosofische variant die hij “het verraad van de transcendentie” noemt.

Maar de jonge Schelling, die gevormd was door de enorme belangstelling voor Spinoza vanaf 1785, had zich bekeerd tot het pantheïsme en god was voor hem zowel licht als duisternis. De duisternis vatte hij daarbij niet op als de afwezigheid van licht, maar als de oergrond waaruit het licht tevoorschijn komt. In de god van Schelling bevindt zich daarom een duistere afgrond. De nog onvoltooide god die uit het duister oprijst en op weg is naar het licht, is voor Schelling de mens. Deze opgang is in vrijheid. De mens heeft de keuze tussen licht en duisternis, tussen goed en kwaad. Het drama van zijn vrijheid is zijn vrijwillige keuze voor het kwaad. Parallel aan het Grote Verhaal van de zondeval, ontwerpt Schelling een filosofische variant die hij “het verraad van de transcendentie” noemt. De mens wordt niet ontrouw aan Zijn Schepper maar aan zijn eigen geestelijke natuur.

Schelling en het verraad van de transcendentie
De mens wordt een verrader van het universele, omdat de angst voor het leven hem uit zijn eigen centrum drijft. Maar het centrum is de geest van de liefde, het verterende vuur waarvan hij de verwarmende nabijheid zoekt en waarvoor hij tegelijk terugdeinst om niet te verbranden. De mens zoekt de periferie van zijn wezen, hij is een excentrisch wezen, Het mijden van het centrum is het verraad aan de geest. Die perversie is bij Schelling de boven het louter morele uitgaande grondstructuur van het kwaad, en hij duidt daarmee op het schandaal dat het christelijke denken “de zonde tegen de Heilige Geest” noemt. Alleen is “de heilige geest” waartegen de mens zondigt zijn eigen geestelijke wezenscentrum. De mens is het metafysische dier, en als hij probeert dat af te leren, verraadt hij zijn eigen geestelijke natuur.
 
uit: Het kwaad. Het drama van de vrijheid (vert. Mark Wildschut)

De mens zoekt de periferie van zijn wezen, hij is een excentrisch wezen, Het mijden van het centrum is het verraad aan de geest.

Safranski over Schelling

De oude Schelling moest na 1840 dat verraad aan de geest, die verdrijving van de geest door de triomf van de materialistische wetenschap, nog zelf meemaken. Het idealisme werd “drooggelegd” en daarvoor kwam materialisme in de plaats. In zijn voordrachten uit 1841/42, die gebundeld werden in Philosophie der Offenbarung, keert hij terug naar de God van de Bijbel, die inbreekt in de geschiedenis. Vanuit zichzelf kan de mens zich niet verlossen en zinkt hij steeds dieper weg in materialisme. Safranski besluit het hoofdstuk over Schelling met: “De Philosophie der Offenbarung geeft het geloof weer het woord. Maar het is geen kinderlijk geloof, het is een geloof na de filosofische zeiltocht om de wereld.”

Kijken in de afgrond [ recensie van Michaël Zeeman uit 1998 in De Volkskrant ]
Het kwaad. Het drama van de vrijheid [ liberales.be ]

filmische reconstructie

aan het kijken naar: La Révolution française (1989)

La Révolution françaiseDe Franse Revolutie geldt nog altijd als hét geboortemoment van het moderne Frankrijk en de moderne burgerlijke rechtsstaat in Europa. Sinds 1958 kent Frankrijk alweer de Vijfde Republiek. De Eerste Republiek werd overigens pas op 21 september 1792 uitgeroepen en niet op 14 juli 1789. Frankrijk bleef tussen 14 juli 1789 en 21 september 1792 nog een constitutionele monarchie. Maar 14 juli 1789 was er wel een einde gekomen aan het absolutisme en het ancien régime en daarom is Quatorze Juillet sinds 1880 de nationale feestdag van Frankrijk. In 1989 werd de 200e verjaardag van de Franse Revolutie groots gevierd. Er werd een kostbare film (van 300 miljoen francs) gemaakt die een historisch betrouwbaar beeld moest geven met een internationale sterrencast.

Om geen droge geschiedenisles te krijgen werd een narratief rond een aantal kopstukken opgezet. De jonge revolutionairen Camille Desmoulins (1760-1794) en Louis-Antoine Saint-Just (1767-1794), beiden twintigers tijdens de bestorming van de Bastille, spelen een belangrijke rol. Maar de hoofdrollen zijn voor Klaus Maria Brandauer als Georges Danton (1759-1794) en Andrzej Seweryn als Maximilien de Robespierre (1758-1794).

Danton en Brandauer
Georges Danton en Klaus Maria Brandauer

In een film vol historische momenten horen natuurlijk de iconische beelden die we al kenden van schilderijen en prenten, zoals de Eed op de kaatsbaan (20 juni 1789), De Bestorming van de Bastille (14 juli 1789), De Bestorming van de Tuilerieën (10 augustus 1792), de Onthoofding van Lodewijk XVI (21 januari 1793) en de Onthoofding van Maria-Antoinette (18 oktober 1793). Dat het een dure productie is geweest, is duidelijk te zien aan de grootse reconstructies. In 1989 speelde de computer nog een marginale rol in de reconstructie van historische decors en toch zien we de Bastille weer staan en is Versailles weer gestoffeerd met dezelfde weelderige figuren als tijdens het ancien régime.

De eed op de kaatsbaan
Reconstructie van de eed op de kaatsbaan naar het beroemde schilderij van Jacques-Louis David

La Révolution française [ en.wikipedia.org ]